"Ik zorg altijd dat ik een slipje scheefsla vóor het afgeraakt," zegt een opgeschoten blonde jongeman.
Hij heeft iets vertederends, breekbaar, ik begrijp dat veel meisjes voor hem hun slipje laten vallen.
Hij wekt ongetwijfeld moederlijke gevoelens op. Sommige meisjes vallen daar voor, het zijn jongens die eindeloos worden vertroeteld en altijd laten ze een puinhoop achter als ze er bruusk mee kappen.
Maar schijn bedriegt, dat weten we allemaal. Venten met een rauwe bast kunnen engeltjes zijn en fragiele jongens kunnen stiekeme perverten zijn. In de Monk kan ik zo meeluisteren en gewoon registreren.
De andere lacht er even mee. "Gij zijt ook ne rare kwiet, als 't een schoon is houd ik hooguit haar fotooke bij, maar broekskes mààt..".
"Ik krijg d'er ne kick van," zegt de slipjongen. "En ne stijve misschien ?"
"Dat valt voor."
"En wa doe daar dan mee ? Omhoog hangen op uw kamer ?"
"Zijdezot, als mijn moetje daar op uitkomt vermoordt ze mij."
"Nee, maar serieus, wat doededaarmee ?" - "Niks, 't zijn mijn scalpen," zegt de andere.
"Ge zijt zot."
Wat later komt een vriendinnetje aanschuiven. Ze kust beide jongens op de wang.
De fanaat verandert meteen van onderwerp, het slipje wordt netjes opgeborgen.
Maar zijn maat wil de andere wat oppoken.
"Moedenuwaweten, hij houdt slipjes bij van zijn oude lieven."
"Fuck man, zwijgt toch ne keer.."
"Allé," zegt het meisje, "ik zou dat van mij nooit afgeven, zo'n vieze gewoonte."
"Gij gelooft dat toch niet," zegt de verzamelaar, "'t was maar om te lachen, ik heb da gelezen in een boek van Bukowski."
Als het meisje opstapt maakt de collectioneur zich dik : "Smeerlap, moetgedanu aan alleman gaan bazuinen."
"Wattist, zijde beschaamd ?"
"Neen, maar aan een wijf moededanievertellen. Straks krijg ik nog ne naam bij de branken."
Dat geeft de andere inspiratie : "Ahje, de slipstream van de Joris, of The Slipper, klinkt een beetje als the Sniper."
"Zot, begint nie hé."
Hij lacht smakelijk, maar The Slipper kijkt ongerust.
"Weedewat, verkoopt ze man, da's kunst. Kutkunst."
Daarop beginnen ze over de voetbal maar dan ben ik allang weg.
dinsdag 26 april 2011
zondag 24 april 2011
Gespot
Een ontkroesde zwarte man en een blanke met overvloedig Rasta-kapsel omhelzen mekaar innig op de trappen van de beurs. Het omgekeerde verschil op Paaszondag.
vrijdag 22 april 2011
Het Maatschappelijk Werk
"...de Waalse regering smijt het geld door deuren en vensters".
Ik hoor het op het terras van Le Chop Inn, uitgerekend de RTBF heeft dit opgepikt uit de mond van een MR-oppositielid.
Ik merk er geen bliksem van op de Place Rouppe.
Geen mens die aan tafel schuift bij de Comme Chez Soi op het middaguur.
Al zeker niet de vier Afrikaanse mannen die buitenkomen bij de "Brusseleer". Ze dragen dure zwartlederen aktentassen met daarin profijtige cursussen Nederlands voor beginnelingen. Ze zijn onberispelijk gekleed, gewichtig voortschrijdend alsof ze net zwaar hebben onderhandeld over de onrechtvaardige voedselprijzen op het Afrikaanse continent.
Ze glimmen als mahoniehout en ruiken naar zoetzure Carambolas.
De sneeuwwitte poedel van het café is heel nerveus en dat heeft alles te maken met de schreeuwerige muzak die radio Contact uitbraakt over het kalme plein.
Vrijwel iedereen is op vakantie. Lege terrassen, jonge moeders met krullebollen op hun arm die vriendelijk wuiven. Ze zijn gehaast, de moeders.
Een dikke matrone heeft voorverpakte bloemen gekocht in de Zeeman. In schril contrast met de zware madam is het meisje dat lijdt aan anorexia en veel te dik gekleed gaat op de warmste lentedag van dit voorjaar.
De jonge platanen pronken met hun frisgroene tinten.
Een Arabische man passeert, zijn vrouw loopt gedwee achter hem, ze draagt net geen boerka.
Als hij stopt voor de vitrine van Rijschool Boël blijft ze staan op veilige afstand van haar echtgenoot.
Onwaarschijnlijk dat hij ze gaat inschrijven, tenzij hij achteraan mag postvatten in de wagen tijdens de rijlessen. Dan zit zij wel vooraan. Ingewikkeld.
Een oude man verzet zijn fiets, hij heeft heel veel tijd nodig om het slot los te prutsen en evenveel tijd om het vijf meter verder terug vast te maken aan de tralies van het herenhuis naar Boël.
Hij draagt een versleten trainingsbroek en een zware grijze pull.
Het is een ritueel welke zich iedere dag voltrekt op het middaguur, het breekt zijn dag.
Bij ontsteltenis van een hondje wordt de velo verplaatst.
Aan de Houtsiplou is een maatschappelijk werkster druk in de weer met een man op leeftijd.
Ze neemt de papieren ter hand, verklaart één en ander en wijst hem vervolgens de weg.
Hij bekijkt de papieren, gaat met zijn wijsvinger over het formulier en verzoekt opnieuw.
Ze legt het nogmaals omstandig uit. Hij aarzelt, vraagt nog wat verduidelijking. Hij toont, zij corrigeert.
Voor de derde keer maakt ze hem wegwijs. Hij wijst weer naar het papier, ze bekijkt het opnieuw en vertrekt. Als ze hem groet heeft hij nog een onduidelijkheid gevonden. Ze keert terug, ietwat ongeduldig.
Ik heb allang begrepen dat zij niet doorheeft dat hij het meteen doorhad.
Hij vraagt gewoon om een koffie te gaan drinken met hem.
Het spreekt voor zich : daar hoeft geen verdere uitleg bij.
Ik hoor het op het terras van Le Chop Inn, uitgerekend de RTBF heeft dit opgepikt uit de mond van een MR-oppositielid.
Ik merk er geen bliksem van op de Place Rouppe.
Geen mens die aan tafel schuift bij de Comme Chez Soi op het middaguur.
Al zeker niet de vier Afrikaanse mannen die buitenkomen bij de "Brusseleer". Ze dragen dure zwartlederen aktentassen met daarin profijtige cursussen Nederlands voor beginnelingen. Ze zijn onberispelijk gekleed, gewichtig voortschrijdend alsof ze net zwaar hebben onderhandeld over de onrechtvaardige voedselprijzen op het Afrikaanse continent.
Ze glimmen als mahoniehout en ruiken naar zoetzure Carambolas.
De sneeuwwitte poedel van het café is heel nerveus en dat heeft alles te maken met de schreeuwerige muzak die radio Contact uitbraakt over het kalme plein.
Vrijwel iedereen is op vakantie. Lege terrassen, jonge moeders met krullebollen op hun arm die vriendelijk wuiven. Ze zijn gehaast, de moeders.
Een dikke matrone heeft voorverpakte bloemen gekocht in de Zeeman. In schril contrast met de zware madam is het meisje dat lijdt aan anorexia en veel te dik gekleed gaat op de warmste lentedag van dit voorjaar.
De jonge platanen pronken met hun frisgroene tinten.
Een Arabische man passeert, zijn vrouw loopt gedwee achter hem, ze draagt net geen boerka.
Als hij stopt voor de vitrine van Rijschool Boël blijft ze staan op veilige afstand van haar echtgenoot.
Onwaarschijnlijk dat hij ze gaat inschrijven, tenzij hij achteraan mag postvatten in de wagen tijdens de rijlessen. Dan zit zij wel vooraan. Ingewikkeld.
Een oude man verzet zijn fiets, hij heeft heel veel tijd nodig om het slot los te prutsen en evenveel tijd om het vijf meter verder terug vast te maken aan de tralies van het herenhuis naar Boël.
Hij draagt een versleten trainingsbroek en een zware grijze pull.
Het is een ritueel welke zich iedere dag voltrekt op het middaguur, het breekt zijn dag.
Bij ontsteltenis van een hondje wordt de velo verplaatst.
Aan de Houtsiplou is een maatschappelijk werkster druk in de weer met een man op leeftijd.
Ze neemt de papieren ter hand, verklaart één en ander en wijst hem vervolgens de weg.
Hij bekijkt de papieren, gaat met zijn wijsvinger over het formulier en verzoekt opnieuw.
Ze legt het nogmaals omstandig uit. Hij aarzelt, vraagt nog wat verduidelijking. Hij toont, zij corrigeert.
Voor de derde keer maakt ze hem wegwijs. Hij wijst weer naar het papier, ze bekijkt het opnieuw en vertrekt. Als ze hem groet heeft hij nog een onduidelijkheid gevonden. Ze keert terug, ietwat ongeduldig.
Ik heb allang begrepen dat zij niet doorheeft dat hij het meteen doorhad.
Hij vraagt gewoon om een koffie te gaan drinken met hem.
Het spreekt voor zich : daar hoeft geen verdere uitleg bij.
woensdag 20 april 2011
Gespot : een beetje rum
De Marokkaanse kruidenier blijft verstrikt in een zware hoestbui.
Hij verslikt zich ook regelmatig in charmant gebrekkig Nederlands.
"Ik heb een beetje rum," zegt hij.
"Tja," antwoord ik, "dat kan wel helpen, maar als de hoest blijft duren moet ge toch maar hoestsiroop proberen."
"Pardon ?"
"Contre le rhume."
"Ahja."
Hij verslikt zich ook regelmatig in charmant gebrekkig Nederlands.
"Ik heb een beetje rum," zegt hij.
"Tja," antwoord ik, "dat kan wel helpen, maar als de hoest blijft duren moet ge toch maar hoestsiroop proberen."
"Pardon ?"
"Contre le rhume."
"Ahja."
maandag 18 april 2011
Zondagsmis
struikelend over
vette medeklinkers
die als zware keien
knetteren over de trappen
van de ondoorgrondelijke kerk
op zondagochtend in de rue Lepage
vrouwen met gebloemde
sjaaltjes en gele
paasbloemen lachen
hagelwitte tanden bloot
mannen piekfijn en zwart
praten luid en donker
de zon weifelt
op zondagochtend in de rue Lepage
vette medeklinkers
die als zware keien
knetteren over de trappen
van de ondoorgrondelijke kerk
op zondagochtend in de rue Lepage
vrouwen met gebloemde
sjaaltjes en gele
paasbloemen lachen
hagelwitte tanden bloot
mannen piekfijn en zwart
praten luid en donker
de zon weifelt
op zondagochtend in de rue Lepage
zaterdag 16 april 2011
De bedelende KSA-leider
De blozende KSA-leider is gehaast, maar de gewiekste rolstoelbedelaar heeft zijn timide blik ontwaard en vangt hem in zijn kreupele web.
"Un peu de monnaie, svp, j'ai faim." Hij kijkt hem aan met de blik van een verschopte herdershond.
De jongen, deugdzaam grootgebracht en voortreffelijk opgeleid in de jeugdbeweging voelt de brandende blikken van de JongKnapen in de rug. Hij wil niet afgaan.
"Je m'excuse, mais j'ai pas de monnaie". Dat is een handige kwakkel, al te vaak gebruikt echter, waarop de door de wol geverfde bedelaar is voorbereid.
"Je peux vous rembourser."
Dat is een heel verrassend antwoord : nooit een bedelaar gezien die zijn gevulde portefeuille bovenhaalde om de gulle gever wisselgeld te overhandigen.
De jongen, nog steeds gehaast - de plicht roept - diept twintig euro uit zijn ribfluwelen korte broek.
"Rends-moi 18 euro," zegt hij.
De man haalt inderdaad geld tevoorschijn uit zijn vestzakje, zij het slechts tien euro.
De jongen twijfelt even, 1O euro, dat is een hele dikke fooi.
"J'ai besoin l'autre argent," zegt hij ietwat beduusd.
"Je n'ai que 1O euro," antwoordt de man en wil zich keren.
De jongen dringt aan, "j'ai vraiment besoin l'argent."
Het tafereel kantelt nu helemaal : de gever schooit bij de bedelaar.
Maar de man gebaart van kromme haas en maakt zich uit de voeten.
Altijd vette vissen op zondagochtend in het Centraal Station, de man weet zijn moment te kiezen.
"Monsieur svp," probeert de KSA-leider nog.
Als een hazewind gaat de gebrekkige er vandoor.
De jongen bloost nog heviger.
Hij slaat een mal figuur door een bedelende rolstoelgebruiker te molesteren.
Hij zal geld moeten lenen om de dag door te komen.
"Un peu de monnaie, svp, j'ai faim." Hij kijkt hem aan met de blik van een verschopte herdershond.
De jongen, deugdzaam grootgebracht en voortreffelijk opgeleid in de jeugdbeweging voelt de brandende blikken van de JongKnapen in de rug. Hij wil niet afgaan.
"Je m'excuse, mais j'ai pas de monnaie". Dat is een handige kwakkel, al te vaak gebruikt echter, waarop de door de wol geverfde bedelaar is voorbereid.
"Je peux vous rembourser."
Dat is een heel verrassend antwoord : nooit een bedelaar gezien die zijn gevulde portefeuille bovenhaalde om de gulle gever wisselgeld te overhandigen.
De jongen, nog steeds gehaast - de plicht roept - diept twintig euro uit zijn ribfluwelen korte broek.
"Rends-moi 18 euro," zegt hij.
De man haalt inderdaad geld tevoorschijn uit zijn vestzakje, zij het slechts tien euro.
De jongen twijfelt even, 1O euro, dat is een hele dikke fooi.
"J'ai besoin l'autre argent," zegt hij ietwat beduusd.
"Je n'ai que 1O euro," antwoordt de man en wil zich keren.
De jongen dringt aan, "j'ai vraiment besoin l'argent."
Het tafereel kantelt nu helemaal : de gever schooit bij de bedelaar.
Maar de man gebaart van kromme haas en maakt zich uit de voeten.
Altijd vette vissen op zondagochtend in het Centraal Station, de man weet zijn moment te kiezen.
"Monsieur svp," probeert de KSA-leider nog.
Als een hazewind gaat de gebrekkige er vandoor.
De jongen bloost nog heviger.
Hij slaat een mal figuur door een bedelende rolstoelgebruiker te molesteren.
Hij zal geld moeten lenen om de dag door te komen.
woensdag 13 april 2011
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)