Een lange man is door zijn haar gegroeid.
Dat komt ervan als je te snel groeit. Misschien hebben de haarwortels het onderweg begeven.
Vermits hij zijn haar opzij laat groeien heeft zijn hoofd wat het uitzicht van een graanveld waarin een UFO is geland.
Ieder zijn goesting, maar het is niet mijn ding.
Probeer nooit je kaalheid te maskeren, je haalt ze er zo uit.
De haarstukjes waarvan zeker op heel warme dagen één en ander verschuift en waarbij de kleur nooitoftenooit accordeert.
Lachwekkend vind ik ook de kalende mannen met een staartje achteraan.
Pap is blijven hangen in de sixties.
Het allerergste zijn die mannen - we kennen ze allemaal - die het weinige dat hun rest fors laten groeien en dan met een flinke teug brillantine breed over hun kale knikker uitsmeren.
Zeker bij een forse wind, waar zelfs een volle pot brillantine niet tegen bestand is, krijg je prachtige beelden van verdwaalde vogelschrikkers.
Een andere categorie zijn die mannen die hun haaruitval compenseren door andere kwaliteiten te benadrukken : hun biceps of weelderig borsthaar in een wijdopen hemd. Een beetje als klimop dat wildgroeit tussen de dakpannen.
Oppassen met spannende jeans : vaak puilt daar een vette pens bovenuit die dan nog pijnlijker wordt geaccentueerd.
Mannen met smaak : ze lopen niet dik.
Ik ken er een paar die zich smaakvol en kleurrijk kleden en hun kaalheid opschikken met een leuke muts. Zeer geslaagd.
Ook wel oppassen met al te schreeuwerige kleuren : je moet je leeftijd kennen.
De allerverstandigste zijn de rasbollen.
Kaalheid ? Wij pakken ermee uit : open en bloot.
Een mooie kale knikker, sommige dragen daar een bescheiden maar toch opvallend oorringetje bij. Heel soms een klein zwart kalotje.
Dat is dan eerder opluisteren dan verstoppen. Goedgemutst heet dat dan.
Op slag twintig jaar jonger en veel sexier.
Reken mij daar maar bij binnen een paar jaar.
Alleen nog wat buikspieren kweken en de biceps bijwerken.
Hersens zegt u ?
Die krijgen veel meer ademruimte als je dat vervelende haar wegmaait.
maandag 13 juli 2009
zondag 12 juli 2009
blogumn
In een apotheek in de Anneessenswijk is het jour et nuit altijd 19 uur op de klok aan de gevel.
Ik weet niet of het veilig is daar een morning-after pil te kopen.
Ik weet niet of het veilig is daar een morning-after pil te kopen.
vrijdag 10 juli 2009
Ceci n'est pas mon métier
Uit de cabine van een gigantische truck aan de Hopstraat daalt een miniscuul ventje neder. Hij is onwezenlijk klein en frêle.
Ik stel mij truckers nog altijd voor als robuuste ruige basten met ronde volle buiken.
Als je die vergelijking doortrekt zou de piloot van een jumbo-jet het formaat moeten hebben van een volbloed NBA-speler, terwijl ik ook al broze jockey's achter de stuurknuppel heb zien zitten.
Ik weet wel dat de huidige generatie tankers evengoed kan worden bestuurd door een kind.
Het zijn geavanceerde computergestuurde cabine's waar je met één vinger makkelijk een oplegger 90° kunt laten draaien.
De vracht lossen doe je vlotjes met je linkerpink.
Alsmaar meer beroepen worden toegankelijk voor alle formaten en seksen.
Het omgekeerde kan ook.
Een tijd geleden botste ik op Harry Van Barneveld, voormalig bronzen judoka op de Olympische. Droog aan de haak makkelijk 120 kilogram.
Je kon er niet naast kijken.
Hij stond met zijn vriendin te snuffelen in de afdeling Pedagogie van de Standaard Boekhandel. Zware Harry boog zich over lichte snoezelboeken.
Een snoezelig zicht.
Van Barneveld is, of was verkeersagent in Brussel, maar ik heb hem lange tijd niet meer gezien.
Hij stond ooit het verkeer te regelen aan het onmogelijke kruispunt aan de Van Artevelde en Dansaert.
Ik zou hem nooit tegenspreken.
Harry als agent, dat kan er mee door. Op een snoezeltapijt evenwel, met broze patiënten is het niet zonder risico.
De democratisering van het beroepsleven is een goeie zaak : maar daardoor kan men zich soms lelijk vergissen.
In vroegere tijden, toen jongelui zich nog in de echt verbonden, hadden wij een leuk spelletje bedacht om de verveling van de lange maaltijden te overbruggen.
We probeerden dan te raden bij de aangetrouwde familie wie voor wat stond.
De leraren Latijn en Wiskunde kon je d'er zo uitvissen. En onderwijzers haalde je d'er ook moeiteloos uit : de meesters Moensen van deze wereld zijn nog lang niet uitgestorven.
Ook bouwvakkers waren een hapklare brok.
Maar in West-Vlaanderen hebben wij ooit eens een ferme bok geschoten.
De sierlijke man met de fijne vingers, vergezeld van een blonde vamp, werd door de ganse tafel ingeschat als psychiater of chirurg. Zwitsers uurwerkenmaker of geoloog had ook gekund.
De meerderheid echter zette in op chirurg.
Meestal werd ik er dan op uitgestuurd om met een smoes te achterhalen waar de man voor stond.
Dat was makkelijk. Je hoefde gewoon te zeggen dat hij je bekend voorkwam, en in zijn geval opperde je dan iets van kliniek en opereren.
De vermeende chirurg bleek een volbloed varkensboer te zijn uit de verre Westhoek. De blonde vamp moest ik mij dus voorstellen in een blauwe overall en een roodwit kapje.
Dat was de grootste blunder die we ooit sloegen.
Inderdaad : ook lange mannen met sierlijke vingers kunnen zeugen grootbrengen.
En blozende dikkerdjes met dikke vingers, die vloeken in sappig Westvlaams kunnen prima chirurgen zijn.
De gelijkberechtiging in het onderwijs heeft veel geopend voor alle rangen en standen.
Al blijft het wel uitkijken, want het boert weer achteruit.
Ons gezelschapsspelletje echter, is een stille dood gestorven - niet aan zichzelf - maar bij gebrek aan bruiloften.
Er blijven alleen nog de koffiemaaltijden bij begrafenissen.
Maar die zijn te kort (door de bocht) voor dit soort spelletjes.
Ik stel mij truckers nog altijd voor als robuuste ruige basten met ronde volle buiken.
Als je die vergelijking doortrekt zou de piloot van een jumbo-jet het formaat moeten hebben van een volbloed NBA-speler, terwijl ik ook al broze jockey's achter de stuurknuppel heb zien zitten.
Ik weet wel dat de huidige generatie tankers evengoed kan worden bestuurd door een kind.
Het zijn geavanceerde computergestuurde cabine's waar je met één vinger makkelijk een oplegger 90° kunt laten draaien.
De vracht lossen doe je vlotjes met je linkerpink.
Alsmaar meer beroepen worden toegankelijk voor alle formaten en seksen.
Het omgekeerde kan ook.
Een tijd geleden botste ik op Harry Van Barneveld, voormalig bronzen judoka op de Olympische. Droog aan de haak makkelijk 120 kilogram.
Je kon er niet naast kijken.
Hij stond met zijn vriendin te snuffelen in de afdeling Pedagogie van de Standaard Boekhandel. Zware Harry boog zich over lichte snoezelboeken.
Een snoezelig zicht.
Van Barneveld is, of was verkeersagent in Brussel, maar ik heb hem lange tijd niet meer gezien.
Hij stond ooit het verkeer te regelen aan het onmogelijke kruispunt aan de Van Artevelde en Dansaert.
Ik zou hem nooit tegenspreken.
Harry als agent, dat kan er mee door. Op een snoezeltapijt evenwel, met broze patiënten is het niet zonder risico.
De democratisering van het beroepsleven is een goeie zaak : maar daardoor kan men zich soms lelijk vergissen.
In vroegere tijden, toen jongelui zich nog in de echt verbonden, hadden wij een leuk spelletje bedacht om de verveling van de lange maaltijden te overbruggen.
We probeerden dan te raden bij de aangetrouwde familie wie voor wat stond.
De leraren Latijn en Wiskunde kon je d'er zo uitvissen. En onderwijzers haalde je d'er ook moeiteloos uit : de meesters Moensen van deze wereld zijn nog lang niet uitgestorven.
Ook bouwvakkers waren een hapklare brok.
Maar in West-Vlaanderen hebben wij ooit eens een ferme bok geschoten.
De sierlijke man met de fijne vingers, vergezeld van een blonde vamp, werd door de ganse tafel ingeschat als psychiater of chirurg. Zwitsers uurwerkenmaker of geoloog had ook gekund.
De meerderheid echter zette in op chirurg.
Meestal werd ik er dan op uitgestuurd om met een smoes te achterhalen waar de man voor stond.
Dat was makkelijk. Je hoefde gewoon te zeggen dat hij je bekend voorkwam, en in zijn geval opperde je dan iets van kliniek en opereren.
De vermeende chirurg bleek een volbloed varkensboer te zijn uit de verre Westhoek. De blonde vamp moest ik mij dus voorstellen in een blauwe overall en een roodwit kapje.
Dat was de grootste blunder die we ooit sloegen.
Inderdaad : ook lange mannen met sierlijke vingers kunnen zeugen grootbrengen.
En blozende dikkerdjes met dikke vingers, die vloeken in sappig Westvlaams kunnen prima chirurgen zijn.
De gelijkberechtiging in het onderwijs heeft veel geopend voor alle rangen en standen.
Al blijft het wel uitkijken, want het boert weer achteruit.
Ons gezelschapsspelletje echter, is een stille dood gestorven - niet aan zichzelf - maar bij gebrek aan bruiloften.
Er blijven alleen nog de koffiemaaltijden bij begrafenissen.
Maar die zijn te kort (door de bocht) voor dit soort spelletjes.
donderdag 9 juli 2009
Blogumn
Terwijl ik sta te wachten aan de Naamse Poort merk ik Axelle Red op aan de hoek van de Waverse en Guldenvlies.
Daar staat ook een vieze bedelaar luid te schreeuwen. Iedereen gaat er met een boog omheen.
Hij wordt straal genegeerd.
Niet Axelle.
Ze blijft staan en begint een geanimeerde en geïnteresseerde babbel met de man.
Hij kalmeert terstond. Kennen ze mekaar ?
Zij is vergezeld van haar kroost die geduldig meeluistert.
De verborgen kantjes van een wereldster zijn niet altijd smeuïg.
Axelle Red : een Grote Madam, ook buiten de schijnwerpers.
Daar staat ook een vieze bedelaar luid te schreeuwen. Iedereen gaat er met een boog omheen.
Hij wordt straal genegeerd.
Niet Axelle.
Ze blijft staan en begint een geanimeerde en geïnteresseerde babbel met de man.
Hij kalmeert terstond. Kennen ze mekaar ?
Zij is vergezeld van haar kroost die geduldig meeluistert.
De verborgen kantjes van een wereldster zijn niet altijd smeuïg.
Axelle Red : een Grote Madam, ook buiten de schijnwerpers.
woensdag 8 juli 2009
Fabiola
"Let er wat op," zegt de suppoost tegen mij, "want de Koningin is hier."
Ik bevind mij in het museum voor Natuurwetenschappen aan het Leopoldspark en de laatste afdeling waar ik Fabiola verwacht is de zaal van de Insecten en Spinnen.
Ik heb twee neefjes bij mij die onmiddellijk naar de aquariums worden gezogen, Fabiola : daar kunnen ze zich niks bij voorstellen, laat staan dat ze haar zouden lastig vallen.
Het kleine ongedierte is veel interessanter dan de Spaanse Reina.
Ik tref Fabiola bij de Koningsspin, waar ànders ? Soort zoekt soort.
Als de Moederbij maar niet verstrikt geraakt in haar web.
Behalve haar gevolg, mezelf en de kinderen is er niemand in de zaal.
Het gezelschap, dat zijn een paar Spaanse nichtjes die véél te luid kwekken en duur maar niet smaakvol gekleed gaan.
Vind je veel bij de jonge garde van de oude adel.
Ik heb Faby maar één keer in levende lijve gezien. Lang geleden, op de Heizelvlakte, nog met haar gemaal.
Ze hadden een lintje doorgeknipt op het Voedingssalon en kwamen net buiten.
Het woei aan 103 Beaufort. Alle omstaanders verloren de controle over hun haardos, behalve Fabiola's kapsel bleef overeind. Als een rots in de branding.
Even onwrikbaar als haar geloof.
In het museum is ze vriendelijk, ze lacht minzaam naar de kinderen en mezelf.
Er zijn geen bodyguards zichtbaar : Fabiola is geen vangbrok voor terroristen.
Je zou alleen maar hommeles hebben. Overleeft ze dat nog ?
Zou het paleis veel losgeld veil hebben voor de oude vorstin ?
De relaties aan het hof zijn zeer koel, heb ik me laten vertellen.
En met de opheffing van de dotaties zitten ze daar nu al krap.
Ach, het Koningshuis - moesten ze het ooit afschaffen - ik zou het missen.
De Koekedozen, Filip en Laurent, Lolbroek Albert, de Nonkel van Mathilde.
Ze behoren tot ons Nationaal Erfgoed, in dezelfde schuif als Suske en Wiske, Jommeke of Quick en Flupke. Zo'n monumenten elimineert men niet.
"Zijn ze braaf geweest ?", vraagt de zaalwachter als ik de afdeling verlaat.
"Ja, maar ze praatten wel veel te luid," zeg ik tegen hem - al bedoel ik daar iets heel anders mee dan wat hij veronderstelt.
Snel naar boven nu, want we moeten de Dinosaurussen nog afwerken.
De Oude Krokodillen hebben we al gehad.
Ik bevind mij in het museum voor Natuurwetenschappen aan het Leopoldspark en de laatste afdeling waar ik Fabiola verwacht is de zaal van de Insecten en Spinnen.
Ik heb twee neefjes bij mij die onmiddellijk naar de aquariums worden gezogen, Fabiola : daar kunnen ze zich niks bij voorstellen, laat staan dat ze haar zouden lastig vallen.
Het kleine ongedierte is veel interessanter dan de Spaanse Reina.
Ik tref Fabiola bij de Koningsspin, waar ànders ? Soort zoekt soort.
Als de Moederbij maar niet verstrikt geraakt in haar web.
Behalve haar gevolg, mezelf en de kinderen is er niemand in de zaal.
Het gezelschap, dat zijn een paar Spaanse nichtjes die véél te luid kwekken en duur maar niet smaakvol gekleed gaan.
Vind je veel bij de jonge garde van de oude adel.
Ik heb Faby maar één keer in levende lijve gezien. Lang geleden, op de Heizelvlakte, nog met haar gemaal.
Ze hadden een lintje doorgeknipt op het Voedingssalon en kwamen net buiten.
Het woei aan 103 Beaufort. Alle omstaanders verloren de controle over hun haardos, behalve Fabiola's kapsel bleef overeind. Als een rots in de branding.
Even onwrikbaar als haar geloof.
In het museum is ze vriendelijk, ze lacht minzaam naar de kinderen en mezelf.
Er zijn geen bodyguards zichtbaar : Fabiola is geen vangbrok voor terroristen.
Je zou alleen maar hommeles hebben. Overleeft ze dat nog ?
Zou het paleis veel losgeld veil hebben voor de oude vorstin ?
De relaties aan het hof zijn zeer koel, heb ik me laten vertellen.
En met de opheffing van de dotaties zitten ze daar nu al krap.
Ach, het Koningshuis - moesten ze het ooit afschaffen - ik zou het missen.
De Koekedozen, Filip en Laurent, Lolbroek Albert, de Nonkel van Mathilde.
Ze behoren tot ons Nationaal Erfgoed, in dezelfde schuif als Suske en Wiske, Jommeke of Quick en Flupke. Zo'n monumenten elimineert men niet.
"Zijn ze braaf geweest ?", vraagt de zaalwachter als ik de afdeling verlaat.
"Ja, maar ze praatten wel veel te luid," zeg ik tegen hem - al bedoel ik daar iets heel anders mee dan wat hij veronderstelt.
Snel naar boven nu, want we moeten de Dinosaurussen nog afwerken.
De Oude Krokodillen hebben we al gehad.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)

