vrijdag 20 augustus 2010

Gespot

Een jonge Tunesiër  en zijn oudere madam zitten liefelijk naast mekaar op Tram 82.
Hij streelt haar hand, zij - een blondine op haar retour - glimlacht.
Ze is heel voornaam gekleed.
Ze hebben allebei een dikke vis gevangen.
Zij een groen blaadje, hij een dikke portefeuille.
Wat zou het als ze allebei content zijn.

woensdag 18 augustus 2010

La Rentrée

In de Club aan de City 2 komen oma, moeder en kleindochter uitgelaten de winkel binnengestapt.
Grootmoe heeft de portemonnee al in aanslag. Het meisje mag naar hartelust grabbelen in de uitgestalde Rentrée-waren.
Midden augustus zie je al veel vooruitziende moeders met hun kinderen de grootwarenhuizen afdweilen, kwestie van niet telaat te komen.
'Neen, géén pennenzak,' zegt de vrouw tegen haar moeder, 'dat mag niet in haar school.'
'Wat nu ?' repliceert oma, 'waar moet ze dan haar schrijfgerief opbergen ?'
'Ze mogen geen plasticwaren gebruiken,' zegt de moeder weer.
'Dan neemt ze maar een lederen', want oma kijkt niet op een centje als het over haar nakomelingen gaat.

De moeder moet voortdurend de koopgrage dochter en moeder bijsturen want de school voert het ecologische hoog in het vaandel. Ik twijfel of de Club de gepaste afslag was.
'Naar welke school gaat ze dan wel ?' vraagt oma, die dus niet oppast tijdens het schooljaar.
Gezien haar gebronsde gelaat en kleurrijke outfit vermoed ik dat ze een optrekje heeft in Zuid-Spanje en alleen als het ginder brandt de oversteek maakt naar het land van oorsprong.
Daardoor is ze niet mee met één en ander.
'Ze zit op het St-Maartenscollege,' antwoordt de moeder.

Omoe reageert verbaasd en licht verontwaardigd : 'Gaat ze naar een kàtholieke school ?'.
'Het is de beste school van wijd in de omtrek en veel katholiek komt er niet meer aan te pas," probeert de moeder te sussen.
'Ge hebt toch goede gemeenschapsscholen,' antwoordt grootmoeder daarop.
Het kleine meisje loopt onderwijl vrolijk tussen de rekken, helemaal in het ongewisse van de strijd tussen de netten.
'Ach, dat zijn discussies van vroeger, het verschil is nog amper merkbaar, je moet gewoon voor het beste gaan.'
Maar oma is niet overtuigd, wellicht heeft ze in de jaren vijftig nog met vlag en wimpel op de barricades gestaan tijdens de woelige schoolstrijd.
'Het is een beetje zoals tussen de Vlamingen en de Walen, het is allemaal wat opgefokt door de politiek,' vervolgt de moeder.

Het Grootje voegt zich daarop bij haar kleindochter :
'Ga je graag naar school ?' Sommige grootouders moet je wat in het gareel houden, ze stoken ongemerkt en kennen de gevoeligheden maar al te goed.
'Mja,' zegt het kind, 'maar de Juf is heel streng.'
Dat bevestigt helemaal haar vooroordelen : een Spartaans regime, waar de kinderen amper mogen asemen.
Ze doet er nog een schepje bovenop.
Mompelend vraagt ze of er een kruisbeeld in de klas hangt - blijkbaar een Oude Tante van de Vrijzinnigheid.
Het meisje twijfelt, ze vraagt zich even af wat een kruisbeeld is, daarop zegt ze :
'Neen dat niet, alleen maar een foto van de koning.'

Inderdaad, het verschil tussen de Vlamingen en de Walen, het is allemaal wat opgefokt.
Zolang de koning boven het bord hangt is er nog hoop voor dit land.

Lees ook mijn Hoopinie op : brusselblogt.be

maandag 16 augustus 2010

De Stadsbrief

Beste Bruksel,

Vanochtend werd ik even opgehouden door een equipe moedige vuilnisophalers, die in de striemende regen uw straten proper raapten.
Dat soort volk wordt te weinig erkend in uw stad. Wie ooit Napels bezocht weet hoe onschatbaar groot hun bijdrage is in de gezondheid van een stad.
Vooral op deze plek waar het achterlaten van rommel, wildplassen en hondenpoep een niet uit te roeien kwaal blijkt.

Ze worden ervoor betaald, opperen sommigen.
Ja, dat zou er nog aan ontbreken.
Dat kan men ook zeggen van Koning Boudewijn, die werd er ook voor betaald maar men struikelt weldra over de standbeelden van die man.



Een standbeeld voor vuilnisophalers en straatkeerders, het mag. Maar ik zou eerder aanbevelen om een jaarlijkse jogging te houden, in hun werkkledij – vertrekkende vanaf de Botanique (is lekker bergaf).
Vervolgens langs de centrale lanen en met aankomst op de Grote Markt, waar de winnaar wordt gefeliciteerd - maar niet gekust - door de burgervader maar wél wordt omhelsd door Miss Brussel.
Op die dag wordt het vuil overigens opgehaald door betrapte sluikstorters en mensen die hun gemeenschapsdienst volbrengen.


Die van het Net verdienen het. Maak er werk van : laat dit idee niet rotten.
 Je, Pacha Kroet.

zaterdag 14 augustus 2010

Bediening inbegrepen ?

Ze smijt het brood voor mij op de toog alsof het een pakje verdwaalde hondenpoep is.
Ik vertik het om alstublieftmerci te zeggen en aarzel even om haar carrement de rug toe te keren en verbauwereerd achter te laten : dat ze het brood zelf opvreet.
Ze is zelfs te lomp om mij de prijs te zeggen, ik dien het af te lezen van het schermpje op de kassa.
Het ligt niet aan mij want ik ben een aimabele klant, ze leeft gewoon tegen haar goesting.
Ik heb ook zo'n periode gekend maar ben er toch altijd in geslaagd hoffelijk te blijven, ook al kostte het flink wat inspanningen.
Ik had me toen voorgenomen minstens éénmaal per dag smakelijk te lachen, dat was soms ver zoeken -
een lied te zingen of op zijn minst te neuriën en een gedicht te lezen.
Dat was een duistere periode maar ik ben er doorheen gezwommen.
Ik heb daar dus alle begrip voor maar niet bij deze jongedame, ook al omdat ik in haar blik geen zwaarmoedigheid maar volslagen desinteresse lees.
Dan moet je maar wat anders gaan doen dan achter een toonbank staan.

Mijn krantenmadam, niet gespaard door het leven, was een schoolvoorbeeld van wat een winkelmadam hoort te zijn. Ik zou iedereen bij haar in de leer sturen.
Correct, vriendelijk - altijd met een hartelijke wens voor de dag.
Maakte niet uit of je een aansteker of honderd tijdschriften kocht. Hier was de klant koning.
Zij had ook haar dagen, ik zag dat meteen. Ze zei dan wat minder, maar was nooit onvriendelijk, ik liet haar in vrede.
Andere dagen was ze heel geïnteresseerd maar nooit ongezond nieuwsgierig.
Ze kende haar plaats en respecteerde de klanten in hun privacy. Ik mis ze elke dag.

Diensters, garçons, winkeljuffrouwen onderschatten schromelijk het belang van een vriendelijke bediening.
Geen commerçantengezwans, maar kort en goed, een gemeend woord, de juiste afstand bewaren, in respect maar toch belangstellend. Vooral de begroeting en het gedag is belangrijk.
Ze zouden daarenboven versteld staan wat dit bij henzelf teweegbrengt.

De nieuwe winkeljuffrouw in de Theepot heeft het helemaal in de vingers, die is ongetwijfeld langsgeweest bij mijn krantenmadam.
De ochtend klaart helemaal op als ze mij begroet, ook al is het een miezerige dag : she makes my day.
'Nog een leuke dag,' zegt ze als ik het pand welgezind verlaat.
Dit meisje gaat het maken in het leven, om het even wat ze onderneemt.

Men oogst wat men zaait.
Bij Les Brasseurs en Le Centre krijgen de diensters altijd drinkgeld van mij, ze vragen daar niet om -
op een ongedwongen wijze dwingen ze het af.
Dat heet klasse.

donderdag 12 augustus 2010

Gespot

Bij Huntingandcollecting in de Kartuizers is een vijandelijke stam gepasseerd.
Ze hebben een waar slagveld aangericht. Links en rechts liggen de lichamen, sommigen opeengestapeld,
de armen wijdopen, de ogen dof.
Sommigen liggen met hun gezicht naar de grond, terplaatse afgemaakt.
Tafels en stoelen her en der, op hun zij, gewoon omvergekeild. Het is er heftig aan toegegaan.

Ze zijn bezig aan de nieuwe collectie, dat gaat blijkbaar gepaard met enig (afbraak)geweld.

dinsdag 10 augustus 2010

Stadsbrief

Beste Bruksel,
Op stap in Kuregem, volgens velen absoluut te mijden - alhoewel ik er zelf graag een pint pak - merk ik vele noden en opportuniteiten.
Ik zie teveel jong volk te vroeg op café zitten, dat kan niet gezond zijn.
U zal zeggen : u zit er ook - maar dit doet nu niet terzake.

Kuregem is niet proper.
Dat heeft te maken met het te drukke uurrooster van de straatvegers in Brussel-Centrum, waar de toeristen komen, zodat er weinig overschiet voor de Kuregems, Sint-Joosten en Molenbeken van deze stad.
Daarenboven komen in Kuregem vooral ramptoeristen en op sensatiebeluste journalisten, het is dus goed daar voldoende vuiligheid te laten slingeren, zodat de bezoekers bevestigd worden in hun vooroordelen.

Kuregem is ook niet proper omdat mensen daar veel laten slingeren.
Vuiligheid trekt vuiligheid aan, dat is algemeen geweten. Laat uw huis zes maanden verkommeren en het wordt binnen de kortste keren opgevreten door ratten, muizen en gevogelte.

Wat zijn de mogelijkheden ?
Het is altijd hetzelfde.
Laat die jongeluitjes de handen uit de mouwen steken in hun eigen buurt.
Laat ze niet alleen kuisen, maar ook hun eigen jeugdhuis, voetbalplein en bricolage-atelier opstarten én zelf onderhouden.
Wat ze zelf doen, doen ze beter, zei Gaston Geens, de eerste Vlaamse premier indertijd (correctie : wat we zelf doen, doen..).
Dat is makkelijker dan het lijkt. Het volstaat gewoon het haantje de voorste, de grootste smoel voor je te winnen en de rest volgt vanzelf.
Zou het niet goedkoper én zinvoller zijn om dit jong volk aan het werk te zetten in hun eigen quartier inplaats van ze doelloos te laten zwerven en ze ook daarvoor te betalen ?
Het verschil tussen ze aan de straat overlaten of de straat aan hen overlaten.
Misschien moeten we daar véél meer energie insteken.

Je, Pacha Kroet.