vrijdag 16 oktober 2015

Claudette

Ik zag haar nog amper, eigenlijk nooit meer. Mensen komen en gaan. Ik ging elders gaan werken, zij werkte allang niet meer. Ik kwam er vaak, na de werkdag, we waren niet echt close, maar toch. 
Ze was niet uitgesproken knap, wel sexy. Lange blonde gevlochten staart, vrijwel altijd kort gerokt, sober parfum. Wat opviel, ze was lenig. In een vroeger leven was ze ongetwijfeld keurturnster geweest.

Ze bediende de mannen afgemeten, niet onbeleefd, zeker niet hartelijk. Zakelijk. Zij die flirtten hield ze kordaat op afstand. Zij koos zelf, dat leek eigenaardig want ze liet zich graag bewonderen. Schudde met haar kont, nooit hoerig, heel naturel. Heb haar nooit geweten met een klant uit het café, werk en privé strikt gescheiden.

Ze zei het zelf, ongegeneerd, maar niet voor het ganse café. Ze kon geen dag zonder, verslaafd, zo noemde ze het. Minstens ’s ochtends en ’s avonds. Het minimum minimorum. Tijdens het weekend verlangde ze, neen, moest er vaak worden gepresteerd.

Ik was nooit een partij voor haar. Klant, en ze wist dat ik trouw was, en te jong, onervaren en met teveel complimenten, en te braaf. Ze had ze liever met een hoek af, niet teveel blabla, dom en gespierd, een lekker lijf. 
Ik heb ze nooit gezien, zelfs niet die éne keer toen ik ze hielp verhuizen, maar ze waren er in alle kleuren. Zwart en blank, Noord Afrikanen, bodybuilders, ex-gevangenen.
Ze moesten wel proper zijn, ze werden gedoogd, gebruikt en gedumpt wanneer de honger over was. Maar onderwijl had ze zal gekozen, zat nooit zonder. Er was nooit sprake van liefde, verkrampt en bedwelmd door haar drift, een op hol geslagen libido. Het was een tijd waarin alles nog ambachtelijk gebeurde, waren er toen pornosites geweest, zij, een wrak gelijk.

Het had gekund, dat ze voor zichzelf begon, maar dan had ze niet te kiezen, pakken wat ze geven. Daar bedankte ze voor. Ze wilde van boven liggen.
Ze zat in een hoekje van mijn geheugen. Wellicht liep geen enkele vrijer achter haar kist.
Of allemaal. Want ze was zo gul.


woensdag 19 augustus 2015

De Twijfel

Misschien. Misschien niet.
De volle vanzelfsprekendheid die er toen was, werk, trouwen, kinderen, huis. In die orde.
Helemaal versplinterd.
Zoveel ligt nog open, het hoeft niet en zeker niet dat rijtje.
Het dorp provinciaal, de wereld open en bloot. Een wereldreis vanzelfsprekend, minstens Patagonië, zes maanden Nieuw-Zeeland, een jaar Zuidoost Azië.
Een kind, ja, maar en wat dan, niet, waarom, wanneer ? Het oeverloze wikken en wegen.
Zelf iets beginnen ? Onafhankelijk zijn. Het ongebondene.

Daarover praten ze, de jongen en het meisje bij hun Continental Breakfast op de hoek van de rue l’Eclips. Niet zo precies, omlijnd, dat is te vanzelfsprekend, het valt in flarden.
Zij studeert opnieuw, hij werkt voorlopig – hij zoekt wat anders, maar weet het zelf niet goed. Heeft zich aangemeld bij Actiris, bijscholing, onduidelijk wat of hoe ?
Alles op losse schroeven en tegelijk willen ze het niet anders. Dromen van. Alles alles open laten.
Dertigers, ze nemen vakantie in eigen stad. Ze wonen amper een paar meter van de Continental Breakfast.
Ze zien wel, alles mag nog.
Hij sluit het niet uit, het kind, maar nu niet. Zij wil graag, twijfelt ook omdat ze aan alles twijfelt.
Ondertussen tikt de biologische klok.
Hij kijkt naar buiten, zij ook. Ze aarzelen in stilte.

De verschroeiende vrijheid van alles of alles.

vrijdag 17 juli 2015

Festina Lente

Tu dois rester dans ta chambre monsieur, il y a encore d’autres gens qui attendent..
Hij heeft zijn bovenlijf ontbloot, de jonge Maroxellois. Je vais mordre, je vais mordre, donne moi un miroir. Hij is zo stoned als een garnaal.

Het wordt middernacht op Spoed.
Een vrouw met een verward gezicht vraagt geld, je veux rentrer, j’ai pas d’argent pour un taxi. Ze ruikt vreselijk. Zuur van braaksel en urine. Ze draagt haar overbodige regenjas averechts. Ze klampt patiënten en verplegenden aan, iedereen heeft veel geduld. 
Het is bloedheet op de krappe kamer. Een Afrikaanse vrouw is geblesseerd, slaag. Bon courage, zegt de dikke verpleger. Witkielen met een hart. De radioloog duwt ons de lift in. Lange gangen, donker, avond in een lege afdeling. Stilte die knaagt. Ook hij heeft veel geduld. Druk ? vraag ik, om maar iets te zeggen. Altijd.
Een clochard slaapt zijn vieze roes uit, naast hem een copain, alhoewel. Als hij naar het toilet wankelt rukt de andere het laken van zijn bed. Naast ons ligt een man uit Uruguay, op bezoek in Brussel, maar hij is heel alleen. Een Pakistaanse jongeman, voet in de plaaster, onderhoudt zich met hem in het Engels, ze arriveerden gelijk, dat schept een band.
De dokter spreekt drie talen maar geen Roemeens. Hij legt één en ander uit aan de Roemeen met de lange staart, die vertaalt het naar zijn moeder, zij vraagt opnieuw iets, hij vertaalt het naar de dokter.
De gang loopt vol, de dokter wacht geduldig. 
Een zwarte vrouw komt langs met een valies, ze zoekt haar moeder. Een man komt paniekerig de gang in – t’inquiete pas Jules, c’est pas grave, zegt de vrouw op het bed. Zij troost hem. Hij streelt haar arm, ze lacht haar pijn weg. De twee agenten vragen tienmaal hetzelfde, ze zijn zwaar bewapend.
Je veux voir un médecin, je veux voir un médecin. De junkie blijft de gang teisteren. Mag men weed gebruiken de dag vóór het Suikerfeest ? Il n’y a pas de médecin disponible, il faut attendre comme tout le monde monsieur. Rentre dans ta chambre s’il vous plaît. Ze gaan heen en weer, de Florence Nightingales van de Nacht, beheerst, met verstandige haast. 
Een dokter met een groen mondlapje loopt voorbij, in en uit de care. Een oudere vrouw vergezeld van haar mec met grijze paardenstaart ligt aan een zuurstofmasker. Een man leest fotos aan de muur, hij staat in de weg, iemand vraagt hem vriendelijk opzij te gaan. De vrouw met de averechtse regenjas drentelt over en weer.

Lang en rusteloos is de nacht. Er is veel patience op het Spoed.

dinsdag 14 juli 2015

Onbevangen legt de oude priester zijn arm over de schouder van zijn vriendin.
Het moet al zowat veertig jaar geleden zijn dat de roep van het vlees het won van de stem van de Heer. Al is hij het Woord altijd trouw gebleven, het was voor hem nooit obstakel, zag daar nooit tegenspraak in. Integendeel, heb me nog dieper, rijker kunnen engageren, gevoed vanuit een nieuw levenselexir.

Het kwam vanzelf, niet gepland of voorzien, zoals liefde zich altijd aandient. Zij was betrokken in het catechese onderricht. Er moest altijd wat worden voorbereid. Er vielen al eens stiltes. Heeft niet lang getwijfeld, alsof het was voorbestemd, haast bijbels. Hij wilde niet, zoals veel confraters, het in den duik doen, evenmin aan de fles geraken of verschrompelen.

Celibaat, hij kon er zich iets bij voorstellen. Maar het moest een keuze zijn, niet bij wet opgelegd. Hij kende de geschiedenis van de kerk goed genoeg om te weten dat het een missteek was. Hij had gevoel voor humor, dat hielp om één en ander te relativeren.

Neemt haar hand, liefkozend, ze lacht, de oude catechiste. Genieten van de heldere stem van Martha Tilson aan de kleine tent van Brosella.
Avond in het park, hoog troont het Atomium over het podium.

Zij legt nu haar hoofd op zijn schouder. Het is niet zo rimpelloos verlopen als het lijkt. Een bevochten liefde. Net daarom is het zo puur, tegen alles en iedereen, het kiezen voor mekaar omdat ze wisten dat het waar was.

donderdag 2 juli 2015

Er is veel zomer in Brussel

Als een geurige bloem is Globe Aroma ontloken in onze wijk. Muziek uit verre landen, bongo’s, gitaren. Stem die lijkt op te rijzen uit de Caraïben. Zo staan ze zomaar te spelen midden tussen de grijze blokken van de Foyer. Just for fun. 
Zowaar begint mijn oude Filippijnse buur te dansen alsof iets in hem ontwaakt, vrouwen in kleurrijke abaya dansen in volle ramadam. Een zwarte vrouw met blauwe nagels danst puur in haar rode kaftan. Geur van oranjebloem en kurkuma. Ook wie niet danst danst. Hoog gaan de ramen wijd open.
Zo klinkt de muziek tot ver voorbij de blokken, over het kanaal hoor ik zijn stem en het roffelen van de djembés. Onwillekeurig moet ik denken aan Grondahl, not where we are coming from, but where we are going together is important.
Nog hoor ik flarden aan de Sainctelette, of is het verbeelding ?
Alsof muziek stopt als je het niet meer hoort.
De melancholie van de lange Hete Zomer.


gLobe Aroma is een sociaal-artistieke organisatie die ontmoetingen in de stad stimuleert. Globe Aroma wil mensen die uitgesloten worden (vluchtelingen, armen e.a.) actief betrekken bij artistieke projecten. Hun komst aan de rand van de Duivelshoek is een zegen voor de wijk. 

maandag 8 juni 2015

Hoe langer ge alleen zijt, hoe minder ge kunt verdragen van een ander

De badkamer is uit de hand gelopen.
Zo een ogenschijnlijke banale zin makes my day.
Doordeweekse poëzie, niet onsterfelijk, mooie beeldspraak, trouvaille surplace. En het mooie is, ze weet het zelf niet, zoniet klonk het geforceerd.
Op het zonnige voorplein aan de onvolprezen Recyclart is het goed zitten luisteren.
De badkamer is uit de hand gelopen, ze herhaalt het nogmaals, de alleenstaande vrouw, niet radeloos wel redelijk bezorgd.
Vantjaar een badkamer, moet ik niet op vakantie gaan.
Volgend jaar op vakantie, dat wil zeggen geene nieuwe computer. –
Onze Pierre zegt het ook, antwoordt de kleine vrouw tegenover haar. Ze zijn allebei vijftigers, mooie vrouwen nog, dankzij hun leeftijd.
Onze Pierre is al een tijd alleen en binnenkort gepensioneerd. Verliest ge ineens duizend euro in de maand. Hij heeft er schrik voor.
Is ’t em nog op zoek ? vraagt de andere, maar gewoon uit belangstelling.
Ach, hij is op zijn gemak, zegt em altijd, geen vrouw, geen zorgen.
Ze lachen, de lichtjes bezorgde vrouwen.

Een school kinderen strijkt neer, uitgelaten, luidkeels, zoals het hoort. Beide juffen laten wijselijk begaan. De vrouwen bekijken het meewarig maar zonder commentaar. 
Weet ge, herneemt de zus van Pierre, de vrijdag ben ik alleen thuis en ‘k ben daar content mee. Het huis alleen voor mij, uw goesting mogen doen. Ne mens is ne keer graag alleen hé.
Ik voel dat ook, zegt de alleenstaande ‘k ben niet meer op zoek, gelijk da ze zeggen, wat er komt komt. Maar hij zal moeten marcheren in mijn richting. Hoe langer ge alleen zijt, hoe minder ge kunt verdragen van een ander.

De kinderen verkassen, Hela, hela, van wie is dat hier ? De blonde Juf houdt een felrood rugzakje omhoog. Jules ! Ik had het wel gedacht ! Op uw spullen letten hé jongen.. Jules lacht zuinig, met scheve mondhoek, het raakt hem amper.
De twee vriendinnen kijken nog een tijdje zwijgzaam naar de klas die langzaam, gedwee de Juf volgen, een rij kuikentjes gelaten achter de fraaie kloek.
Is’t gedaan met dieje Gerard ?
Zwijgt ervan, ‘k heb er mijne buik van vol. Alweer heel raak.
Afspreken, afbellen, weer afspreken, ik antwoord nie meer, hij kan zijn plan trekken. ‘k Heb geene vent vandoen, ‘k trek mijn plan.

Ze rekenen af, wandelen gelijk weg onder een gretige zon. Twee rijpe vrouwen, arm in arm, fleurig, beetje bekommerd maar gezwind, kordaat en lachend.

Mannen blijven sukkels.