Eén week nadat ik het Schorsmeisje ontmoette in het Fontainaspark kom ik haar opnieuw tegen, in de Anspachgalerij onder het spilzieke casino.
Ditmaal is ze te voet, ze lacht genoegzaam, niet uitbundig, maar in haar ogen lees ik een zekere vrede en gelukzaligheid.
Ze draagt identiek dezelfde kleren en het hoedje als verleden week.
Onder haar rechterarm zitten 3 forse takken geklemd, de geur van het verse hout overklast met stip het parfum van de helverlichte galerij.
Ze lijkt zo weggelopen uit het sprookjesbos waar ze sprokkelhout verzamelde voor warme verhalen rond het kampvuur.
Ik geloof nooit dat zij hout brandt, haar liefde voor de schors en het boomweefsel is verschroeiend.
Ze heeft niet één maar vele vriendjes, zoveel is duidelijk. De platanen, kastanjelaars of berken in de binnenstad, ze bemint allen hartstochtelijk.
Heel even doet ze me denken aan The Log Lady uit Twin Peaks, ook al een serie waar de bossen een prominente rol kregen toebedeeld.
Ze heeft een missie, maar het zou zonde zijn haar hiermee lastig te vallen.
Vermoedelijk zou ze enkel geheimzinnig glimlachen.
Het mysterie mag bestaan.
Poëzie hoeft niet te worden verklaard.
woensdag 29 juni 2011
maandag 27 juni 2011
Stadsbrief
Beste Bruksel,
Het ontgaat u wellicht of misschien passeert u nooit langs die kanten.
De Botanique is een heerlijk parkje, verzorgd, liefelijk, fleurig.
Met de glazen tempel op de heuvel heeft het haast iets feestelijks en koninklijks.
Maar als u toch eens zou passeren, u moet er niet eens op letten, een wandeling aldaar
is allerminst een feest voor het oor.
Hoe is het in godsnaam mogelijk om zo'n groene oase hardvochtig te verknoeien door
de ondoordachte aanleg van een stadsautostrade vlakbij ?
De oplossing is héél simpel, net als bij de andere tunnels.
Steek dat stukje van de kleine ring waar het hoort : onder de grond.
Overwelf dit nietig maar lawaaierig stuk en bedek het met een dikke laag blozend groen
zodat men enkel nog het zoemen van de bijen en het ontwelken van de lelies hoort fluisteren.
U zal versteld staan van de rust en de nieuwe belangstelling voor dit paradijselijk parkje.
Maak er werk van.
Je, Pacha Kroet.
zaterdag 25 juni 2011
De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper
Tot dusver ben ik erin geslaagd meer dan zestig types van joggers te registreren in de Brusselse parken en wouden. Ik ben volop bezig om de typologie van de Brusselse loper uit te breiden tot minstens honderd.
U kan ze alle nalezen in mijn rubriek "De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper" op de site van Brusselblogt.be.
De Brusselse Stadskrant 'Brussel Deze Week', schreef vol lof over deze serie en noemde haar zelfs de geestigste serie van de blog. Waarvoor dank. Ook verschenen in verschillende afleveringen in 2O10.
Allemaal te lezen op Brusselblogt : http://www.brusselblogt.be/
U kan ze alle nalezen in mijn rubriek "De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper" op de site van Brusselblogt.be.
De Brusselse Stadskrant 'Brussel Deze Week', schreef vol lof over deze serie en noemde haar zelfs de geestigste serie van de blog. Waarvoor dank. Ook verschenen in verschillende afleveringen in 2O10.
Allemaal te lezen op Brusselblogt : http://www.brusselblogt.be/
Gespot : Een Chirurg is ook maar een Mens
Een dokter in groen plunje komt tussen twee prestaties door een koffie nuttigen in het cafetaria van een Brussels ziekenhuis. Hij luistert gespannen naar een collega die vermoedelijk zijn assistent of stagiair is, want hij bekijkt hem heel streng.
Terwijl het gesprek vordert krijgt de man jeuk aan zijn reukorgaan.
Een paar keer krabt hij zenuwachtig aan zijn neus, bij een verlaten moment zelfs even in zijn neusgaten.
Als zijn tafelgenoot zich verwijdert gaat hij voluit.
Met zijn rechterwijsvinger haalt hij een joekel van een keutel uit zijn enorme neus.
Hij bekijkt het gedrocht even met het geoefende oog van een chirurg, oordeelt het weinig bruikbaar en versplintert het vervolgens tussen duim en wijsvinger. De kruimels vallen op zijn lege bordje.
Daarop fatsoeneert hij heel even zijn beide vingers aan zijn monddoekje.
Net op tijd als de collega een verse koffie voor hem neerzet.
We worden vaker genaaid dan we denken.
donderdag 23 juni 2011
De Wetenschappelijke Schorser
Het vrolijke meisje komt gezwind het Fontainasparkje ingefietst.
Korte jeansshort, olijk hoedje, zwarte nylons, gekleurde fiets.
Ze zuigt ogenblikkelijk de aandacht van de hangjongeren : een vreemde eend in de bijt, een frisse bries.
Zij kijkt naar niemand of niets om.
Plots remt ze bruusk aan de boom op het geplaveide middenplein.
Ze bekijkt deze grondig en plukt een stukje schors van de stam. Daarop bestudeert ze het lang en grondig en wil het daarna terughangen, maar blijkbaar lukt dat niet.
Ze lijkt ontgoocheld, bekijkt het opnieuw en steekt het daarop, lichtjes hoofdschuddend, in haar schoudertas.
Vervolgens rijdt ze dwars en ongegeneerd door het Afrikaanse groepje dat zich altijd in het midden van het park ophoudt.
Die kijken heel verbaasd als ze daar opnieuw een vingervol schors aan een boom ontfutselt.
Ditmaal kijkt ze verrukt : ze heeft de gepaste bast beet.
Ze keert de fiets, intuïtief wordt ze aangezogen door het boompje aan het voetbalterrein.
Ze stapt van haar rijwiel en omarmt liefelijk de boom. Er wordt echter niet gezongen, ze praat evenmin met de berk, er gaat geen ritueel aan vooraf. Alles gebeurt in volstrekte stilte.
Strelen doet ze wel, heel even, betast hem behoedzaam met beide handen en glijdt naar beneden.
Ze lacht, ze heeft wat ze zoekt, ze pulkt een stukje van de boom en likt er voorzichtig aan.
Ze steekt het zorgvuldig weg alsof het een kostbaar kleinood betreft.
Dan springt ze welgezind op haar fiets, kijkt even rond en rijdt zingend het park uit.
De parkjongeren kijken haar na, twee jongens gaan het boompje bestuderen, ze lachen en schudden het hoofd. Eéntje zet een wijsvinger tegen zijn slaap.
Als ze het park uitrijdt wuift ze heel even, haar groene vrienden knikken voldaan, ontdaan van hun puisten.
Er zijn vele geheimen in deze stad.
Korte jeansshort, olijk hoedje, zwarte nylons, gekleurde fiets.
Ze zuigt ogenblikkelijk de aandacht van de hangjongeren : een vreemde eend in de bijt, een frisse bries.
Zij kijkt naar niemand of niets om.
Plots remt ze bruusk aan de boom op het geplaveide middenplein.
Ze bekijkt deze grondig en plukt een stukje schors van de stam. Daarop bestudeert ze het lang en grondig en wil het daarna terughangen, maar blijkbaar lukt dat niet.
Ze lijkt ontgoocheld, bekijkt het opnieuw en steekt het daarop, lichtjes hoofdschuddend, in haar schoudertas.
Vervolgens rijdt ze dwars en ongegeneerd door het Afrikaanse groepje dat zich altijd in het midden van het park ophoudt.
Die kijken heel verbaasd als ze daar opnieuw een vingervol schors aan een boom ontfutselt.
Ditmaal kijkt ze verrukt : ze heeft de gepaste bast beet.
Ze keert de fiets, intuïtief wordt ze aangezogen door het boompje aan het voetbalterrein.
Ze stapt van haar rijwiel en omarmt liefelijk de boom. Er wordt echter niet gezongen, ze praat evenmin met de berk, er gaat geen ritueel aan vooraf. Alles gebeurt in volstrekte stilte.
Strelen doet ze wel, heel even, betast hem behoedzaam met beide handen en glijdt naar beneden.
Ze lacht, ze heeft wat ze zoekt, ze pulkt een stukje van de boom en likt er voorzichtig aan.
Ze steekt het zorgvuldig weg alsof het een kostbaar kleinood betreft.
Dan springt ze welgezind op haar fiets, kijkt even rond en rijdt zingend het park uit.
De parkjongeren kijken haar na, twee jongens gaan het boompje bestuderen, ze lachen en schudden het hoofd. Eéntje zet een wijsvinger tegen zijn slaap.
Als ze het park uitrijdt wuift ze heel even, haar groene vrienden knikken voldaan, ontdaan van hun puisten.
Er zijn vele geheimen in deze stad.
dinsdag 21 juni 2011
Stadsbrief : Goed geflikt
Beste Bruksel,
Vandeweek stond ik in een ellenlange file ter hoogte van de Brug naar Metrostation Beekkant.
Meestal heb ik daar geen last van omdat ik mij verplaats met het openbaar vervoer, de fiets of tevoet, maar dus niet vandeweek.
De oorzaak verbaasde mij enigzins : het waren namelijk uw eigenste agenten die de obstructie veroorzaakten.
Niks geen dringende interventie, in de verste verte geen kalashnikovs te bespeuren, evenmin een opstootje van hangjongeren, geen carjacking, hooligans of Al Qaida's.
Het betrof een simpele berisping aan een foutparkeerder, de heren hadden zich pal op de rechterstrook gestationeerd terwijl ze poepgemakkelijk een paar meter verder konden parkeren.
Gevolg : alles muurvast tussen Gentsesteenweg en de Ninoofse, Delaunnoy : potdicht.
Idem dito de dag nadien op de Papenvest : stilstand in de smalle straat om een motorrijder zonder helm te sanctioneren. Het volstond dat één van de twee wetsdienaars uitstapte en de andere zich wat verder op het voetpad parkeerde om het verkeer vrije doorgang te verlenen.
De Heren voelen zich duidelijk boven de Wet verheven.
Voorbeelden wekken !
Mierenneukerij ?
Dat heet goed geflikt worden, geef ze eens een flinke berisping.
Je, Pacha Kroet.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)