zondag 27 november 2011

Negenentwintig of Zevenendertig

"k' zeg joen dat goekooper es dan in Bruegge.."
"Bruegge es Bruessel nie wei.."
Twee bejaarde Westvlamingen nippen genoeglijk van hun derde Gordon Scotch aan de vitrine van Les Brasseurs. Ze houden zich geregeld op in de hoofdstad, is het niet wekelijks, minstens één keer in de maand.
Vandaag zijn ze door de Galeries naar de Nationale Bank gewandeld, wellicht om daar een tentoonstelling te gaan bezoeken, daar laten ze zich niet over uit.
Zij is zwaar geverfd, gegroefd gelaat, pikzwart haar, daardoor lijkt ze veel ouder. Hij is naturel, een gevulde diepgrijze haardos, licht golvend.
Blankenberge is ook een uitstapje, hoor ik. 't Waait er te hard nu, de afwezige poedel voelt er zich niet lekker. En de vrouw klaagt dat de coiffure van de hond te snel uit balans geraakt.
Hij suggereert een capucke over het hoofd van de hond, maar dat vindt ze maar flauwekul, een poedel wordt over het ganse lijfje gecoiffuurd, dat hou je niet overeind louter met een hoofddeksel.
Van het hondje springt men galant naar het ondergoed van meneer.
Een onderlijfje draagt hij winter en zomer, maar in deze periode van het jaar toch met lange mouwen.

De conversatie blijft overeind in het spreken en weerspreken.
Ze zijn het nooit eens, zelfs niet over de lengte van het ondergoed.
Evenmin over het schuim op het bier, de prijzen van de appartementen op de Anspach, de charme van de dijken in Oostende of Blankenberge.
Heel soms verheft hij zijn stem als ze beweert dat de woningen in Brussel duurder zijn dan in Brugge.
Ze roept nooit terug, laat hem - even maar - toeteren.
Dan begint hij over vuiligheid op straat, dat zou ze moeten beamen, maar dat is tegen de afspraak.
"In Sint-Jozef is took vuile wei."
Ja, maar niks vergeleken met hier, vindt hij terecht.
Zelfs over het preciese uur van de terugreis zijn ze het oneens.
"Te negentwintig." "Te zevenendertig."
Zo gaat de ping pong onregelmatig over en weer, het duurt soms wat, maar altijd wordt de bal teruggekaatst.
Soms placeert hij een verraderlijke smash, die laat ze passeren. Ze verliest dan punten, maar het gaat niet over winnen of verliezen.

Twee Maroxellois steken huppelend de Anspach over.
"seffens me hun kluute omhooge," zegt hij.
"In Bruegge zoot nie waare zen," repliceert zij. Dat is geen antwoord, evenmin een wederwoord.
"Widdere emme gin Marokoune."
Maar zij kent er één, hij werkt aan 't stad.
Als hij werkt tenminste, zegt ze nog.
Dat wordt moeilijk, hij wil dit per se beamen, maar dan breekt hij de code.

"Nog ne scotch ?" vraagt hij.
"Widdere gon teloute komme," - "Baneene, è es om zevenenderteg"- "Mogowze".
"Negenentwintig." - "Zevenendertig".
Bijna tien minuten, haast treiterig, als kinderen, als een trage mantra worden beiden vertrekuren herhaald.
Net zolang tot beide treinen onvermijdelijk zijn vertrokken.
"Nog ne scotch ?"

vrijdag 25 november 2011

Gespot : De Serenade



In de rue Garibaldi mag ik deelgenoot zijn van een aandoenlijk tafereeltje.
Een jongeman staat aan het balkon van zijn geliefde met een frisgroen tuiltje.
Hij is zijn gitaar vergeten, het zal dus een naakte serenade worden.
Hij roept zachtjes om de moeder niet te storen.
Haast ogenblikkelijk maakt de freule haar opwachting op het balkon. Ze glanst.
Twee Pakistani die de westerse romantiek omhelzen, je maakt het zelden mee.

Het tuiltje bloemen blijkt een bosje selder te zijn uit de winkel om de hoek, die hij aanreikt aan zijn buurvrouw. Ze lacht liefelijk en mompelt entwat in een Punjaanbs dialect.
Dan gaat het venster dicht en begint zij aan de soep.
Hij vat terug post achter de toog van zijn winkel.

Wat een simpele selder al niet in beweging brengt.

woensdag 23 november 2011

Het Voorspel

In de Coiffure Dames in de buurt van de Anspach zit welgeteld één klant.
Een kale man dan nog wel, die zich uitgebreid laat vertroetelen in de uiterste hoek van het salon.
Een volumptueuze blondine soigneert daar, met veel liefde en toewijding, de man waarbij ik al van ver ruik dat hij véél meer is dan een doordeweekse kappersklant.

Mijn vroegere huisdokter zat ook in die rayon. Hij ontving zijn maitresse in het kabinet.
Makkelijk, veilig, ongestoord. Geen mens die onverhoeds een dokterskabinet overvalt.
Ze ging altijd vlakbij de deur van de praktijk zitten om hem al flink op te geilen, ze verlegde dan uitermate fragiel haar benen op het moment dat hij de deur opende alsof ze van porselein waren, een subtiel spel. Ze speelde medisch afgevaardigde, maar een blinde kon zien dat dat een volkomen bijkomstige bezigheid was.

Er zijn vele manieren om het vreemdgaan te verdoezelen zonder noodzakelijkerwijze enkel af te spreken in groezelige achterkamertjes of rendez-vous hotelletjes. Daar eindigt het meestal, maar voor een leuke babbel, een etentje of ongedwongen ontmoeting, les choses de la vie quoi, zijn vele uitwegen.
Een werklunch, een afrondend gesprek na een belangrijke deal, een zakendiner, evaluatiegesprek, wat er al niet aan codes bestaan in de electronische agenda's van verdoken minnaars.
Werk nooit met twee mobieltjes, loopt altijd slecht af, terwijl je aan het bellen bent gaat de andere af en hangen beide vrouwen aan de lijn. Voorwaar een bittere kennismaking.
Een ex-collega noteerde altijd medische afspreken, om zich niet te vergissen noteerde hij de namen van zijn dokter, tandarts of cardioloog. Tandarts om 18u was dan zijn date, maar Vermeersch om 17uoo was zijn echte tandartsafspraak.

De coiffeuse en de kale hebben ondertussen de tijd van hun leven. Ze zijn alleen in het salon, maar de vitrine staat wel nog wijdopen. Ze hebben immers niks te verbergen, wat is er verkeerd aan een kappersbezoek ?
Zij knipt het weinige dat nog rest maar onderwijl is het voorspel al driftig begonnen.
Beheerst en ogenschijnlijk onschuldig.
Een fluwelen hand over de nekhaartjes, heel even de wang aanraken, kinnetje omhoog met haar wijsvinger, het strelen van de bakkebaarden.
Een flinke bolwassing over de kale knikker, duchtig masseren, een paar keer gladstrijken, overvloedig oliën en heel uitgebreid langzààm strelen. De geur van verse limoen.
Dan nog even zijn hoofd omhoog tillen, lichtjes nijpen in beide kaken, even met de rug van haar hand over zijn gezicht en hem dan genoeglijk afborstelen.
Hij staat op springen.
Het is ondertussen kwart vóór zeven, hij glimt als hij buitenkomt.
Nog een kwartiertje vooraleer ze haar winkel sluit.
Het kapsalon welteverstaan.

zondag 20 november 2011

Gespot : Angry young man



Harry Mulisch zei het reeds : we hebben slechts één leeftijd.
Zo zal ik eeuwig het verlegen schriele jongetje van veertien blijven, ook al word ik honderdvijftig.
Des te meer verbaasde het mij vanochtend op Tram 4, toen een meisje, véél ouder dan veertien opveerde en spontaan haar plaats presenteerde aan mij.
Ben ik beland in die levensfase dat mensen uit respect, mij vrije doorgang verlenen, reductie geven, spontaan hun plaats afstaan, helpen bij het bestijgen van de trap, de kleine lettertjes ontcijferen op de menukaart, mij wegwijs maken aan de bankautomaat ?
Dat moet een schromelijke vergissing zijn.

Inplaats van dankbaar was ik geërgerd, kregelig, perplex, wist niet wat gedaan.
Even dacht ik hààr op haar plaats te zetten, met mijn beide handen op haar schouders : blijft alstublieft, godverdomme zitten. Kijk maar hoe fluks, fris en dartel ik nog ben, hoe monter en parmantig.

Het was inderdaad een vergissing.
Het brave meisje was volslank, zij bezette teveel zitruimte op de smalle bank.
Ze wachtte gewoon op een slanke mansfiguur om de Barmhartige Samaritaan uit te hangen.
Oud of jong, dat maakte geen verschil.
Ze had evengoed haar plaats gegeven aan een schriele jongeman van veertien.

vrijdag 18 november 2011

Kruimels

is de vogel van steen
is het de duif die wacht in het grijs

van de kille ochtend
hoog aan de Beurs ?

bij het groen
spreidt hij zijn vleugels
landt aan de overkant
op het dak van de Exki

slechts wat kruimels
aan de oude Bank

dinsdag 15 november 2011

Het Volkshuis

Hooguit zeventien vergeelde bladeren overleefden het weekend van Wapenstilstand aan het schriele boompje op de Parvis.
Ik blijf het verbazingwekkend vinden dat Vladimir Illjitsj Lenin hier, pakweg een eeuw geleden, het marxisme is komen prediken. Hier in de Kuulkappersgemeente, een negorij op de Wereldkaart van de revolutie.
Hier op deze eigenste plek, wellicht waar ik nu zit, is hij de huidige financiële crisis komen voorspellen.
Het woekeren van de vrije markt, de onzichtbare vuist die slaat inplaats van reguleert, de duale maatschappij, het gouden kalf die alleen geeft al wie al heeft.

Rondom mij blijft er weinig over van dit radicale gedachtengoed. Loftsocialisten dat wel, dure Apple's, er komt alleen maar schoon volk in het Volkshuis. Mooie meisjes, hippe vogels, ze nippen aan hun Lait Russe of tikken een message op het touchscreen van hun Samsung. Er wordt vrolijk getaterd in het feelgoodcafé aan de Parvis.. "j'adore tes histoires Isabelle..".
Al het zweet van de kompels, de metallo's, de textielarbeiders, brouwersgasten die hier, hand in hand de Internationale zongen, is opgedroogd, het lied verstomd.
Sterft ! Gij Oude Vormen !
De miserie van de gewone man, zeker in deze stad, is even schrijnend dan pakweg honderd jaar geleden, maar minder zichtbaar. Er zijn meer vangnetten, maar hoelang hoemeer gaten in die netten.
Mensen die helemaal uit de boot vallen, sommige zelfs letterlijk nog vóór ze arriveren.
We kijken ernaast, lopen er letterlijk overheen, ze slapen buiten, vlak voor onze neus.
We worden het gewoon, we kunnen niet alle problemen van de wereld oplossen. Het regent crisissen : financiële, economische, sociale, milieu, politieke..    We hebben wel genoeg aan ons hoofd.

Buiten zitten drie schooiers, ze hebben de lege glazen gegraaid op het terras. Ze drinken van een verlaten fles, een overschotje van een haastige klant. Ze mogen bestaan, geen mens die er zich aan stoort, ook dit is het Volkshuis.
Ik nip nog even aan mijn Vodka Belvedère, knoop mijn jas dicht, sluit mijn laptop, ontgrendel mijn Nokia.
Ik kijk naar buiten. Merde, il pleut, quel malheur.