Beste Bruksel,
Het lijkt wel alsof je niet mag stilzitten.
Veel mensen hebben daar schrik van. Ik heb een poetsvrouw gekend, op mijn vorig werk, die de godganse dag een loeiende radio aanliet.
"Als ik geen lawaai hoor denk ik teveel na."
Ik denk dat u aan hetzelfde euvel lijdt.
Moeten bewoners en passanten vóórtdurend geanimeerd worden ?
Mag de stad niet voor zichzelf spreken ?
Moeten wij in ieder seizoen struikelen over kraampjes, badhanddoeken, stoeten, festivals en concerten ?
Ik hou van jou zoals je bent, je hoeft je niet voortdurend op te smukken of te verkleden.
Op den duur gaat dat vervelen en maskeer je je eigen smoel.
Blijf gewoon jezelf, versier je af en toe, maar niet voortdurend en onafgebroken.
Laat je Grote Markt gewoon eens open en bloot : dat is al schoon genoeg.
Mag deze stad gewoon eens asemen ?
Je, Pacha Kroet.
donderdag 13 januari 2011
maandag 10 januari 2011
Gespot : Twee stadsduiven
Twee stadsduiven liggen zij aan zij in de Kartuizersstraat. Bekje tegen bekje.
Tegen mekaar gebotst in volle vlucht. In de burgerluchtvaart heet dat Lockerbie maal twee.
Hier is de schade op te meten.
Vandaag veegt de straatveger de twee vogels bij mekaar om ze achteraf fijn te malen.
Geen haan die nog kraait naar de twee duiven.
Twee duiven in de Kartuizers, zelfs geen fait-divers op de regionale bladzijden, maar het zijn
raszuivere zinnekes, daarom verdienen ze een ereplaats op het Rijkderzinnekes.
Tegen mekaar gebotst in volle vlucht. In de burgerluchtvaart heet dat Lockerbie maal twee.
Hier is de schade op te meten.
Vandaag veegt de straatveger de twee vogels bij mekaar om ze achteraf fijn te malen.
Geen haan die nog kraait naar de twee duiven.
Twee duiven in de Kartuizers, zelfs geen fait-divers op de regionale bladzijden, maar het zijn
raszuivere zinnekes, daarom verdienen ze een ereplaats op het Rijkderzinnekes.
vrijdag 7 januari 2011
Onverslijtbare réparateurs
"Mes copies sont meilleures que les originales."
Twee oudere heren wisselen van gedachten in Les Brasseurs. Hun uitspraak maakt finaal brandhout van de oude Vlaamse Blokstelling : stem voor het origineel, het copie is altijd waterachtig.
Maar ik twijfel aan hun bewering, het gaat over DVD's, de meest grijze heeft zich een nieuwe Toshiba aangeschaft. "Japanners, ze blijven in alles beter, had Hiroshima er niet geweest, ze hadden de oorlog gewonnen."
"Avec mon ancien réparateur j'avais jamais des problèmes."
Het zijn heren die nog met 'réparateurs' werken. Die worden hoe langer hoe schaarser.
In mijn kinderjaren kwamen de 'réparateurs' van de TV's nog aan huis, zoals dokters en pastoors.
Ik keek mijn ogen uit toen de man de achterwand van het toestel zomaar losschroefde en ik al die wonderlijke lampjes en honderden draadjes zag : Alice in Wonderland.
Nergens een glimp van Lassie, van Hoss uit Bonanza of Marieke van de Schipper. Als kind dacht ik lange tijd dat die zich daar schuil hielden, hoe konden ze anders verschijnen op het beeldscherm ?
Geen mens die nog repareert nu, soms kost het meer dan een nieuw apparaat.
Onlangs een dictafoon gekocht op de Charleroisesteenweg - gaat hooguit twee jaar mee, zegt de verkoper zonder blikken of blozen. Dan zijn de knoppen naar de knoppen.
Brilletje kapot in de Hema, enkel het vijsje ontbreekt, er mankeert niks aan.
"Weggooien," zegt de verkoopster. 'La responsable du magasin' lacht mij vierkant uit : "Mijnheer, voor die prijs gaat ge toch geen problemen maken ? ça coute à peine 7 euro."
Weg ermee : de afvalberg op.
Een oudere man naast mij adviseert mij om een klein ijzerdraadje te gebruiken inplaats van een vijsje.
"Het is niet omdat het oud is, dat het versleten is," zegt de grijsaard gevat.
Onvindbaar dat soort vijsjes, ze worden zorgvuldig bewaard in kluizen met vuistdikke deuren en geheime code's. Stel u voor dat we de code's zouden ontcijferen, men mag er niet aan denken : het zou de markt totaal ontregelen, de economie finaal in mekaar doen stuiken.
Onlangs was de wasmachine stuk, dan komen ze wel nog aan huis, de chirurgen van Miele. Reken maar vlotjes 15O tot 2OO euro, soms duurt het maar een kwartiertje.
Een Palestijnse vriend van mij kijkt ernaar. "Een kleinigheidje," zegt hij, "hebt ge geen stylo ?".
Ik dacht dat hij het nummer van het wisselstuk ging noteren.
Hij neemt de pen, haalt er het veertje uit en monteert dit vervolgens in de machine.
C'était meilleur que l'original.
Ze maken ze niet meer, dat soort réparateurs.
Hij verontschuldigt zich : "Jammer van de bic."
Of toch wel ?
Onverslijtbaar, dat ras.
Twee oudere heren wisselen van gedachten in Les Brasseurs. Hun uitspraak maakt finaal brandhout van de oude Vlaamse Blokstelling : stem voor het origineel, het copie is altijd waterachtig.
Maar ik twijfel aan hun bewering, het gaat over DVD's, de meest grijze heeft zich een nieuwe Toshiba aangeschaft. "Japanners, ze blijven in alles beter, had Hiroshima er niet geweest, ze hadden de oorlog gewonnen."
"Avec mon ancien réparateur j'avais jamais des problèmes."
Het zijn heren die nog met 'réparateurs' werken. Die worden hoe langer hoe schaarser.
In mijn kinderjaren kwamen de 'réparateurs' van de TV's nog aan huis, zoals dokters en pastoors.
Ik keek mijn ogen uit toen de man de achterwand van het toestel zomaar losschroefde en ik al die wonderlijke lampjes en honderden draadjes zag : Alice in Wonderland.
Nergens een glimp van Lassie, van Hoss uit Bonanza of Marieke van de Schipper. Als kind dacht ik lange tijd dat die zich daar schuil hielden, hoe konden ze anders verschijnen op het beeldscherm ?
Geen mens die nog repareert nu, soms kost het meer dan een nieuw apparaat.
Onlangs een dictafoon gekocht op de Charleroisesteenweg - gaat hooguit twee jaar mee, zegt de verkoper zonder blikken of blozen. Dan zijn de knoppen naar de knoppen.
Brilletje kapot in de Hema, enkel het vijsje ontbreekt, er mankeert niks aan.
"Weggooien," zegt de verkoopster. 'La responsable du magasin' lacht mij vierkant uit : "Mijnheer, voor die prijs gaat ge toch geen problemen maken ? ça coute à peine 7 euro."
Weg ermee : de afvalberg op.
Een oudere man naast mij adviseert mij om een klein ijzerdraadje te gebruiken inplaats van een vijsje.
"Het is niet omdat het oud is, dat het versleten is," zegt de grijsaard gevat.
Onvindbaar dat soort vijsjes, ze worden zorgvuldig bewaard in kluizen met vuistdikke deuren en geheime code's. Stel u voor dat we de code's zouden ontcijferen, men mag er niet aan denken : het zou de markt totaal ontregelen, de economie finaal in mekaar doen stuiken.
Onlangs was de wasmachine stuk, dan komen ze wel nog aan huis, de chirurgen van Miele. Reken maar vlotjes 15O tot 2OO euro, soms duurt het maar een kwartiertje.
Een Palestijnse vriend van mij kijkt ernaar. "Een kleinigheidje," zegt hij, "hebt ge geen stylo ?".
Ik dacht dat hij het nummer van het wisselstuk ging noteren.
Hij neemt de pen, haalt er het veertje uit en monteert dit vervolgens in de machine.
C'était meilleur que l'original.
Ze maken ze niet meer, dat soort réparateurs.
Hij verontschuldigt zich : "Jammer van de bic."
Of toch wel ?
Onverslijtbaar, dat ras.
donderdag 6 januari 2011
Stadsbrief : Will you still feed me when I'am sixty-four ?
Beste Bruksel,
Hoeveel hoogbejaarden kom je 's avonds tegen in uw binnenstad ?
Zelfs niet tijdens lange zomerdagen ?
Je kan ze tellen op één vinger.
Hebben die mensen geen honger naar een hap cultuur, theater, een gezellig café
of ander culinair genot ?
Ik geloof het nooit.
Ik spreek van doodgewone mensen : diegenen die op café gaan of naar het voetbal.
Naar de bib of de cinema. Mensen die zich geen taxi kunnen permitteren.
Brussel is de stad van de immer defecte roltrappen, geblokkeerde liften en ontoegankelijke
tramstellen.
Van scheve voetpaden, dubbelgeparkeerde wagens, lompe automobilisten die het trottoir bezetten en ons verplichten te rijweg op te gaan. Daar zijn diepe plassen gelijk aan de Grote Meren en spleten tussen de kasseien, o als vulkaankraters zo diep. En woeste chauffeurs.
Zet gij uw deuren ook open voor bejaarde bewoners ?
Zijn zij ook welkom ?
Zorgt gij voor hun welzijn, hun veiligheid, hun comfort ?
Will you still need me ?
Will you still feed me, when I'm sixty-four ?
Je, Pacha Kroet.
Hoeveel hoogbejaarden kom je 's avonds tegen in uw binnenstad ?
Zelfs niet tijdens lange zomerdagen ?
Je kan ze tellen op één vinger.
Hebben die mensen geen honger naar een hap cultuur, theater, een gezellig café
of ander culinair genot ?
Ik geloof het nooit.
Ik spreek van doodgewone mensen : diegenen die op café gaan of naar het voetbal.
Naar de bib of de cinema. Mensen die zich geen taxi kunnen permitteren.
Brussel is de stad van de immer defecte roltrappen, geblokkeerde liften en ontoegankelijke
tramstellen.
Van scheve voetpaden, dubbelgeparkeerde wagens, lompe automobilisten die het trottoir bezetten en ons verplichten te rijweg op te gaan. Daar zijn diepe plassen gelijk aan de Grote Meren en spleten tussen de kasseien, o als vulkaankraters zo diep. En woeste chauffeurs.
Zet gij uw deuren ook open voor bejaarde bewoners ?
Zijn zij ook welkom ?
Zorgt gij voor hun welzijn, hun veiligheid, hun comfort ?
Will you still need me ?
Will you still feed me, when I'm sixty-four ?
Je, Pacha Kroet.
maandag 3 januari 2011
Afterparty
Die eerste maandag na nieuwjaarsdag stapt een drietal, total loss, uit aan het Voorplein van Sint-Gillis.
Het is laat namiddag en de drank heeft al flink zijn werk gedaan.
Twee dertigers en een oudere man die tegen zijn pensioen aanschurkt.
Ze giechelen als uitgelaten pubers die hun honderd dagen vieren. Ze steken pardoes het dubbelspoor over, waarbij Jean-Pierre, de meest benevelde, zwaar struikelt.
Hij ligt languit op de sporen, de twee anderen lachen zich verrot. De oudste is Jeanke, hij durft niet oversteken. "Allé Jeanke, we gaan niet wachten hé..,". De vrouw is kortgerokt, niet onknap en heel gulzig.
Na het voorval gaan JP en de vrouw op de bank zitten, hij trekt zijn broek omhoog om de schade op te meten. Zij neemt even zijn been ter hand en giechelt. Niks aan de hand.
Ondertussen is Jeanke gearriveerd op het perron. Hij heeft een ringbaard en een blozende kop, dat kan zijn aard zijn maar vandaag spreek ik me daar niet met zekerheid over uit.
De kortgerokte wil JP binnendoen, hij staat daar voor open maar heeft zich teveel moed ingedronken.
Zij is de nuchterste van de drie, heeft net genoeg op om zich te laten gaan, ontdaan van alle gène maar nog alert genoeg om de maat te houden.
Jean-Pierre heeft zich overschat en haar onderschat.
De rol van Jeanke is onduidelijk, ofwel heeft hij één en ander niet door ofwel rekent hij op het falen van JP om zelf, nog net voor zijn brugpensioen, te proeven van een groen blaadje.
Ze stappen op en vragen driemaal aan de omstaanders of de tram stopt aan de Brouckère.
JP heeft de oogleden al ver naar beneden, zij kletst aan één stuk door om hem wakker te houden.
In het Zuidstation wordt er nog wat geluld tegen de grijze secretaresse naast hen die zich rept om haar trein te halen.
Aan de Brouckère stappen ze giechelend uit, arm in arm, de avond is nog jong.
Ik geef geen knip voor Jempi vanavond, tenzij zij hem nuchter houdt, ze moet alleen nog Jeanke zien te dumpen, weliswaar beleefd, want het blijft een collega.
De opdracht is simpel : JP droog houden, Jeanke volgieten.
Zij houdt zich wel gedeisd.
Morgen worden de brokken gelijmd op kantoor, de laatste trein is nog veraf.
Het is laat namiddag en de drank heeft al flink zijn werk gedaan.
Twee dertigers en een oudere man die tegen zijn pensioen aanschurkt.
Ze giechelen als uitgelaten pubers die hun honderd dagen vieren. Ze steken pardoes het dubbelspoor over, waarbij Jean-Pierre, de meest benevelde, zwaar struikelt.
Hij ligt languit op de sporen, de twee anderen lachen zich verrot. De oudste is Jeanke, hij durft niet oversteken. "Allé Jeanke, we gaan niet wachten hé..,". De vrouw is kortgerokt, niet onknap en heel gulzig.
Na het voorval gaan JP en de vrouw op de bank zitten, hij trekt zijn broek omhoog om de schade op te meten. Zij neemt even zijn been ter hand en giechelt. Niks aan de hand.
Ondertussen is Jeanke gearriveerd op het perron. Hij heeft een ringbaard en een blozende kop, dat kan zijn aard zijn maar vandaag spreek ik me daar niet met zekerheid over uit.
De kortgerokte wil JP binnendoen, hij staat daar voor open maar heeft zich teveel moed ingedronken.
Zij is de nuchterste van de drie, heeft net genoeg op om zich te laten gaan, ontdaan van alle gène maar nog alert genoeg om de maat te houden.
Jean-Pierre heeft zich overschat en haar onderschat.
De rol van Jeanke is onduidelijk, ofwel heeft hij één en ander niet door ofwel rekent hij op het falen van JP om zelf, nog net voor zijn brugpensioen, te proeven van een groen blaadje.
Ze stappen op en vragen driemaal aan de omstaanders of de tram stopt aan de Brouckère.
JP heeft de oogleden al ver naar beneden, zij kletst aan één stuk door om hem wakker te houden.
In het Zuidstation wordt er nog wat geluld tegen de grijze secretaresse naast hen die zich rept om haar trein te halen.
Aan de Brouckère stappen ze giechelend uit, arm in arm, de avond is nog jong.
Ik geef geen knip voor Jempi vanavond, tenzij zij hem nuchter houdt, ze moet alleen nog Jeanke zien te dumpen, weliswaar beleefd, want het blijft een collega.
De opdracht is simpel : JP droog houden, Jeanke volgieten.
Zij houdt zich wel gedeisd.
Morgen worden de brokken gelijmd op kantoor, de laatste trein is nog veraf.
zondag 2 januari 2011
Moeders, Zonen en Zwervers
Op nieuwjaarsochtend kom ik opvallend veel zonen tegen op stap met hun oude moeder.
De Ortsstraat ligt bezaaid met restanten van gebroken flessen, natte confetti en uitgezongen ballons.
Het is 1Ou3O, die eerste januari van 2O11.
Oude moeders met oudere zonen. Brengen ze hun oudje terug naar het rusthuis na oudejaarsavond ?
Of zijn ze onderweg van het pension naar hun thuis voor een nieuwjaarsdruppel ?
Of gewoon een gezondheidswandelingetje op een doordeweekse zaterdagochtend ?
De zoon van de vrouw met de pelsen mantel is homo, hij draagt voorbeeldig zorg voor de zwaar geschminkte vrouw, zoals veel homoseksuelen een hartelijke relatie hebben met hun mama. Zij laat het zich welgevallen, arm in arm, vrolijk lachend steken ze de Anspachboulevard over. Hun nieuwjaarsnacht is nog lang niet ten einde.
Een andere man draagt zorg voor zijn moeder in een te lage rolstoel. Hij loopt voorovergebogen om de bejaarde vrouw te duwen, vroeg of laat krijgt hij zware rugproblemen.
In de H. Mausstraat passeer ik dan weer een man met twee kinderen, ééntje aan zijn hand, de andere aan de hand van zijn moeder. Ze zijn niet droef of blij, het leven is wat het is, gelaten zijn ze op stap.
De man is gescheiden, de moeder weduwe. Ze vinden mekaar tijdens de feesten, om een zekere leegte te vullen. Of gewoon omdat ze mekaar graag zien, om een gemis te vergeten of omdat ze het leuk vinden samen te feesten inplaats van elk voor zich.
Het is in dit soort relaties onduidelijk wie voor wie zorgt. Passen de kleinkinderen op oma, of denkt oma dat zij hen soigneert ?
Hij denkt dan weer dat hij zijn moeder een plezier doet om haar te inviteren, ze is tenslotte alleen.
Zij doet het uit plichtsgevoel, haar zoon alleen met die twee koters, kan hij wel deftig koken en tegelijk de kinderen animeren ? Neen, daar hoort een vrouwenhand.
Aan de vitrine van Ici Bxl-Paris praat een Rastaman tegen de spiegel. Hij heft de fles omhoog en zijn vriend in de spiegel stelt identiek hetzelfde gebaar in perfecte symbiose.
Hij ziet het viertal passeren, draait zich om en geeft het zoontje een hand : "Bonne Année".
De jongen kijkt wat verbouwereerd. "Pareillement," zegt de vader, maar niet om er vanaf te zijn.
Ook de moeder blijft staan en geeft de zwarte man een hand.
Ik zie ze alle vijf staan lachen, iedereen geeft de man nu een hand. Daarop gaan ze wuivend uit mekaar en zoekt de Rasta opnieuw zijn maat op in de spiegel.
Het viertal, ietwat bedrukt en gelaten, vervolgt nu vrolijk en uitgelaten hun weg.
Een voze zwerver met een missie. Ook Prins Filip denkt dat hij een missie heeft.
Deze mens echter verblijdt andere mensen : wie is het echte Koningskind ?
Nieuwjaarsdag kan niet meer stuk voor mij.
De Ortsstraat ligt bezaaid met restanten van gebroken flessen, natte confetti en uitgezongen ballons.
Het is 1Ou3O, die eerste januari van 2O11.
Oude moeders met oudere zonen. Brengen ze hun oudje terug naar het rusthuis na oudejaarsavond ?
Of zijn ze onderweg van het pension naar hun thuis voor een nieuwjaarsdruppel ?
Of gewoon een gezondheidswandelingetje op een doordeweekse zaterdagochtend ?
De zoon van de vrouw met de pelsen mantel is homo, hij draagt voorbeeldig zorg voor de zwaar geschminkte vrouw, zoals veel homoseksuelen een hartelijke relatie hebben met hun mama. Zij laat het zich welgevallen, arm in arm, vrolijk lachend steken ze de Anspachboulevard over. Hun nieuwjaarsnacht is nog lang niet ten einde.
Een andere man draagt zorg voor zijn moeder in een te lage rolstoel. Hij loopt voorovergebogen om de bejaarde vrouw te duwen, vroeg of laat krijgt hij zware rugproblemen.
In de H. Mausstraat passeer ik dan weer een man met twee kinderen, ééntje aan zijn hand, de andere aan de hand van zijn moeder. Ze zijn niet droef of blij, het leven is wat het is, gelaten zijn ze op stap.
De man is gescheiden, de moeder weduwe. Ze vinden mekaar tijdens de feesten, om een zekere leegte te vullen. Of gewoon omdat ze mekaar graag zien, om een gemis te vergeten of omdat ze het leuk vinden samen te feesten inplaats van elk voor zich.
Het is in dit soort relaties onduidelijk wie voor wie zorgt. Passen de kleinkinderen op oma, of denkt oma dat zij hen soigneert ?
Hij denkt dan weer dat hij zijn moeder een plezier doet om haar te inviteren, ze is tenslotte alleen.
Zij doet het uit plichtsgevoel, haar zoon alleen met die twee koters, kan hij wel deftig koken en tegelijk de kinderen animeren ? Neen, daar hoort een vrouwenhand.
Aan de vitrine van Ici Bxl-Paris praat een Rastaman tegen de spiegel. Hij heft de fles omhoog en zijn vriend in de spiegel stelt identiek hetzelfde gebaar in perfecte symbiose.
Hij ziet het viertal passeren, draait zich om en geeft het zoontje een hand : "Bonne Année".
De jongen kijkt wat verbouwereerd. "Pareillement," zegt de vader, maar niet om er vanaf te zijn.
Ook de moeder blijft staan en geeft de zwarte man een hand.
Ik zie ze alle vijf staan lachen, iedereen geeft de man nu een hand. Daarop gaan ze wuivend uit mekaar en zoekt de Rasta opnieuw zijn maat op in de spiegel.
Het viertal, ietwat bedrukt en gelaten, vervolgt nu vrolijk en uitgelaten hun weg.
Een voze zwerver met een missie. Ook Prins Filip denkt dat hij een missie heeft.
Deze mens echter verblijdt andere mensen : wie is het echte Koningskind ?
Nieuwjaarsdag kan niet meer stuk voor mij.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)