Aan metro Horta zit een bevallige jongedame met hoofddoek naast een meisje met een hanekam, een gescheurde broek en flink wat ijzerwerk.
Zij veert recht als de tram nadert, één en ander rammelt.
Het meisje vraagt aan haar perrongenote waarom ze niet mag opstappen op het Ecolage-rijtuig. Ze is niet van hier.
Daarop raken ze aan de praat.
Als je van beiden een foto zou nemen met daaronder : "zoek de verschillen", zou je moeiteloos een dun kladschriftje kunnen vullen.
Als je mij evenwel zou blinddoeken zou ik heel hard moeten zoeken wat beiden onderscheidt.
Jongelui : zij vinden mekaar wel.
Wij gaan het soms veel te ver zoeken.
vrijdag 20 november 2009
donderdag 19 november 2009
De Stadsbrieven
Beste Bruksel,
Stilaan krijgt ge de allures van een grootstad, mijn dierbaar Bxl.
Niet zozeer in omvang, wel in manieren.
Wij hoeven niet meer naar Tokio of Shangai om ons in een metropool te wanen.
Het volstaat af te dalen aan de Brouckère of de Beurs en de tram te nemen, het weze Noord of Zuid : altijd prijs.
Helemaal méé ben je nog niet beste Bxl, er ontbreekt nog wat ruggesteun.
In de Metro van Tokio heb je de befaamde pushers, potige kerels die de weifelende en lethargische reizigers met zachte aandrang in het rijtuig porren.
Wij zijn hier nog wat op mekaar aangewezen.
Vandaag heb ik Tram Drie laten rijden en wacht zonder veel hoop op de volgende.
Achter de glazen deur zag ik de ongelukkigen, neuzen platgedrukt aan het raam, anderen zich overeind houdend door zwaar te leunen op hun medereiziger, die dan weer steunen op een andere gezel.
Waag het vooral niet te ademen of te kuchen.
Ik heb ook de volgende laten rijden en ben tevoet vertrokken.
De oudjes, de buggy's en zwangere vrouwen krijgen voorrang van mij.
Het openbaar vervoer is de toekomst maar ze moeten er vandaag aan beginnen, kwestie van morgen niet telaat te komen.
Je Pacha Kroet.
Stilaan krijgt ge de allures van een grootstad, mijn dierbaar Bxl.
Niet zozeer in omvang, wel in manieren.
Wij hoeven niet meer naar Tokio of Shangai om ons in een metropool te wanen.
Het volstaat af te dalen aan de Brouckère of de Beurs en de tram te nemen, het weze Noord of Zuid : altijd prijs.
Helemaal méé ben je nog niet beste Bxl, er ontbreekt nog wat ruggesteun.
In de Metro van Tokio heb je de befaamde pushers, potige kerels die de weifelende en lethargische reizigers met zachte aandrang in het rijtuig porren.
Wij zijn hier nog wat op mekaar aangewezen.
Vandaag heb ik Tram Drie laten rijden en wacht zonder veel hoop op de volgende.
Achter de glazen deur zag ik de ongelukkigen, neuzen platgedrukt aan het raam, anderen zich overeind houdend door zwaar te leunen op hun medereiziger, die dan weer steunen op een andere gezel.
Waag het vooral niet te ademen of te kuchen.
Ik heb ook de volgende laten rijden en ben tevoet vertrokken.
De oudjes, de buggy's en zwangere vrouwen krijgen voorrang van mij.
Het openbaar vervoer is de toekomst maar ze moeten er vandaag aan beginnen, kwestie van morgen niet telaat te komen.
Je Pacha Kroet.
dinsdag 17 november 2009
Het kind van de rekening
Ze is hooguit dertien.
Te jong voor de liefde, te oud voor de poppen.
Een roodbruin sjaaltje, een vunzige trainingsbroek met een witte streep, een veel te grote mantel.
Ineengezakt op de trappen van de Kunstberg. Vlak voor het nieuwe Square-restaurant, welke pretendeert het mooiste terras van de stad te hebben.
Het meisje heeft niks vandoen met dat etablissement. Het restaurant evenmin, ze zijn haar liever kwijt dan rijk.
Verzonken in een diepe slaap - het plastic bekertje, met een handvol muntjes in de rechterhand.
Het hangt schuin, gereed om te vallen uit haar losse hand.
Ze is ver heen. Waarvan dromen Roma-meisjes als ze bijna veertien zijn ?
In haar paradijs woont ze in een riante villa aan de Zwarte Zee.
Op ieder verdiep van de woning is er een zwembad in witte marmer, rondom immense spiegels.
Werken doet ze niet, ze wordt op haar wenken bediend door de zwarte meid.
Haar man rijdt in een lange slee, hij heeft zijn eigen bedrijf.
Ze heeft veel kinderen, met elk hun eigen kamer, PC en TV, in een aparte vleugel van het huis.
Ze bezoekt dagelijks de kapper. Ze heeft een eigen couturière en zwemt in de gouden sieraden.
De chauffeur brengt en haalt.
Het is altijd warm in haar droomland.
Ze is verblindend mooi en wordt aanbeden door haar man, bewonderd door haar vriendinnen.
Haar hoofdje zakt nu helemaal naar beneden.
Ze zit op het vliegtuig. In Disneyland zwemt ze tussen de dolfijnen, alle fonteinen spuiten cola en jus d'orange.
Het hoofd helt nu naar rechts. Ze glimlacht een beetje.
Ze is terug thuis. Het is feest. Haar moeder en de ganse familie zijn op bezoek.
Er wordt hartelijk begroet, iedereen lacht.
Op de grote boomgaard staan de lange tafels uitgestald met de witte gesteven linnen.
Het ruikt naar jasmijn, rode rozen in grote glazen vazen.
Uitbundige muzikanten spelen het lied van de vrijgevochten zigeuner.
Het lam hangt aan het spit, verse groenten, volle manden sappig fruit, veel veel taart en room, ijskreem en liters chocoladesaus.
Kleine meisjes dansen in sneeuwwitte jurkjes, de jongens dragen een vlindertje en zwartgelakte schoentjes.
Ze ontwaakt met een schok, een voorbijganger gooit één euro in het bekertje : een vette fooi.
Het maakt haar helemaal niet blij.
Te jong voor de liefde, te oud voor de poppen.
Een roodbruin sjaaltje, een vunzige trainingsbroek met een witte streep, een veel te grote mantel.
Ineengezakt op de trappen van de Kunstberg. Vlak voor het nieuwe Square-restaurant, welke pretendeert het mooiste terras van de stad te hebben.
Het meisje heeft niks vandoen met dat etablissement. Het restaurant evenmin, ze zijn haar liever kwijt dan rijk.
Verzonken in een diepe slaap - het plastic bekertje, met een handvol muntjes in de rechterhand.
Het hangt schuin, gereed om te vallen uit haar losse hand.
Ze is ver heen. Waarvan dromen Roma-meisjes als ze bijna veertien zijn ?
In haar paradijs woont ze in een riante villa aan de Zwarte Zee.
Op ieder verdiep van de woning is er een zwembad in witte marmer, rondom immense spiegels.
Werken doet ze niet, ze wordt op haar wenken bediend door de zwarte meid.
Haar man rijdt in een lange slee, hij heeft zijn eigen bedrijf.
Ze heeft veel kinderen, met elk hun eigen kamer, PC en TV, in een aparte vleugel van het huis.
Ze bezoekt dagelijks de kapper. Ze heeft een eigen couturière en zwemt in de gouden sieraden.
De chauffeur brengt en haalt.
Het is altijd warm in haar droomland.
Ze is verblindend mooi en wordt aanbeden door haar man, bewonderd door haar vriendinnen.
Haar hoofdje zakt nu helemaal naar beneden.
Ze zit op het vliegtuig. In Disneyland zwemt ze tussen de dolfijnen, alle fonteinen spuiten cola en jus d'orange.
Het hoofd helt nu naar rechts. Ze glimlacht een beetje.
Ze is terug thuis. Het is feest. Haar moeder en de ganse familie zijn op bezoek.
Er wordt hartelijk begroet, iedereen lacht.
Op de grote boomgaard staan de lange tafels uitgestald met de witte gesteven linnen.
Het ruikt naar jasmijn, rode rozen in grote glazen vazen.
Uitbundige muzikanten spelen het lied van de vrijgevochten zigeuner.
Het lam hangt aan het spit, verse groenten, volle manden sappig fruit, veel veel taart en room, ijskreem en liters chocoladesaus.
Kleine meisjes dansen in sneeuwwitte jurkjes, de jongens dragen een vlindertje en zwartgelakte schoentjes.
Ze ontwaakt met een schok, een voorbijganger gooit één euro in het bekertje : een vette fooi.
Het maakt haar helemaal niet blij.
maandag 16 november 2009
Gespot
Op de hoek van de Sint-Niklaaskerk en de kleine Boterstraat staat een heel breekbaar klein meisje met zwarte krullen.
Ze heeft een roze orgeltje welke heel weeë muziek draait. Ze doet ook één en ander met grote ringen.
Het ontroert blijkbaar veel mensen want er staat flink wat volk.
Het is zondag en het miezert, de avond is al gevallen.
Plots verschijnen twee dienaren van de wet.
Ze moet het orgeltje stilleggen. Er is wat gemor in het publiek.
Iedereen blijft gespannen staan kijken.
Het kind is de onschuld zelve en iedereen zal het unbedingt voor haar opnemen.
Ze discussieert even met de twee agenten die vriendelijk maar correct zijn.
Ze lijken achteruit te deinzen want het meisje bijt fel van zich af.
Spontaan wordt er geapplaudiseerd in de Boterstraat.
De éne politie-agent steekt zijn beide handen in de lucht : een teken van onmacht of overgave ?
Hij wast zijn handen in onschuld, hij vindt geen schuld bij deze vrouw.
Opnieuw wordt er luid geapplaudiseerd.
Beide agenten verdwijnen met stille trom.
Het meisje herneemt haar act.
De Macht van het Volk.
Ze heeft een roze orgeltje welke heel weeë muziek draait. Ze doet ook één en ander met grote ringen.
Het ontroert blijkbaar veel mensen want er staat flink wat volk.
Het is zondag en het miezert, de avond is al gevallen.
Plots verschijnen twee dienaren van de wet.
Ze moet het orgeltje stilleggen. Er is wat gemor in het publiek.
Iedereen blijft gespannen staan kijken.
Het kind is de onschuld zelve en iedereen zal het unbedingt voor haar opnemen.
Ze discussieert even met de twee agenten die vriendelijk maar correct zijn.
Ze lijken achteruit te deinzen want het meisje bijt fel van zich af.
Spontaan wordt er geapplaudiseerd in de Boterstraat.
De éne politie-agent steekt zijn beide handen in de lucht : een teken van onmacht of overgave ?
Hij wast zijn handen in onschuld, hij vindt geen schuld bij deze vrouw.
Opnieuw wordt er luid geapplaudiseerd.
Beide agenten verdwijnen met stille trom.
Het meisje herneemt haar act.
De Macht van het Volk.
zaterdag 14 november 2009
Het Lelijke Eendje
Ze staat heel alleen te roken naast de grote inkomhall van de Erasmushogeschool aan de Zespenningen.
Roken mag in die zaal, je struikelt over de asbakken, maar zij staat liever op straat.
Haar voorkomen is des te pijnlijker omdat iedereen zich best lijkt te vermaken.
Het meisje heeft een paar défauts.
Ze is wat gedemodeerd. Ze heeft haar best gedaan, maar één en ander zit niet goed in de haak.
Te grijs, en ze zou beter ogen met een korte coupe.
Soms kijkt ze wat verlegen naar al die jongelui die blijkbaar moeiteloos socialiseren.
Met een natuurlijke bravoure omhelzen ze mekaar en slaan direct aan de praat, alsof ze meteen weten wat te zeggen of te vragen.
Die vanzelfsprekende naturel ontbeert zij helemaal.
Ze heeft een omweg nodig om aan de klap te raken, moet wat ontvriezen, houdt daarenboven niet zo van dat ping-ponggekwetter. Een stille natuur.
Zo is zij gestrand vanuit die brave Zustersschool, helemaal op haar eentje, aan de Hogeschool in Brussel.
Bij de zusters werd ze nog wat ondervangen door een zeldzame docente die verder keek dan de obligate leerstof en opdracht.
Ze stond samen, met de rest van de klas, in de rij - er was sowieso weinig randgebeuren, één en ander viel minder op.
Ze werd niet gepest, ze hoorde bij het meubilair zoals de pupiter en het lesbord.
Ze stond niemand in de weg.
Aan de jongens is ze nog lang niet toe.
Laat staan dat er belangstelling zou zijn.
Haar ouders zijn van zeer gewone komaf en apetrots op hun enige dochter.
Ze hebben hoge verwachtingen. Dat weet zij.
Daarom doet ze heel hard haar best.
Als ze één en ander kan overwinnen wordt dit vast een excellente maatschappelijk werkster.
Roken mag in die zaal, je struikelt over de asbakken, maar zij staat liever op straat.
Haar voorkomen is des te pijnlijker omdat iedereen zich best lijkt te vermaken.
Het meisje heeft een paar défauts.
Ze is wat gedemodeerd. Ze heeft haar best gedaan, maar één en ander zit niet goed in de haak.
Te grijs, en ze zou beter ogen met een korte coupe.
Soms kijkt ze wat verlegen naar al die jongelui die blijkbaar moeiteloos socialiseren.
Met een natuurlijke bravoure omhelzen ze mekaar en slaan direct aan de praat, alsof ze meteen weten wat te zeggen of te vragen.
Die vanzelfsprekende naturel ontbeert zij helemaal.
Ze heeft een omweg nodig om aan de klap te raken, moet wat ontvriezen, houdt daarenboven niet zo van dat ping-ponggekwetter. Een stille natuur.
Zo is zij gestrand vanuit die brave Zustersschool, helemaal op haar eentje, aan de Hogeschool in Brussel.
Bij de zusters werd ze nog wat ondervangen door een zeldzame docente die verder keek dan de obligate leerstof en opdracht.
Ze stond samen, met de rest van de klas, in de rij - er was sowieso weinig randgebeuren, één en ander viel minder op.
Ze werd niet gepest, ze hoorde bij het meubilair zoals de pupiter en het lesbord.
Ze stond niemand in de weg.
Aan de jongens is ze nog lang niet toe.
Laat staan dat er belangstelling zou zijn.
Haar ouders zijn van zeer gewone komaf en apetrots op hun enige dochter.
Ze hebben hoge verwachtingen. Dat weet zij.
Daarom doet ze heel hard haar best.
Als ze één en ander kan overwinnen wordt dit vast een excellente maatschappelijk werkster.
donderdag 12 november 2009
De Stadsbrieven
Beste Bruksel,
Vanochtend, onderweg naar de bakker ligt er een spoor van drek op mijn weg.
Vooreerst een vrouwenslipje, troosteloos op het voetpad. Een slippertje, een vluggerdje, of allebei ?
Wat verder een fles ketch-up, in machteloze woede tegen de kasseien geknald. Een rode signatuur.
Op de hoek heeft een onverlaat zijn kater uitgebraakt. Twee verdwaalde duiven hebben zich gretig op de gratis maaltijd gestort. Ze pikken verwoed : dat heet recyclage.
Ik heb er leven mee leven, mijn beste Bruksel, maar op deze grijze morgen kan ik het even niet hebben.
Ik geef namelijk altijd het goede voorbeeld : ieder papiertje of peukje houd ik zorgvuldig bij : overal staan immers vuilbakken. Het is maar een kleine moeite.
Niet alle bewoners of passanten hebben dezelfde houding.
Zij ploeteren liever in de vuiligheid en de rotzooi.
Moeten we strenger optreden met fikse boetes en strenge straffen ?
Ik ben eerder voor een gemeenschapsstraf : een week op stap met de straatvegers die geduldig of gelaten, dag in, dag uit, zich kwijten van deze ondankbare taak.
Laat die onverlaten maar even in hun eigen vuiligheid krabben.
Denk er even over na, Mijn Beste Bruksel, ik denk dat het zou kunnen helpen.
Tot genoegen,
Pacha Kroet.
Vanochtend, onderweg naar de bakker ligt er een spoor van drek op mijn weg.
Vooreerst een vrouwenslipje, troosteloos op het voetpad. Een slippertje, een vluggerdje, of allebei ?
Wat verder een fles ketch-up, in machteloze woede tegen de kasseien geknald. Een rode signatuur.
Op de hoek heeft een onverlaat zijn kater uitgebraakt. Twee verdwaalde duiven hebben zich gretig op de gratis maaltijd gestort. Ze pikken verwoed : dat heet recyclage.
Ik heb er leven mee leven, mijn beste Bruksel, maar op deze grijze morgen kan ik het even niet hebben.
Ik geef namelijk altijd het goede voorbeeld : ieder papiertje of peukje houd ik zorgvuldig bij : overal staan immers vuilbakken. Het is maar een kleine moeite.
Niet alle bewoners of passanten hebben dezelfde houding.
Zij ploeteren liever in de vuiligheid en de rotzooi.
Moeten we strenger optreden met fikse boetes en strenge straffen ?
Ik ben eerder voor een gemeenschapsstraf : een week op stap met de straatvegers die geduldig of gelaten, dag in, dag uit, zich kwijten van deze ondankbare taak.
Laat die onverlaten maar even in hun eigen vuiligheid krabben.
Denk er even over na, Mijn Beste Bruksel, ik denk dat het zou kunnen helpen.
Tot genoegen,
Pacha Kroet.
Abonneren op:
Berichten (Atom)