dinsdag 7 juli 2009
maandag 6 juli 2009
Blogumn
Twee Afrikaanse kinderen hebben een leuk spelletje bedacht in Metrostation Beurs.
Bij gebrek aan glijbaan op hun koertje of terras, zetten ze zich op de leuning van de roltrap en laten zich naar omhoog brengen.
Boven herhalen ze hetzelfde met de benedentrap.
Maman zit beneden en vindt het een prima idee.
Het is vlakbij en het houdt de kroost een tijdje zoet.
Bovendien is het véél goedkoper dan de Walibi, daar zit je snel aan twintig euro per kind.
Daar heeft ze lang de centen niet voor.
Bij gebrek aan glijbaan op hun koertje of terras, zetten ze zich op de leuning van de roltrap en laten zich naar omhoog brengen.
Boven herhalen ze hetzelfde met de benedentrap.
Maman zit beneden en vindt het een prima idee.
Het is vlakbij en het houdt de kroost een tijdje zoet.
Bovendien is het véél goedkoper dan de Walibi, daar zit je snel aan twintig euro per kind.
Daar heeft ze lang de centen niet voor.
zondag 5 juli 2009
Ceci n'est pas mon papa
In het Warandepark zie ik een man die zwaar voorover buigt. Tussen zijn forse armen een klein wit kontje. Dat is in sterk contrast met het donkergroen eromheen.
De kleine doet snel zijn gevoeg. De vader zet hem even neer om zijn broekje aan te trekken en onderwijl zelf zijn broek wat hoger te hijsen.
Het kind is zo gehaast om verder te spelen dat het in zijn eigen ontlasting trapt.
"Merde..", laat de vader zich ontvallen.
Het kind kan daar nog niks aan vastknopen maar merkt wel dat hij zijn vader niet blij maakt.
Daarop begint hij te wenen, zowat het enige verweer dat kinderen van die leeftijd hebben.
De vader kan niet in zijn haar krabben omdat hij zijn handen bevuilde en kan daardoor evenmin de kleine troosten.
Daar staan ze dan : een kind in blote kont met zijn broekje op zijn knieën en vuile schoenen, een radeloze vader met vuile handen, het zoontje die daarenboven ook nog tranen met tuiten weent en een ferme snotneus heeft. Veel snot tegelijk.
Zonder hulp van buitenaf geraakt men daar niet aan uit.
De joggers in het park hebben hun eigen zorgen : ze zitten zelf zwaar onder het zweet en kunnen onmogelijk hun rondjes onderbreken voor een vuil kind.
Ik ben er ook nog maar ik kan niet alle dagen Sint-Franciscus spelen.
Kinderen met onverzorgde neuzen en een vuile poep : ik heb het allemaal gehad, het was leuk maar ik heb die bladzijde graag omgeslagen.
Bovendien wordt ik dringend ergens verwacht.
Zoals meestal - bij gevaar of risicovolle opdrachten - loop ik weg, maar knaagt mijn geweten na een paar minuten en keer ik op mijn stappen terug.
Ik ben een beetje laf en een beetje moedig - lang geen vanzelfsprekende held.
Een valse trage, zeg maar.
"Kan ik helpen ?" vraag ik zomaar.
Ik pas wel op met dat soort vragen. Ik stelde een paar weken geleden dezelfde vraag aan een zwaar dronken medemens die zwaar wiebelend, ook al met zijn broek op zijn knieën stond te plassen. Op een halve meter van een zware prikkeldraad rechtover de Basilix.
De man schrok van mijn aandacht, dacht vermoedelijk dat ik hem uitlachte en snauwt mij toe :
"Kust mijn kloten!"
U moet zich dat tafereel even zeer beeldend voorstellen.
"Mja.." zegt de vader, "wilt ge even op de kleine letten, kan ik mijn tas nemen op de bank."
Daar sta ik nu met een blote kleine die alleen maar harder weent omdat hij wordt overgeleverd aan een wildvreemde man.
"Ssst..," zeg ik, "Papa revient tout de suite."
"C'est pas mon papa," snikt hij.
Ah bon ?
"C'est l'ami de ma maman."
Ik heb goesting om heel hard te gaan lopen. Zometeen duikt de biologische vader op uit het struikgewas en veel tijd om uitleg te geven zal ik dan niet krijgen.
"Hij doet altijd lastig als ik met hem op stap ben," zegt de stiefvader.
Misschien zegt zijn vriendin hetzelfde als zij op stap is met zijn zoontje ?
Nieuwe koppels : 1 + 1 is vaak veel meer dan twee.
De kleine doet snel zijn gevoeg. De vader zet hem even neer om zijn broekje aan te trekken en onderwijl zelf zijn broek wat hoger te hijsen.
Het kind is zo gehaast om verder te spelen dat het in zijn eigen ontlasting trapt.
"Merde..", laat de vader zich ontvallen.
Het kind kan daar nog niks aan vastknopen maar merkt wel dat hij zijn vader niet blij maakt.
Daarop begint hij te wenen, zowat het enige verweer dat kinderen van die leeftijd hebben.
De vader kan niet in zijn haar krabben omdat hij zijn handen bevuilde en kan daardoor evenmin de kleine troosten.
Daar staan ze dan : een kind in blote kont met zijn broekje op zijn knieën en vuile schoenen, een radeloze vader met vuile handen, het zoontje die daarenboven ook nog tranen met tuiten weent en een ferme snotneus heeft. Veel snot tegelijk.
Zonder hulp van buitenaf geraakt men daar niet aan uit.
De joggers in het park hebben hun eigen zorgen : ze zitten zelf zwaar onder het zweet en kunnen onmogelijk hun rondjes onderbreken voor een vuil kind.
Ik ben er ook nog maar ik kan niet alle dagen Sint-Franciscus spelen.
Kinderen met onverzorgde neuzen en een vuile poep : ik heb het allemaal gehad, het was leuk maar ik heb die bladzijde graag omgeslagen.
Bovendien wordt ik dringend ergens verwacht.
Zoals meestal - bij gevaar of risicovolle opdrachten - loop ik weg, maar knaagt mijn geweten na een paar minuten en keer ik op mijn stappen terug.
Ik ben een beetje laf en een beetje moedig - lang geen vanzelfsprekende held.
Een valse trage, zeg maar.
"Kan ik helpen ?" vraag ik zomaar.
Ik pas wel op met dat soort vragen. Ik stelde een paar weken geleden dezelfde vraag aan een zwaar dronken medemens die zwaar wiebelend, ook al met zijn broek op zijn knieën stond te plassen. Op een halve meter van een zware prikkeldraad rechtover de Basilix.
De man schrok van mijn aandacht, dacht vermoedelijk dat ik hem uitlachte en snauwt mij toe :
"Kust mijn kloten!"
U moet zich dat tafereel even zeer beeldend voorstellen.
"Mja.." zegt de vader, "wilt ge even op de kleine letten, kan ik mijn tas nemen op de bank."
Daar sta ik nu met een blote kleine die alleen maar harder weent omdat hij wordt overgeleverd aan een wildvreemde man.
"Ssst..," zeg ik, "Papa revient tout de suite."
"C'est pas mon papa," snikt hij.
Ah bon ?
"C'est l'ami de ma maman."
Ik heb goesting om heel hard te gaan lopen. Zometeen duikt de biologische vader op uit het struikgewas en veel tijd om uitleg te geven zal ik dan niet krijgen.
"Hij doet altijd lastig als ik met hem op stap ben," zegt de stiefvader.
Misschien zegt zijn vriendin hetzelfde als zij op stap is met zijn zoontje ?
Nieuwe koppels : 1 + 1 is vaak veel meer dan twee.
donderdag 2 juli 2009
Blogumn
Vanuit onze woning hebben we een breed zicht op het woonerf voor ons.
Daar wonen een tiental gezinnen met flink wat klein grut.
Vier kinderen maken daar ruzie op het gras. Niks aan de hand, is van alle tijden.
De twee meisjes druipen wenend af, vergezeld van een klein donkerbruin jongetje.
Een blond jochie - aanstoker van het geweld - is wat ontgoocheld, hij is zijn speelgerief kwijt.
Daar heeft hij evenwel wat op gevonden.
Ik zie hem, rug lichtjes gebogen en op kousevoeten - het tuintje van zijn ouders
betreden.
Hij kijkt even links en rechts, zet dan plots zijn stroot wijdopen en begint hartverscheurend te wenen als werd hij terplaatse gekeeld.
Ik zie hem snikkend wat mompelen tegen de moeder die dodelijk ongerust komt buitengelopen.
Zij troost even de kleine en gaat dan met forse schreden naar het huis van de twee meisjes : die gaan ervan lusten.
Een fraai stukje theater en schitterend komediantje : die zou het nog ver kunnen brengen in de politiek.
Daar wonen een tiental gezinnen met flink wat klein grut.
Vier kinderen maken daar ruzie op het gras. Niks aan de hand, is van alle tijden.
De twee meisjes druipen wenend af, vergezeld van een klein donkerbruin jongetje.
Een blond jochie - aanstoker van het geweld - is wat ontgoocheld, hij is zijn speelgerief kwijt.
Daar heeft hij evenwel wat op gevonden.
Ik zie hem, rug lichtjes gebogen en op kousevoeten - het tuintje van zijn ouders
betreden.
Hij kijkt even links en rechts, zet dan plots zijn stroot wijdopen en begint hartverscheurend te wenen als werd hij terplaatse gekeeld.
Ik zie hem snikkend wat mompelen tegen de moeder die dodelijk ongerust komt buitengelopen.
Zij troost even de kleine en gaat dan met forse schreden naar het huis van de twee meisjes : die gaan ervan lusten.
Een fraai stukje theater en schitterend komediantje : die zou het nog ver kunnen brengen in de politiek.
AZ : Afwezige Zieken
Begeef u nooit naar de Polykliniek van het AZ in Jette na 18 uur.
De spookgrot - met een dreigende Bin Laden - op de Foor van Kaboel moet beslist een veel aangenamere plek zijn.
Ik moest mij aanmelden om 18u30. Vooruitziend als ik ben, ben ik er een halfuur vroeger.
Ooit het beklemmende moment gezien in Godfather I waar Al Pacino de lege kliniek binnenkomt ?
Zijn filmvader Brando ligt daar verlaten door alle Security, alle verdwenen verpleegsters zijn omgekocht, ondertussen druipt de spanning van het scherm : hier gaat iets gebeuren.
Dat soort kliniek is de Polykliniek van het AZ omstreeks 18 uur.
Overal hangen bordjes : Gesloten. Sommige waaien even over en weer, zoals klapdeuren in verlaten saloons vóór het ultieme duel.
Een oude man zoekt koortsachtig een stuk van 20 ct want hij geraakt niet meer van de parking. Je leest de angst in 's mans ogen dat hij hier de nacht zal moeten doorbrengen.
Ik volg de bordjes MR 1-2-3, zoals men mij aan de telefoon had opgedragen.
Ellenlange lege gangen. Waar is iedereen heen ?
Ik passeer één Marokkaanse poetsvrouw, zij spreekt alleen Berbers, daar word ik niet wijzer van.
In een andere gang kom ik een dronken man tegen, hij is flink toegetakeld :
blauw oog en gekloven wenkbrauw.
Hij zoekt het mortuarium : dat is wat voorbarig. Misschien is het ook een spook ?
Twee verdiepingen lager : opnieuw lange lege gangen, hier en daar een verdwaald bed, een rek vol vuile linnen geparkeerd in het midden van de gang.
Het is mij duidelijk : deze kliniek is geëvacueerd.
De vraag blijft : waarom ? Welke dreiging hangt mij boven het hoofd ?
Eindelijk zie ik de deur van de Radiografie.
Er staat een mega-verbodsteken voor zwangere vrouwen : dat is niet aan mij besteed.
Als ik de deur open slaak ik een diepe weldadige zucht : hier zitten drie mensen.
Ik ben niet langer alleen in de spookkliniek.
In het miniscule paskamertje vraagt de verpleegkundige welke metalen voorwerpen ik allemaal in mijn lijf heb.
Daarna geeft hij mij een gebloemd kleedje dat achteraan helemaal open is.
Dat is vreemd want alleen mijn linkerknie is gekwetst, waarom dan een blote rug ?
Als mijn knie uiteindelijk in de scanner wordt geschoven geeft de vriendelijke man mij een koptelefoon want hij kondigt flink wat lawaai aan.
Inderdaad, het volgende kwartier ben ik - ondanks de koptelefoon - toehoorder van een stevig heavy-metal concert.
Soms is er een kleine stilte : dan worden wellicht de instrumenten gestemd.
Je hoort amper het verschil.
Als ik buitenga maakt hij er mij attent op mijn CD'tje niet te vergeten.
Leuk : krijgt iedere patient het concertje als toemaatje erbij ?
Dat compenseert wellicht de lege gangen.
Als ik nu nog de uitgang vind is alles vergeten en vergeven.
De spookgrot - met een dreigende Bin Laden - op de Foor van Kaboel moet beslist een veel aangenamere plek zijn.
Ik moest mij aanmelden om 18u30. Vooruitziend als ik ben, ben ik er een halfuur vroeger.
Ooit het beklemmende moment gezien in Godfather I waar Al Pacino de lege kliniek binnenkomt ?
Zijn filmvader Brando ligt daar verlaten door alle Security, alle verdwenen verpleegsters zijn omgekocht, ondertussen druipt de spanning van het scherm : hier gaat iets gebeuren.
Dat soort kliniek is de Polykliniek van het AZ omstreeks 18 uur.
Overal hangen bordjes : Gesloten. Sommige waaien even over en weer, zoals klapdeuren in verlaten saloons vóór het ultieme duel.
Een oude man zoekt koortsachtig een stuk van 20 ct want hij geraakt niet meer van de parking. Je leest de angst in 's mans ogen dat hij hier de nacht zal moeten doorbrengen.
Ik volg de bordjes MR 1-2-3, zoals men mij aan de telefoon had opgedragen.
Ellenlange lege gangen. Waar is iedereen heen ?
Ik passeer één Marokkaanse poetsvrouw, zij spreekt alleen Berbers, daar word ik niet wijzer van.
In een andere gang kom ik een dronken man tegen, hij is flink toegetakeld :
blauw oog en gekloven wenkbrauw.
Hij zoekt het mortuarium : dat is wat voorbarig. Misschien is het ook een spook ?
Twee verdiepingen lager : opnieuw lange lege gangen, hier en daar een verdwaald bed, een rek vol vuile linnen geparkeerd in het midden van de gang.
Het is mij duidelijk : deze kliniek is geëvacueerd.
De vraag blijft : waarom ? Welke dreiging hangt mij boven het hoofd ?
Eindelijk zie ik de deur van de Radiografie.
Er staat een mega-verbodsteken voor zwangere vrouwen : dat is niet aan mij besteed.
Als ik de deur open slaak ik een diepe weldadige zucht : hier zitten drie mensen.
Ik ben niet langer alleen in de spookkliniek.
In het miniscule paskamertje vraagt de verpleegkundige welke metalen voorwerpen ik allemaal in mijn lijf heb.
Daarna geeft hij mij een gebloemd kleedje dat achteraan helemaal open is.
Dat is vreemd want alleen mijn linkerknie is gekwetst, waarom dan een blote rug ?
Als mijn knie uiteindelijk in de scanner wordt geschoven geeft de vriendelijke man mij een koptelefoon want hij kondigt flink wat lawaai aan.
Inderdaad, het volgende kwartier ben ik - ondanks de koptelefoon - toehoorder van een stevig heavy-metal concert.
Soms is er een kleine stilte : dan worden wellicht de instrumenten gestemd.
Je hoort amper het verschil.
Als ik buitenga maakt hij er mij attent op mijn CD'tje niet te vergeten.
Leuk : krijgt iedere patient het concertje als toemaatje erbij ?
Dat compenseert wellicht de lege gangen.
Als ik nu nog de uitgang vind is alles vergeten en vergeven.
woensdag 1 juli 2009
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)