dinsdag 22 september 2009

Sport op dinsdag

In de glazen sportzaal aan de Papenvest is de turnles aan de gang. Het is 9u30.
Een klas, amper uitgeslapen jongelui, zijn begonnen aan een volleybalmatch.
Behalve het net en de bal is er evenwel niets dat daar op lijkt.

Het eerste wat opvalt is de chaos in de uniformen. Dat zou bij ons, in vroegere tijden, nooit waar zijn geweest. Daar stonden strenge straffen tegenover, ik weet waarover ik praat.
Alhoewel ik in principe tegen alle vestimentaire uniformiteit ben gekant, is het nu een beetje storend. Vermits het spelpeil onbestaande is, zou dit tenminste toch wat orde hebben gebracht in de zaal.

De eerste bal die over het net gaat wordt door de tegenpartij bekeken alsof het een vallende ster betrof. Hij ploft neer in het midden van het veld, niemand beweegt. Er wordt alleen geconstateerd dat hij op hun speelvak is terechtgekomen.
De Juf wijst naar links. Uiteraard, een blinde ziet dat de linkerpartij heeft gescoord, maar misschien is zelfs deze elementaire regel onbekend in de klas.
Terwijl men zich opmaakt voor een nieuwe service, staat aan de rechterkant een meisje, heel alert, te wachten met gekruiste armen.
De bal valt op een zware leerling in blauwe outfit, die niet anders kan dan de bal tikken.
Hij slaat erop alsof hij wordt gestoken door een angstaanjagend insect. De bal belandt onder het net. De Juf wijst opnieuw naar links.

Er staat nog een heel dikke meid aan de rechterkant. Haar truitje is veel te klein, wat haar figuur nog meer volume geeft. Zij laat haar armen zakken, zeer uitnodigend voor de andere kant van het net.
Misschien had de klas veel liever toestelturnen gehad, marathon gelopen of benji gesprongen ?
Saboteren ze en masse de les van deze Juf, die overigens een heel bedreven verkeersagente zou zijn ?
Bij de derde opslag slaat een gebrilde jongedame heel hard op de bal, vermoedelijk een wanhoopsdaad. Hard en ver, als dat vervelende ding maar uit de weg is.
De bal komt belandt op het hoofd van een vriendelijke jongen die aan het net in de weg stond.
Die zal vandaag en de volgende dagen last hebben van zware concentratiestoornissen.
Ik hoop dat hij er geen blijvende kwetsuren aan overhoudt.
De hele klas lacht, de jongen incluis - ondanks zijn lichte hersenschudding.
De Juf wijst naar links.

Ik blijf nog even voor de vierde opslag.
Zowaar, ditmaal tikt het meisje met de gekruiste armen de bal over het net.
Daar is het al niet veel beter.
Een lange jongeman vangt de bal goed op en geeft een sierlijke pas naar zijn teamgenoot aan het net. Die moet alleen nog even tegen de bal blazen, maar inplaats van te springen blijft hij aan de grond genageld en keilt de bal in het net.
Ditmaal wijst de Juf naar rechts. Er is een zeker evenwicht in de klas, ondanks - of dankzij -
het spelpeil. Een spannende match.
De opslag van de rechterzijde, door het dikke meisje in het strakke truitje, gaat wel degelijk over het net. Alleen komt de bal ditmaal terecht op het hoofd van de lerares.
Nu is de Juf helemaal uitgeteld. Geen links of rechts meer.
Dat is wat ze uiteindelijk wilden bereiken.
Was het spel al je reinste anarchie, nu is het hek helemaal van de dam.

Chapeau voor de leraars(essen) lichamelijke opvoeding in deze barre tijden.
Maar zij zouden beter een helm dragen en een dik vel kweken.

maandag 21 september 2009

Metroblues

De man op Metro Debroux geeuwt zó lang dat hij makkelijk het Guinnessbook of Records zou halen. Veel langer kan niet, anders komt er een gezichtschirurg aan te pas.
Twee gekleurde jongeren rechttegenover hem begroeten mekaar hartelijk aan De Brouckère, door met hun beide vuisten heel even tegen mekaar te tikken. De vrees voor de Mexicaanse griep zit nog heel diep.
Ondertussen is de geeuwer begonnen aan een tweede recordpoging. Het zal niet veel schelen, maar ik denk dat de eerste keer langer was.
Ik geloof nooit dat die man vannacht heeft geslapen.
Twee hollandse expats zwijgen geen minuut. Zoals verwacht gaan ze eruit aan Schumann, net zoals alle andere belangrijke mensen.
Er zitten nog wat middelbare schoolstudenten, die op dit uur eigenlijk op school hoorden te zitten.

Een man met een paardestaart lacht naar mij. Ik weet niet waarom.
Als hij op mij valt gaat hij struikelen.
Het meisje met de lange bruine haren slaapt zo diep dat ook zij vannacht geen oog heeft dichtgedaan. Misschien is ze familie van de geeuwer, of is ze zijn vriendin en hebben ze vanochtend hommeles gehad omdat hij haar helemaal had uitgeput.
Het jonge stel met de zware bottines zijn helemaal niet afgemat. Ze plakken aan mekaar als twee slakken op een jonge eik, wat dan weer het voordeel heeft dat er meer ruimte is voor de andere reizigers.

Een vrouw met een bruine regenmantel en witte dichtgeknoopte sjaal houdt haar handtas stevig gekneld op haar schoot, ze kijkt heel verbaasd bij ieder station.
Ze komt uit de provincie, zit op een totaal verkeerde metro en hoopt bij iedere halte "Nieuwstraat, rue Neuve" te horen. Ze kijkt verdwaasd en ook een beetje kwaad, het zijn van die mensen die Brussel aandoen en denken dat alle wegen naar de Nieuwstraat leiden.
Twee oudere dames zijn dan weer te vroeg vertrokken, ze zitten wat geklemd tussen de forenzen, ze weten dat ze best de spits vermijden maar zijn anderzijds ook graag vroeg thuis, vandaar.
Een jongeman zit in de knoei met de draad van zijn Ipod, waardoor het van verre lijkt dat hij aan het breien is, een heel vreemd zicht.
Een grijsaard, hooguit tien jaar ouder dan ik draagt een mooi kostuum. Op zijn rechterrevers prijken zijn militaire decoraties.
Bij mijn weten zijn er de laatste vijftig jaar geen Grote Oorlogen meer geweest in onze contreien waarmee iemand van die leeftijd zou kunnen uitpakken.
Voor Korea was hij veel te jong. In Vietnam waren we afwezig. In Bosnië hebben we niet gevochten. Misschien komen zijn eretekens van het Vossenplein.
Een meisje, te oud voor de talrijke puistjes, kijkt schichtig en verlegen om zich heen waardoor ze opvalt.

De ondergrondse blijft boeiend, zelfs op een grijze maandagochtend. Niet VTM, maar de metro kleurt je dag.
Als ik afstap aan Petillon is er slechts één gedachte die mij kwelt :
wat zouden al die mensen van mij denken ?

vrijdag 18 september 2009

Mulder

Als ik de galerie de Monnaie buitenkom bots ik op Jan Mulder, in een lange witte regenjas en omringd door felle kerels, bezig in een geanimeerd gesprek.
Flamboyant zoals steeds, stevige tred, haren in de wind, brutale smoel.
Ik heb het altijd voor die man gehad.
Jàren geleden al, toen hij het mooie weer maakte bij Anderlecht.

Toen ik als kleine jongen met mijn vader naar het Grote Anderlecht ging, zijn twee dingen mij altijd bijgebleven.
Parkeren moesten we toen nog haast aan de Bon Air (hoeveel kevertjes waren er toen nog !).
Ik herinner mij de versgestreken schitterende paarse truitjes van de Sporting en de geur van de choucroute bij het verlaten van het stadion.
De truitjes waren toen nog maagdelijk paars, zeker niet besmeurd met reclame voor één of andere bank, alhoewel toen ook al het Grote Geld in Anderlecht meespeelde. Kreeg Mulder niet een sportwagen cadeau, terwijl het brusselse icoon Van Himst hem zelf moest betalen ?
Hollandse koopmansgeest en belgische bescheidenheid ?

Ik zag beide heren een tijd geleden in de spreekstoel van de Buren.
Van Himst loofde Mulder, omdat die zich snel aanpaste aan het brusselse leven en het strenge calvinistische holland al snel van zich afschudde, om volbloed Bourgondiër te worden.
De escapades in het brusselse nachtleven van Mulder zijn berucht, daarbij vergeleken zijn de Duivels koorknapen.

De andere Hollander Rensenbrink was heel anders, volgens Van Himst.
Hij had die ooit eens meegetroond naar de Rugbyman aan de vismarkt.
Rensenbrink had daar, totaal naast de kwestie, een biefstuk frit besteld.
Van Himst had hem dit voorzichtig afgeraden : "Hier moet je zeker de homard proeven."
Het had hem wel degelijk gesmaakt, tot de rekening op tafel kwam.
"Nou, had ik dat geweten, ik had toch de steak genomen," zou Robbie hebben gezegd.
Die hollandse krenterigheid had Mulder snel afgelegd.

Zo'n man zou je eigenlijk ambassadeur van Brussel moeten maken in Nederland.
Hij is dat natuurlijk, maar zou ongetwijfeld de titel weglachen.
Toen Van Himst opmerkte dat hij een "goede schrijver" was, wuifde hij dit meteen lachend weg.
"Ik schrijf wat stukjes, als ik wacht op de trein of op café, dat is heel andere koek dan een verhaal ontwikkelen."
Voor één keer was hij bescheiden.

Mulder is een monument die een standbeeld verdient.
In Anderlecht, op het Dapperheidsplein.

woensdag 16 september 2009

Suzanne

Bij het Vlaams-Nederlandse huis De Buren heeft men een gouden zaak gedaan met Suzanne.
Suzanne geeft bij iedere lezing een inleiding van een halfuur en nadien nog een uitleiding van hetzelfde kaliber.
De arme spreker kan alleen maar de inleiding beamen want zij heeft alles al gezegd.
Hier en daar zijn er nog wat onbetekenende details die hij toevoegt.
Idem dito voor de magistrale synthese achteraf : de gast moet met rode kaken afdruipen.
Zij heeft veel meer gehoord en begrepen dan wat de spreker zelve bedoelde te zeggen. Beschamend.

Sinds kort heb ik haar geheim ontdekt.
Net vóór de lezing komt ze de zaal binnen met de moderator en de gast(en). Ze hebben uitgebreid zitten tafelen in restaurant Roma of in de L'Opéra.
Daar heeft Suzanne, tussen de soep en de patatten, alle pieren uit de neus gehaald van de genodigde.

Ik blijf de laatste tijd niet meer voor de ganse lezing.
Ik kom gewoon naar Suzanne luisteren bij de introductie en keer rond 21u30 terug uit het café :
zij zet alles dan keurig op een rijtje voor mij. Handig verpakt met strikje toe.
Bespaart tijd en moeite.

Suzanne : ik heb het altijd verward met een uitzendkantoor.
Ik hoop dat zij een vaste kracht is.

dinsdag 15 september 2009

September

"Pap, wat was de leukste school waar je ooit hebt gezeten ?".
In de O.L.V.Vanvaakstraat loopt een vader met zijn kinderen. Hij haast zich naar school.
Dat is een vraag die mijn kinderen nooit hebben gesteld.
Ze wisten dat ik er vele heb gekend maar weinige bemind. Ze merkten dat dit geen issue was dat mij bekoorde.

Pap zeult nog twee andere kinderen op zijn fiets. Het is maandagochtend, de man heeft wel wat anders aan zijn hoofd.
"Moeilijke vraag," zucht hij.
Het kind somt wat criteria op om pap op weg te helpen : "Een leuke meester ? Kameraden ? De directeur ? De speelplaats ?".
Zo'n nieuwsgierig kind moet je natuurlijk voeden, en de vader beseft dat, alleen is het niet het juiste moment.

Ik zie soms dodelijk vermoeide moeders hun kroost wegbrengen.
Er is die rosse overspannen madam uit mijn buurt met haar twee jongetjes.
Ze ziet die kinderen graag, daar twijfel ik niet aan, alleen al dat gesleur en gemekker is er teveel aan.
De kinderen blijven vrolijk, heel soms is er eens een uitschuiver. Ze haalt dan direct zwaar uit, begint te roepen, gooide zelfs éénmaal het boekentasje van de oudste midden op straat.

Pap is niet zo opvliegend, alleen is hij heel gehaast en hoe interessant ook de vraag van dochterlief, hij moet dat pareren.
"We zullen het daar vanavond eens over hebben," zegt hij snel, terwijl hij het jongste de snot van haar neus veegt.

De vraagstaart heeft dat niet gehoord en volhardt : "Ging je niet graag naar school Pap ?".
"Natuurlijk wel, alleen moeten we ons nu haasten schat."
"Waarom vertrekken we dan niet vroeger ?". Ook dat is raak.
Ik zou fier zijn op zo'n wakkere dochter.
Hij wordt gebeld, waarschijnlijk is zijn baas hem al aan het opjutten. Of het is mam die hem meldt dat hij de brooddoos van de jongste is vergeten.
Hij moet even stoppen, want met twee kinderen op de fiets en ondertussen bellen is niet eenvoudig.
Daardoor vertraagt hij nog meer zijn route.

Na het gesprek is de man duidelijk zenuwachtiger.
Het kind merkt dat, maar doet er nog een schepje bovenop.
Ze zegt wat zij hoopte dat de vader ging vragen, en geeft Pap en passant nog wat mee om over na te denken in de loop van zijn drukke dag.
"Ik heb de allerliefste Juf van de hele wereld," zegt zij, "zij antwoordt altijd op alles wat ik vraag."

maandag 14 september 2009

De Ringbaard

In de Schildknaapstraat passeert mij een gebrilde man met ringbaard en een groene mantel.
Ik geef mijn rechterarm als die man geen voorzitter is van de lokale afdeling van het Davidsfonds in zijn dorp.
Hij is tegelijk ook een ambtenaar van de oude stempel, hij heeft een bruinlederen boekentas bij zich. Te groot voor een laptop.
Daar zit ongetwijfeld een vulpen in en De Standaard.
Thuis luistert hij naar Miel Cools en af en toe naar Miek en Roel, maar alleen de rustige nummers.