Beste Bruksel,
Net bij het binnenrijden van het woud valt de avond, heel traag dooft hij de dag.
Vooraan staat de Grote Kerstverteller, een boomlange man met een forse grijze baard.
Zijn verhalenboek wordt alleen verlicht door een grote rode kaars, voor de rest geen lichten op de 44,
hij vertelt traag, met lange stiltes bij de korte haltes.
Onderweg zien de passanten enkel het schijnsel van de kaars, kinderen en grote mensen luisteren ademloos.
Fakkels in het bos, hier en daar wuiven late wandelaars naar de Kersttram.
Er wordt glühwijn en warme choco geserveerd.
Kinderen luisteren met rode oortjes en vergeten te drinken. Volwassenen worden weer kind en laten zich moeiteloos meevoeren in de wonderlijke verhalen van Astrid Lindgren of Hans Christian Andersen.
Zo rijdt de tram aan en af, van Montgomery tot Tervuren, de Tram van Babel : Frans, Nederlands, Engels of Arabisch, who cares ? De verteller spreekt zo geboeid dat allemaal niet uitmaakt.
Aan de voorlaatste halte stappen de drie Wijzen op, ze hebben mirre en wierook, vooral Balthazar lacht zijn tanden bloot. Kinderen kijken verrukt. Dan vertrekt hij weer, slingert zich verder een weg door het donkere bos.
Kersttijd op Tram 44 : het moet kunnen.
Je, Pacha Kroet
maandag 13 december 2010
zaterdag 11 december 2010
Gespot : De Bruiloft van Kana.
In café Archipel bestelt een oudere dame een vol glas water en één glas wijn.
Ze nipt tweemaal van de wijn en voegt er vervolgens een scheut water aan toe.
Ze drinkt opnieuw en vult weer bij met water.
Inplaats van één glas wijn fabriceert ze er vier voor de prijs van één.
De Bruiloft van Kana in het klein, alleen maakt zij water van wijn.
Ik ben weer een illusie rijker.
Ze nipt tweemaal van de wijn en voegt er vervolgens een scheut water aan toe.
Ze drinkt opnieuw en vult weer bij met water.
Inplaats van één glas wijn fabriceert ze er vier voor de prijs van één.
De Bruiloft van Kana in het klein, alleen maakt zij water van wijn.
Ik ben weer een illusie rijker.
donderdag 9 december 2010
Kerststal : dringend uitmesten.
Het blijft een raadsel waarom heelder horden toeristen en godbetert, zelfs locals, zich verdringen om een glimp op te vangen van het potsierlijke kersttafereel op de Grote Markt.
Ik erger mij ieder jaar opnieuw, aan wat heet, de kerstfiguren in het stalletje van Bethlehem op dit plein.
Dit jaar is het tafereel zo mogelijk nog grotesker dan de vorige kerstperiodes. Echt een koopje.
De Heilige Jozef is een jongere versie van Charles Manson, hij lijkt niet goedgezind - dat is te verstaan.
Hij wordt opgescheept met een joch dat niet van hem is, een bastaard waarvan hij vermoedt dat zijn gedrag hem nog zuur zal opbreken. Meer dan eens zullen de flikken aan zijn deur staan, dat is nu al te voorzien met al de heisa die ze er nu al rond verkopen.
Ik geef geen knip voor dit huwelijk als ik zijn eega aanschouw. Maria is een bruinharige vamp, een bitch uit de stal van Manson, ze hééft haar man al bedrogen en ze loenst nu al naar de beurs van Caspar, de jongste van de drie wijzen, die haar het hoofd op hol heeft gebracht met zijn wierook en patchouli.
De drie Koningen die trouwens véél te vroeg zijn gearriveerd : wie gaat die allemaal de kost geven ?
De Continental en de Barry zitten al overvol met illegalen uit die omstreken.
Het Kindje Jezus is een koopje uit het magazijn van de Foyer Salu, ik had het verleden week nog in mijn handen maar vond de pop niet proper genoeg, de stad blijkbaar wel.
Er zijn ook nog twee herderinnetjes, die zijn weggeplukt vanop de Alpenweide van Heidi's opa, waarschijnlijk liggen de herdertjes nog te slapen in de velden van Veeweyde : het moet vooruitgaan.
Iedereen is indroef : is dit de geboorte van de Verlosser of heeft de Engel Gabriël al meteen de kruisdood aangekondigd ?
Alleen de herderinnetjes glimlachen én Balthazar, die in het luchtledige kijkt.
Het is geen toeval dat zij wegkijken van het droeve tafereel in de stal.
Ik kan best begrijpen dat mensen houden van tradities, voor mijn part moet er geen vliegende schotel of een groene Iglo worden neergepoot. Evenmin moeten Nero of Madam Pheip aantreden, of Adhemar en Suske & Wiske hun opwachting maken.
Maar met zoveel bekwame artiesten (cfr Zinnekesparade) moet er toch iets actueler, zinniger of artistieker kunnen worden gebrouwd.
Als dit het mooiste plein is van wereld verdienen we ook een prijs voor de lelijkste kerststal van deze aardkloot : dringend uitmesten als u het mij vraagt.
Ik erger mij ieder jaar opnieuw, aan wat heet, de kerstfiguren in het stalletje van Bethlehem op dit plein.
Dit jaar is het tafereel zo mogelijk nog grotesker dan de vorige kerstperiodes. Echt een koopje.
De Heilige Jozef is een jongere versie van Charles Manson, hij lijkt niet goedgezind - dat is te verstaan.
Hij wordt opgescheept met een joch dat niet van hem is, een bastaard waarvan hij vermoedt dat zijn gedrag hem nog zuur zal opbreken. Meer dan eens zullen de flikken aan zijn deur staan, dat is nu al te voorzien met al de heisa die ze er nu al rond verkopen.
Ik geef geen knip voor dit huwelijk als ik zijn eega aanschouw. Maria is een bruinharige vamp, een bitch uit de stal van Manson, ze hééft haar man al bedrogen en ze loenst nu al naar de beurs van Caspar, de jongste van de drie wijzen, die haar het hoofd op hol heeft gebracht met zijn wierook en patchouli.
De drie Koningen die trouwens véél te vroeg zijn gearriveerd : wie gaat die allemaal de kost geven ?
De Continental en de Barry zitten al overvol met illegalen uit die omstreken.
Het Kindje Jezus is een koopje uit het magazijn van de Foyer Salu, ik had het verleden week nog in mijn handen maar vond de pop niet proper genoeg, de stad blijkbaar wel.
Er zijn ook nog twee herderinnetjes, die zijn weggeplukt vanop de Alpenweide van Heidi's opa, waarschijnlijk liggen de herdertjes nog te slapen in de velden van Veeweyde : het moet vooruitgaan.
Iedereen is indroef : is dit de geboorte van de Verlosser of heeft de Engel Gabriël al meteen de kruisdood aangekondigd ?
Alleen de herderinnetjes glimlachen én Balthazar, die in het luchtledige kijkt.
Het is geen toeval dat zij wegkijken van het droeve tafereel in de stal.
Ik kan best begrijpen dat mensen houden van tradities, voor mijn part moet er geen vliegende schotel of een groene Iglo worden neergepoot. Evenmin moeten Nero of Madam Pheip aantreden, of Adhemar en Suske & Wiske hun opwachting maken.
Maar met zoveel bekwame artiesten (cfr Zinnekesparade) moet er toch iets actueler, zinniger of artistieker kunnen worden gebrouwd.
Als dit het mooiste plein is van wereld verdienen we ook een prijs voor de lelijkste kerststal van deze aardkloot : dringend uitmesten als u het mij vraagt.
dinsdag 7 december 2010
Stadsbrief : Overal betalend parkeren !
Beste Bruksel,
Stel dat u inwoner zijt van deze stad.
U heeft de wagen vaak nodig om dwingende en dringende redenen, ik praat nu even voor mezelf, ik zou er anders nooit mee buitenkomen.
U keert terug 's avonds, of nog erger, tijdens het weekend : u mag rustig minstens een halfuur extra tellen om rondjes te rijden, de omgeving nodeloos te vervuilen, uw kas op te vreten, om dan uiteindelijk noodgedwongen betalend te moeten parkeren.
Dat is het lot van mensen die over een eigen wagen beschikken zonder garage, in het binnenste van uw stad.
Pleidooi voor de auto ?
Absoluut niet : maar soms, in bepaalde omstandigheden, kan men niet zonder.
Remedie ?
Voer overal betalend parkeren in, behalve voor de inwoners die een eigen parkeerkaart (met eigen nummerplaat !) open leggen op het dashboard.
De Stib moet middelen krijgen om voldoende parkeerruimte te voorzien aan de rand van de stad zodat bezoekers makkelijk metro of tram kunnen nemen. Er moeten, zeker in het weekend, latere trams en metro's zijn. De politie moet veel strenger optreden tegen de wildparkeerders op voetpaden.
Daar wordt iedereen beter van : de stad, de inwoners, de bezoekers.
Je, Pacha Kroet.
Stel dat u inwoner zijt van deze stad.
U heeft de wagen vaak nodig om dwingende en dringende redenen, ik praat nu even voor mezelf, ik zou er anders nooit mee buitenkomen.
U keert terug 's avonds, of nog erger, tijdens het weekend : u mag rustig minstens een halfuur extra tellen om rondjes te rijden, de omgeving nodeloos te vervuilen, uw kas op te vreten, om dan uiteindelijk noodgedwongen betalend te moeten parkeren.
Dat is het lot van mensen die over een eigen wagen beschikken zonder garage, in het binnenste van uw stad.
Pleidooi voor de auto ?
Absoluut niet : maar soms, in bepaalde omstandigheden, kan men niet zonder.
Remedie ?
Voer overal betalend parkeren in, behalve voor de inwoners die een eigen parkeerkaart (met eigen nummerplaat !) open leggen op het dashboard.
De Stib moet middelen krijgen om voldoende parkeerruimte te voorzien aan de rand van de stad zodat bezoekers makkelijk metro of tram kunnen nemen. Er moeten, zeker in het weekend, latere trams en metro's zijn. De politie moet veel strenger optreden tegen de wildparkeerders op voetpaden.
Daar wordt iedereen beter van : de stad, de inwoners, de bezoekers.
Je, Pacha Kroet.
zaterdag 4 december 2010
Gespot : De Opstandige Kerstboom
Aan het Witte Gras vecht een woeste man met zijn pas gekochte kerstboom, voet op de pot.
Hij trekt de boom recht, maar deze sputtert fel tegen, de man trekt, de boom geeft niet af en in ware Tatiaanse stijl gaat hij in de clinch met de koppige spar.
De strijd is ongelijk, de arme boom zit gevangen in de pot, de koper wint het pleit en de boom berust in zijn lot : rechtopstaand in een te smalle pot, de wortels gekneld en gekneusd, straks behangen met gloeiende lichtjes, de takken zwaar belast met porseleinen figuurtjes.
Vergeten drinken te geven en na een maand afzien wacht de brandstapel : men zou voor minder tegenpruttelen.
Hij trekt de boom recht, maar deze sputtert fel tegen, de man trekt, de boom geeft niet af en in ware Tatiaanse stijl gaat hij in de clinch met de koppige spar.
De strijd is ongelijk, de arme boom zit gevangen in de pot, de koper wint het pleit en de boom berust in zijn lot : rechtopstaand in een te smalle pot, de wortels gekneld en gekneusd, straks behangen met gloeiende lichtjes, de takken zwaar belast met porseleinen figuurtjes.
Vergeten drinken te geven en na een maand afzien wacht de brandstapel : men zou voor minder tegenpruttelen.
donderdag 2 december 2010
woensdag 1 december 2010
Op zoek naar Manneke Pis
De man kwam helemaal uit het verre Azië en had tijdens een volksdansfestival kennis gemaakt met vlaamse folkloristen. Hij maakte een reis door Centraal-Europa en zijn vrienden hadden Brussel een halve dag toebedeeld. Grote Markt, Manneke Pis, de Beenhouwersstraat, als er tijd over was het Atomium, meer was er niet te zien. Dan naar Brugge, Parijs, Keulen, Berlijn, die kregen meer dan een halve dag.
Toen hij die halve dag arriveerde in het Centraal nam hij per vergissing de verkeerde uitgang en belandde pardoes in de Ravensteingalerij. Dit boeide hem meteen want hij hield erg veel van de fifties en de Expo-stijl.
Aan het eind van de passage stond hij oog in oog met de Art Decotempel van de Brusselse architect Horta.
Alleen maar uit nieuwsgierigheid ging hij binnen want ook architectuur was één van zijn vele dada's. Hij dwaalde met open mond door de Bozar en belandde alzo in de wonderbaarlijke Europalia-expo over China, waar hij lange tijd vertoefde.
Bij het buitenkomen verbaasde hij zich dat hij zijn halve dag reeds had opgebruikt, had hij zijn tijd 'verloren' of 'gewonnen' ? Hij dacht het laatste en besloot daarom om dan maar een dag in Brussel te blijven.
Tijd genoeg, dus dook hij de Bozarshop in en snuisterde lange tijd in de kunstboeken, verrukt over het duizelingwekkend aanbod klassieke CD's aldaar. Was dit ook niet het huis waar het wereldvermaarde concours Koningin Elisabeth doorging ?
Het werd stilaan vroeg namiddag en hij noteerde de Bozar in zijn agenda met stip. Voor als hij terugkwam.
Hogerop dan maar, nog steeds op zoek naar Manneke Pis. Bij het nemen van de bocht naar de Kunstberg stootte hij op een affiche en spandoek van Magritte, één van zijn lievelingsschilders.
Het verwonderde hem dat zijn Vlaamse vrienden nooit over Magritte hadden gepraat, laat staan over het bestaan van een heus museum van deze man. Hij wilde meteen naar binnen maar werd afgeleid door het Jugendstilpaleis links van hem. Zonder na te denken werd hij naar binnengezogen, bekeek de majestueuze hall en liet zich weerloos naar boven brengen tot in het restaurant, waar hij een kleinigheid nuttigde, maar niet uitgekeken raakte over het stadslandschap.
Snel naar Magritte, verbluft kwam hij buiten, het was al 17u, zou hij Manneke Pis nog halen, misschien sloot die om 18u ?
Hij besloot nog een dag langer te blijven. Dan volgden het Museum voor Schone Kunsten, de Belvue, het Justitiepaleis, de Marollen, de Vlooiemarkt. En hij besloot een week te blijven.
Het Jubelpark, de squares, het Hortahuis in Sint-Gillis, de markt van Molenbeek, de Zuidmarkt, de Ijskelders in Kuregem, Tour & Taxis. En hij besloot veertien dagen te blijven.
Hij had ondertussen het bestaan vernomen van de Filigranes, die zelfs op zondag open waren, passeerde in de Ateliers Mommen, ontdekte in die buurt het Jazzstation. De Nova en de Cinematek moest hij nog bezoeken, hij spendeerde een ganse week aan cinemabezoeken en leerde alzo de Sint-Hubertusgalerijen kennen en de Tropismes. 's Avonds proefde hij van de vele restaurants en de cafés waar altijd een gezellige ambiance heerste, vooral rond het St-Kathelijneplein. Via de stripmuren was het maar een stapje naar het Beeldverhalenmuseum : drie vliegen in één klap, prachtig huis, mooi museum, heerlijke stripwinkel, hij spendeerde teveel geld aan een ganse verzameling Kuifjes.
En hij besloot drie weken langer te blijven. Hij verdwaalde in het Zoniënwoud, bezocht de Botanique, ging picknicken in het Josaphat. Bezocht theatervoorstellingen in het Kaai en de KVS, makkelijk te volgen met de Engelse boventiteling, bewonderde de eindejaarsvoorstellingen van de Brusselse dansschool Parts.
Hij passeerde nog in de Hoog- en Blaesstraat met zijn tientallen brico-winkels : wat een weelde, hoe exotisch vond hij dit alles, al die grote hoge kasten, oude piano's, barkrukjes, al die prullerijen.
Ondertussen waren de festivals begonnen : haast iedere week. Jazzfestivals, Couleur café, filmfestivals, de Boterhammen, 11 juli met die leuke gele vlaggetjes, die je zomaar gratis kreeg. Wat een vrijgevig volk zijn die Belgen toch.
Nog steeds was hij niet bij Manneke Pis geraakt.
Uiteindelijk vertelde hij zijn Vlaamse vrienden dat hij in Brussel bleef wonen.
Dat verbaasde hen zeer.
"Jaja," zeiden ze, "maar zijt ge al in Kuregem of Molenbeek geweest ?"
"Neen," zei de Thai, "daar heb ik nog geen tijd voor gehad."
"En Manneke Pis ?" vroegen ze nog.
"Nooit gevonden."
Toen hij die halve dag arriveerde in het Centraal nam hij per vergissing de verkeerde uitgang en belandde pardoes in de Ravensteingalerij. Dit boeide hem meteen want hij hield erg veel van de fifties en de Expo-stijl.
Aan het eind van de passage stond hij oog in oog met de Art Decotempel van de Brusselse architect Horta.
Alleen maar uit nieuwsgierigheid ging hij binnen want ook architectuur was één van zijn vele dada's. Hij dwaalde met open mond door de Bozar en belandde alzo in de wonderbaarlijke Europalia-expo over China, waar hij lange tijd vertoefde.
Bij het buitenkomen verbaasde hij zich dat hij zijn halve dag reeds had opgebruikt, had hij zijn tijd 'verloren' of 'gewonnen' ? Hij dacht het laatste en besloot daarom om dan maar een dag in Brussel te blijven.
Tijd genoeg, dus dook hij de Bozarshop in en snuisterde lange tijd in de kunstboeken, verrukt over het duizelingwekkend aanbod klassieke CD's aldaar. Was dit ook niet het huis waar het wereldvermaarde concours Koningin Elisabeth doorging ?
Het werd stilaan vroeg namiddag en hij noteerde de Bozar in zijn agenda met stip. Voor als hij terugkwam.
Hogerop dan maar, nog steeds op zoek naar Manneke Pis. Bij het nemen van de bocht naar de Kunstberg stootte hij op een affiche en spandoek van Magritte, één van zijn lievelingsschilders.
Het verwonderde hem dat zijn Vlaamse vrienden nooit over Magritte hadden gepraat, laat staan over het bestaan van een heus museum van deze man. Hij wilde meteen naar binnen maar werd afgeleid door het Jugendstilpaleis links van hem. Zonder na te denken werd hij naar binnengezogen, bekeek de majestueuze hall en liet zich weerloos naar boven brengen tot in het restaurant, waar hij een kleinigheid nuttigde, maar niet uitgekeken raakte over het stadslandschap.
Snel naar Magritte, verbluft kwam hij buiten, het was al 17u, zou hij Manneke Pis nog halen, misschien sloot die om 18u ?
Hij besloot nog een dag langer te blijven. Dan volgden het Museum voor Schone Kunsten, de Belvue, het Justitiepaleis, de Marollen, de Vlooiemarkt. En hij besloot een week te blijven.
Het Jubelpark, de squares, het Hortahuis in Sint-Gillis, de markt van Molenbeek, de Zuidmarkt, de Ijskelders in Kuregem, Tour & Taxis. En hij besloot veertien dagen te blijven.
Hij had ondertussen het bestaan vernomen van de Filigranes, die zelfs op zondag open waren, passeerde in de Ateliers Mommen, ontdekte in die buurt het Jazzstation. De Nova en de Cinematek moest hij nog bezoeken, hij spendeerde een ganse week aan cinemabezoeken en leerde alzo de Sint-Hubertusgalerijen kennen en de Tropismes. 's Avonds proefde hij van de vele restaurants en de cafés waar altijd een gezellige ambiance heerste, vooral rond het St-Kathelijneplein. Via de stripmuren was het maar een stapje naar het Beeldverhalenmuseum : drie vliegen in één klap, prachtig huis, mooi museum, heerlijke stripwinkel, hij spendeerde teveel geld aan een ganse verzameling Kuifjes.
En hij besloot drie weken langer te blijven. Hij verdwaalde in het Zoniënwoud, bezocht de Botanique, ging picknicken in het Josaphat. Bezocht theatervoorstellingen in het Kaai en de KVS, makkelijk te volgen met de Engelse boventiteling, bewonderde de eindejaarsvoorstellingen van de Brusselse dansschool Parts.
Hij passeerde nog in de Hoog- en Blaesstraat met zijn tientallen brico-winkels : wat een weelde, hoe exotisch vond hij dit alles, al die grote hoge kasten, oude piano's, barkrukjes, al die prullerijen.
Ondertussen waren de festivals begonnen : haast iedere week. Jazzfestivals, Couleur café, filmfestivals, de Boterhammen, 11 juli met die leuke gele vlaggetjes, die je zomaar gratis kreeg. Wat een vrijgevig volk zijn die Belgen toch.
Nog steeds was hij niet bij Manneke Pis geraakt.
Uiteindelijk vertelde hij zijn Vlaamse vrienden dat hij in Brussel bleef wonen.
Dat verbaasde hen zeer.
"Jaja," zeiden ze, "maar zijt ge al in Kuregem of Molenbeek geweest ?"
"Neen," zei de Thai, "daar heb ik nog geen tijd voor gehad."
"En Manneke Pis ?" vroegen ze nog.
"Nooit gevonden."
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)