Het deftig dametje in Taverne de la Paix in Evere nipt zuinig van haar rode porto.
De pelsen mantel hangt keurig aan de kapstok naast haar.
Haar Bichon Frisé zit rustig aan haar zijde op de zetel.
Het beest kijkt af en toe verlangend naar het baasje. Soms wordt hem een snoepje toegestoken, het staartje gaat daarbij behaaglijk over en weer.
Het hondje blijft mooi koest, zij glundert, fier als een pauw met zo'n voorbeeldig gezelschap.
Ze bestelt opnieuw een porto, maar als de kelner eraan komt maakt dit het beest los in de geparfumeerde poedel. Het zoete parfum en de strakke zwarte broek werkt op de hond als een rode lap op een stier.
Hij springt plotsklaps van de zetel en hecht zich klemvast aan het rechterbeen van de man, daarop begint hij zich wild af te rukken. Het staartje gaat nu veel driester tekeer.
De man lacht verlegen en zwiert lichtjes met zijn been, het maakt de hond alleen maar hitsiger.
Ver weg zijn de koekjes en de kleffe liefkozingen van madam.
Het dametje is in alle staten.
"Tintin, ici !" - Tintin heeft evenwel andere besognes.
"Tout de suite !" - Zij moet hem eraf trekken. Beschamend tafereel voor de deftige dame.
Ze legt hem onmiddellijk aan de leiband en geeft hem nog een flink standje, al was het beest liever bij zijn vorig standje blijven hangen.
De porto wordt snel geledigd, ze rekent af en verdwijnt, staart tussen de benen.
Zoveel latijn gestoken in de opvoeding van haar enig kind, maar als de drift toeslaat is alle gezag loos.
Ik zie ze nog even, heel onelegant rukken aan de leiband, net voor ze gehaast om de hoek verdwijnt, haar coiffure en pelsen mantel ietwat uit de haak.
zondag 31 januari 2010
zaterdag 30 januari 2010
vrijdag 29 januari 2010
Brussel-Antwerpen : 0-1
"Waarom heeft Hitler een snor ?"
"Waarom zijn de dino's niet blijven leven ?"
"Hoe heet het hondje met zijn pootje omhoog ?"
"Waarom heet het Zinneke ?"
Op stap met Bert en Stijn, twee kleine neefjes uit Antwerpen, heb ik nauwelijks de tijd om te repliceren of er rolt alweer een nieuwe vraag uit hun snuitjes.
Hongerige vogeltjes, snaveltjes open, nemen amper de tijd om te slikken of daar gaat het bekje weer wijdopen.
Al van bij het binnenkomen in de stad worden de vragen als mitrailletevuur uitgespuwd.
"Verkopen ze koeken in Koekelberg ?" "Is de basiliek groter dan de OLV-kathedraal (het zijn tenslotte sinjoortjes) ? "Hoe hoog is de basiliek ?" -
Nooit over nagedacht, hoe hoog is dat Rooms Paleis ? En als het niet hoger is dan de kathedraal, hoe kun je tegenover kinderen staven dat de basiliek toch groter is ?
Wat is dat dan : groter ? Breder ? Langer ?
Daar koopt een kind niks mee.
En wat is het verschil tussen een basiliek en een kathedraal ? Tja.
In de Legermuseum willen ze per se de deur openwrikken van het vliegtuig waaruit de parachutisten worden gedropt. "Hola, voorzichtig jongens, we hebben geen valscherm."
So what ?
In de cockpit van een helicopter blijven ze wel een halfuur treuzelen, een ongeduldige moeder bekijkt mij indringend. Sorry mevrouw, wij hebben ook niet betaald.
"Waarom mogen we niet bij die mooie boten ?"
Tja, waarom niet ? Nooit bij stilgestaan.
Bij de wachttoren van het Jubelpark blijven we lang fantaseren bij het nut ervan.
Om het park te bewaken ? Om stoute kinderen in op te sluiten ? Biedt het onderdak aan bezoekers die schuilen voor de regen ?
Gelukkig is het paviljoen van de Menselijke Driften van Jef Lambeaux hen helemaal ontgaan.
In het automuseum krijg ik een lesje automechanica van een opdondertje van amper tien jaar.
Ik kan alleen maar blozend beamen.
Aan de ingang van het Leopoldspark komen ze niet meer bij van het lachen :
moet dit omhooggevallen prieeltje de vroegere dierentuin van Brussel voorstellen ?
Het biedt amper voldoende ruimte om hun Antwerpse olifanten te herbergen.
En waarom zou je het pad nemen als er een avontuurlijke helling binnen handbereik ligt ?
In het museum van Natuurwetenschappen blijven we een hele tijd hangen bij het interactief spel waarbij de walvissen worden gedissecteerd. Ik wil mij overmoedig mengen in het gebeuren + en passant wat onderricht geven maar raak hopeloos verstrikt in het computergestuurd spel.
Gelukkig zijn zij in de buurt.
Ik vind het filmpje van de springende dolfijnen trouwens veel spectaculairder, hoef je alleen maar te kijken. Zij dus niet.
"Waarom maken dolfijnen een salto bij het springen ?"
Razend interessante vragen, ik beloof het allemaal op te zoeken.
In de zaal van de dino's ontwaar ik een lichte ontgoocheling : er zijn alleen maar skeletten.
"Wat is het verschil tussen een skelet en een geraamte ?"
Om het spervuur wat te blussen trakteer ik op een ijsje, maar dat is boter aan de galg.
Alle indrukken die ze hadden gespaard worden nu breed opengestrooid, als een gesprongen zak knikkers kletteren de vragen over de vloer.
"Waarom zijn er 'straatlozen' in Brussel ? Waarom spreekt iedereen frans ? Wat is het hoogste gebouw in Brussel ?".
"Eet snel jullie ijsjes jongens, er is nog veel te zien."
Daar kom ik goed mee weg.
Ik noteer alle vragen en constateer dat ik weinig weet over mijn stad.
Lazy Sunday Afternoon ?
Vergeet het - één dag op pad met deze twee koters houdt een mens jong en alert.
"Zijn we nog in Brussel ?" vragen ze op het viaduct van Vilvoorde.
"Neen jongens, en doe geen moeite, verder dan Brussel reikt mijn kennis niet."
Daarop vallen ze beide niet in slaap.
"Waarom zijn de dino's niet blijven leven ?"
"Hoe heet het hondje met zijn pootje omhoog ?"
"Waarom heet het Zinneke ?"
Op stap met Bert en Stijn, twee kleine neefjes uit Antwerpen, heb ik nauwelijks de tijd om te repliceren of er rolt alweer een nieuwe vraag uit hun snuitjes.
Hongerige vogeltjes, snaveltjes open, nemen amper de tijd om te slikken of daar gaat het bekje weer wijdopen.
Al van bij het binnenkomen in de stad worden de vragen als mitrailletevuur uitgespuwd.
"Verkopen ze koeken in Koekelberg ?" "Is de basiliek groter dan de OLV-kathedraal (het zijn tenslotte sinjoortjes) ? "Hoe hoog is de basiliek ?" -
Nooit over nagedacht, hoe hoog is dat Rooms Paleis ? En als het niet hoger is dan de kathedraal, hoe kun je tegenover kinderen staven dat de basiliek toch groter is ?
Wat is dat dan : groter ? Breder ? Langer ?
Daar koopt een kind niks mee.
En wat is het verschil tussen een basiliek en een kathedraal ? Tja.
In de Legermuseum willen ze per se de deur openwrikken van het vliegtuig waaruit de parachutisten worden gedropt. "Hola, voorzichtig jongens, we hebben geen valscherm."
So what ?
In de cockpit van een helicopter blijven ze wel een halfuur treuzelen, een ongeduldige moeder bekijkt mij indringend. Sorry mevrouw, wij hebben ook niet betaald.
"Waarom mogen we niet bij die mooie boten ?"
Tja, waarom niet ? Nooit bij stilgestaan.
Bij de wachttoren van het Jubelpark blijven we lang fantaseren bij het nut ervan.
Om het park te bewaken ? Om stoute kinderen in op te sluiten ? Biedt het onderdak aan bezoekers die schuilen voor de regen ?
Gelukkig is het paviljoen van de Menselijke Driften van Jef Lambeaux hen helemaal ontgaan.
In het automuseum krijg ik een lesje automechanica van een opdondertje van amper tien jaar.
Ik kan alleen maar blozend beamen.
Aan de ingang van het Leopoldspark komen ze niet meer bij van het lachen :
moet dit omhooggevallen prieeltje de vroegere dierentuin van Brussel voorstellen ?
Het biedt amper voldoende ruimte om hun Antwerpse olifanten te herbergen.
En waarom zou je het pad nemen als er een avontuurlijke helling binnen handbereik ligt ?
In het museum van Natuurwetenschappen blijven we een hele tijd hangen bij het interactief spel waarbij de walvissen worden gedissecteerd. Ik wil mij overmoedig mengen in het gebeuren + en passant wat onderricht geven maar raak hopeloos verstrikt in het computergestuurd spel.
Gelukkig zijn zij in de buurt.
Ik vind het filmpje van de springende dolfijnen trouwens veel spectaculairder, hoef je alleen maar te kijken. Zij dus niet.
"Waarom maken dolfijnen een salto bij het springen ?"
Razend interessante vragen, ik beloof het allemaal op te zoeken.
In de zaal van de dino's ontwaar ik een lichte ontgoocheling : er zijn alleen maar skeletten.
"Wat is het verschil tussen een skelet en een geraamte ?"
Om het spervuur wat te blussen trakteer ik op een ijsje, maar dat is boter aan de galg.
Alle indrukken die ze hadden gespaard worden nu breed opengestrooid, als een gesprongen zak knikkers kletteren de vragen over de vloer.
"Waarom zijn er 'straatlozen' in Brussel ? Waarom spreekt iedereen frans ? Wat is het hoogste gebouw in Brussel ?".
"Eet snel jullie ijsjes jongens, er is nog veel te zien."
Daar kom ik goed mee weg.
Ik noteer alle vragen en constateer dat ik weinig weet over mijn stad.
Lazy Sunday Afternoon ?
Vergeet het - één dag op pad met deze twee koters houdt een mens jong en alert.
"Zijn we nog in Brussel ?" vragen ze op het viaduct van Vilvoorde.
"Neen jongens, en doe geen moeite, verder dan Brussel reikt mijn kennis niet."
Daarop vallen ze beide niet in slaap.
woensdag 27 januari 2010
Stadsbrieven
Beste Bruksel,
De toeristen en bezoekers van uw evenementen en musea moeten moedige en vooral hardnekkige mensen zijn.
Ik was dit weekend in het Legermuseum aan de Cinquantenaire. Ik was er met vrienden uit Antwerpen, we wilden o.a. de Arcades bezoeken.
Ik had daar nogal gezwollen over gedaan en de Sinjoren hadden misschien wel wat teveel verwachtingen.
Jammer, de Arcades waren gesloten.
Misschien volgende week, maar de man aan de receptie wist het zelf niet zo goed.
Een uur later werden we door een suppoost gevraagd om het gebouw te verlaten, het was immers middag, we mochten om 14 uur terugkomen.
Plots stonden we buiten in de regen : wat nu ?
De dag ervoor was het gezelschap verloren gelopen in Sint-Gillis, ze wilden het schitterende Hortahuis bezoeken.
Ze stapten uit aan Tramhalte Horta, niemand kon hen de weg wijzen, er hing een vergeeld briefje met witte plakband op de ruit van het glazen onbestemd paviljoentje aan de roltrap.
Met een markeerstift had men de weg aangeduid, de pijl naar het Hortahuis wees naar de hemel. Tears in heaven.
Nadat ze de Toeristische diensten van Vlaanderen, Wallonië en Brussel hadden bezocht, op een steenworp van mekaar, waren ze niet veel wijzer geworden wie, waar, wanneer open was.
Bleek dat er géén informatie bestaat over de hoofdstad van Vlaanderen in de toeristische dienst van Vlaanderen op de Grasmarkt.
Nog niet zolang geleden vroeg een man aan mij tot wanneer de Brusselse biennale liep, de affiches en pijltjes hingen namelijk nog aan Metro Anneessens.
De man was al tweemaal afgedaald, maar niemand kon hem helpen.
Er is veel te zien in uw binnenste, maar een losfladderend briefje dat verwijst naar het onvolprezen Hortamuseum, een museum sluiten in het midden van de dag of signalisatie een jaar te lang laten hangen -
tja, de bezoekers van uw stad, ik kan begrijpen dat ze snel verkassen naar Brugge, ze hebben veel gemist, maar het is niet hun fout.
Je, Pacha Kroet.
De toeristen en bezoekers van uw evenementen en musea moeten moedige en vooral hardnekkige mensen zijn.
Ik was dit weekend in het Legermuseum aan de Cinquantenaire. Ik was er met vrienden uit Antwerpen, we wilden o.a. de Arcades bezoeken.
Ik had daar nogal gezwollen over gedaan en de Sinjoren hadden misschien wel wat teveel verwachtingen.
Jammer, de Arcades waren gesloten.
Misschien volgende week, maar de man aan de receptie wist het zelf niet zo goed.
Een uur later werden we door een suppoost gevraagd om het gebouw te verlaten, het was immers middag, we mochten om 14 uur terugkomen.
Plots stonden we buiten in de regen : wat nu ?
De dag ervoor was het gezelschap verloren gelopen in Sint-Gillis, ze wilden het schitterende Hortahuis bezoeken.
Ze stapten uit aan Tramhalte Horta, niemand kon hen de weg wijzen, er hing een vergeeld briefje met witte plakband op de ruit van het glazen onbestemd paviljoentje aan de roltrap.
Met een markeerstift had men de weg aangeduid, de pijl naar het Hortahuis wees naar de hemel. Tears in heaven.
Nadat ze de Toeristische diensten van Vlaanderen, Wallonië en Brussel hadden bezocht, op een steenworp van mekaar, waren ze niet veel wijzer geworden wie, waar, wanneer open was.
Bleek dat er géén informatie bestaat over de hoofdstad van Vlaanderen in de toeristische dienst van Vlaanderen op de Grasmarkt.
Nog niet zolang geleden vroeg een man aan mij tot wanneer de Brusselse biennale liep, de affiches en pijltjes hingen namelijk nog aan Metro Anneessens.
De man was al tweemaal afgedaald, maar niemand kon hem helpen.
Er is veel te zien in uw binnenste, maar een losfladderend briefje dat verwijst naar het onvolprezen Hortamuseum, een museum sluiten in het midden van de dag of signalisatie een jaar te lang laten hangen -
tja, de bezoekers van uw stad, ik kan begrijpen dat ze snel verkassen naar Brugge, ze hebben veel gemist, maar het is niet hun fout.
Je, Pacha Kroet.
maandag 25 januari 2010
Gespot
Het meisje stapt op aan Halte Hallepoort.
Het is spitsuur, de tram zit vol.
Ze overschouwt heel even de wagon vol volk en zegt dan luid en vriendelijk :
"Bonjour tout le monde !".
Sommigen monkelen wat tussen hun tanden, verlegen achter hun Metrokrant.
Anderen kijken amper op, een paar mensen lachen gegeneerd.
Neen, de vrouw verkoopt niets, ze gaat zeker niet zingen, ze verkondigt geen enkele boodschap.
Puur natuur.
Ze zegt gewoon vriendelijk goeiedag op een doordeweekse maandagochtend.
Even maar een spot in een aardedonkere zaal.
Het meisje heet zwakzinnig te zijn.
Wat ze doet is inderdaad heel ongewoon, maar dat we het abnormaal vinden zegt veel over ons, de soit-disant normalen van deze wereld.
Het is spitsuur, de tram zit vol.
Ze overschouwt heel even de wagon vol volk en zegt dan luid en vriendelijk :
"Bonjour tout le monde !".
Sommigen monkelen wat tussen hun tanden, verlegen achter hun Metrokrant.
Anderen kijken amper op, een paar mensen lachen gegeneerd.
Neen, de vrouw verkoopt niets, ze gaat zeker niet zingen, ze verkondigt geen enkele boodschap.
Puur natuur.
Ze zegt gewoon vriendelijk goeiedag op een doordeweekse maandagochtend.
Even maar een spot in een aardedonkere zaal.
Het meisje heet zwakzinnig te zijn.
Wat ze doet is inderdaad heel ongewoon, maar dat we het abnormaal vinden zegt veel over ons, de soit-disant normalen van deze wereld.
zaterdag 23 januari 2010
De Afrikaanse Vrouw
De zwarte vrouw op tram Simonis kijkt zo droef dat ik me moet bedwingen om ze niet in mijn armen te sluiten. Kom maar bij mij en huil maar eens flink uit.
Ik ben er zeker van dat ze dit niet zou waarderen.
Rond haar hangt een aura van onaanraakbaarheid, je voelt het vanop kilometers afstand.
En al helemaal onbereikbaar voor mannen.
Haar blik is dof en straalt de totale hopeloosheid uit, welke je leest in de ogen van de Oost-Congoleze vrouwen. Als je aandachtig tv kijkt is dit soms minder vluchtig dan je denkt.
Maar het kan ook Soedan zijn, Nigeria of Sierra Leone.
Haar tranen zijn allang opgedroogd, vanbinnen zit alles diep gebetonneerd.
Heeft zij haar kinderen verloren ? Haar man ? Haar ganse familie ? Is ze misbruikt geweest ?
Heeft ze het ongeboren kind verloren na te zijn gefolterd ? Is ze slavin geweest bij één of ander zootje ongeregeld ?
Onpeilbaar is haar verdriet, als de bodems van de Grote Meren.
Ze laat alle stations aan zich voorbijgaan, ze kijkt bij geen enkele halte op.
Het is een doelloze tocht zonder eindbestemming.
Een hele colonne zieleknijpers zou deze vrouw geen millimeter vooruit helpen.
De welzijnswerker in mij zoekt naar oplossingen, alsof er voor alles "oplossingen" bestaan.
Alsof ik alle verdriet van deze stad zou kunnen opzuigen en in vakjes opdelen : de eenzamen, de geldgebrekkigen, de Sans Papiers, oorlogsslachtoffers, de Kindsoldaten, de daklozen en bedelaars, de gedwongen hoertjes.
Allemaal aparte loketjes en voor ieder een gepast antwoord.
De Blijde Intrede van Jezus Christus van Brussel, Ensor achterna.
Aangekomen aan de Brouckère loopt iedereen gehaast door de galerij Anspach en op de boulevards met proppensvolle zakken solden en winkelwaren, niets aan de hand.
Geen tijd om stil te staan bij het verdriet en ville.
Ieder heeft een scherf tristesse, maar na het zien van deze vrouw besef ik dat er gradaties zijn.
De zatte bedelaars aan de Delhaize schenken nog amper aandacht aan het gescheurde bekertje voor hen. Ze zijn ver weg, maar ze hebben iets wat de Afrikaanse vrouw totaal ontbeert.
Pijn, verdriet, depressie, geldgebrek, honger - allemaal vreselijk om dragen - maar niets is zo afgrijselijk dan totale eenzaamheid.
Ik ben er zeker van dat ze dit niet zou waarderen.
Rond haar hangt een aura van onaanraakbaarheid, je voelt het vanop kilometers afstand.
En al helemaal onbereikbaar voor mannen.
Haar blik is dof en straalt de totale hopeloosheid uit, welke je leest in de ogen van de Oost-Congoleze vrouwen. Als je aandachtig tv kijkt is dit soms minder vluchtig dan je denkt.
Maar het kan ook Soedan zijn, Nigeria of Sierra Leone.
Haar tranen zijn allang opgedroogd, vanbinnen zit alles diep gebetonneerd.
Heeft zij haar kinderen verloren ? Haar man ? Haar ganse familie ? Is ze misbruikt geweest ?
Heeft ze het ongeboren kind verloren na te zijn gefolterd ? Is ze slavin geweest bij één of ander zootje ongeregeld ?
Onpeilbaar is haar verdriet, als de bodems van de Grote Meren.
Ze laat alle stations aan zich voorbijgaan, ze kijkt bij geen enkele halte op.
Het is een doelloze tocht zonder eindbestemming.
Een hele colonne zieleknijpers zou deze vrouw geen millimeter vooruit helpen.
De welzijnswerker in mij zoekt naar oplossingen, alsof er voor alles "oplossingen" bestaan.
Alsof ik alle verdriet van deze stad zou kunnen opzuigen en in vakjes opdelen : de eenzamen, de geldgebrekkigen, de Sans Papiers, oorlogsslachtoffers, de Kindsoldaten, de daklozen en bedelaars, de gedwongen hoertjes.
Allemaal aparte loketjes en voor ieder een gepast antwoord.
De Blijde Intrede van Jezus Christus van Brussel, Ensor achterna.
Aangekomen aan de Brouckère loopt iedereen gehaast door de galerij Anspach en op de boulevards met proppensvolle zakken solden en winkelwaren, niets aan de hand.
Geen tijd om stil te staan bij het verdriet en ville.
Ieder heeft een scherf tristesse, maar na het zien van deze vrouw besef ik dat er gradaties zijn.
De zatte bedelaars aan de Delhaize schenken nog amper aandacht aan het gescheurde bekertje voor hen. Ze zijn ver weg, maar ze hebben iets wat de Afrikaanse vrouw totaal ontbeert.
Pijn, verdriet, depressie, geldgebrek, honger - allemaal vreselijk om dragen - maar niets is zo afgrijselijk dan totale eenzaamheid.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)