zondag 15 mei 2011
zaterdag 14 mei 2011
Het verhangen Kind
In de Kazernestraat hangt het kind, vier hoog. Een blond meisje in een gebloemd jurkje.
Ze hangt aan een fijn koordje te bengelen, fragiel maar sterk genoeg om haar lichte lijfje te schragen.
Hoe oud zou ze zijn ? Vier jaar, vijf jaar wellicht.
De ruiten zijn bestoft, het raam staat op een kier. Duiven houden grote sier in het lege appartement.
Wie heeft de pop hier achtergelaten ?
Een kind, verscheurd door de echtscheiding ? Niet wetend voor wie, of niet mogen kiezen heeft ze haar eigen kind, een weerloze pop, opgehangen om haar het leed te besparen voor wat ze zelf voelt.
Of was het machteloze woede ? Zoals sommige moeders uit wanhoop hun bloedeigen kind versmoren.
Of omdat ze het verstandiger vond haar colère te koelen op de pop inplaats van op zichzelf, zoals de wanhopige tienerjongen uit Tienen ?
Misschien moest het kind noodgedwongen verhuizen en nam op een hartverscheurende wijze afscheid van haar pop die ze niet wilde verkassen ?
Werd de pop opgehangen als relikwie ? Als behoedster van het huis ? Als archivaris van de herinneringen ?
Ondanks de ruzie in huis waren er ook warme tijden, geborgenheid, feestelijke momenten.
Het kind wil het bewaren in haar pop, op de hoogste verdieping.
Elke keer als ze passeert wuift ze nog. Even maar.
Het lijkt alsof ze beweegt, de wind die speelt in de wimpers van de pop.
Ze knipoogt naar het meisje op het trottoir.
De onbevangen blik van een kind.
Ze hangt aan een fijn koordje te bengelen, fragiel maar sterk genoeg om haar lichte lijfje te schragen.
Hoe oud zou ze zijn ? Vier jaar, vijf jaar wellicht.
De ruiten zijn bestoft, het raam staat op een kier. Duiven houden grote sier in het lege appartement.
Wie heeft de pop hier achtergelaten ?
Een kind, verscheurd door de echtscheiding ? Niet wetend voor wie, of niet mogen kiezen heeft ze haar eigen kind, een weerloze pop, opgehangen om haar het leed te besparen voor wat ze zelf voelt.
Of was het machteloze woede ? Zoals sommige moeders uit wanhoop hun bloedeigen kind versmoren.
Of omdat ze het verstandiger vond haar colère te koelen op de pop inplaats van op zichzelf, zoals de wanhopige tienerjongen uit Tienen ?
Misschien moest het kind noodgedwongen verhuizen en nam op een hartverscheurende wijze afscheid van haar pop die ze niet wilde verkassen ?
Werd de pop opgehangen als relikwie ? Als behoedster van het huis ? Als archivaris van de herinneringen ?
Ondanks de ruzie in huis waren er ook warme tijden, geborgenheid, feestelijke momenten.
Het kind wil het bewaren in haar pop, op de hoogste verdieping.
Elke keer als ze passeert wuift ze nog. Even maar.
Het lijkt alsof ze beweegt, de wind die speelt in de wimpers van de pop.
Ze knipoogt naar het meisje op het trottoir.
De onbevangen blik van een kind.
donderdag 12 mei 2011
Gespot : Schijn Bedriegt
In de Kartuizersstraat kom ik een hele dunne man tegen die een Duitse Herder aan de leiband heeft.
Het contrast tussen beide kan niet groter zijn.
Als er een fikse wind opsteekt begrijp ik één en ander.
Schijn bedriegt.
De hond houdt de iele man met zijn twee voeten op de grond.
Het is niet de man die met de hond wandelt, welintegendeel het is de hond die met de man op stap is.
Het contrast tussen beide kan niet groter zijn.
Als er een fikse wind opsteekt begrijp ik één en ander.
Schijn bedriegt.
De hond houdt de iele man met zijn twee voeten op de grond.
Het is niet de man die met de hond wandelt, welintegendeel het is de hond die met de man op stap is.
dinsdag 10 mei 2011
Spraakgebreken ?
Spraakstoornissen vind ikzelf nogal een gebrekkkig woord.
Een gebrek verbergt bijwijlen een grote kwaliteit. Stille waters, diepe gronden weetjewel.
Zo is een stotteraar veeleer iemand die de tijd neemt om na te denken.
Mijn stukadoor was dan weer een man die altijd in herhaling viel : "..dat moet hier honderd vierkante meter zijn, dat het honderd vierkante meter is," of "..het zal vandaag weer gaan regenen, dat het zal gaan regenen."
Op de duur ging het ook daadwerkelijk regenen, dat spreekt. Merkwaardige kwaliteit.
Maar hij had het onder controle, zijn afrekening bijvoorbeeld heeft hij niet herhaald, ik zou dan tweemaal zijn geschrokken. De ervaring had hem dit geleerd.
Eéns ben ik haast bezweken voor de toog van het cafetaria van een manège.
Eén van de stamgasten vertelde een smakelijke mop waarop de paardenhouder uitbarsste in een luid gehinnik. De man had zich zodanig vereenzelvigd met zijn knollen dat hij zich ook hun schreeuwen had toegeëigend. Is dat een lachgebrek ? Of een Damiaanse kwaliteit ?
De man die ik vandaag ontmoette op tram 4 tussen Helmet en Rogier was ronduit hilarisch.
"Harry ? They throw him out, out, out.." -
"They replaced him by a Belgian guy guy guy.."
Een Echoman.
Nog nooit tegengekomen.
Het gaf aan de tram een heerlijk swingend gevoel :
"Go, go, go.. - "..very well, well, well.."
Een volwassen rapper. Zelfs de schaarse stiltemomenten werden ingevuld : "Yeah, yeah, yeah.."
"Where do you take the train, train, train..?"
Ondanks de traagheid van de avondfile zat er vaart, ritme en schwung in het tramstel.
De MIVB zou meer van dit soort mensen moeten inhuren.
Zo zie je maar, niet alle spraakgebreken zijn storend, welintegendeel.
"Not at all, all, all.."
Een gebrek verbergt bijwijlen een grote kwaliteit. Stille waters, diepe gronden weetjewel.
Zo is een stotteraar veeleer iemand die de tijd neemt om na te denken.
Mijn stukadoor was dan weer een man die altijd in herhaling viel : "..dat moet hier honderd vierkante meter zijn, dat het honderd vierkante meter is," of "..het zal vandaag weer gaan regenen, dat het zal gaan regenen."
Op de duur ging het ook daadwerkelijk regenen, dat spreekt. Merkwaardige kwaliteit.
Maar hij had het onder controle, zijn afrekening bijvoorbeeld heeft hij niet herhaald, ik zou dan tweemaal zijn geschrokken. De ervaring had hem dit geleerd.
Eéns ben ik haast bezweken voor de toog van het cafetaria van een manège.
Eén van de stamgasten vertelde een smakelijke mop waarop de paardenhouder uitbarsste in een luid gehinnik. De man had zich zodanig vereenzelvigd met zijn knollen dat hij zich ook hun schreeuwen had toegeëigend. Is dat een lachgebrek ? Of een Damiaanse kwaliteit ?
De man die ik vandaag ontmoette op tram 4 tussen Helmet en Rogier was ronduit hilarisch.
"Harry ? They throw him out, out, out.." -
"They replaced him by a Belgian guy guy guy.."
Een Echoman.
Nog nooit tegengekomen.
Het gaf aan de tram een heerlijk swingend gevoel :
"Go, go, go.. - "..very well, well, well.."
Een volwassen rapper. Zelfs de schaarse stiltemomenten werden ingevuld : "Yeah, yeah, yeah.."
"Where do you take the train, train, train..?"
Ondanks de traagheid van de avondfile zat er vaart, ritme en schwung in het tramstel.
De MIVB zou meer van dit soort mensen moeten inhuren.
Zo zie je maar, niet alle spraakgebreken zijn storend, welintegendeel.
"Not at all, all, all.."
zondag 8 mei 2011
Gespot : De Zelfmoordkraai
Een kraai vliegt zich te pletter tegen de glazen kubus in de rue Henry Villain XIII in Elsene.
Het arme beest is bijziend of spiegelt zich aan de Twin Towers.
Wellicht heeft Bin Laden al zijn duivels ontbonden ?
Gelukkig is dit een maat voor niets.
Het arme beest is bijziend of spiegelt zich aan de Twin Towers.
Wellicht heeft Bin Laden al zijn duivels ontbonden ?
Gelukkig is dit een maat voor niets.
donderdag 5 mei 2011
Territoriadriften
"Partez !" - "Fous le camp !".
Ze slaan ruw het arme meisje de pet van haar kroezelkopje.
Vier Maroxelloises van hooguit tien jaar zitten een Afrikaans meisje op de hielen.
Het arme kind grabbelt de pet van de pelouse en loopt verschrikt weg.
Twee opgeschoten jongens, eveneens van Marokkaanse komaf komen zich moeien. Ze lezen de kwajongens de levieten en verontschuldigen zich bij het meisje. Ze lacht ietwat verlegen.
De belhamels druipen af, ze hebben hun lesje geleerd.
Vier Afrikaanse vriendinnetjes, of grote zussen van het meisje komen aangerend.
"Et alors ?" zeggen ze tegen de jongens.
Het kleine meisje wil tussenkomen maar is te fragiel om het uit te leggen.
Ze duwen de twee jongens, forse onvervaarde meiden, maar de pubers blijven kalm, wijzen naar de kwajongens en leggen het conflict bij.
Daarna lopen de zwarte meisjes weer weg terwijl ze het kleintje beschermend omringen, vier kloeken rond een schriel kuikentje.
Zo gaat ieder terug naar zijn hoek, de vrede is weergekeerd.
In het Fontainasparkje zijn de territoria goed afgebakend.
De Afrikanen, de Maroxelloises, de madammen op de banken, de allerkleinsten en hun mama's in de zandbak. Het wordt min of meer gerespecteerd.
Wellicht heeft het zwarte meisje een grasperk overtreden, of waren de kutmarokkaantjes zich gewoon aan het vervelen.
Ze zijn in geen velden of wegen meer te bekennen.
Bij het verlaten van het parkje lopen ze tussen de voetballers op het afgebakend veldje, rechttegenover de school.
In het voetbal zijn er geen territoria of scheidingswanden.
Ze hebben gewoon tweemaal elf spelers nodig, of ze nu zwart, geel, blank of rood zijn, als ze maar trek hebben in de bal.
Als de zwarte parel scoort vliegen de vier belhamels hem rond de nek.
Bij het vallen van de avond groeten ze mekaar, vuist tegen vuist. Sommigen omhelzen mekaar, er zijn geen verliezers, ze hebben amper de stand bijgehouden.
Dan verschijnen de eerste dealers, ook zij redeneren niet in zwart wit.
Geld heeft geen kleur.
In het spel en de commerce zijn er geen schotten.
Ze slaan ruw het arme meisje de pet van haar kroezelkopje.
Vier Maroxelloises van hooguit tien jaar zitten een Afrikaans meisje op de hielen.
Het arme kind grabbelt de pet van de pelouse en loopt verschrikt weg.
Twee opgeschoten jongens, eveneens van Marokkaanse komaf komen zich moeien. Ze lezen de kwajongens de levieten en verontschuldigen zich bij het meisje. Ze lacht ietwat verlegen.
De belhamels druipen af, ze hebben hun lesje geleerd.
Vier Afrikaanse vriendinnetjes, of grote zussen van het meisje komen aangerend.
"Et alors ?" zeggen ze tegen de jongens.
Het kleine meisje wil tussenkomen maar is te fragiel om het uit te leggen.
Ze duwen de twee jongens, forse onvervaarde meiden, maar de pubers blijven kalm, wijzen naar de kwajongens en leggen het conflict bij.
Daarna lopen de zwarte meisjes weer weg terwijl ze het kleintje beschermend omringen, vier kloeken rond een schriel kuikentje.
Zo gaat ieder terug naar zijn hoek, de vrede is weergekeerd.
In het Fontainasparkje zijn de territoria goed afgebakend.
De Afrikanen, de Maroxelloises, de madammen op de banken, de allerkleinsten en hun mama's in de zandbak. Het wordt min of meer gerespecteerd.
Wellicht heeft het zwarte meisje een grasperk overtreden, of waren de kutmarokkaantjes zich gewoon aan het vervelen.
Ze zijn in geen velden of wegen meer te bekennen.
Bij het verlaten van het parkje lopen ze tussen de voetballers op het afgebakend veldje, rechttegenover de school.
In het voetbal zijn er geen territoria of scheidingswanden.
Ze hebben gewoon tweemaal elf spelers nodig, of ze nu zwart, geel, blank of rood zijn, als ze maar trek hebben in de bal.
Als de zwarte parel scoort vliegen de vier belhamels hem rond de nek.
Bij het vallen van de avond groeten ze mekaar, vuist tegen vuist. Sommigen omhelzen mekaar, er zijn geen verliezers, ze hebben amper de stand bijgehouden.
Dan verschijnen de eerste dealers, ook zij redeneren niet in zwart wit.
Geld heeft geen kleur.
In het spel en de commerce zijn er geen schotten.
maandag 2 mei 2011
Gespot : De Caféklassen
Een moeder helpt haar dochtertje bij het huiswerk, op een terras van de Laboureur op een zonnige zondagochtend.
Blijkbaar werkt het kind geconcentreerder in een drukke omgeving, terwijl de moeder volop haar sociale contacten onderhoudt aan de Varkensmarkt.
Véél leuker dan, als alleenstaande moeder, geïsoleerd op een appartementje zitten te sleuren terwijl de dochter afgeleid wordt door K3 of Mega Mindy.
Terwijl mama belt corrigeert ze op het terras de huistaken van dochterlief.
Dat zijn véél vliegen in één klap maar de vrouw bestiert het moeiteloos.
Verstandig dat ze buiten zit, binnen zou het wat verlept lijken, armtierig.
Maar hier lijkt het wel vakantie, ongedwongen, haast feestelijk.
Dat zou best nog een nieuwe rage kunnen worden.
Huiswerkklassen hebben hun beste tijd gehad.
De Caféklassen lijkt me wel wat.
Doodjammer dat mijn kinderen die taken allang zijn ontgroeid.
Blijkbaar werkt het kind geconcentreerder in een drukke omgeving, terwijl de moeder volop haar sociale contacten onderhoudt aan de Varkensmarkt.
Véél leuker dan, als alleenstaande moeder, geïsoleerd op een appartementje zitten te sleuren terwijl de dochter afgeleid wordt door K3 of Mega Mindy.
Terwijl mama belt corrigeert ze op het terras de huistaken van dochterlief.
Dat zijn véél vliegen in één klap maar de vrouw bestiert het moeiteloos.
Verstandig dat ze buiten zit, binnen zou het wat verlept lijken, armtierig.
Maar hier lijkt het wel vakantie, ongedwongen, haast feestelijk.
Dat zou best nog een nieuwe rage kunnen worden.
Huiswerkklassen hebben hun beste tijd gehad.
De Caféklassen lijkt me wel wat.
Doodjammer dat mijn kinderen die taken allang zijn ontgroeid.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)