Aan de ingang van het UZ in Jette staan vier Koerden luid te palaberen. Zonder enige twijfel over hun nog altijd staatsloze status.
De dikste van het viertal, een kolos met een zware grijze knevel draagt een witte pyama met speelgoedfiguurtjes van het merk "Happy Together".
De Koerd rookt als een Turk.
Hij hangt aan een infuus en heeft zijn pyamavest helemaal losgeknoopt waardoor zijn enorme buik, met steekwonde, komt bloot te liggen.
Hij heeft ontzag bij het drietal, hun armen op de rug of druk sticulerend met de handen.
Als hij spreekt zwijgen ze en kijken naar de grond, ook als de Beer in pyama amper een paar woorden zegt.
Ze knikken.
Dan begint de jongste opnieuw te krijsen, de anderen treden hem bij of blaffen hem af.
Tot de Pyama terug orde op zaken stelt. Opnieuw geknik.
Onderwijl is hun kleingoed aan het prutsen op de scooters naast de rookzone.
Een bejaard Joods koppel slaat de Koerden gaande vanonder de luifel aan de entree.
Ze praten in een rare mix van Jiddisch en gebroken Engels.
De man draagt een hele zware peignoir en maakt zich vooral dik over de dunne schaamteloze pyama van de zware Koerd.
Langs de andere kant van de weg zitten de vrouwen in het gras.
Als de kinderen het wat te bont maken schreeuwt het mansvolk wat onverstaanbaars naar de vrouwen die hun onmiddelijk lik op stuk geven. Ze worden terstond afgeblaft. Opnieuw brengt de dikke Pyama orde.
Alle partijen zwijgen meteen.
Er wordt wat gegromd en de conversatie hervat. Het is onduidelijk of ze dialogeren of zomaar wat tegen mekaar staan te schreeuwen. Terwijl ze bulderen werken de vrouwen zich de pleuris om hun gebroed in het gareel te houden.
Eén van de moeders draagt een gifgroene T-shirt met de wijze spreuk "Feel the beat", net ter hoogte van haar felle borsten. Ik vermoed dat ze geen Engels verstaat.
Naast de entree zitten dan weer een paar autochtone jongelingen met een been in het gips of een infuus in hun getatoëerde arm. Ze zitten stom als vissen naast mekaar en kijken verbaasd naar het tafereel.
In een land dat al bijna vier jaar stilstaat valt er uiteindelijk nog weinig te discussiëren.
Een eigen Volk ? Die wordt Staat zonder dat ze een knip moeten uitvoeren, het valt hen in de schoot als een bedorven appel.
Dat heeft een naam : het heet verrottingspolitiek.
Daar kunnen de Koerden alleen maar van dromen.
vrijdag 8 juli 2011
woensdag 6 juli 2011
Stadsbrief : Hoe makkelijk zelfmoord plegen ?
Beste Bruksel,
Wie graag zelfmoord wil plegen in zijn geliefde stad moet zich onverwijld per fiets naar de Kruidtuin begeven en onderaan de helling trachten het Rogier te bereiken en vervolgens over te steken naar de Adolphe Max.
Gegarandeerd ketchup.
Zonder vleugels van een brug springen in Luxemburgstad garandeert minder kleerscheuren dan van de Botanique naar Rogier te fietsen.
Vooral tijdens de spits is het gekkenwerk.
Waar moet je immers als fietser oversteken ?
Wellicht naar rechts, waar de automobielen aan een waanzinnige snelheid voorbijrazen, waar het nooit groen wordt of de lichten al lichtjaren defect zijn.
En dan, de Plantenstraat oversteken lukt nog maar dan sta je terug bij af, zit je vast tussen de afslag naar de Brabantstraat of rechtdoor naar Koekelberg.
Allebei onmogelijk te overbruggen of je moet het brevet van kamikaze met grote onderscheiding hebben behaald.
Verzin daar alstubliéft eens een fietsvriendelijke oversteek, moet niet zo moeilijk zijn, of minstens een veilige passage waar je niet terstond van je sokken wordt gereden.
Zoals steeds : grààg bereid te helpen, maar owee, er kan zelfs geen dankwoordje af bij al wat ik zo vriendelijk suggereer.
Je, Pacha Kroet.
maandag 4 juli 2011
In zak en as
De Koreaanse dakloze draaft over en weer op het trottoir als een zenuwachtig, rusteloos paard.
Als hij al stil zit is het om zijn teennagels te fatsoeneren, en dan nog wiebelt zijn vrije been op en neer.
Soms loopt hij gewoon te ijsberen, hoofd naar beneden, Kartuizers af en aan. Even pleisteren bij de "Chez Nous", bijwijlen stuikt hij binnen om een paar seconden later weer de straat op te gaan.
Hij zeult een immense zak op zijn rug welke hij vrijwel nooit opent.
Waarmee zeult een dakloze in zijn rugzak ?
Vermits hij geen huis heeft, moet hij zijn hele hebben en houden meesleuren. Een wandelende slak.
Warme kleren, dat al zeker, vooral de nachten kunnen guur en winderig zijn.
En propere kleren, een mens moet zich af en toe toch kunnen verversen.
Zijn de onderbroeken gestreken ? Het hemd keurig in de vouw ?
Daarmee alleen vult ge niet de mega-zak van de arme Koreaan.
Heeft hij nog souvenirs van thuis ? Vazen in keramiek ? Een beeld van de Boeddha ?
Deodorant al zeker : geen overbodige luxe.
Winterbottines, absoluut noodzakelijk voor mensen die op straat leven : een flanellen pyama.
Een warme regenjas, zomersloefjes, bermuda-short, een zwempak, verplicht als ze langs de kanten van Hofstade willen gaan zwemmen.
Een zonne- en sneeuwbril, rolschaatsen, skateboard.
Een opplooibare fiets zit er zeker in, makkelijk om van standplaats te wisselen.
Slaapkamer, living, keuken of badkamer moet er niet in. Dat scheelt.
Een spaarvarkentje, voor droge bedelmomenten, liefst niet teveel etaleren : dat steekt.
Een mens sleurt wat mee als de straat je huis is.
De Koreaan heeft een wazige blik.
Soms ratelt hij wat rauwe klanken.
De rugzak is zijn bult, hij weet niet waarom of wat, het is een kwalijke, pijnlijke vergroeiing.
Het verbergt veel meer dan wat afgedragen spullen.
Als hij al stil zit is het om zijn teennagels te fatsoeneren, en dan nog wiebelt zijn vrije been op en neer.
Soms loopt hij gewoon te ijsberen, hoofd naar beneden, Kartuizers af en aan. Even pleisteren bij de "Chez Nous", bijwijlen stuikt hij binnen om een paar seconden later weer de straat op te gaan.
Hij zeult een immense zak op zijn rug welke hij vrijwel nooit opent.
Waarmee zeult een dakloze in zijn rugzak ?
Vermits hij geen huis heeft, moet hij zijn hele hebben en houden meesleuren. Een wandelende slak.
Warme kleren, dat al zeker, vooral de nachten kunnen guur en winderig zijn.
En propere kleren, een mens moet zich af en toe toch kunnen verversen.
Zijn de onderbroeken gestreken ? Het hemd keurig in de vouw ?
Daarmee alleen vult ge niet de mega-zak van de arme Koreaan.
Heeft hij nog souvenirs van thuis ? Vazen in keramiek ? Een beeld van de Boeddha ?
Deodorant al zeker : geen overbodige luxe.
Winterbottines, absoluut noodzakelijk voor mensen die op straat leven : een flanellen pyama.
Een warme regenjas, zomersloefjes, bermuda-short, een zwempak, verplicht als ze langs de kanten van Hofstade willen gaan zwemmen.
Een zonne- en sneeuwbril, rolschaatsen, skateboard.
Een opplooibare fiets zit er zeker in, makkelijk om van standplaats te wisselen.
Slaapkamer, living, keuken of badkamer moet er niet in. Dat scheelt.
Een spaarvarkentje, voor droge bedelmomenten, liefst niet teveel etaleren : dat steekt.
Een mens sleurt wat mee als de straat je huis is.
De Koreaan heeft een wazige blik.
Soms ratelt hij wat rauwe klanken.
De rugzak is zijn bult, hij weet niet waarom of wat, het is een kwalijke, pijnlijke vergroeiing.
Het verbergt veel meer dan wat afgedragen spullen.
zaterdag 2 juli 2011
Gespot
Twee koppels begroeten mekaar hartelijk op het rookrijke terras van Brasserie Le Louvre aan de Parvis.
Uitgebreid gekus en gelach.
Die hebben mekaar al een tijd niet meer gezien.
"ça va ?" - "ça va."
"Et toi ? Tout va bien ?" vraagt de man aan de man.
"Oui, oui, tout à fait. Et toi, ça va ?"
"ça va."
Ze bekijken mekaar korte tijd, tot de vrouw de stilte breekt.
"Il fait beau aujourd'hui."
"Oui, on dirait l'été."
Opnieuw stilte. Die blijft duren. Een ongemakkelijke grimlach.
Beide koppels wachten op een verlossend woord.
"Allez, on s'en va," zegt de grijze man tenslotte.
Opnieuw wordt er gekust, minder gul.
"Allez, à bientôt," - "Salu".
Alles en niets is gezegd.
Ik moet heel even denken aan de verbitterde man aan Metro Hallepoort :
"..woorden betekenen niets, enkel aanwezigheid."
woensdag 29 juni 2011
De Wetenschappelijke Schorser II
Eén week nadat ik het Schorsmeisje ontmoette in het Fontainaspark kom ik haar opnieuw tegen, in de Anspachgalerij onder het spilzieke casino.
Ditmaal is ze te voet, ze lacht genoegzaam, niet uitbundig, maar in haar ogen lees ik een zekere vrede en gelukzaligheid.
Ze draagt identiek dezelfde kleren en het hoedje als verleden week.
Onder haar rechterarm zitten 3 forse takken geklemd, de geur van het verse hout overklast met stip het parfum van de helverlichte galerij.
Ze lijkt zo weggelopen uit het sprookjesbos waar ze sprokkelhout verzamelde voor warme verhalen rond het kampvuur.
Ik geloof nooit dat zij hout brandt, haar liefde voor de schors en het boomweefsel is verschroeiend.
Ze heeft niet één maar vele vriendjes, zoveel is duidelijk. De platanen, kastanjelaars of berken in de binnenstad, ze bemint allen hartstochtelijk.
Heel even doet ze me denken aan The Log Lady uit Twin Peaks, ook al een serie waar de bossen een prominente rol kregen toebedeeld.
Ze heeft een missie, maar het zou zonde zijn haar hiermee lastig te vallen.
Vermoedelijk zou ze enkel geheimzinnig glimlachen.
Het mysterie mag bestaan.
Poëzie hoeft niet te worden verklaard.
Ditmaal is ze te voet, ze lacht genoegzaam, niet uitbundig, maar in haar ogen lees ik een zekere vrede en gelukzaligheid.
Ze draagt identiek dezelfde kleren en het hoedje als verleden week.
Onder haar rechterarm zitten 3 forse takken geklemd, de geur van het verse hout overklast met stip het parfum van de helverlichte galerij.
Ze lijkt zo weggelopen uit het sprookjesbos waar ze sprokkelhout verzamelde voor warme verhalen rond het kampvuur.
Ik geloof nooit dat zij hout brandt, haar liefde voor de schors en het boomweefsel is verschroeiend.
Ze heeft niet één maar vele vriendjes, zoveel is duidelijk. De platanen, kastanjelaars of berken in de binnenstad, ze bemint allen hartstochtelijk.
Heel even doet ze me denken aan The Log Lady uit Twin Peaks, ook al een serie waar de bossen een prominente rol kregen toebedeeld.
Ze heeft een missie, maar het zou zonde zijn haar hiermee lastig te vallen.
Vermoedelijk zou ze enkel geheimzinnig glimlachen.
Het mysterie mag bestaan.
Poëzie hoeft niet te worden verklaard.
maandag 27 juni 2011
Stadsbrief
Beste Bruksel,
Het ontgaat u wellicht of misschien passeert u nooit langs die kanten.
De Botanique is een heerlijk parkje, verzorgd, liefelijk, fleurig.
Met de glazen tempel op de heuvel heeft het haast iets feestelijks en koninklijks.
Maar als u toch eens zou passeren, u moet er niet eens op letten, een wandeling aldaar
is allerminst een feest voor het oor.
Hoe is het in godsnaam mogelijk om zo'n groene oase hardvochtig te verknoeien door
de ondoordachte aanleg van een stadsautostrade vlakbij ?
De oplossing is héél simpel, net als bij de andere tunnels.
Steek dat stukje van de kleine ring waar het hoort : onder de grond.
Overwelf dit nietig maar lawaaierig stuk en bedek het met een dikke laag blozend groen
zodat men enkel nog het zoemen van de bijen en het ontwelken van de lelies hoort fluisteren.
U zal versteld staan van de rust en de nieuwe belangstelling voor dit paradijselijk parkje.
Maak er werk van.
Je, Pacha Kroet.
zaterdag 25 juni 2011
De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper
Tot dusver ben ik erin geslaagd meer dan zestig types van joggers te registreren in de Brusselse parken en wouden. Ik ben volop bezig om de typologie van de Brusselse loper uit te breiden tot minstens honderd.
U kan ze alle nalezen in mijn rubriek "De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper" op de site van Brusselblogt.be.
De Brusselse Stadskrant 'Brussel Deze Week', schreef vol lof over deze serie en noemde haar zelfs de geestigste serie van de blog. Waarvoor dank. Ook verschenen in verschillende afleveringen in 2O10.
Allemaal te lezen op Brusselblogt : http://www.brusselblogt.be/
U kan ze alle nalezen in mijn rubriek "De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper" op de site van Brusselblogt.be.
De Brusselse Stadskrant 'Brussel Deze Week', schreef vol lof over deze serie en noemde haar zelfs de geestigste serie van de blog. Waarvoor dank. Ook verschenen in verschillende afleveringen in 2O10.
Allemaal te lezen op Brusselblogt : http://www.brusselblogt.be/
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)