Beste Bruksel,
Vijfhonderd miljoen euro ! Dat is de Grote Jackpot, die we dus niet één keer maar alle jaren gaan winnen, hoe hebt ge dat kunnen flikken ?
De gebraden kiekens vliegen ons in de mond, begin al maar met een reuze-barbecue tussen Noord en Zuid met lange witte tafels op de Centrale Lanen en gratis geuze voor alle passanten.
Verder verwacht ik minstens vijf openluchtzwembaden, waarvan graag ééntje op de Papenvest.
Er moet natuurlijk continu worden gefeest : waarom geen Lente- en Herfstfoor ? Alle dagen van het jaar wil ik hier kraampjes zien staan !
En passant wat extra-scholen, werkgelegenheid, opleidingsprojecten en preventiewerkers en woonfaciliteiten : om de zeurpieten te sussen.
Parken zijn er genoeg, daar moet ge niet teveel meer in investeren. Misschien een vijver in het Egmontpark, dat zou daar niet misstaan.
Uitbreiding van de metro tot in de faciliteitengemeenten : daar kunt ge trouwens extra-geld voor vragen, ge gaat daarmee ook nog het FDF op uw kar krijgen.
Natuurlijk moeten we de Zenne weer helemaal opengooien met zijarmpjes naar de Grote Markt, het Bloemenhofplein en de Munt en een uitloper tot op het Lemmensplein.
En wanneer komen nu de beloofde kledingcheques voor de Dansaertvlamingen zodat we eindelijk ook onze straat tenvolle kunnen benutten ?
Er moet zeker een Schoon Gouden Standbeeld komen voor Hugo Camps (smijt die ouwe Godfried van Bouillon maar op het kerkhof van Jette) en een kleintje in papier maché voor Louis Tobback op pisafstand van het Manneke.
Nog niet op ?
Roep dan een nieuwe Gemeenschapscommissie in het leven.
Ahja, er is de VGC voor de Vlamingen, de Cocof voor de Walen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor beiden, maar wanneer komt er nu eens iets voor de Brusselaars zelf ?
De BGC ! De Brusselse Gemeenschapscommissie.
Enfin veel werk op de plank, het zou kunnen dat we daardoor wat extra politieke mandaten moeten bijcreeëren (dat moet kunnen van de overschot).
De toekomst lacht ons werkelijk toe mijn beste Bruksel, hoe hebt ge dat toch allemaal geflikt met Elio De Rupo ?
Je Pacha Kroet.
maandag 30 augustus 2010
zondag 29 augustus 2010
Neu Sprotsjes
Nieuwe begrippen ter verrijking van de brusselse taal
Mambelleke : koosnaampje voor schoonmoeder.
Invendeur : deur aan deur verkoper die zelf gemaakte spullen slijt.
Zie ook : ________________________________________________
De compasseduud : euthanasie. Een smostach : onzorgvuldige eter, waarbij één en ander blijft plakken aan de snor.
Ne castroet: Kasseistraat die helemaal wordt opgebroken en geasfalteerd.Een aanslag op de eigenheid en mannelijkheid van de straat. Het is niet langer een straat met ballen maar een gladde karakterloze baan.
Ne Malapiet: Man die sukkelt met chronische blaasontsteking. e Crabuulleke : weerbarstige krab, die zich moeilijk prijsgeeft in de Rugbyman op de Vismarkt.
Ne Caracolleur : iemand die blijft plakken aan een caracollenkraam of bij de Noordzee op St-Kathelijne.
E Blaftuurke : verkoopster in de Inno met hele lange valse wimpers -Caraoke : clochard zwaar aan de drank die veel lawijt verkoopt onder invloed van zijn Cara-pilsjes - Billentoeker : bx laptop - Blasfonneur : militante vrijzinnige - Surplaske : bx slow - Deux Yeuxken : zwaar gesluierde moslima - Trottoirdoemper : roker op straat - Piszinneke : bx pissijn - Bagabelleke : bx sms-ke - Greun Boerken : bioboer - Saloefrêtter : vegetariër - Ne Wijfelaar : een travestiet - Ne Klapspirateur : deur-aan-deur stofzuigerverkoper.
Mambelleke : koosnaampje voor schoonmoeder.
Invendeur : deur aan deur verkoper die zelf gemaakte spullen slijt.
Zie ook : ________________________________________________
De compasseduud : euthanasie. Een smostach : onzorgvuldige eter, waarbij één en ander blijft plakken aan de snor.
Ne castroet: Kasseistraat die helemaal wordt opgebroken en geasfalteerd.Een aanslag op de eigenheid en mannelijkheid van de straat. Het is niet langer een straat met ballen maar een gladde karakterloze baan.
Ne Malapiet: Man die sukkelt met chronische blaasontsteking. e Crabuulleke : weerbarstige krab, die zich moeilijk prijsgeeft in de Rugbyman op de Vismarkt.
Ne Caracolleur : iemand die blijft plakken aan een caracollenkraam of bij de Noordzee op St-Kathelijne.
E Blaftuurke : verkoopster in de Inno met hele lange valse wimpers -Caraoke : clochard zwaar aan de drank die veel lawijt verkoopt onder invloed van zijn Cara-pilsjes - Billentoeker : bx laptop - Blasfonneur : militante vrijzinnige - Surplaske : bx slow - Deux Yeuxken : zwaar gesluierde moslima - Trottoirdoemper : roker op straat - Piszinneke : bx pissijn - Bagabelleke : bx sms-ke - Greun Boerken : bioboer - Saloefrêtter : vegetariër - Ne Wijfelaar : een travestiet - Ne Klapspirateur : deur-aan-deur stofzuigerverkoper.
zaterdag 28 augustus 2010
Gespot
In het café op het Anneessensplein zit een dakloze achter het raam.
Hij wordt het hoofd gewassen door zijn bruine Labrador die gretig likt over de halfkale knikker van zijn baasje. Hij doet dit elke dag, dat zie je zo. Er zit een systeem in.
Eerst de achterkant, heel grondig. Dan beide zijkanten, tenslotte helt de man achterover zodat de hond ook de bovenkant fatsoeneert. Nog even de oren wassen en klaar is kees.
Het baasje glundert. De Labrador gaat gedwee naast hem liggen, heel even maar wrijft hij over het hoofd van zijn viervoeter.
Hij wordt het hoofd gewassen door zijn bruine Labrador die gretig likt over de halfkale knikker van zijn baasje. Hij doet dit elke dag, dat zie je zo. Er zit een systeem in.
Eerst de achterkant, heel grondig. Dan beide zijkanten, tenslotte helt de man achterover zodat de hond ook de bovenkant fatsoeneert. Nog even de oren wassen en klaar is kees.
Het baasje glundert. De Labrador gaat gedwee naast hem liggen, heel even maar wrijft hij over het hoofd van zijn viervoeter.
dinsdag 24 augustus 2010
Het Kruis
Een lichtgrijze mevrouw is op stap met haar ventje. Hij stapt aan de leiband en volgt gedwee.
Zij draagt het infuus, hij hangt aan de draad. Hij volgt in de looppas van zijn baasje, nergens gesnuffel of een plasje om de hoek, hij is goed gedrild.
Praten doen ze niet, ze zitten al ganser dagen op mekaars lip, wat zeg je op de duur nog.
Zij heeft het pakje Pall Mall nog in de hand, hij hoest lichtjes want hij moest noodgedwongen in de buurt blijven.
De laatste tijd slijt ik meer uren in wachtzalen van witkielen dan me lief zijn.
Het is een pruts, althans dat hoop ik, maar een mens wordt toch altijd maar weer van kop tot teen gescreend. MR, radiografie, bloedafname, anesthesist, orthopedist : het houdt niet op.
Vantijd denk ik : dat is toch allemaal al honderd keer onderzocht, besnuffeld, bekeken en gekeurd maar meestal denk ik, met Punjab in mijn achterhoofd, we leven in het land van melk en honing.
Bovendien is het AZ nog een kliniek op mensenmaat met een hoogstvriendelijke bediening vanaf de balie via de spreekkamer tot in het cafetaria.
Vaak kom ik op een wolkje buiten van zoveel gratuite menslievendheid. Vandaag heeft de serveuse mijn koffie aan tafel gebracht, een verpleegster bukte zich om spontaan om mijn veters dicht te knopen, een andere Florence Nightingale bood zelfs een rolstoel aan om met mij overal heen te rijden.
De mevrouw achter de toog complimenteerde een oude Brusselaar met zijn sappig dialect, die daar zichtbaar van genoot.
Vandaag moest ik weer ietwat monkelen met de kleutertaal van de dokter van dienst.
Ik had dit al opgemerkt bij de cardioloog en deze was in hetzelfde bedje ziek.
Gewaagde de cardio van een 'onderzoekske', 'een oefeningske' of een 'uitslagske', vanochtend vroeg zijn collega en passant of ik ooit last had van 'niersteentjes' of 'allergietjes'.
Daar kan ik mee leven, maar toen hij vroeg of ik ooit al een 'tromboseke' had gehad, moest ik even slikken.
Tromboseke dat ligt kort bij Rozeke, maar Rozeke die ik inderdaad heb gekend maar nooit gehad, ligt dan weer ver af van een bloedverstopping.
Ik vermoed dat de nieuwe lichting artsen in hun opleiding één en ander meekrijgen om het leed van hun patiënten te minimaliseren door verkleinwoordjes te gebruiken. Allemaal in de veronderstelling dat dit de kwaal minder erg maakt. Het mag, maar ze mogen niet overdrijven.
Ik vind een 'tromboseke' niet niks. Straks spreken ze nog van een 'kankertje', een 'sero-positiefke' of een 'tumoorke' in de hersens.
Of een 'euthanasieke', wat dan weer dichtbij Eufrasieke ligt.
Eufrasieke, mijn vroegere buurvrouw had maar wat graag een euthanasieke gehad na het overlijden van haar man, maar in die tijd was dat nog niet aan de orde.
Ze heeft dan maar zelf een einde gemaakt aan haar wrang bestaan door haar verstand uit te doven,
een Alzheimertje, zeg maar.
"Het is een kleine operatie," stelt de dokter mij gerust, "maar zet voor alle zekerheid een kruis op de juiste knie in alcoholstift.".
Een kruis ?
Merkwaardig : ik had liever een kruisje gehoord.
Zij draagt het infuus, hij hangt aan de draad. Hij volgt in de looppas van zijn baasje, nergens gesnuffel of een plasje om de hoek, hij is goed gedrild.
Praten doen ze niet, ze zitten al ganser dagen op mekaars lip, wat zeg je op de duur nog.
Zij heeft het pakje Pall Mall nog in de hand, hij hoest lichtjes want hij moest noodgedwongen in de buurt blijven.
De laatste tijd slijt ik meer uren in wachtzalen van witkielen dan me lief zijn.
Het is een pruts, althans dat hoop ik, maar een mens wordt toch altijd maar weer van kop tot teen gescreend. MR, radiografie, bloedafname, anesthesist, orthopedist : het houdt niet op.
Vantijd denk ik : dat is toch allemaal al honderd keer onderzocht, besnuffeld, bekeken en gekeurd maar meestal denk ik, met Punjab in mijn achterhoofd, we leven in het land van melk en honing.
Bovendien is het AZ nog een kliniek op mensenmaat met een hoogstvriendelijke bediening vanaf de balie via de spreekkamer tot in het cafetaria.
Vaak kom ik op een wolkje buiten van zoveel gratuite menslievendheid. Vandaag heeft de serveuse mijn koffie aan tafel gebracht, een verpleegster bukte zich om spontaan om mijn veters dicht te knopen, een andere Florence Nightingale bood zelfs een rolstoel aan om met mij overal heen te rijden.
De mevrouw achter de toog complimenteerde een oude Brusselaar met zijn sappig dialect, die daar zichtbaar van genoot.
Vandaag moest ik weer ietwat monkelen met de kleutertaal van de dokter van dienst.
Ik had dit al opgemerkt bij de cardioloog en deze was in hetzelfde bedje ziek.
Gewaagde de cardio van een 'onderzoekske', 'een oefeningske' of een 'uitslagske', vanochtend vroeg zijn collega en passant of ik ooit last had van 'niersteentjes' of 'allergietjes'.
Daar kan ik mee leven, maar toen hij vroeg of ik ooit al een 'tromboseke' had gehad, moest ik even slikken.
Tromboseke dat ligt kort bij Rozeke, maar Rozeke die ik inderdaad heb gekend maar nooit gehad, ligt dan weer ver af van een bloedverstopping.
Ik vermoed dat de nieuwe lichting artsen in hun opleiding één en ander meekrijgen om het leed van hun patiënten te minimaliseren door verkleinwoordjes te gebruiken. Allemaal in de veronderstelling dat dit de kwaal minder erg maakt. Het mag, maar ze mogen niet overdrijven.
Ik vind een 'tromboseke' niet niks. Straks spreken ze nog van een 'kankertje', een 'sero-positiefke' of een 'tumoorke' in de hersens.
Of een 'euthanasieke', wat dan weer dichtbij Eufrasieke ligt.
Eufrasieke, mijn vroegere buurvrouw had maar wat graag een euthanasieke gehad na het overlijden van haar man, maar in die tijd was dat nog niet aan de orde.
Ze heeft dan maar zelf een einde gemaakt aan haar wrang bestaan door haar verstand uit te doven,
een Alzheimertje, zeg maar.
"Het is een kleine operatie," stelt de dokter mij gerust, "maar zet voor alle zekerheid een kruis op de juiste knie in alcoholstift.".
Een kruis ?
Merkwaardig : ik had liever een kruisje gehoord.
zondag 22 augustus 2010
Stadsbrief
Beste Bruksel,
Als regelmatige gebruiker van de Villovelo's ben ik zo vrij u attent te maken op een aantal mankementen in het huidige systeem.
Villo wordt vooral gretig gebruikt in de bovenstad.
De stadsmens heeft ontdekt dat het veel leuker is zich rustig te laten uitbollen op een tweewieler tot aan de benedenstad. Via de Barrière, de Kunstberg, de Botanique : een hele leuke manier om zich ontspannen te verplaatsen.
Daar aangekomen merkt hij tot zijn verbazing dat alle stelplaatsen bezet zijn.
Met een zekere nervositeit, gezien het halfuurlimiet, moet hij of zij dan op zoek naar een ander velostation.
Vaak al van de Brouckère, via de Beurs naar het Anneessens gefietst, zonder resultaat.
Wat is hier gaande ?
Het is vrij simpel : blijkt dat de meeste mensen een fiets nemen in de bovenstad en deze willen parkeren downtown.
Dat wil zeggen dat er te weinig fietsen zijn vanboven, teveel onderaan.
Als een simpele leek dit vaststelt, waarom wordt dit dan niet opgemerkt door de roadmanagers van het bedrijf ?
En vooral : waarom past het bedrijf zich niet aan, aan de gewoontes van de gebruikers :
een snellere bevoorrading van de stelplaatsen boven zodat er meer ruimte is voor de toekomende velo's in de benedenstad.
Het is heel simpel.
Wilt gij het eens aankaarten ?
Met dank,
Pacha Kroet.
Als regelmatige gebruiker van de Villovelo's ben ik zo vrij u attent te maken op een aantal mankementen in het huidige systeem.
Villo wordt vooral gretig gebruikt in de bovenstad.
De stadsmens heeft ontdekt dat het veel leuker is zich rustig te laten uitbollen op een tweewieler tot aan de benedenstad. Via de Barrière, de Kunstberg, de Botanique : een hele leuke manier om zich ontspannen te verplaatsen.
Daar aangekomen merkt hij tot zijn verbazing dat alle stelplaatsen bezet zijn.
Met een zekere nervositeit, gezien het halfuurlimiet, moet hij of zij dan op zoek naar een ander velostation.
Vaak al van de Brouckère, via de Beurs naar het Anneessens gefietst, zonder resultaat.
Wat is hier gaande ?
Het is vrij simpel : blijkt dat de meeste mensen een fiets nemen in de bovenstad en deze willen parkeren downtown.
Dat wil zeggen dat er te weinig fietsen zijn vanboven, teveel onderaan.
Als een simpele leek dit vaststelt, waarom wordt dit dan niet opgemerkt door de roadmanagers van het bedrijf ?
En vooral : waarom past het bedrijf zich niet aan, aan de gewoontes van de gebruikers :
een snellere bevoorrading van de stelplaatsen boven zodat er meer ruimte is voor de toekomende velo's in de benedenstad.
Het is heel simpel.
Wilt gij het eens aankaarten ?
Met dank,
Pacha Kroet.
vrijdag 20 augustus 2010
Gespot
Een jonge Tunesiër en zijn oudere madam zitten liefelijk naast mekaar op Tram 82.
Hij streelt haar hand, zij - een blondine op haar retour - glimlacht.
Ze is heel voornaam gekleed.
Ze hebben allebei een dikke vis gevangen.
Zij een groen blaadje, hij een dikke portefeuille.
Wat zou het als ze allebei content zijn.
Hij streelt haar hand, zij - een blondine op haar retour - glimlacht.
Ze is heel voornaam gekleed.
Ze hebben allebei een dikke vis gevangen.
Zij een groen blaadje, hij een dikke portefeuille.
Wat zou het als ze allebei content zijn.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)