zaterdag 30 april 2011

Het Sjachervolk

"Tout le monde est en ordre avec sa carte ?".
De cafébazin monstert de klanten. "Oui, je l'ai mis," zegt de dikbuikige tooghanger aan het Guido Gezelleplein in Ganshoren.
"Je vais vite voir," zegt zijn kompaan, "Quinze euro, ce sont huit chopes."

Een verkenner in een nabijgelegen café luidt de tam tam als de parkeerwachters hun ronde doen zodat foutparkeerders alsnog één en ander kunnen rechtzetten.
Een nieuwe klant vraagt of het omgekeerde ook gebeurt. Uiteraard - als de gardiens passeren langs hun kant wordt het eveneens geseind naar de andere bistrots.
De stad moet financieel verzuipen. Nadat de rek werd opgetrokken voor de snelheidsduivels is er nu ook een systeem ontwikkeld om de parkeerboetes te ontwijken, weliswaar with a little help from the friends.

"On se débrouille," zegt de man van de 8 chopes tegen de nieuweling. En hij legt meteen een ander straf verhaal op de toog om de man te overdonderen.
Hij kent een dancing dans les environs van de Parvis St-Gilles waar regelmatig wordt gedeald.
Ook dat wordt gebriefd. De dealers trekken zich dan terug, met hun hulpjes, in de latrines en duwen de stuff in de spleet van hun achterwerk. Hij weet dat uit goede bron.
Dat moet, zegt de man, omdat ook de passanten in de omgeving van de dancing worden gecontroleerd en ze gesofistikeerde 'moyens' hebben om de drugs op te sporen.
Schaars zijn de flikken die peuteren in het achterste van dancingbezoekers.
Ik hoop alleen voor de hulpjes dat het vlotjes schuift, het vuile werk is altijd en overal voor het voetvolk.

"Tu est toujours là," zegt een gezette vrouw die pas binnenkomt tegen de straffe verteller.
"Qu'on passe le matin ou le soir, tu est toujours là."
Hij lacht en blijft steken in een zware hoest.
De madam begint daarop over haar achterste dat naar haar goesting te zwaar gaat hangen.
Ook daarvoor kent hij een middeltje en een wonderdoktoor die in het zwart zalfjes verkoopt aan dikke konten.
Als ze geïnteresseerd is kan hij wel één en ander arrangeren.

Wij blijven een volk van frutselaars, zwartwerkers, fraudeurs en sjacheraars.
En we zijn er fier over.
C'est la mentalité Belge, welke als sneeuw voor de zon gaat verdwijnen als het land ontploft.
Alhoewel.
Wat we zelf doen, doen we beter - luidde het credo van oud minister-president VandenBrande.
Dat belooft.

donderdag 28 april 2011

De Barrière

De chaussées braken
zonder verpozen
straalbezopen vehikels

kamikaze voetgangers
schuifelen tussen gladde autoscooters
alles draait vierkant
op het ronde plein

Tuut Tuut
Tuut Tram 82
wie trekt de flosj ?

schotelantennes dollen
hoog aan de Barrière
in een eindeloze carrousel
nooit een wagenstilstand

enkel de Waterdraagster
houdt het hoofd koel

dinsdag 26 april 2011

De Slipjesverzamelaar

"Ik zorg altijd dat ik een slipje scheefsla vóor het afgeraakt," zegt een opgeschoten blonde jongeman.
Hij heeft iets vertederends, breekbaar, ik begrijp dat veel meisjes voor hem hun slipje laten vallen.
Hij wekt ongetwijfeld moederlijke gevoelens op. Sommige meisjes vallen daar voor, het zijn jongens die eindeloos worden vertroeteld en altijd laten ze een puinhoop achter als ze er bruusk mee kappen.
Maar schijn bedriegt, dat weten we allemaal. Venten met een rauwe bast kunnen engeltjes zijn en fragiele jongens kunnen stiekeme perverten zijn. In de Monk kan ik zo meeluisteren en gewoon registreren.

De andere lacht er even mee. "Gij zijt ook ne rare kwiet, als 't een schoon is houd ik hooguit haar fotooke bij, maar broekskes mààt..".
"Ik krijg d'er ne kick van," zegt de slipjongen. "En ne stijve misschien ?"
"Dat valt voor."
"En wa doe daar dan mee ? Omhoog hangen op uw kamer ?"
"Zijdezot, als mijn moetje daar op uitkomt vermoordt ze mij."
"Nee, maar serieus, wat doededaarmee ?" - "Niks, 't zijn mijn scalpen," zegt de andere.
"Ge zijt zot."

Wat later komt een vriendinnetje aanschuiven. Ze kust beide jongens op de wang.
De fanaat verandert meteen van onderwerp, het slipje wordt netjes opgeborgen.
Maar zijn maat wil de andere wat oppoken.
"Moedenuwaweten, hij houdt slipjes bij van zijn oude lieven."
"Fuck man, zwijgt toch ne keer.."
"Allé," zegt het meisje, "ik zou dat van mij nooit afgeven, zo'n vieze gewoonte."
"Gij gelooft dat toch niet," zegt de verzamelaar, "'t was maar om te lachen, ik heb da gelezen in een boek van Bukowski."
Als het meisje opstapt maakt de collectioneur zich dik : "Smeerlap, moetgedanu aan alleman gaan bazuinen."
"Wattist, zijde beschaamd ?"
"Neen, maar aan een wijf moededanievertellen. Straks krijg ik nog ne naam bij de branken."
Dat geeft de andere inspiratie : "Ahje, de slipstream van de Joris, of The Slipper, klinkt een beetje als the Sniper."
"Zot, begint nie hé."
Hij lacht smakelijk, maar The Slipper kijkt ongerust.
"Weedewat, verkoopt ze man, da's kunst. Kutkunst."

Daarop beginnen ze over de voetbal maar dan ben ik allang weg.

zondag 24 april 2011

Gespot

Een ontkroesde zwarte man en een blanke met overvloedig Rasta-kapsel omhelzen mekaar innig op de trappen van de beurs. Het omgekeerde verschil op Paaszondag.

vrijdag 22 april 2011

Het Maatschappelijk Werk

"...de Waalse regering smijt het geld door deuren en vensters".
Ik hoor het op het terras van Le Chop Inn, uitgerekend de RTBF heeft dit opgepikt uit de mond van een MR-oppositielid.
Ik merk er geen bliksem van op de Place Rouppe.
Geen mens die aan tafel schuift bij de Comme Chez Soi op het middaguur.
Al zeker niet de vier Afrikaanse mannen die buitenkomen bij de "Brusseleer". Ze dragen dure zwartlederen aktentassen met daarin profijtige cursussen Nederlands voor beginnelingen. Ze zijn onberispelijk gekleed, gewichtig voortschrijdend alsof ze net zwaar hebben onderhandeld over de onrechtvaardige voedselprijzen op het Afrikaanse continent.
Ze glimmen als mahoniehout en ruiken naar zoetzure Carambolas.
De sneeuwwitte poedel van het café is heel nerveus en dat heeft alles te maken met de schreeuwerige muzak die radio Contact uitbraakt over het kalme plein.
Vrijwel iedereen is op vakantie. Lege terrassen, jonge moeders met krullebollen op hun arm die vriendelijk wuiven. Ze zijn gehaast, de moeders.
Een dikke matrone heeft voorverpakte bloemen gekocht in de Zeeman. In schril contrast met de zware madam is het meisje dat lijdt aan anorexia en veel te dik gekleed gaat op de warmste lentedag van dit voorjaar.
De jonge platanen pronken met hun frisgroene tinten.

Een Arabische man passeert, zijn vrouw loopt gedwee achter hem, ze draagt net geen boerka.
Als hij stopt voor de vitrine van Rijschool Boël blijft ze staan op veilige afstand van haar echtgenoot.
Onwaarschijnlijk dat hij ze gaat inschrijven, tenzij hij achteraan mag postvatten in de wagen tijdens de rijlessen. Dan zit zij wel vooraan. Ingewikkeld.
Een oude man verzet zijn fiets, hij heeft heel veel tijd nodig om het slot los te prutsen en evenveel tijd om het vijf meter verder terug vast te maken aan de tralies van het herenhuis naar Boël.
Hij draagt een versleten trainingsbroek en een zware grijze pull.
Het is een ritueel welke zich iedere dag voltrekt op het middaguur, het breekt zijn dag.
Bij ontsteltenis van een hondje wordt de velo verplaatst.

Aan de Houtsiplou is een maatschappelijk werkster druk in de weer met een man op leeftijd.
Ze neemt de papieren ter hand, verklaart één en ander en wijst hem vervolgens de weg.
Hij bekijkt de papieren, gaat met zijn wijsvinger over het formulier en verzoekt opnieuw.
Ze legt het nogmaals omstandig uit. Hij aarzelt, vraagt nog wat verduidelijking. Hij toont, zij corrigeert.
Voor de derde keer maakt ze hem wegwijs. Hij wijst weer naar het papier, ze bekijkt het opnieuw en vertrekt. Als ze hem groet heeft hij nog een onduidelijkheid gevonden. Ze keert terug, ietwat ongeduldig.

Ik heb allang begrepen dat zij niet doorheeft dat hij het meteen doorhad.
Hij vraagt gewoon om een koffie te gaan drinken met hem.
Het spreekt voor zich : daar hoeft geen verdere uitleg bij.

woensdag 20 april 2011

Gespot : een beetje rum

De Marokkaanse kruidenier blijft verstrikt in een zware hoestbui.
Hij verslikt zich ook regelmatig in charmant gebrekkig Nederlands.
"Ik heb een beetje rum," zegt hij.
"Tja," antwoord ik, "dat kan wel helpen, maar als de hoest blijft duren moet ge toch maar hoestsiroop proberen."
"Pardon ?"
"Contre le rhume."
"Ahja."

maandag 18 april 2011

Zondagsmis

struikelend over
vette medeklinkers
die als zware keien
knetteren over de trappen
van de ondoorgrondelijke kerk

op zondagochtend in de rue Lepage

vrouwen met gebloemde
sjaaltjes en gele
paasbloemen lachen
hagelwitte tanden bloot
mannen piekfijn en zwart
praten luid en donker

de zon weifelt
op zondagochtend in de rue Lepage