Het meisje zit op de dorpel van het CAW in het centrum van de stad.
Haar hoofd diep verborgen onder een zwarte capuchon, het is aangenaam warm maar ze lijkt wel verkleumd.
Er staat een andere vrouw bij haar, wat ouder - het is een medewerkster van het centrum.
Ze praten niet. Het meisje is helemaal uitgepraat.
Veel is er niet te zegen als men zwanger geraakt op zijn zestien.
De zomer was zwoel geweest. Ze mocht voor het eerst naar Werchter, het heette het heetste festival te zijn ooit. De moeder was er niet helemaal gerust op, ze mocht mee met een oudere nicht die al wat ervaring had in dat soort evenementen. Ze had lang gezaagd, haar moeder is heel overbeschermend, maar ze had goed gewerkt op school en de alleenstaande moeder kon haar niet blijven opsluiten, ze wist dat dit vaak een averechts effect had.
Ze was geschrokken op de wei, van het volk en de drukte, de uitgelatenheid, de ongebondenheid, het lawaai.
Ze was eerder bedeesd en vooral meegegaan omdat ze er wilde bijhoren.
Thuis op haar kamer liet ze zich wel eens gaan, dierf ze wild te dansen en mee te brullen, maar in zo'n mensenzee kroop ze liever in een hoekje. Alleen is dit niet vanzelfsprekend op het grasveld van Werchter.
Haar compagnon was van een ander kaliber, vrijgevochten en met veel meer ervaring.
Ze had al snel wat jongens aan de haak, twee meisjes alleen, dat trekt volk.
Zijzelf had weinig ervaring, een heel enkele keer een flirt met een Chirojongen uit het dorp.
Niet veel langer dan één avond.
Er was wat gedronken en gezeverd die laatste avond en voor ze het goed en wel besefte lag ze in de tent met een wildvreemde jongen waarvan ze amper de naam kende.
Ietwat beneveld, want drinken en blowen waren geen dagelijkse gewoontes, dacht ze dat dit erbijhoorde om erbij te horen.
's Anderendaags was ze wat ontdaan, verward, het had allemaal niet gehoefd.
Het was een aardschok geweest. Thuis was ze in een hoekje gekropen, dierf niks te zeggen.
Ze was zelf kind van een ongelukkige relatie, haar moeder was heel erg opgewonden op dat vlak en ze had bovendien al genoeg om haar hoofd om rond te komen.
Ze had niet echt vriendinnen en al helemaal niet waar je dit soort zaken aan kwijt kunt.
Heel even had ze aan zelfmoord gedacht want meisjes van zestien kunnen heel radeloos zijn.
Tenslotte had ze alleen maar de vrijgevochten nicht, die had haar een adresje gegeven in Brussel.
En hier zat ze nu.
Ze waren heel begripvol en behulpzaam geweest. Ze zat geplet tussen hamer en aambeeld.
Aborteren vond ze een verschrikkelijke gedachte, ze was daar niet aan toe, maar al helemaal niet aan een kind. Ze was zelf nog een kind.
Even toch vraagt ze nog iets aan de maatschappelijk werkster, ze knikt, daarop gaan ze samen weer naar binnen.
Er is niets opgelost, maar er is tenminste weer gesprek.
Dat is een begin.
woensdag 1 september 2010
maandag 30 augustus 2010
Stadsbrief
Beste Bruksel,
Vijfhonderd miljoen euro ! Dat is de Grote Jackpot, die we dus niet één keer maar alle jaren gaan winnen, hoe hebt ge dat kunnen flikken ?
De gebraden kiekens vliegen ons in de mond, begin al maar met een reuze-barbecue tussen Noord en Zuid met lange witte tafels op de Centrale Lanen en gratis geuze voor alle passanten.
Verder verwacht ik minstens vijf openluchtzwembaden, waarvan graag ééntje op de Papenvest.
Er moet natuurlijk continu worden gefeest : waarom geen Lente- en Herfstfoor ? Alle dagen van het jaar wil ik hier kraampjes zien staan !
En passant wat extra-scholen, werkgelegenheid, opleidingsprojecten en preventiewerkers en woonfaciliteiten : om de zeurpieten te sussen.
Parken zijn er genoeg, daar moet ge niet teveel meer in investeren. Misschien een vijver in het Egmontpark, dat zou daar niet misstaan.
Uitbreiding van de metro tot in de faciliteitengemeenten : daar kunt ge trouwens extra-geld voor vragen, ge gaat daarmee ook nog het FDF op uw kar krijgen.
Natuurlijk moeten we de Zenne weer helemaal opengooien met zijarmpjes naar de Grote Markt, het Bloemenhofplein en de Munt en een uitloper tot op het Lemmensplein.
En wanneer komen nu de beloofde kledingcheques voor de Dansaertvlamingen zodat we eindelijk ook onze straat tenvolle kunnen benutten ?
Er moet zeker een Schoon Gouden Standbeeld komen voor Hugo Camps (smijt die ouwe Godfried van Bouillon maar op het kerkhof van Jette) en een kleintje in papier maché voor Louis Tobback op pisafstand van het Manneke.
Nog niet op ?
Roep dan een nieuwe Gemeenschapscommissie in het leven.
Ahja, er is de VGC voor de Vlamingen, de Cocof voor de Walen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor beiden, maar wanneer komt er nu eens iets voor de Brusselaars zelf ?
De BGC ! De Brusselse Gemeenschapscommissie.
Enfin veel werk op de plank, het zou kunnen dat we daardoor wat extra politieke mandaten moeten bijcreeëren (dat moet kunnen van de overschot).
De toekomst lacht ons werkelijk toe mijn beste Bruksel, hoe hebt ge dat toch allemaal geflikt met Elio De Rupo ?
Je Pacha Kroet.
Vijfhonderd miljoen euro ! Dat is de Grote Jackpot, die we dus niet één keer maar alle jaren gaan winnen, hoe hebt ge dat kunnen flikken ?
De gebraden kiekens vliegen ons in de mond, begin al maar met een reuze-barbecue tussen Noord en Zuid met lange witte tafels op de Centrale Lanen en gratis geuze voor alle passanten.
Verder verwacht ik minstens vijf openluchtzwembaden, waarvan graag ééntje op de Papenvest.
Er moet natuurlijk continu worden gefeest : waarom geen Lente- en Herfstfoor ? Alle dagen van het jaar wil ik hier kraampjes zien staan !
En passant wat extra-scholen, werkgelegenheid, opleidingsprojecten en preventiewerkers en woonfaciliteiten : om de zeurpieten te sussen.
Parken zijn er genoeg, daar moet ge niet teveel meer in investeren. Misschien een vijver in het Egmontpark, dat zou daar niet misstaan.
Uitbreiding van de metro tot in de faciliteitengemeenten : daar kunt ge trouwens extra-geld voor vragen, ge gaat daarmee ook nog het FDF op uw kar krijgen.
Natuurlijk moeten we de Zenne weer helemaal opengooien met zijarmpjes naar de Grote Markt, het Bloemenhofplein en de Munt en een uitloper tot op het Lemmensplein.
En wanneer komen nu de beloofde kledingcheques voor de Dansaertvlamingen zodat we eindelijk ook onze straat tenvolle kunnen benutten ?
Er moet zeker een Schoon Gouden Standbeeld komen voor Hugo Camps (smijt die ouwe Godfried van Bouillon maar op het kerkhof van Jette) en een kleintje in papier maché voor Louis Tobback op pisafstand van het Manneke.
Nog niet op ?
Roep dan een nieuwe Gemeenschapscommissie in het leven.
Ahja, er is de VGC voor de Vlamingen, de Cocof voor de Walen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor beiden, maar wanneer komt er nu eens iets voor de Brusselaars zelf ?
De BGC ! De Brusselse Gemeenschapscommissie.
Enfin veel werk op de plank, het zou kunnen dat we daardoor wat extra politieke mandaten moeten bijcreeëren (dat moet kunnen van de overschot).
De toekomst lacht ons werkelijk toe mijn beste Bruksel, hoe hebt ge dat toch allemaal geflikt met Elio De Rupo ?
Je Pacha Kroet.
zondag 29 augustus 2010
Neu Sprotsjes
Nieuwe begrippen ter verrijking van de brusselse taal
Mambelleke : koosnaampje voor schoonmoeder.
Invendeur : deur aan deur verkoper die zelf gemaakte spullen slijt.
Zie ook : ________________________________________________
De compasseduud : euthanasie. Een smostach : onzorgvuldige eter, waarbij één en ander blijft plakken aan de snor.
Ne castroet: Kasseistraat die helemaal wordt opgebroken en geasfalteerd.Een aanslag op de eigenheid en mannelijkheid van de straat. Het is niet langer een straat met ballen maar een gladde karakterloze baan.
Ne Malapiet: Man die sukkelt met chronische blaasontsteking. e Crabuulleke : weerbarstige krab, die zich moeilijk prijsgeeft in de Rugbyman op de Vismarkt.
Ne Caracolleur : iemand die blijft plakken aan een caracollenkraam of bij de Noordzee op St-Kathelijne.
E Blaftuurke : verkoopster in de Inno met hele lange valse wimpers -Caraoke : clochard zwaar aan de drank die veel lawijt verkoopt onder invloed van zijn Cara-pilsjes - Billentoeker : bx laptop - Blasfonneur : militante vrijzinnige - Surplaske : bx slow - Deux Yeuxken : zwaar gesluierde moslima - Trottoirdoemper : roker op straat - Piszinneke : bx pissijn - Bagabelleke : bx sms-ke - Greun Boerken : bioboer - Saloefrêtter : vegetariër - Ne Wijfelaar : een travestiet - Ne Klapspirateur : deur-aan-deur stofzuigerverkoper.
Mambelleke : koosnaampje voor schoonmoeder.
Invendeur : deur aan deur verkoper die zelf gemaakte spullen slijt.
Zie ook : ________________________________________________
De compasseduud : euthanasie. Een smostach : onzorgvuldige eter, waarbij één en ander blijft plakken aan de snor.
Ne castroet: Kasseistraat die helemaal wordt opgebroken en geasfalteerd.Een aanslag op de eigenheid en mannelijkheid van de straat. Het is niet langer een straat met ballen maar een gladde karakterloze baan.
Ne Malapiet: Man die sukkelt met chronische blaasontsteking. e Crabuulleke : weerbarstige krab, die zich moeilijk prijsgeeft in de Rugbyman op de Vismarkt.
Ne Caracolleur : iemand die blijft plakken aan een caracollenkraam of bij de Noordzee op St-Kathelijne.
E Blaftuurke : verkoopster in de Inno met hele lange valse wimpers -Caraoke : clochard zwaar aan de drank die veel lawijt verkoopt onder invloed van zijn Cara-pilsjes - Billentoeker : bx laptop - Blasfonneur : militante vrijzinnige - Surplaske : bx slow - Deux Yeuxken : zwaar gesluierde moslima - Trottoirdoemper : roker op straat - Piszinneke : bx pissijn - Bagabelleke : bx sms-ke - Greun Boerken : bioboer - Saloefrêtter : vegetariër - Ne Wijfelaar : een travestiet - Ne Klapspirateur : deur-aan-deur stofzuigerverkoper.
zaterdag 28 augustus 2010
Gespot
In het café op het Anneessensplein zit een dakloze achter het raam.
Hij wordt het hoofd gewassen door zijn bruine Labrador die gretig likt over de halfkale knikker van zijn baasje. Hij doet dit elke dag, dat zie je zo. Er zit een systeem in.
Eerst de achterkant, heel grondig. Dan beide zijkanten, tenslotte helt de man achterover zodat de hond ook de bovenkant fatsoeneert. Nog even de oren wassen en klaar is kees.
Het baasje glundert. De Labrador gaat gedwee naast hem liggen, heel even maar wrijft hij over het hoofd van zijn viervoeter.
Hij wordt het hoofd gewassen door zijn bruine Labrador die gretig likt over de halfkale knikker van zijn baasje. Hij doet dit elke dag, dat zie je zo. Er zit een systeem in.
Eerst de achterkant, heel grondig. Dan beide zijkanten, tenslotte helt de man achterover zodat de hond ook de bovenkant fatsoeneert. Nog even de oren wassen en klaar is kees.
Het baasje glundert. De Labrador gaat gedwee naast hem liggen, heel even maar wrijft hij over het hoofd van zijn viervoeter.
dinsdag 24 augustus 2010
Het Kruis
Een lichtgrijze mevrouw is op stap met haar ventje. Hij stapt aan de leiband en volgt gedwee.
Zij draagt het infuus, hij hangt aan de draad. Hij volgt in de looppas van zijn baasje, nergens gesnuffel of een plasje om de hoek, hij is goed gedrild.
Praten doen ze niet, ze zitten al ganser dagen op mekaars lip, wat zeg je op de duur nog.
Zij heeft het pakje Pall Mall nog in de hand, hij hoest lichtjes want hij moest noodgedwongen in de buurt blijven.
De laatste tijd slijt ik meer uren in wachtzalen van witkielen dan me lief zijn.
Het is een pruts, althans dat hoop ik, maar een mens wordt toch altijd maar weer van kop tot teen gescreend. MR, radiografie, bloedafname, anesthesist, orthopedist : het houdt niet op.
Vantijd denk ik : dat is toch allemaal al honderd keer onderzocht, besnuffeld, bekeken en gekeurd maar meestal denk ik, met Punjab in mijn achterhoofd, we leven in het land van melk en honing.
Bovendien is het AZ nog een kliniek op mensenmaat met een hoogstvriendelijke bediening vanaf de balie via de spreekkamer tot in het cafetaria.
Vaak kom ik op een wolkje buiten van zoveel gratuite menslievendheid. Vandaag heeft de serveuse mijn koffie aan tafel gebracht, een verpleegster bukte zich om spontaan om mijn veters dicht te knopen, een andere Florence Nightingale bood zelfs een rolstoel aan om met mij overal heen te rijden.
De mevrouw achter de toog complimenteerde een oude Brusselaar met zijn sappig dialect, die daar zichtbaar van genoot.
Vandaag moest ik weer ietwat monkelen met de kleutertaal van de dokter van dienst.
Ik had dit al opgemerkt bij de cardioloog en deze was in hetzelfde bedje ziek.
Gewaagde de cardio van een 'onderzoekske', 'een oefeningske' of een 'uitslagske', vanochtend vroeg zijn collega en passant of ik ooit last had van 'niersteentjes' of 'allergietjes'.
Daar kan ik mee leven, maar toen hij vroeg of ik ooit al een 'tromboseke' had gehad, moest ik even slikken.
Tromboseke dat ligt kort bij Rozeke, maar Rozeke die ik inderdaad heb gekend maar nooit gehad, ligt dan weer ver af van een bloedverstopping.
Ik vermoed dat de nieuwe lichting artsen in hun opleiding één en ander meekrijgen om het leed van hun patiënten te minimaliseren door verkleinwoordjes te gebruiken. Allemaal in de veronderstelling dat dit de kwaal minder erg maakt. Het mag, maar ze mogen niet overdrijven.
Ik vind een 'tromboseke' niet niks. Straks spreken ze nog van een 'kankertje', een 'sero-positiefke' of een 'tumoorke' in de hersens.
Of een 'euthanasieke', wat dan weer dichtbij Eufrasieke ligt.
Eufrasieke, mijn vroegere buurvrouw had maar wat graag een euthanasieke gehad na het overlijden van haar man, maar in die tijd was dat nog niet aan de orde.
Ze heeft dan maar zelf een einde gemaakt aan haar wrang bestaan door haar verstand uit te doven,
een Alzheimertje, zeg maar.
"Het is een kleine operatie," stelt de dokter mij gerust, "maar zet voor alle zekerheid een kruis op de juiste knie in alcoholstift.".
Een kruis ?
Merkwaardig : ik had liever een kruisje gehoord.
Zij draagt het infuus, hij hangt aan de draad. Hij volgt in de looppas van zijn baasje, nergens gesnuffel of een plasje om de hoek, hij is goed gedrild.
Praten doen ze niet, ze zitten al ganser dagen op mekaars lip, wat zeg je op de duur nog.
Zij heeft het pakje Pall Mall nog in de hand, hij hoest lichtjes want hij moest noodgedwongen in de buurt blijven.
De laatste tijd slijt ik meer uren in wachtzalen van witkielen dan me lief zijn.
Het is een pruts, althans dat hoop ik, maar een mens wordt toch altijd maar weer van kop tot teen gescreend. MR, radiografie, bloedafname, anesthesist, orthopedist : het houdt niet op.
Vantijd denk ik : dat is toch allemaal al honderd keer onderzocht, besnuffeld, bekeken en gekeurd maar meestal denk ik, met Punjab in mijn achterhoofd, we leven in het land van melk en honing.
Bovendien is het AZ nog een kliniek op mensenmaat met een hoogstvriendelijke bediening vanaf de balie via de spreekkamer tot in het cafetaria.
Vaak kom ik op een wolkje buiten van zoveel gratuite menslievendheid. Vandaag heeft de serveuse mijn koffie aan tafel gebracht, een verpleegster bukte zich om spontaan om mijn veters dicht te knopen, een andere Florence Nightingale bood zelfs een rolstoel aan om met mij overal heen te rijden.
De mevrouw achter de toog complimenteerde een oude Brusselaar met zijn sappig dialect, die daar zichtbaar van genoot.
Vandaag moest ik weer ietwat monkelen met de kleutertaal van de dokter van dienst.
Ik had dit al opgemerkt bij de cardioloog en deze was in hetzelfde bedje ziek.
Gewaagde de cardio van een 'onderzoekske', 'een oefeningske' of een 'uitslagske', vanochtend vroeg zijn collega en passant of ik ooit last had van 'niersteentjes' of 'allergietjes'.
Daar kan ik mee leven, maar toen hij vroeg of ik ooit al een 'tromboseke' had gehad, moest ik even slikken.
Tromboseke dat ligt kort bij Rozeke, maar Rozeke die ik inderdaad heb gekend maar nooit gehad, ligt dan weer ver af van een bloedverstopping.
Ik vermoed dat de nieuwe lichting artsen in hun opleiding één en ander meekrijgen om het leed van hun patiënten te minimaliseren door verkleinwoordjes te gebruiken. Allemaal in de veronderstelling dat dit de kwaal minder erg maakt. Het mag, maar ze mogen niet overdrijven.
Ik vind een 'tromboseke' niet niks. Straks spreken ze nog van een 'kankertje', een 'sero-positiefke' of een 'tumoorke' in de hersens.
Of een 'euthanasieke', wat dan weer dichtbij Eufrasieke ligt.
Eufrasieke, mijn vroegere buurvrouw had maar wat graag een euthanasieke gehad na het overlijden van haar man, maar in die tijd was dat nog niet aan de orde.
Ze heeft dan maar zelf een einde gemaakt aan haar wrang bestaan door haar verstand uit te doven,
een Alzheimertje, zeg maar.
"Het is een kleine operatie," stelt de dokter mij gerust, "maar zet voor alle zekerheid een kruis op de juiste knie in alcoholstift.".
Een kruis ?
Merkwaardig : ik had liever een kruisje gehoord.
zondag 22 augustus 2010
Stadsbrief
Beste Bruksel,
Als regelmatige gebruiker van de Villovelo's ben ik zo vrij u attent te maken op een aantal mankementen in het huidige systeem.
Villo wordt vooral gretig gebruikt in de bovenstad.
De stadsmens heeft ontdekt dat het veel leuker is zich rustig te laten uitbollen op een tweewieler tot aan de benedenstad. Via de Barrière, de Kunstberg, de Botanique : een hele leuke manier om zich ontspannen te verplaatsen.
Daar aangekomen merkt hij tot zijn verbazing dat alle stelplaatsen bezet zijn.
Met een zekere nervositeit, gezien het halfuurlimiet, moet hij of zij dan op zoek naar een ander velostation.
Vaak al van de Brouckère, via de Beurs naar het Anneessens gefietst, zonder resultaat.
Wat is hier gaande ?
Het is vrij simpel : blijkt dat de meeste mensen een fiets nemen in de bovenstad en deze willen parkeren downtown.
Dat wil zeggen dat er te weinig fietsen zijn vanboven, teveel onderaan.
Als een simpele leek dit vaststelt, waarom wordt dit dan niet opgemerkt door de roadmanagers van het bedrijf ?
En vooral : waarom past het bedrijf zich niet aan, aan de gewoontes van de gebruikers :
een snellere bevoorrading van de stelplaatsen boven zodat er meer ruimte is voor de toekomende velo's in de benedenstad.
Het is heel simpel.
Wilt gij het eens aankaarten ?
Met dank,
Pacha Kroet.
Als regelmatige gebruiker van de Villovelo's ben ik zo vrij u attent te maken op een aantal mankementen in het huidige systeem.
Villo wordt vooral gretig gebruikt in de bovenstad.
De stadsmens heeft ontdekt dat het veel leuker is zich rustig te laten uitbollen op een tweewieler tot aan de benedenstad. Via de Barrière, de Kunstberg, de Botanique : een hele leuke manier om zich ontspannen te verplaatsen.
Daar aangekomen merkt hij tot zijn verbazing dat alle stelplaatsen bezet zijn.
Met een zekere nervositeit, gezien het halfuurlimiet, moet hij of zij dan op zoek naar een ander velostation.
Vaak al van de Brouckère, via de Beurs naar het Anneessens gefietst, zonder resultaat.
Wat is hier gaande ?
Het is vrij simpel : blijkt dat de meeste mensen een fiets nemen in de bovenstad en deze willen parkeren downtown.
Dat wil zeggen dat er te weinig fietsen zijn vanboven, teveel onderaan.
Als een simpele leek dit vaststelt, waarom wordt dit dan niet opgemerkt door de roadmanagers van het bedrijf ?
En vooral : waarom past het bedrijf zich niet aan, aan de gewoontes van de gebruikers :
een snellere bevoorrading van de stelplaatsen boven zodat er meer ruimte is voor de toekomende velo's in de benedenstad.
Het is heel simpel.
Wilt gij het eens aankaarten ?
Met dank,
Pacha Kroet.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)