Grootgebracht in een gezin van welzijnswerkers had hij veel te goed opgelet.
Als jongste van de hoop wilde hij bovendien de beste zijn van de klas.
Hij woonde in één van de drukke straten tussen Ribeaucourt en de Henegouwenkaai.
Een verstandige jongeman met, zoals dat heet, een hart van goud.
Hij wilde meteen de wijk opfleuren en de buren leren kennen. Zijn fiets liet hij in het begin gewoon voor de deur staan. Zonder slot. In blind vertrouwen, dat vertrouwen vertrouwen schept.
Na een tijdje had hij dit afgeleerd, dan kwamen ze zijn fiets lenen, deze kwam niet terug, ofwel werd er een andere velo afgeleverd. Soms stond hij verhakkeld voor de deur.
Hij verloor alle ontzag bij de hangjongeren uit zijn buurt.
De ouderen hadden hem al een aantal keren gewaarschuwd : "Ge moet niet met uw voeten laten spelen."
Maar hij had er geen oren naar, hij was toch geen racist ?
Iedereen was welkom, ze kwamen eten en drinken. Er was amper tijd om te blokken.
Zijn vrienden keken ernaar met afgrijzen : "Ge zijt zo naïef als een blind kieken, alleman profiteert van u."
Zijn stek werd gebruikt om te dealen, hij liet het allemaal begaan.
Hij wilde overeind blijven in de Maghrebijnse buurt aan de Zwarte Vijvers en tegelijk missioneren : open-deur, genereus - niet alle Vlamingen zijn xenofoben nietwaar.
Zo verwerd hij de nar van de straat.
Toen zijn stereo en GSM werden ontvreemd moest hij met hangende pootjes afdruipen.
Zijn broer is hem komen verhuizen.
"Respect afdwingen begint met respect voor jezelf," had een straathoekwerker hem nog gezegd.
Maar hij was te goed opgevoed.
dinsdag 15 maart 2011
zondag 13 maart 2011
Gespot : Roken is niet gezond !
Buiten roken is heel ongezond. Dat weet iedereen.
In de tochtige trechter onder de Philipsbuilding aan de Brouckère staan de collegae van Partena naarstig te smoren. Het contrast tussen de bloedhete bureau's en de stilstand op het ijskoude trottoir is enorm.
Gegarandeerd heeft de helft van de rokers volgende week een zware verkoudheid, bronchitis of longontsteking. Dat kost de sociale zekerheid handenvol geld en schaadt de goede werking van het bedrijf.
Werkgevers ! Denk aan de gezondheid van uw rokend personeel ! Gun ze een plekje onder de zon !
In de tochtige trechter onder de Philipsbuilding aan de Brouckère staan de collegae van Partena naarstig te smoren. Het contrast tussen de bloedhete bureau's en de stilstand op het ijskoude trottoir is enorm.
Gegarandeerd heeft de helft van de rokers volgende week een zware verkoudheid, bronchitis of longontsteking. Dat kost de sociale zekerheid handenvol geld en schaadt de goede werking van het bedrijf.
Werkgevers ! Denk aan de gezondheid van uw rokend personeel ! Gun ze een plekje onder de zon !
vrijdag 11 maart 2011
De Bastaards
In Déstockage Dod aan de Gentsesteenweg maken drie Serviërs de rayons onveilig.
De kleine geblokte is kortgeschoren met een karkas waarbij Rundskop verbleekt tot een dronken zweefvliegje. Hij heeft een knoert van een litteken op zijn wang welke niet van de hond is.
De jongeman draagt een camouflagebroek en een zware leren vest met hoge kraag.
Hij is vergezeld van een oudere man, eveneens in gevechtskledij, met een kakipet en een heupzakje, te groot voor een GSM, te klein om boodschappen in op te bergen.
De vrouw, wiens positie en leeftijd onbestemd is - ze kan de moeder zijn van de kortgeschoren gorilla maar tevens de vrouw van de oudere man - is zwaar geblondeerd.
Ze draagt een gebloemd sjaaltje en kijkt immens droef, zoals vele vrouwen uit die regio.
Af en toe kijken ze schichtig opzij over de rekken alsof ze bang zijn ontdekt te worden.
Dat hebben ze geleerd in de loopgraven.
De jongste was ongetwijfeld sniper in de heuvels van Sarajevo waar hij hoog en droog op de weerloze burgers schoot als ware het konijnen aan een lichtbak.
Het voert mij in geen tijd terug naar Bosnië-Herzegovina. Ik zat op de trein tussen Budapest en Sarajevo.
Onderweg stopte de trein talloze keren op vreemde plekken.
Plots kwamen uit het struikgewas tientallen passagiers tevoorschijn, niemand verliet de trein.
Aardedonker, nergens een perron.
De ganse rit, meer dan tien uur, bleven de deuren van de trein wijdopen.
Even vóor de Bosnische hoofdstad stopte de trein en bleef een halfuur stilstaan. Ik ging poolshoogte nemen, nergens een machinist of treinwachter te bespeuren. Na enige tijd vertrok de spooktrein opnieuw.
De oorlog was toen al tien jaar voorbij.
De twee passagiers uit Sarajevo wijzen naar de heuvels :
"Kijk, ginderachter is de Bosnisch-Servische republiek en ginder de moslim-Kroatische federatie.
Ik kom uit een half-Kroatisch, half moslim gezin, ik ben zoals goede wijn : gemixt. Welke is mijn identiteit ?"
En hij lacht.
In Déstockage Dod zijn de drie Serviërs klaar met passen.
Ze betalen cash en zeggen keurig au revoir.
In deze stad zullen ze leren dat het scheldwoord Bastaard een eretitel is.
De kleine geblokte is kortgeschoren met een karkas waarbij Rundskop verbleekt tot een dronken zweefvliegje. Hij heeft een knoert van een litteken op zijn wang welke niet van de hond is.
De jongeman draagt een camouflagebroek en een zware leren vest met hoge kraag.
Hij is vergezeld van een oudere man, eveneens in gevechtskledij, met een kakipet en een heupzakje, te groot voor een GSM, te klein om boodschappen in op te bergen.
De vrouw, wiens positie en leeftijd onbestemd is - ze kan de moeder zijn van de kortgeschoren gorilla maar tevens de vrouw van de oudere man - is zwaar geblondeerd.
Ze draagt een gebloemd sjaaltje en kijkt immens droef, zoals vele vrouwen uit die regio.
Af en toe kijken ze schichtig opzij over de rekken alsof ze bang zijn ontdekt te worden.
Dat hebben ze geleerd in de loopgraven.
De jongste was ongetwijfeld sniper in de heuvels van Sarajevo waar hij hoog en droog op de weerloze burgers schoot als ware het konijnen aan een lichtbak.
Het voert mij in geen tijd terug naar Bosnië-Herzegovina. Ik zat op de trein tussen Budapest en Sarajevo.
Onderweg stopte de trein talloze keren op vreemde plekken.
Plots kwamen uit het struikgewas tientallen passagiers tevoorschijn, niemand verliet de trein.
Aardedonker, nergens een perron.
De ganse rit, meer dan tien uur, bleven de deuren van de trein wijdopen.
Even vóor de Bosnische hoofdstad stopte de trein en bleef een halfuur stilstaan. Ik ging poolshoogte nemen, nergens een machinist of treinwachter te bespeuren. Na enige tijd vertrok de spooktrein opnieuw.
De oorlog was toen al tien jaar voorbij.
De twee passagiers uit Sarajevo wijzen naar de heuvels :
"Kijk, ginderachter is de Bosnisch-Servische republiek en ginder de moslim-Kroatische federatie.
Ik kom uit een half-Kroatisch, half moslim gezin, ik ben zoals goede wijn : gemixt. Welke is mijn identiteit ?"
En hij lacht.
In Déstockage Dod zijn de drie Serviërs klaar met passen.
Ze betalen cash en zeggen keurig au revoir.
In deze stad zullen ze leren dat het scheldwoord Bastaard een eretitel is.
dinsdag 8 maart 2011
Gespot : De Vernieling
Er is een nieuwe rage in de stad.
Vanochtend werd het groene paaltje op mijn voetpad met wortel en tak uitgerukt en als een trofee neergelegd voor mijn deur.
Wat verder in het Fontainasparkje werden twee vuilbakken van de pot gerukt.
Men wil blijkbaar ras le bol maken met de ijver van de stad om straten en pleinen te fatsoeneren.
Of gaat men er vanuit dat door het verwijderen van vuilbakken het vuilnis zich vanzelf oplost ?
Ieder neemt zijn vuiligheid mee naar huis.
Zonder verkeerspaaltjes gaat iedereen in het vervolg keurig parkeren naast het voetpad.
Mijn stad gaat er op vooruit.
De burgers nemen zelf het heft in handen.
Pas de gouvernement ? On se débrouille nous-mêmes.
Vanochtend werd het groene paaltje op mijn voetpad met wortel en tak uitgerukt en als een trofee neergelegd voor mijn deur.
Wat verder in het Fontainasparkje werden twee vuilbakken van de pot gerukt.
Men wil blijkbaar ras le bol maken met de ijver van de stad om straten en pleinen te fatsoeneren.
Of gaat men er vanuit dat door het verwijderen van vuilbakken het vuilnis zich vanzelf oplost ?
Ieder neemt zijn vuiligheid mee naar huis.
Zonder verkeerspaaltjes gaat iedereen in het vervolg keurig parkeren naast het voetpad.
Mijn stad gaat er op vooruit.
De burgers nemen zelf het heft in handen.
Pas de gouvernement ? On se débrouille nous-mêmes.
zondag 6 maart 2011
Het zwarte meisje en de chocoladeverpakking
Het zwarte meisje tegenover mij is eerder sjofel gekleed. Haar moeder heeft de hese stem van Tina Turner maar haar lijf neigt eerder naar Mahalia Jackson.
Ze stift haar lippen met een witte stick. Ze draagt tevens een helwitte bril en halssnoer.
Black meets White.
Het kind heeft net een blanke reep chocolade verorberd, ze verwijdert de folie maar bewaart de gekleurde verpakking. Ze bekijkt het even, trekt haar wenkbrauwen hoog met de gespeelde verwondering waarvan alleen Afrikanen het geheim kennen.
Ze heeft slechts een ogenblik vandoen om het banale papiertje te vermaken tot een opwindend speeldgoedje.
Ze plooit de verpakking in twee en maakt er vervolgens een klein scheurtje in.
Als ze het nadien openvouwt heeft ze een handig doorkijkje getoverd waarmee ze sans risque de hele tram kan bespieden.
Ze heeft mij eerst in het vizier. Ze veronderstelt dat ze niet opgemerkt wordt maar een geoefende luisteraar als ik voel meteen wie er kijkt. Overspannen zintuigen.
Ik gebaar van kromme haas en laat haar een poosje in het ongewisse. Ze bestudeert mij van kop tot teen.
Totaal onverwacht kijk ik haar plots aan en knipoog.
Daarop verandert ze het formaat en houdt het papiertje nu verticaal omhoog. Dat lijkt haar een verdekter opstelling.
Nadat ze een foto heeft genomen verzint ze terplaatse een nieuwe insteek. Ze rolt de verpakking en vervaardigt alzo een handige verrekijker. Zij beantwoordt mijn glimlach. Ze heeft de tijd van haar leven.
Met een flinterdun papiertje een hele nieuwe wereld toveren.
Daarbovenop de genen van Tina Turner en Mahalia Jackson :
we gaan nog horen van dit kind.
Ze stift haar lippen met een witte stick. Ze draagt tevens een helwitte bril en halssnoer.
Black meets White.
Het kind heeft net een blanke reep chocolade verorberd, ze verwijdert de folie maar bewaart de gekleurde verpakking. Ze bekijkt het even, trekt haar wenkbrauwen hoog met de gespeelde verwondering waarvan alleen Afrikanen het geheim kennen.
Ze heeft slechts een ogenblik vandoen om het banale papiertje te vermaken tot een opwindend speeldgoedje.
Ze plooit de verpakking in twee en maakt er vervolgens een klein scheurtje in.
Als ze het nadien openvouwt heeft ze een handig doorkijkje getoverd waarmee ze sans risque de hele tram kan bespieden.
Ze heeft mij eerst in het vizier. Ze veronderstelt dat ze niet opgemerkt wordt maar een geoefende luisteraar als ik voel meteen wie er kijkt. Overspannen zintuigen.
Ik gebaar van kromme haas en laat haar een poosje in het ongewisse. Ze bestudeert mij van kop tot teen.
Totaal onverwacht kijk ik haar plots aan en knipoog.
Daarop verandert ze het formaat en houdt het papiertje nu verticaal omhoog. Dat lijkt haar een verdekter opstelling.
Nadat ze een foto heeft genomen verzint ze terplaatse een nieuwe insteek. Ze rolt de verpakking en vervaardigt alzo een handige verrekijker. Zij beantwoordt mijn glimlach. Ze heeft de tijd van haar leven.
Met een flinterdun papiertje een hele nieuwe wereld toveren.
Daarbovenop de genen van Tina Turner en Mahalia Jackson :
we gaan nog horen van dit kind.
vrijdag 4 maart 2011
Gespot : L'Anarchie Belge
"...on ne peut pas fumer ici ?" vraag ik aan de waard van 'La Plume' op het Vossenplein.
Overal in het café hangen roodwitte verbodstickers, aan de voordeur, naast de toog, boven iedere tafel.
De klanten lachen zich een bult.
Hij monstert mij heel even en waait mijn opmerking weg door een breed handgebaar :
".....pffffft.. on s'en fout. Pas de gouvernement, plus de règles !
Entrez monsieur, vous pouvez fumer autant que vous voulez."
L'anarchie Belge in het hart van de Marollen.
Overal in het café hangen roodwitte verbodstickers, aan de voordeur, naast de toog, boven iedere tafel.
De klanten lachen zich een bult.
Hij monstert mij heel even en waait mijn opmerking weg door een breed handgebaar :
".....pffffft.. on s'en fout. Pas de gouvernement, plus de règles !
Entrez monsieur, vous pouvez fumer autant que vous voulez."
L'anarchie Belge in het hart van de Marollen.
dinsdag 1 maart 2011
Het UZ en het éclairke
Een blonde vrouw weent in haar rolstoel. Ze is vastgebonden aan de stoel met een infuus alsof haar leven aan een zijden draadje hangt. Een mix van pijn en verdriet.
Net als het meisje dat aan magerzucht lijdt. Ze kijkt in een peilloze diepte, alleen door haar waarneembaar.
Haar papa verorbert een lauw broodje. Waarom zijn de voorverpakte broodjes in het UZ lauw als ze uit de frigo op je bord terechtkomen ?
Klinieken, je mijdt bij voorkeur die oorden. Toch slaagde mijn moeder erin van ieder ziekenbezoek een feestje te maken.
Ongeacht de toestand van de bezochte, de verwantschap of leeftijd, het weze bevalling of terminale longkanker : ieder bezoek werd steevast besloten met koffie en gebak.
"Kom, we gaan nog een goei sjat koffie koffie drinken met een pateeken."
Waarvoor dienden die cafetaria anders in muffe klinieken ?
Nooit heb ik een kliniek betreden zonder dat in mijn hoofd de gedachte speelde aan een heerlijk kwarke, een flan of verse abrikozentaart. Nooit bedrogen.
Het is een manier om het kwaad te bezweren. Om de tristesse te doven : het ultieme bakje troost.
Dat heet Levenskunst.
Het moet niet altijd Montaigne of Joep Dohmen zijn.
Café Noir en een éclairke : daar kan de Dalai Lama niet aan nippen.
Net als het meisje dat aan magerzucht lijdt. Ze kijkt in een peilloze diepte, alleen door haar waarneembaar.
Haar papa verorbert een lauw broodje. Waarom zijn de voorverpakte broodjes in het UZ lauw als ze uit de frigo op je bord terechtkomen ?
Klinieken, je mijdt bij voorkeur die oorden. Toch slaagde mijn moeder erin van ieder ziekenbezoek een feestje te maken.
Ongeacht de toestand van de bezochte, de verwantschap of leeftijd, het weze bevalling of terminale longkanker : ieder bezoek werd steevast besloten met koffie en gebak.
"Kom, we gaan nog een goei sjat koffie koffie drinken met een pateeken."
Waarvoor dienden die cafetaria anders in muffe klinieken ?
Nooit heb ik een kliniek betreden zonder dat in mijn hoofd de gedachte speelde aan een heerlijk kwarke, een flan of verse abrikozentaart. Nooit bedrogen.
Het is een manier om het kwaad te bezweren. Om de tristesse te doven : het ultieme bakje troost.
Dat heet Levenskunst.
Het moet niet altijd Montaigne of Joep Dohmen zijn.
Café Noir en een éclairke : daar kan de Dalai Lama niet aan nippen.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)