In het Zuidstation passeer ik door de anonieme poortjes die mij doorgang verschaffen naar de toiletten.
Als je hoognodig moet in de Midi voorzie dan maar gepast geld of je kan het schudden.
In Antwerpen-Berchem geeft de vriendelijke W.C.-mevrouw me het geld netjes terug.
De toiletten ruiken fris, de wasbak is kraaknet, de spiegel blinkt.
Wat is de meerwaarde van een W.C.-madam ?
De propere toiletten ?
Het gepast teruggeven ?
De blinkende spiegel ?
"Ik wens u nog een heel prettige dag," zegt ze bij het buitengaan.
Dat is het verschil tussen een Madam en een automatisch poortje.
zaterdag 12 februari 2011
donderdag 10 februari 2011
De oorlogscorrespondente
Het schriele meisje in café Rits zou moeiteloos tussen de deurgleuf kunnen glijden.
Ze praat snel en opgewonden maar het is een verstandige meid.
Er is meteen een vertrouwensband tussen ons en dat is vreemd. Ik ben op café namelijk geen sociaal dier maar iets bracht ons mekaar : we wachten beiden op dezelfde persoon en die komt niet opdagen.
Met een vader die drinkt en een zenuwzieke moeder, als kind alleen, heeft ze al zeer jong geleerd van zich af te bijten en tegelijk de zaak in handen te nemen. Daarbovenop moest ze ook nog een eigen leven leiden.
Veel hooi op een vork voor een kind van haar leeftijd.
Ze is niet naïef blijmoedig, maar evenmin gelaten. Het leven dient zich zo aan, daar fietst ze, zij het met hindernissen, behendig doorheen.
Ze studeert communicatiewetenschappen en heeft brandende ambities.
Ze wil oorlogscorrespondente worden in de verkrachte gebieden van Irak, Afghanistan of Soedan.
Allemaal heel vrouwvriendelijke regio's voor fragiele meisjes.
De kommaneukerij van de Wetstraat is niet aan haar besteed. Ginder gaat het over leven en dood, over regime's en ideologiën die wankelen. Daar is het kloppend hart van een wereld op drift.
Die schroeiende brandhaarden wil zij verslaan.
Ze meent het, het is geen opschepperij of naïef idealisme, ze gaat er helemaal voor gaan.
"Ben je dan niet bang ?", vraag ik.
"Natuurlijk ben ik bang, maar ik wil mijn afspraak met de geschiedenis niet missen," antwoordt ze nogal grootmoedig.
"En je familie ?". "Niemand zal mij missen, ze zullen amper merken dat ik er niet meer ben."
"Sterven moeten we allemaal, beter een kort en hevig leven dan een lang en steriel."
Ik durf het amper te vragen : een man, kinderen ?
"Neen, daar begin ik nooit aan, ik heb thuis genoeg miserie gezien."
Gaza, Beiroet of Bagdad, daar zwemt ze wel doorheen maar niet het huiselijk geweld : dat is een wonde voor het leven.
Ze praat snel en opgewonden maar het is een verstandige meid.
Er is meteen een vertrouwensband tussen ons en dat is vreemd. Ik ben op café namelijk geen sociaal dier maar iets bracht ons mekaar : we wachten beiden op dezelfde persoon en die komt niet opdagen.
Met een vader die drinkt en een zenuwzieke moeder, als kind alleen, heeft ze al zeer jong geleerd van zich af te bijten en tegelijk de zaak in handen te nemen. Daarbovenop moest ze ook nog een eigen leven leiden.
Veel hooi op een vork voor een kind van haar leeftijd.
Ze is niet naïef blijmoedig, maar evenmin gelaten. Het leven dient zich zo aan, daar fietst ze, zij het met hindernissen, behendig doorheen.
Ze studeert communicatiewetenschappen en heeft brandende ambities.
Ze wil oorlogscorrespondente worden in de verkrachte gebieden van Irak, Afghanistan of Soedan.
Allemaal heel vrouwvriendelijke regio's voor fragiele meisjes.
De kommaneukerij van de Wetstraat is niet aan haar besteed. Ginder gaat het over leven en dood, over regime's en ideologiën die wankelen. Daar is het kloppend hart van een wereld op drift.
Die schroeiende brandhaarden wil zij verslaan.
Ze meent het, het is geen opschepperij of naïef idealisme, ze gaat er helemaal voor gaan.
"Ben je dan niet bang ?", vraag ik.
"Natuurlijk ben ik bang, maar ik wil mijn afspraak met de geschiedenis niet missen," antwoordt ze nogal grootmoedig.
"En je familie ?". "Niemand zal mij missen, ze zullen amper merken dat ik er niet meer ben."
"Sterven moeten we allemaal, beter een kort en hevig leven dan een lang en steriel."
Ik durf het amper te vragen : een man, kinderen ?
"Neen, daar begin ik nooit aan, ik heb thuis genoeg miserie gezien."
Gaza, Beiroet of Bagdad, daar zwemt ze wel doorheen maar niet het huiselijk geweld : dat is een wonde voor het leven.
dinsdag 8 februari 2011
Gespot : een overenthousiaste Papa.
"Piep!", roept de man luid.
Het kind schrikt zich een aap en hij moet ze meteen troosten.
Dat was niet de bedoeling.
De vader speelt verstoppertje in het Fontainaspark, hij zoekt beschutting tussen de rij rechtopstaande bills.
Zijn dochtertje zocht het in een heel andere richting.
Ik heb ooit eens een ballon laten springen bij een klein neefje.
Lange jaren nog heeft het kind mij geassocieerd met die vreselijke ontploffing.
Het was goed bedoeld, net als deze olijke papa.
Het kind maakt het kind in ons wakker, alleen hebben wij veel meer macht, een loodzware stem en een enorm lijf.
Dat scheelt een flinke slok op een borrel als je deelneemt aan kinderspelletjes.
Het kind schrikt zich een aap en hij moet ze meteen troosten.
Dat was niet de bedoeling.
De vader speelt verstoppertje in het Fontainaspark, hij zoekt beschutting tussen de rij rechtopstaande bills.
Zijn dochtertje zocht het in een heel andere richting.
Ik heb ooit eens een ballon laten springen bij een klein neefje.
Lange jaren nog heeft het kind mij geassocieerd met die vreselijke ontploffing.
Het was goed bedoeld, net als deze olijke papa.
Het kind maakt het kind in ons wakker, alleen hebben wij veel meer macht, een loodzware stem en een enorm lijf.
Dat scheelt een flinke slok op een borrel als je deelneemt aan kinderspelletjes.
zondag 6 februari 2011
Blogshot : De Nachtstadswachters
Sinds de stadswachten ook tot ’s avonds laat rondkuieren in de Bloemenhofwijk heb ik het gevoel dat er meer rust is in de buurt.
Zeker in de voorhall van sommige blokken aan de Papenvest.
Ze zijn daarbij ook nog vriendelijk en doen mij een beetje denken aan de champetter uit Quick & Flupke. Ze doen hun best maar komen altijd net te laat als er weer eens glas rinkelt in de straat.
Zeker in de voorhall van sommige blokken aan de Papenvest.
Ze zijn daarbij ook nog vriendelijk en doen mij een beetje denken aan de champetter uit Quick & Flupke. Ze doen hun best maar komen altijd net te laat als er weer eens glas rinkelt in de straat.
Les Mauvais Blancs
“Hij heeft hem nooit gesoigneerd,” – ’t was den beste van den hoop.”
Het klopt, Rik, in de volksmond Ricky, was een rasvoetballer. Hij dribbelde de tegenstand moeiteloos op een hoopje en scoorde, vinger in de neus tot 1O of 11 doelpunten.
Hij werd al snel opgemerkt door de scouts van Anderlecht. En zo arriveerde de simpele volksjongen op een grauwe septemberavond aan de Grote Poort van het Paarse Walhalla. Hem wachtte een gouden toekomst.
De vader hangt met mij aan de toog. “Hij heeft het allemaal verkloot, ‘k heb er alles voor gedaan.”
De man hangt nog steeds aan de fles.
Het dorp was te klein. De nieuwe Maradonna was opgestaan, het dorp zwol in verkeerde trots en vader en opa deelden in de glorie. Blinde euforie.
Hij was één van de honderden jonge knapen die her en der werden weggeplukt.
Schaars zijn de doorzetters die naar het eerste elftal doorstoten of naar andere ploegen in de hogere reeksen.
De meeste genieten er een prima opleiding en vinden hun weg in bevordering of de hogere reeksen van hun provincie.
Maar bij Ricky was the sky the limit. Als iedereen je de hemel inprijst gaat men snel gaan zweven.
Het begon toen hij van het veld werd gehaald, talent zat, maar te lui om te werken en te trainen. Het ging allemaal vanzelf. Toen begon de vader amok te maken tegen de trainer, opa moesten ze ketenen.
Het ging van kwaad naar erger. De jonge knaap, nog barstenvol talent, was veel te vroeg gaan puberen. Hij kreeg de maniertjes van Eric Cantona en David Beckham, te snel met de meisjes, het wilde uitgaansleven.
Hij werd al vroeg gedumpt. Tweede klasse, godbetert derde klasse, het was te min.
Dan maar, uit verveling, terug naar de provinciale reeksen. Hij werd er weggehoond, de held van weleer werd beschimpt, de gevallen Engel. Te zwaar, te lui, te verwaand.
Ook daar liep het mis.
De vader dierf zich nog amper te tonen, opa speelde terug met de duiven.
Ricky speelt nu bij de Welkomboys, een beruchte caféploeg.
Ze verliezen altijd maar ze hebben de tijd van hun leven.
Alleen Ricky droomt soms nog even weg in de vunzige kleedkamers van het cafécircuit.
In zijn portefeuille bewaart hij nog de foto van de eerste kampioenstitel bij de kadetten van de Sporting. Het mauve-blanc is helemaal vergeeld.
“Les Mauvais Blancs” zong zijn vader altijd.
Hij heeft een beetje gelijk gekregen.
Het klopt, Rik, in de volksmond Ricky, was een rasvoetballer. Hij dribbelde de tegenstand moeiteloos op een hoopje en scoorde, vinger in de neus tot 1O of 11 doelpunten.
Hij werd al snel opgemerkt door de scouts van Anderlecht. En zo arriveerde de simpele volksjongen op een grauwe septemberavond aan de Grote Poort van het Paarse Walhalla. Hem wachtte een gouden toekomst.
De vader hangt met mij aan de toog. “Hij heeft het allemaal verkloot, ‘k heb er alles voor gedaan.”
De man hangt nog steeds aan de fles.
Het dorp was te klein. De nieuwe Maradonna was opgestaan, het dorp zwol in verkeerde trots en vader en opa deelden in de glorie. Blinde euforie.
Hij was één van de honderden jonge knapen die her en der werden weggeplukt.
Schaars zijn de doorzetters die naar het eerste elftal doorstoten of naar andere ploegen in de hogere reeksen.
De meeste genieten er een prima opleiding en vinden hun weg in bevordering of de hogere reeksen van hun provincie.
Maar bij Ricky was the sky the limit. Als iedereen je de hemel inprijst gaat men snel gaan zweven.
Het begon toen hij van het veld werd gehaald, talent zat, maar te lui om te werken en te trainen. Het ging allemaal vanzelf. Toen begon de vader amok te maken tegen de trainer, opa moesten ze ketenen.
Het ging van kwaad naar erger. De jonge knaap, nog barstenvol talent, was veel te vroeg gaan puberen. Hij kreeg de maniertjes van Eric Cantona en David Beckham, te snel met de meisjes, het wilde uitgaansleven.
Hij werd al vroeg gedumpt. Tweede klasse, godbetert derde klasse, het was te min.
Dan maar, uit verveling, terug naar de provinciale reeksen. Hij werd er weggehoond, de held van weleer werd beschimpt, de gevallen Engel. Te zwaar, te lui, te verwaand.
Ook daar liep het mis.
De vader dierf zich nog amper te tonen, opa speelde terug met de duiven.
Ricky speelt nu bij de Welkomboys, een beruchte caféploeg.
Ze verliezen altijd maar ze hebben de tijd van hun leven.
Alleen Ricky droomt soms nog even weg in de vunzige kleedkamers van het cafécircuit.
In zijn portefeuille bewaart hij nog de foto van de eerste kampioenstitel bij de kadetten van de Sporting. Het mauve-blanc is helemaal vergeeld.
“Les Mauvais Blancs” zong zijn vader altijd.
Hij heeft een beetje gelijk gekregen.
vrijdag 4 februari 2011
Gespot : De Omhelzing
Drie meisjes : een blondje, een roodharige en een dikkerdje wiens haarkleur ik me niet herinner omhelzen mekaar innig en hartverscheurend. Ze staan op de stoep vóór Hunting & Collecting terwijl ze mekaar omarmen. De plek is heel symbolisch.
Die gaan voor lange tijd uit mekaar. Ze vertrekken vanuit drie verschillende plekken op wereldreis en hebben terug afgesproken op 4 februari 2O12 in een blokhut aan de 78° NB in Ny Alesud, bij Spitsbergen. Daar zullen ze hetzelfde tafereel herhalen, en de inwijding in hun volwassen leven samen vieren bij een fles zelf gestookte zware drank.
"A tout à l'heure !", roept de rode naar de twee anderen, "Je serai là à 21uoo."
Binnen twee uur zien ze mekaar terug.
Ik heb mensen gekend die elkaar kusten naar en van het toilet. Dat was er ver over, maar dit komt aardig in de buurt.
Die gaan voor lange tijd uit mekaar. Ze vertrekken vanuit drie verschillende plekken op wereldreis en hebben terug afgesproken op 4 februari 2O12 in een blokhut aan de 78° NB in Ny Alesud, bij Spitsbergen. Daar zullen ze hetzelfde tafereel herhalen, en de inwijding in hun volwassen leven samen vieren bij een fles zelf gestookte zware drank.
"A tout à l'heure !", roept de rode naar de twee anderen, "Je serai là à 21uoo."
Binnen twee uur zien ze mekaar terug.
Ik heb mensen gekend die elkaar kusten naar en van het toilet. Dat was er ver over, maar dit komt aardig in de buurt.
woensdag 2 februari 2011
Stadsbrief : Hardnekkige kanker.
Beste Bruksel,
Vanochtend gepasseerd in de Predikheren, u weet wel, het pittoreske straatje aan het begin van het Ilôt Sacré.
U weet het wellicht niet, daarom maak ik er u graag attent op, maar de ganse linkerkant van deze straat is prijsgegeven aan de duiven. Onderaan en bovenaan.
Liep er geen Unesco-commissaris rond, heelder dagen in deze buurt, om één en ander te bewaken ?
Of heb ik dat verkeerd voor ?
Stadskankers : u blijft er stekeblind en potdoof voor. Op drie passen van de Grote Markt.
Het allerschoonste lelijke voorbeeld staat aan de andere kant van de Markt, boven de Capital Corner aan de Anspach, met ernstige uitzaaiingen tot in de eerste drie huizen van de Steenstraat.
Ook al vlakbij het Werelderfgoed.
Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan : welke zichzelf respecterende welvarende stad verwaarloost zo schaamteloos zijn Erfgoed ?
Shame on you.
Je, Pacha Kroet.
Vanochtend gepasseerd in de Predikheren, u weet wel, het pittoreske straatje aan het begin van het Ilôt Sacré.
U weet het wellicht niet, daarom maak ik er u graag attent op, maar de ganse linkerkant van deze straat is prijsgegeven aan de duiven. Onderaan en bovenaan.
Liep er geen Unesco-commissaris rond, heelder dagen in deze buurt, om één en ander te bewaken ?
Of heb ik dat verkeerd voor ?
Stadskankers : u blijft er stekeblind en potdoof voor. Op drie passen van de Grote Markt.
Het allerschoonste lelijke voorbeeld staat aan de andere kant van de Markt, boven de Capital Corner aan de Anspach, met ernstige uitzaaiingen tot in de eerste drie huizen van de Steenstraat.
Ook al vlakbij het Werelderfgoed.
Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan : welke zichzelf respecterende welvarende stad verwaarloost zo schaamteloos zijn Erfgoed ?
Shame on you.
Je, Pacha Kroet.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)