maandag 13 juni 2011

De Stadsbrief



Beste Bruksel,

Wààrom kan er geen godverdomse groene brug worden gelegd tussen het centrum van de stad tot aan Ter Kameren waarlangs je dan vlotjes het Zoniën infietst of wandelt ?
Waarom niet de heerlijke promenade's van weleer terug in het leven roepen ?
Als je nu vanuit het centrum, al helemaal onbedeeld van groene zones, naar Ter Kameren fietst vergaat de goesting al ter hoogte van de Anspach, aan het Stefanieplein heb je een zuurstofmasker nodig en aan de paviljoentjes van Ter Kameren moet je minstens vier volle uren in bos en woud slijten om op asem te komen.

In een stad die een Triomfboog of Atomium kan bouwen moet dit toch een koud kunstje zijn ?
Een smalle, groene, afgesloten fiets- en wandelweg die de bewoners van het centrum op een vriendelijke wijze naar het heerlijke woud leidt : is dat teveel gevraagd ?

Als Brussel Bains en de Winterfoor kan, waarom dan niet the Green Line, tussen pakweg het Fontainasparkje en Ter Kameren ?

Denk daar eens goed over na, ik heb wel wat ideetjes.

Je, Pacha Kroet.

zaterdag 11 juni 2011

Gespot : De Goedkope Bank

"La vie est trop cher",  lees ik op de bankautomaat in de Chaussée de Waterloo.
Daaronder een annexe in een ander geschrift : "Beaucoup trop cher".
De primitieve graffiti is nog niet weggehaald door de poetsdienst van Dexia, die hebben het momenteel te druk met de rommelkredieten.
Aan het soort biljetten die voorradig zijn in de automaten kan je moeiteloos aflezen in welke buurt je vertoeft.
Hier, vlakbij de Barrière, kan je al vanaf vijf euro terecht.
In de Woluwe's en de Toison d'Ors van deze stad zal je dit nooit aantreffen. Daar moet je meteen twintig euro afnemen.
Sommige mensen rond de Bareel zitten zo diep, dat dit bedrag hen onverbiddelijk wordt geweigerd.

woensdag 8 juni 2011

Salu Papa

Onderweg naar Matonge fiets ik, iets verder dan de Hallepoort, voorbij een prachtig bakstenen gebouw welke toebehoort aan de Federale Justitie.
Onmiddellijk wil ik de hoge hall betreden, mij laven aan de geur van het cederhout, heel langzaam schrijden op de marmeren trap in het gekleurde licht van de glasramen. De burelen zijn voornaam en klassiek. Men schrijft er nog met vulpen.
Maar ik bedenk plots dat vrijwel alle eclatante gebouwen in Brussel ontoegankelijk zijn, tenzij je behoort tot de klasse van de CD, in het bezit bent van een badge of een gevulde portefeuille.
Geen van de drie zijn aan mij besteed : ik sta dus vaak voor een gesloten deur.

Flaneren over de Toison d'Or, daar is meer gratie voor nodig dan in pakweg, Kartuizers of Dansaert.
Zeker als de zon schijnt en je het dure leder ruikt glimt de boulevard van alleen maar Vippies met gekleurde schoudertassen, Noord-Afrikanen in strakke jeans en gladgestreken haren - de gel doet pijn aan de ogen in de brandende zon - ze slenteren very Italian naast de glanzende Kongolezen heugwiegend onderweg naar de Porte de Namur.

Ik lees bij het Kruidvat dat men "Tout pour Papa", in de aanbieding heeft en realiseer mij ineens dat het de eerste keer Vaderdag wordt zonder mijn vader.
Veel dingen duiken plots op die herinneren aan zijn afwezigheid en waarin hij dan weer zeer aanwezig is.
Een verloren agenda met zijn laatste afspraken, een paar schoenen onderaan in de kast, zijn zilveren tabaksdoos nog voor de helft gevuld, een paar sigaretten gereed gerold.

Wat verder, aan Sint-Bonifaas, dragen veel Kongolezen helwitte kostuums, terwijl opvallend veel blanken in het zwart gekleed gaan. Les extrèmes se touchent.
Een blank koppeltje - in het zwart - knuffelt innig. Het meisje staat met de rug tegen de muur, vooral de jongen zit diep. Hij omarmt haar, het hoofd op haar schouder terwijl hij ondertussen met zijn rechterarm leunt tegen de muur. Het lijkt alsof hij verdriet heeft, misschien heeft hij vandaag zijn vader verloren.

Een Matongé roept : "Salu Papa" - ik wil "Salu Papa" terugroepen maar slik het in.
Ik zal het nooit meer kunnen zeggen zonder te slikken.

maandag 6 juni 2011

Gespot : De Bitch

In de deftige Dansaertvitrine is één al lang smeulende vete dit weekend in alle hevigheid ontvlamd.
De blonde charmeur, de genaamde Didier, ligt met het hoofd tegen het vensterglas, murw geslagen.
Er zat al een tijdje de mot in de etalage omdat de blonde stoot altijd vanvoor mocht, parce que le préféré van Madam.
Tijdens de stille zondag zag de zwarte vamp, Josiane, gebetonneerd op de tweede rij, haar kans schoon.
Met een felle kopstoot had ze de witte Adonis opzij gesmakt. Daar lag hij nu, uitgeteld, hoofd tegen het glas, onmachtig zichzelf te behelpen.

Maandagochtend werd dit resoluut rechtgezet door de uitbaatster.
Josiane werd meteen naar de derde rij verbannen.
Dat wordt vuurwerk volgend weekend.

zaterdag 4 juni 2011

De Pensioentoren

In de torenhoge building aan het Zuid zit ik in de kleine wachtzaal twee hoog.
Ik ben niet alleen en kom niet voor mezelf. Tot mijn verbijstering lees ik nummer "114" op het cijferbord en heb dus nog negenentwintig nummers te gaan.
In de Pensioentoren werkt men van 9u tot 11u3O en van 13u3O tot 16u.
Ik was er om 13u25, dus vijf minuten te vroeg maar er hadden zich al tientallen onverlaten vóór mij aangeboden.
Achter de balie zit een grijsaard, helemaal vergroeid met de doelgroep, net als Pater Damiaan indertijd.
Er zitten geen jonge binken in het zaaltje, de meeste zijn de zestig voorbij.
Er zit een Marokkaanse man, gekleed op zijn Paasbest, alsof zijn dochter vannamiddag trouwt, gans zijn loopbaan zit opgeborgen in een pikzwarte aktentas.
Twee Afrikaanse mannen lachen ononderbroken, het is een verstandige manier om de wachttijd door te komen.

Nadat je nummer is gepasseerd dien je opnieuw te wachten tot men je naam afroept.
De blonde vrouw van de linkerkant is vriendelijk en begroet de mensen hartelijk, alsof het goeie vrienden zijn.
De zwartharige geblokte van de rechtse gang is hardrocker, hij roept koudweg "Vanderstraeten", of "Coninckx", de man of vrouw in kwestie staat op, de rocker groet niet, keert meteen zijn rug terwijl Coninckx hem gedwee achternaloopt.
Ik hoop dat de blonde mijn naam afroept, zij zal mij begrijpen, de hardrocker daarentegen zal mij met een kluitje in het riet sturen.
De grijsaard aan de balie wordt even onderbroken omdat een vrouwelijke collega hem een kus op de wang geeft. Dat is de reden waarom er hier zo'n korte werktijden zijn, het duurt een hele poos alvorens eenieder in de hoge toren mekaar gedag kust.
De vrouw kijkt heel verwonderd maar bij nader toezien heeft ze de uitstekende oogbollen van Marty Feldman en kijkt dus immer verwonderd. Dat kan voor de pensioenaanvrager zowel hoopgevend als hopeloos overkomen.

"Tsjaikovski !" roept de blonde vrouw. Een kromme vrouw recht zich, voorzeker een achternichtje van een achterkleindochter van de Russische componist die nog een flinke duit denkt te innen van een éénmalig concert van Pjotr in het Egmontpaleis op 8 november 1876.    
Een geluk voor Tsjaikovski dat ze de hardrocker niet heeft getroffen. Die zou korte metten hebben gemaakt met de toondichter.
Hij heeft nog een collega, aan de rechterkant, een kleine vriendelijke jongedame, ze tovert in een oogwenk op haar beeldscherm het ganse arbeidsverleden van mijn vader tevoorschijn.
Documenten uit de donkere jaren dertig, met de hand geschreven verloven, zijn verplichte tewerkstelling in Duitsland begin jaren veertig.
Ik word voortreffelijk geholpen, ze loodst me door een doolhof van burelen terug naar de uitgang.
Onderwijl merk ik nog een man met de ogen van Feldman, er moet veel verwondering zijn in deze toren.
Stiekem probeer ik met de lift te klimmen tot op de hoogste verdieping om te genieten van het immense uitzicht over de stad. Er moet veel misbruik zijn in deze want de lift is geblokkeerd tot het tweede.
In de Pensioentoren is The Second Floor the limit.

Buiten bedelt een jongeman op de trappen. Hij merkt zelfs niet dat er niemand geld deponeert in zijn bekertje want zijn hoofd ligt verdrietig op zijn armen, steunend op zijn opgetrokken kniëen.
Ik begrijp zijn leed, hij zal nooit tot op het tweede geraken.

donderdag 2 juni 2011

Gespot : Propere Baasjes

Ze wandelt op een ontiegelijk vroeg ochtenduur over de Papenvest. De zwarte hond glanst, proper gewassen en gekamd, gereed om op een hondenexpo de show te stelen.
Zij, onverzorgd, niet gemaquilleerd, de haren nog in de nachtplooi.
Snel een dikke trui over het slaapkleed getrokken, slonzige slippers. Als het dier maar proper is.

Ik heb gezwollen baasjes gekend die vette hamburgers vraten terwijl de hond een vegetarisch maal kreeg voorgeschoteld, enkel bio-voedsel en geparfumeerde kleikorrels voor het gevoeg.
Propere baasjes heet zoiets.