maandag 13 oktober 2014

Ouweballenpuberteit

Ik blijf altijd bij u, zegt het allercharmantste anesthesistje, een prinsesje gelijk - en ze legt haar hand in mijn hand. Of leg ik de mijne in de hare ?
Ze lacht. Wellicht is zij vrijgesteld om oudere mannen te bedwelmen net vóor ze de slachtbank betreden, maar ik wuif die grimmige gedachte weg.
Dit meisje is oprecht, ze lacht. Mijn lippen branden, zou ik het durven ? Vragen ?
Altijd? vraag ik, en men weet maar nooit bij volledige narcose, tot in het Paradijs ?
Zijt gij waarlijk één van die zeventig maagden ?
Maar dan heeft ze me al verdoofd (zij het in alle betekenissen).

Het kan niet op. 
Ook het Nachtwachtmeisje blijft bij mij. Een blond meisje met een lange vlecht. Ook zij neemt mijn hand en streelt mijn arm. Ik zoek blote aders, zegt ze. Mmm, dat ziet er goed uit. Daarop prikt ze er drie keer naast, het Sneeuwdoornroosje, maar ik vergeef haar alles. Wellicht is ze verbluft door mijn blote aders. Ze kijkt wat verlegen, een neofietje. Ze streelt nogmaals mijn arm.

Is het natural charm welke ik uitstraal ? Het moet wel zijn. 
Rijpe man, de meelijwekkende blik van een verschopte herdershond, begripvol, blote aders, het sexy operatiekleedje met blote rug, weliswaar al wat bebloed. Het is niets, zeg ik, en ze lacht opnieuw verlegen, maar ik durf haar arm niet te strelen. Dan gaat ze weg.
Ik kom u vannacht nog twee keer wekken, zegt ze nog terloops.
Oja ? antwoord ik blijmoedig. Dat is standaard, zegt ze. Wake me up all night.

Ondertussen is mijn façade lichtelijk geschonden, houdt het midden tussen de jonge Toetanchamon en de neus van JP Coopman na zijn uitschuiver tegen Muhammed Ali. Mijn neus is het pronkstuk van mijn voorgevel, ik kan het nog niet zien maar owee als ze die hebben verkloot met een wipneusje (zoals ze lichtjes lieten verstaan). Ik sta niet garant voor de vlezige neus van de chirurg.

Ik blijf altijd bij u ? Als ik wakker word in de drukke ontwaakkamer is ze spoorloos. Twee kale potige verplegers houden mij met zachte dwang tegen. Blijf rustig liggen mijnheer, u bent in de ontwaakkamer.
Waar is het meisje ? schreeuw ik.
Ze lachen, de twee kale, de dikste zegt die moeten ze nog eens opereren aan iets anders.

It was just a good trip.

zondag 5 oktober 2014

The End

Zij trekt haar schouders op. Hij krabt, schijnbaar onverstoord, met de rechterwijsvinger aan zijn voorhoofd. Dan wordt er gezwegen.
Beiden kijken voor zich uit. Ze hebben een neutrale maar toch publieke plek gekozen op de eerste etage van UGC De Brouckère, in het lege cafetaria. Zitten wat te mokken naast mekaar aan de Share a Coke.
Hij lispelt nog iets, zij trekt haar schouders op, kijkt weg. Hij kijkt de andere kant op. Het ontaardt niet, net daarom hebben ze deze plek uitgezocht. Dan speelt ze met haar haar. Een geruit kleedje, beetje Mondriaan. Hij een blauwe blouse met omslag, kort geknipt. Misschien geraken ze er nog uit.

Na een lang stilzwijgen neemt ze haar jas, hij kijkt heel even, lichtjes verbaasd naar opzij zonder haar aan te kijken. Ze trekt haar mantel aan, gaat dan zitten op de leuning en kijkt hem voor het eerst aan.
Een klein betoog zonder haar stem te verheffen. Hij schudt van neen. Weer een lang mokken. Hij blijft met zijn wijsvinger aan zijn voorhoofd alsof daar inspiratie te verwachten is. Ze gaat weer zitten naast hem.
Plots gaat hij heel kordaat bij haar zitten en roept haar opgewonden iets toe, armen wijd open. Zij neemt een Kleenex, heel heel zachtjes bet ze haar tranen.

Het donkert stilaan. Hij gaat de zaal in. Zij volgt maar niet gedwee. Ze gaat naast hem zitten maar keert zich meteen zijdelings, ook hij schuift op, er is ruim plaats voor iemand tussen hen beide.

Je voelt de spanning in de grote halflege zaal. Het lijkt wel een voorfilm. Nervositeit, chagrijn, de scherpe pijnscheuten vóór de migraine. Tijdens de Smartreclame wordt het hem allemaal teveel, hij staat op en keert nooit meer terug.

maandag 29 september 2014

De Lange Oversteek


Op het einde van de gang naar links, de gele lijn volgen, altijd rechtdoor en dan naar de pijltjes kijken - De bejaarde vrouw knikt, ze heeft het maar half begrepen.
De man achter de balie heeft begrip en tijd want hij engageert zich als vrijwilliger. Hij gaat even mee om haar de Gele Lijn te wijzen.

Een telefoon zoemt, iemand antwoordt scherp en afgemeten. Een man sleept zijn linkerbeen. Een grijze zestiger met rugzakje, sportief, onrustige slaap. Een vrouw komt een kindje kopen. Kleindochter gearmd aan haar omoe, ze stappen traag, de vrouw glundert. Een aspirant verpleegster loopt, telaat voor de shift, staat heel slecht bij het begin van de stage.

Een vrouw, mager en blank, met hoofddoek babbelt vrolijk met haar compagnon. Een werkman stapt naar buiten met een meeneemkoffie, hij gaat roken waar het niet mag. Twee agenten komen opgewonden binnen. De man in pyama schudt van neen tegen zijn vrouw aan de lift, ze bedwingt haar tranen. Een verpleegster roept Elaba tegen een collega. Een dikke vrouw legt liefdevol haar hand op zijn hand, hij is bang. Een kleine filmploeg, Het Leven zoals het is zekers, ze weten meteen waar naartoe. Een man aan het infuus rookt buiten. Hij heeft al veel opgegeven, dit is nog zijn enige troost. Een jongeman bezoekt zijn vrouw, het jongetje kijkt hoog naar papa, ze houden mekaar stevig bij de hand, de man zwijgt. Dan is er de vrouw en de man met een kleurrijke ruiker, onderweg naar hun eerste kleinkind.

En het kind in een rolstoel, fragiel en bleek, gekleurd hoofddoekje, verlangend naar leven. Nergens ter wereld doorkruist woede, pijn, troost, angst, wanhoop, intense vreugde, opluchting, leven en dood elkaar zo verschroeiend als in die holklinkende hall aan de Laarbeeklaan.

De lange lange oversteek, eindeloos lijkt hij wel.

dinsdag 16 september 2014

De Jongens van Bus 13


Ze praten niet. Noch tegen mekaar, noch tegen zichzelf. Hun blikken zijn bedompt, het haar sluik. Ze zijn niet voornaam noch slordig gekleed. Heel gewoon. Amper veertien, veel te snel opgeschoten. De broers gedogen mekaar, ze zijn niet chagrijnig noch vrolijk voor elkaar, ze zijn gewoon toevallig geboren in hetzelfde nest.
Ze stappen uit bus 13 aan de troosteloze blokken van Faubourg Jette. Hier is de stad en het buitenleven ver weg, al wordt het verkocht als het beste van die twee werelden.
Ze stappen achter mekaar, de jongste wellicht een jaar jonger, daarachter zijn broer.
Ze gaan traag en gelaten, thuis wacht er enkel  leegte. Een vader die ze maar amper kenden, een te klein hok voor twee jongens die te snel groeien, een moeder aan de pillen. Ze zorgen zelf voor, wat heet, het avondmaal.
Op school worden ze geduld. Soms als er een slachtoffer ontbreekt of als de Macho zich wil laten gelden worden ze eruit gepikt, de zwakste schakels. Maar niet continu. Ze ondergaan het onderworpen, nooit een glimlach maar evenmin, gehard, nooit een traan. Alsof alles is vergrendeld. Daarom is pesten onbetekenend. Het ketst af.
Zo gaan ze lijdzaam naar de blokken, de wind heeft vrij spel tussen de hoge spleten.

De dralende jongens van bus 13.

maandag 8 september 2014

Two boys next door

De twee jongens zijn zo.
Ze verhullen het niet maar lopen er niet mee te koop.
Je zal ze nooit treffen op de carnavaleske praalwagens van de Gay Parade.
Evenmin in de hitsige bars.
Neen, ze drinken gewoon koffie aan de Brouckère.
Two boys next door.

Hun families zijn, wat heet, ruimdenkend. In hun midden is dat al heel wat.
Ruimdenkend, dat wil zeggen, er wordt geen herrie rond gemaakt.
Geen van beiden mag er aan denken met zijn vriend over de vloer te komen.
Ruimdenkend, maar voor de brede familie, de clan, zijn ze voorlopig nog niet van de straat.
De macho neven gniffelen wat. Soms wat flauwe grapjes, de ouderen snappen het niet, de pubers wel.
De meest gemene zijn die daar onder, die willen scoren.
De meisjes, die zijn wijzer, ze zetten hen vaak uit de wind.

Ze willen loyaal blijven, maar het moeilijkste komt nog.
Op de talrijke uitbundige bruiloften als ze ouder worden, het begint nu al.
Er komen al wat vragen, en er zijn kandidaten.
Grootvader, de patriarch, heeft het er te vaak over. Ze lachen het weg.
Net zoals nu, aan tafel in de Exki, de jongen met de zwarte bril heeft een nieuwe Nokia, ze tokkelen samen berichtjes. In code.
Dan vertrekken ze, er is nog een lange weg te gaan.