woensdag 27 juli 2011

Gespot : Marx





Op de hoek van de Villalaan en Garibaldi wordt een jongeman aangeroepen door zijn maat.
"Hé Marx, attends !".
Marx keert zich. Inderdaad, dit is zonder enige twijfel de achterkleinzoon van Karl.
Gekrulde uitbundige zwarte haardos, zware baard, donkere blik, forse wenkbrauwen.

Waarmee zou de jonge Marx zich hebben beziggehouden tijdens zijn ballingschap in Brussel ?
Toch niet enkel met het schrijven van het Manifest : amper vier smalle deeltjes, op één dag geklaard.
Marx was een womanizer, waarom zou dat hier anders zijn geweest ?
Hoeveel Marxkes lopen er hier rond ?
En waarom vluchtte hij altijd van de éne stad naar de andere ?
Precies : hoge alimentatie en zijn vrouw die dacht dat hij hem elders beter in het gareel kon houden.

Ze zijn druk in gesprek.
De andere heeft niks met Friedrich Engels, eerder een vleugje Victor Hugo.
Hoeveel illustere nazaten van bannelingen dwalen in deze stad ?
Moet dringend mijn stamboom eens natrekken.

maandag 25 juli 2011

Dodjestijd

Op de Leuvensesteenweg is er ruime keuze in de rekken maar het vet is allang van de soep.
Toch loopt het nog storm op dag negentien van de koopjesperiode.
"Georges, ge gaat datnooitnie aandoen.." - "Wié zegt dat, 't is niet omdat gij het niegraagziet dat ik geen smaak heb." Hij hangt het met tegenzin terug. Weet dat het zoek geraakt in de was of geruisloos verdwijnt in de Oxfamklerencontainers. Truuken van vrouwen met smaak.

Een heel opvallende vrouw op middelbare leeftijd staat met een karrevracht gebloemde rokjes haar beurt af te wachten. Ze is te zwaar geblondeerd en pronkt te opzichtig met haar vestibule.
Dat soort rariteiten interesseert mij zeer, uiteraard bekijk ik haar : hoe moet ik anders verhalen verzinnen ? Gefundenes fressen.
Zij kijkt terug met een kwaaie blik en steekt dan, heel brutaal, een vuurrode tong uit. Ze denkt verkeerdelijk dat ik op haar val en geeft alvast een heel sprekend teken dat de mannen aan haar voeten liggen. Een windbuil.
Exemplaren die je zelden aantreft bij Dod.

Een hele lange Hollandse man staat met zijn twee dochters, ook al bonestaken, aan het pashokje.
Het oudste meisje opent het gordijn. "En ?" - "Mmmm, goed zeker." De tweede, ongetwijfeld ook een ster in het plaatselijke basketteam, maakt eveneens haar opwachting in een bloedrode strakke jeans.
Ze kijkt naar papa : "Lijkt mij prima."
"Pap, jij vindt altijd alles goed !" verwijt de oudste de arme man.
Het is inderdaad geen verstandig antwoord. Uitgekookter is : even weifelen, niet direct een opinie geven, belangstelling tonen, even nadenken en dan voorzichtig : "...niet slecht, maar misschien eens een donker kleedje proberen."
Er is ook een vrouw in het geding, ook al lang geschapen, zij komt aangerend beide armen vol met een outfit  ruim voldoende om twee oorlogen door te komen.
Ze bekijkt héél even de buit van de dochters, puur uit beleefdheid, en verdwijnt dan in het hokje.
Pap wordt opgezadeld met de kroost, zij gaat haar gangen in de rekken, het ventje houdt gewillig de portefeuille in aanslag.

Een Westvlaamse varkensboer leunt met zijn rechterhand tegen het rek.
Hij heeft zijn gerief allang binnen, hooguit een kwartiertje. Met een gezwollen kop en open mond kijkt hij verveeld rond, af en toe geeuwend. Zijn eega, een klein kogelrond vrouwtje, holt over en weer als een wispelturige wesp.
Een man in pashok twee draait onder het gordijn de voetjes over en weer, vanvoor, naar achteren, opzij. Het gordijn gaat pas open als hij zeker is.
Fier als een communiekantje toont hij zich aan het vrouwtje.
Zij houdt het hoofd wat opzij, kijkt ernstig, trekt even aan de vest : "...mmm, zou wat langer mogen."
"Begint niet hé..".
"Zet u efkes neer, ik ga een ander modelleke zoeken..".
Hij zucht diep, monstert zich even vanvoor en langsachter in de spiegel en trekt kwaad het gordijn dicht. Ik voel hem vloeken.
Zij is al weg, neemt voor alle zekerheid wat meer modellekes mee en haast zich terug.
Ze heeft een verpletterende opdracht : pasklare kleren afleveren en het ongeduld van manlief onder controle houden. Een helse karwei : binnen een strak afgemeten tijdsschema het juiste materiaal selecteren.
Alle mannen komen tegen hun zin mee maar willen er wel piekfijn uitzien zonder teveel soesa : vrouwlief moet het maar in ijltempo afwerken. Het weze geraden zeker geen andere kinderen mee te brengen.

Aan de kassa staat de lange man aan de lange toog met zijn lange nazaten.
Net als hij wil betalen komt zijn lange vrouw nog in allerijl aangerend met een XL-pullover.
"Wie gaat dat allemaal dragen ?"
Opvallend, hij zegt niet : wie gaat dat allemaal betalen ?
Dat is zonneklaar, neen : wie gaat dat allemaal dragen ?
"Jij natuurlijk, waarom ben je anders meegekomen ?" grapt zijn vrouw.
De twee dochters kijken met deernis naar lange Pap.
Zijn eega blijft intussen rondneuzen rond de kassa's.

De lange man berust allang in zijn lot : hij betaalt gelaten en draagt gedwee de overvolle zakken.
"Schat, we hebben allang betaald," roep hij zijn vrouw, die in blinde trance verder blijft rondscharrelen.
Ze heeft amper gemerkt dat de rest van de familie buiten staat.
"Krijg de klere.." hoor ik haar stilletjes murmelen.

zaterdag 23 juli 2011

Gespot : Hitchcock



Op het terras van de Métropole aan de Brouckère zit ik toch wel naast de oude Alfred Hitchcock, himself.
Mond open, driedubbele kin, een joekel van een sigaar tussen zijn dikke lippen.
Ik zie ze vaak in de stad, beroemde mensen waarvan ik dacht dat ze ons allang ontvallen waren, maar dan plots, out of the blue, op plekken waar je het nooit zou vermoeden hun opwachting maken en dan weer verdwijnen. Net zoals de ouwe Alfred in al zijn films, heel even maar, verscheen op de achtergrond en dan ineens verdween.
Zo heb ik deze week nog Boudewijn ontmoet in een geanimeerd gesprek met Pater Damiaan.
De melaatse missionaris maakte zich dik over het feit dat Johannes-Paulus II Tremelo niet had aangedaan.
En dat alle aandacht onterecht naar Boudewijn ging, ter voorbereiding van diens zaligverklaring.
Op grond van welke verdiensten moest deze man dan hoognodig worden klaargestoomd voor het heiligdom ?
En welke zouden dan wel zijn drie mirakels zijn geweest ?
Ik zeg zomaar wat : het bijeenhouden van België ? Het aftreden en weer aantreden als Koning.
Peanuts in vergelijking met de wonderen van de Pater.
Ik kon Damiaan heel goed begrijpen.
Anyhow, back to Hitchcok.


Ik spreek ze nooit aan, de beroemdheden, al zeker niet dat ze sprekend gelijken want ze zijn het werkelijk en waar.
En wàt zeg je in godsnaam tegen een icoon als Hitchcock ?
"It's forbidden to smoke in Belgian cafés Alfred."
Ga weg.

donderdag 21 juli 2011

Een tentoonstelling apart : Jeff Wall

"Zijde gij naar da feestje van Lisa geweest ?".
"Ahneen, ik kon nie, 'k ben naar de fuif van Lucie geweest. Keinijg, ik denk dat ze touch heeft met dieje gast van 't vierde. Ge kon 't er afscheppen, ze bleven bijkans aan mekaar plakken."

Ze kijken wat verdwaasd rond, heel soms blijven ze hangen aan een foto, de grootste raakt even het glas.
Het bezoekersgidsje wordt geraadpleegd om te weten in welke zaal ze lopen.
"Wanneer vertrekt ge..?" - "Volgende week, als we nog iets kunnen boeken, anders betaalt ge megaveel.. als ge ginder moet zoeken." - "Zal wel."
Ze schrijden voort, het schiet op. Even een blik op het hele mooie 'A woman with a covered tray' - ze fronsen beide de wenkbrauwen.
Een dik Japans meisje met een zware bril verbergt de helft van de imposante dia aan het zwembad.
De blonde wijst met haar kin naar het dikkerdje. "...A woman with a covered body," fluistert de éne. Ze giechelen.

In het spiegelglas van JM Bustamante zie ik op de achtergrond schaduwen traag voorbijglijden in het blauwe schijnsel van The Thinker. Onbewust voegen de passanten een dimensie toe aan het stadslandschap van Jef Wall : onversneden poëzie.

We belanden in de videozaal. Ze zetten zich met een zucht neer. In het donker zoeken ze naar uitleg in het boekje.
"..'t Is niet van hem," zegt de grootste.
Ze blijven nog wat zitten.
"Als 't zo een weer blijft ga ik niet naar St-Jacobs, gij ?".
"Neen, ik ga naar de Kinepolis, 't zie wel, gaade mee ?" - "Mmmm..", antwoordt de blonde nietszeggend.
In Zaal 1O gaan ze opnieuw zitten en turen naar de fotocomposities gepresenteerd in lichtbakken.
"De grootte bedriegt wat.." - "Mmmm...".

Dan belanden ze aan "Morning Cleaning".
"Oei, is 't al gedaan ?" zegt de blonde.
"Beetje overroepen", antwoordt de andere.

maandag 18 juli 2011

Gespot : Propere Clochards



Om 8u37 ben ik getuige van een aandoenlijk tafereel in de Sint-Kathelijnestraat.
De dakloze met de baseballpet kamt keurig de haren van zijn sjofele kompaan.
Met veel zorg trouwens : opzij, bovenaan, tenslotte achteraan, nog een klein retouchke opzij.
Schuift even naar achteren om zijn werk te aanschouwen.
“Oui, c’est bon comme ça,” zegt hij tenslotte en geeft de kam terug.
Daarop duiken ze beide binnen bij Alimentation Générale op de Oude Graanmarkt.
‘Algemene Voeding’ voor de Straatlopers van deze wereld : een blikje Gordon en, merkwaardig, twee rietjes.
Als de éne zijn dorst heeft gelest geeft hij het zowaar door aan zijn copain die aan het andere rietje zuigt.
Het leven van de Brusselse clochards gebeurt veel ordelijker, hygiënischer en verzorgder dan wat veel mensen denken. Solidariteit in de dagelijkse hygiëne en Alimentation générale met gescheiden rietjes.
Een mens steekt wat op onder een grijze hemel op een zondagochtend.

zaterdag 16 juli 2011

Stadsbrief



Beste Bruksel !
Al een tijdje niet meer in uw woonerf gepasseerd ?
Tenzij met een 4 x 4, een Touringcar of een tractor ?
Ieder ander voertuig, niet in het minst de fietsers, en ook de voetgangers worden alle dagen, en steeds meer, geconfronteerd met levensgevaarlijke doodskoppen.
Papenvest, Kogelstraat, Vlaamsesteenweg, Anderlechtsesteenweg, Marollen, noem maar op :
overal ligt er entwat los.
Soms zijn er hele kasseien verdwenen, waar menigeen al voet verzwikt of omgeslagen heeft, meestal liggen ze helemaal los, lege voegen, staan ze op hun kant, of liggen zomaar wat te wiebelen, scheef en schots.

Alle dagen halsbrekende toeren met mijn fiets, zigzaggend tussen de diepe putten met claxonnerende chauffeurs in mijn rug.
Gehandicapte burgers, voor wie deze stad sowieso een gruwel is, zijn gedwongen zich thuis op te sluiten.
Bejaarden en moeders met buggy's : blijf binnen !
Kinderen : kijk naar de heruitzendingen op TV !
Alle andere bewoners : verplaats u enkel met een zware wagen en dikke banden.

Naar het schijnt hebben de spoeddiensten hun handen vol met voeten die verstuikt of gebroken zijn.
Het zal wel weer niets uithalen zeker ?
Doe één keer de moeite om bij valavond met een Villo-fiets een rondje te maken door de stad.
Ik kom u zeker bezoeken, maar reken niet op druiven : daar kunt ge naar fluiten.

Gegroet !
Pacha Kroet.

donderdag 14 juli 2011

De Kinderen, de Poes en de Grote Zus

Ik kijk vertederd naar het kleine blondje meisje op het woonerf. Ze zit gehurkt tegenover haar vriendinnetje, een Afrikaans meisje van dezelfde leeftijd.
Ze heeft een poesje op de schoot en streelt ze genoeglijk. De kleine kat ligt op haar rug, een bedreigende houding voor een poes maar ze laat het zich welgevallen.
Ik weet dat katten heel tolerant zijn met kinderen, terwijl deze bijwijlen ongewild wreed zijn voor huisdieren.
Ook haar vriendinnetje streelt nu het kattejong. Ze lachen uitbundig.
Het poesje wordt gezwind overgedragen.
Het blanke meisje verwijdert zich en keert terug met een poppenwagen. Ze legt de kleine kat in de koets waarop het arme dier wordt toegedekt. Dat is er een beetje over, ze sputtert even tegen maar het kind legt haar volle hand op haar donzen buikje tot ze het tenslotte opgeeft.
Dan neemt ze een papfles en duwt deze pardoes in het snuitje van het verschrikte kattejong.
Ze schudt met haar hoofdje maar haar zwart vriendinnetje -vermoedelijk om de spijsvertering te vergemakkelijken - houdt het kopje stevig vast.

De kinderen hebben de tijd van hun leven.
Ze rijden nog een keer de kleine binnentuin rond, en nadien probeert het blondje haar alleen op een schommel te zetten. Dat lukt van geen kanten.
Dan maar op de glijbaan, ze rent onmiddellijk naar boven. Geen beginnen aan.
Gaat ze maar gelijk op de glijbaan zitten, het poesje tussen haar benen geklemd.
Het beest kijkt met verbaasde ogen en rechtopstaande oortjes naar beneden.
Plots komt een pubermeisje aangerend, eveneens blond en heel erg opgewonden.
"C'est mon chat !" schreeuwt ze naar het kleintje, vermoedelijk haar zusje.
Ze verlost het dier uit haar lijden, hijst ze op de arm terwijl ze ze zachtjes troost.
Ze is amper van het grasveld verwijderd of het poesje springt uit haar armen recht naar de twee kleintjes die haar met vier open armen ontvangen. Ze weet niet waar eerst te springen.
"Chut, tu peux l'avoir", roept de zus.
"Sale bête !".

Geen kat die naar haar omkijkt.