maandag 19 juni 2017

De Kruimels

Kraaien en druiven hadden al hun gram gehaald.
De bewoners van de zogenaamde Blokken aan de Papenvest waren gul geweest die dag.
Een tapijt witte boterhammen, gekromd en opgerold in het gras. De plek waar ook honden hun gevoeg doen en kinderen achteloos overheen renden.

En de man bij valavond.
Zwoel, de lucht zwaar nog van een hitsige dag.
Stil tussen de hoge appartementen, vrijwel niemand op straat, er wordt laat gegeten deze maand in de huiskamers aan de Papenvest en Groot Serment.
Hij had al wat gescharreld in het vuilnis maar ze waren hem voor geweest.
Dan buigt hij voorover, graait het brood van het gras, een halve Okay zak vol. Hij aarzelt nog wat, onzeker over het proviand.
Gaat schuifelend voort, vijftig, zestig, zeventig ? Ook bij klaarlichte dag zou ik weifelen.

___ Het tafereel voerde me terug naar het Warschau gettho in de verschrikkelijke maar noodzakelijke film The Pianist van Polanski.
Twee oudere mensen vechten voor een afschuwelijke brij op een vuil bord. Door hun getwist valt het eten op de grond, de vrouw krijst, de man laat zich vallen en slokt, verdwaasd door honger en angst, het eten van de grond _____

Het was de dag na het schaamteloze vertoon van Samusocial.
Dag één in deze stad zonder burgervader.
Beter geen dan een vader die het brood rooft van zijn kinderen.

zondag 28 mei 2017

Het Boekvrijen

Hij keert de pagina zonder iets te zeggen.
Weet wanneer en waar. Kent haar van haver tot gort.
Er valt geen onvertogen woord. Geen letter blijft ongelezen.
Soms toch wacht hij even, niet langer dan de duur van een zin, vantijd iets langer, één woord, hier moeten beide wat grondiger op kauwen.


Zij houdt de omslag vast, hij de rugzijde.
Dan lacht ze, ingetogen, hij een fractie later.
Vreemd, een poos nadien gaat hij plots een bladzijde terug. Ze zwijgt en knikt. Ze knikken nu beide, dan gaan ze weer als vanzelfsprekend naar de oorspronkelijke pagina.
Enkel het boek telt, ze kijken mekaar nooit aan.
Eén keer gaat hij te snel, dan legt zij haar wijsvinger heel teder onderaan de bladzijde, hij glimlacht. Ze laat de vinger los, hij keert het blad.
Even later slaat zij de bladzijden om alsof het was afgesproken, maar niets wijst daarop, zijn volle hand rust ontspannen op de rechterkant, hij haalt hem net op tijd van het blad zodat ze beide verder kunnen.

Ze zijn verrukt over het boek, je leest het in hun serene, haast vrome gebaren. Op de ziedende tram 3 lijken ze te vertoeven in een tijdloze ondoorgrondelijke cocon. Onopvallend opvallend. Het lezen als Kunst.

Het samen lezen ein Gesamtkunstwerk.

donderdag 21 juli 2016

Het Stille Conflict

Ingehouden stilte.
Net nadat hij zijn armen zwaaide, languit en gekruist, alsof er iets dient door geknipt.
Opnieuw een moment van stilstand. Ze bekijken mekaar indringend, zij uitdagend, zo van durf je nog meer ? Nog een melding ? Een restantje ? Kommaatje vergeten ?
Hij keert zich, gaat langzaam over en weer lopen op een rechte lijn, hij moet zijn woede en afkeer van zich afstappen. Zij blijft staan, ijzig kalm, armen gekruist, rechtervoet rechtop voor de linker. Ze lijkt gewonnen, maar de kamp is net begonnen.

Ze zijn jong, het meisje en de jongen. Zij heeft lang bruin haar, een grijze lange sportieve rok, witte sneakers. Hij is eerder donker, zwart haar, lichte baard.
Ze bespeelt hem meesterlijk. Het tergend lang wachten, zijn kwaadheid onverstoord observeren, koel en tegelijk spottend, vooral het zwijgen is slopend. Ze kent hem door en door, het enerveert, zij weet dat. Hij ook, maar kan het niet laten.
Richt zich opnieuw tot haar, zijn armen voor zich, handen wijd open, het lijkt een uitnodiging maar schijn bedriegt. Zij draait haar handen snel en opgewonden, laat maar komen, ventileer maar, maar tegelijk monkelend, ik kan het allemaal hebben.
Ondanks de woede blijft het ingehouden, maar wel fel, enkel verbaal geweld. Dat snijdt vaak dieper dan een onverhoedse kaakslag, dan komen er tranen, loop je hard weg of val je in mekaars armen. Hier wordt het gif langzaam maar diep geïnjecteerd.
Nu gaat zij koffie zetten, een gewaagde maar ferme zet, een moord gelijk, dat zet hem helemaal voor schut, mag ik überhaupt bestaan ? Zij blijft de teugels heel strak houden, ze zegt vrijwel niets. Hij trapt erin, opgepookte colère. Terwijl de koffie loopt zet ze slechts één kopje op tafel, een vuistslag. Nu gaat hij helemaal overstag, zenuwachtig, radeloos, handen in de lucht. Hij kookt, zij de Ijskoningin.

Niets zo sprekend als het stille conflict. Drie meter op anderhalf glas, een tableau vivant.
Voyeurisme ? Zíj, de acteurs voor één dag,  hebben de gordijnen gelicht, het podium van hun huiselijke twist open en bloot tentoongespreid voor de straat. Bovendien : ik heb geen onvertogen woord gehoord.

En vooral : ik vertel het niet verder.
Afbeeldingsresultaat voor bal national

maandag 20 juni 2016

It,s just a Perfect Day

Wow, wat een bijzondere dag, zegt de éne man tegen de andere in de Kartuizersstraat.
Hij loopt naast zijn fiets.
We hebben vandaag elegante stappen vooruit gezet, voegt hij er aan toe.
Woorden als vers gesneden wit brood.
Je zou zo bevriend willen raken met de man die bijzondere dagen kent en elegante stappen vooruit zet.
Weet bij God niet wat de dag bijzonder of elegant maakt, een gluiperige pooier bedient zich wellicht van een ander jargon. Evenmin zijn het radde managers, dan gaat het over ‘efficiëntie’, ‘alap decisions’ of ‘action points’ na de meeting.
Mijn curiositeit, niet exclusief een vrouwelijk kenmerk, is gewekt.
Ik vang slechts flarden op, wat nog meer prikkelt.
Johan was gevat.. of ..moet verder worden ontwikkeld.
Begeesterende taal.
Een scherf, een woord dat valt, een gespannen oor, een afwijzend gebaar. Je wilt meteen landen aan tafel, opzij van het tafelblad of op de muur, zodat je niet wordt betrapt of geaffronteerd of dood gemept.
Het gaat over hun vriendin of vriend en zijn of haar ochtendhumeur, hoe dit weegt of gewoon, altijd van levensbelang over de gemiste strafschop van Ronaldo.
Of nog, over het te weinig verdienen, een collega die zeurt, een dreigend ontslag. Of een geweldig nieuw lief.
Het mysterie hoeft niet altijd ontbloot.
Ondanks de late namiddag likt de zon gretig aan de witte en gekleurde gevels van de Kartuizers.
Een triomfantelijke dag. Een vrouw die passeert heeft een behaaglijk parfum. Een kind wordt zomaar blij van muziek.
Ik zet een elegante pas voorwaarts.
Weet nog steeds niet wat hun dag bijzonder maakt of hun stappen gracieus.

Maar het is volstrekt onbelangrijk.

zaterdag 21 mei 2016

Onbescheiden bescheiden

Ze heeft één nagel gestift in gifgroen. Enkel de wijsvinger alsof ze er vernietigend wil mee uithalen. De andere nagels zijn hemelsblauw.
Met haar beide handen houdt ze het laatste boek van Catherine Millet bespottelijk hoog alsof ze alle gasten in het Volkshuis kond wil maken hoe gecultiveerd, trendy en à pointe ze wel is.
Het boek gloeit nog van de verse inkt.

Ik zou het boek nooit zo opvallend hoog tillen, absoluut not done. Ik doe het veeleer bedaard zodat mensen getriggerd worden, komen gluren alsof ik een mysterieuze schat verberg.
Ik lees evenmin wat brandend actueel is, dat wijst op een naïef en blindelings, slaafs ondergaan van de boekenbijlagen. Dat soort volgzaamheid staat ver van mij af.
Uiteraard moet je mee zijn met wat er verschijnt maar ook hier is weer afstand geboden. Het even op kant zetten, zien wat overeind blijft, vergelijken met andere commentaren en wat zich staande houdt later mee uitpakken, terloops, als een volleerde kenner.
Je drinkt ook niet meteen gulzig de jonge Bourgogne, tenzij je een dunne portefeuille hebt.
Neen, dat soort bescheidenheid siert mij, gepaard aan een zekere afstandelijkheid, een gereserveerdheid die prikkelt.
Daardoor straal je niet enkel cultuur en gedegen kennis, maar ook discretie en wijsheid uit.

Dat lees en ontbeer ik allemaal in de potsierlijke houding van de vrouw met de gestifte nagel.
Alsof ze er indringend mee naar mij wijst.
De gifgroene Feeks.

maandag 11 april 2016

Voor Altijd

Hij was zo’n minzame opa aan wie je elke koter meteen en blindelings had toevertrouwd.
Maar hij was hier met zijn dochter. Zij was zwaar maar niet dik, bleek, helemaal in het zwart en haar hoofddoek verraadde de kwaal.
Hij haalde de schotel terwijl zij berichtjes stuurde. Een man, teder maar niet soft, bewaarde de juiste afstand maar tegelijk oprecht geïnteresseerd. Een helder evenwicht.
Gaat het ? – Ze knikte alleen maar, keek hem amper aan. Zei nog iets en ze knikte weer kort.
Hij keek weg terwijl ze at en verzonk heel even in gedachten. Hij had hier op haar plek moeten zitten, terwijl zij voor hem zorgde. Er was geen moeder meer en geen man. Misschien is hij straks helemaal alleen. Een man, doordacht, wijs geworden niet door boeken of scholing maar door gezond verstand. Gehard en gesterkt. Hij wuifde de gedachte meteen weg, herpakte zich, lachte minzaam.
Zij at nog steeds, leek bitter om alles, omdat haar vader nu, op haar veertigste, nog haar toeverlaat was, omdat ze alleen was, ziek, omwille van wat haar nog te wachten stond.
Misschien wilde ze wel vriendelijk zijn maar ze leek meer op haar moeder, die zwijgzaam was, een beetje zuur. Ze kan het niet nu, hier in het cafetaria van die kliniek, ze had teveel om haar hoofd.
Hij begreep het en liet het gebeuren. Vroeg enkel nog : gaan we, en ze knikte.

Dan duwde hij de rolstoel, een kwieke midzeventiger. Voor altijd Vader.