Misschien. Misschien niet.
De volle vanzelfsprekendheid die er toen was, werk, trouwen,
kinderen, huis. In die orde.
Helemaal versplinterd.
Zoveel ligt nog open, het hoeft niet en zeker niet dat
rijtje.
Het dorp provinciaal, de wereld open en bloot. Een
wereldreis vanzelfsprekend, minstens Patagonië, zes maanden Nieuw-Zeeland, een
jaar Zuidoost Azië.
Een kind, ja, maar en wat dan, niet, waarom, wanneer ? Het
oeverloze wikken en wegen.
Zelf iets beginnen ? Onafhankelijk zijn. Het ongebondene.
Daarover praten ze, de jongen en het meisje bij hun Continental Breakfast op de hoek van de
rue l’Eclips. Niet zo precies, omlijnd, dat is te vanzelfsprekend, het valt in
flarden.
Zij studeert opnieuw, hij werkt voorlopig – hij zoekt wat
anders, maar weet het zelf niet goed. Heeft zich aangemeld bij Actiris,
bijscholing, onduidelijk wat of hoe ?
Alles op losse schroeven en tegelijk willen ze het niet
anders. Dromen van. Alles alles open laten.
Dertigers, ze nemen vakantie in eigen stad. Ze wonen amper
een paar meter van de Continental
Breakfast.
Ze zien wel, alles mag nog.
Hij sluit het niet uit, het kind, maar nu niet. Zij wil
graag, twijfelt ook omdat ze aan alles twijfelt.
Ondertussen tikt de biologische klok.
Hij kijkt naar buiten, zij ook. Ze aarzelen in stilte.
De verschroeiende vrijheid van alles of alles.