woensdag 19 augustus 2015
vrijdag 17 juli 2015
Festina Lente
Tu dois rester dans ta chambre monsieur, il y a
encore d’autres gens qui attendent..
Hij heeft zijn bovenlijf ontbloot, de jonge Maroxellois. Je vais mordre, je vais mordre, donne moi un
miroir. Hij is zo stoned als een garnaal.
Het wordt middernacht op Spoed.
Een vrouw met een verward
gezicht vraagt geld, je veux rentrer, j’ai
pas d’argent pour un taxi. Ze ruikt vreselijk. Zuur van braaksel en urine.
Ze draagt haar overbodige regenjas averechts. Ze klampt patiënten en
verplegenden aan, iedereen heeft veel geduld.
Het is bloedheet op de krappe
kamer. Een Afrikaanse vrouw is geblesseerd, slaag. Bon courage, zegt de dikke verpleger. Witkielen met een hart. De
radioloog duwt ons de lift in. Lange gangen, donker, avond in een lege
afdeling. Stilte die knaagt. Ook hij heeft veel geduld. Druk ? vraag ik, om maar iets te zeggen. Altijd.
Een clochard slaapt zijn vieze roes uit, naast hem een
copain, alhoewel. Als hij naar het toilet wankelt rukt de andere het laken van
zijn bed. Naast ons ligt een man uit Uruguay, op bezoek in Brussel, maar hij is
heel alleen. Een Pakistaanse jongeman, voet in de plaaster, onderhoudt zich met
hem in het Engels, ze arriveerden gelijk, dat schept een band.
De dokter spreekt drie talen maar geen Roemeens. Hij legt
één en ander uit aan de Roemeen met de lange staart, die vertaalt het naar zijn
moeder, zij vraagt opnieuw iets, hij vertaalt het naar de dokter.
De gang loopt vol, de dokter wacht geduldig.
Een zwarte
vrouw komt langs met een valies, ze zoekt haar moeder. Een man komt paniekerig
de gang in – t’inquiete pas Jules, c’est
pas grave, zegt de vrouw op het bed. Zij troost hem. Hij streelt haar arm,
ze lacht haar pijn weg. De twee agenten vragen tienmaal hetzelfde, ze zijn
zwaar bewapend.
Je veux voir un
médecin, je veux voir un médecin. De junkie blijft de gang teisteren. Mag
men weed gebruiken de dag vóór het Suikerfeest ? Il n’y a pas de médecin disponible, il faut attendre comme tout le monde
monsieur. Rentre dans ta chambre s’il vous plaît. Ze gaan heen en weer, de Florence Nightingales van de Nacht,
beheerst, met verstandige haast.
Een dokter met een groen mondlapje loopt
voorbij, in en uit de care. Een oudere vrouw vergezeld van haar mec met grijze paardenstaart ligt aan
een zuurstofmasker. Een man leest fotos aan de muur, hij staat in de weg,
iemand vraagt hem vriendelijk opzij te gaan. De vrouw met de averechtse
regenjas drentelt over en weer.
Lang en rusteloos is de nacht. Er is veel patience op het
Spoed.
dinsdag 14 juli 2015
Onbevangen legt de oude priester zijn arm over de schouder
van zijn vriendin.
Het moet al zowat veertig jaar geleden zijn dat de roep van
het vlees het won van de stem van de Heer. Al is hij het Woord altijd trouw
gebleven, het was voor hem nooit obstakel, zag daar nooit tegenspraak in.
Integendeel, heb me nog dieper, rijker
kunnen engageren, gevoed vanuit een nieuw levenselexir.
Het kwam vanzelf, niet gepland of voorzien, zoals liefde
zich altijd aandient. Zij was betrokken in het catechese onderricht. Er moest
altijd wat worden voorbereid. Er vielen al eens stiltes. Heeft niet lang
getwijfeld, alsof het was voorbestemd, haast bijbels. Hij wilde niet, zoals
veel confraters, het in den duik
doen, evenmin aan de fles geraken of verschrompelen.
Celibaat, hij kon er zich iets bij voorstellen. Maar het
moest een keuze zijn, niet bij wet opgelegd. Hij kende de geschiedenis van de
kerk goed genoeg om te weten dat het een missteek
was. Hij had gevoel voor humor, dat hielp om één en ander te relativeren.
Neemt haar hand, liefkozend, ze lacht, de oude catechiste.
Genieten van de heldere stem van Martha
Tilson aan de kleine tent van Brosella.
Avond in het park, hoog troont het Atomium over het podium.
Zij legt nu haar hoofd op zijn schouder. Het is niet zo
rimpelloos verlopen als het lijkt. Een bevochten liefde. Net daarom is het zo
puur, tegen alles en iedereen, het kiezen voor mekaar omdat ze wisten dat het
waar was.
donderdag 2 juli 2015
Er is veel zomer in Brussel
Als een geurige bloem is Globe Aroma ontloken in onze wijk.
Muziek uit verre landen, bongo’s, gitaren. Stem die lijkt op te rijzen uit de
Caraïben. Zo staan ze zomaar te spelen midden tussen de grijze blokken van de
Foyer. Just for fun.
Zowaar begint mijn oude Filippijnse buur te dansen alsof
iets in hem ontwaakt, vrouwen in kleurrijke abaya dansen in volle ramadam. Een
zwarte vrouw met blauwe nagels danst puur in haar rode kaftan. Geur van
oranjebloem en kurkuma. Ook wie niet danst danst. Hoog gaan de ramen wijd open.
Zo klinkt de muziek tot ver voorbij de blokken, over het
kanaal hoor ik zijn stem en het roffelen van de djembés. Onwillekeurig moet ik denken aan Grondahl, not where we are coming from, but where we
are going together is important.
Nog hoor ik flarden aan de Sainctelette,
of is het verbeelding ?
Alsof muziek stopt als je het niet meer hoort.
De
melancholie van de lange Hete Zomer.
gLobe Aroma is een
sociaal-artistieke organisatie die ontmoetingen in de stad stimuleert. Globe
Aroma wil mensen die uitgesloten worden (vluchtelingen, armen e.a.) actief
betrekken bij artistieke projecten. Hun komst aan de rand van de Duivelshoek is
een zegen voor de wijk.
maandag 8 juni 2015
Hoe langer ge alleen zijt, hoe minder ge kunt verdragen van een ander
De badkamer is uit de hand gelopen.
Zo een ogenschijnlijke banale zin makes my day.
Doordeweekse poëzie, niet onsterfelijk, mooie beeldspraak,
trouvaille surplace. En het mooie is, ze weet het zelf niet, zoniet klonk het
geforceerd.
Op het zonnige voorplein aan de onvolprezen Recyclart is het
goed zitten luisteren.
De badkamer is uit de
hand gelopen, ze herhaalt het nogmaals, de alleenstaande vrouw, niet
radeloos wel redelijk bezorgd.
Vantjaar een badkamer,
moet ik niet op vakantie gaan.
Volgend jaar op
vakantie, dat wil zeggen geene nieuwe computer. –
Onze Pierre zegt het
ook, antwoordt de kleine vrouw tegenover haar. Ze zijn allebei vijftigers,
mooie vrouwen nog, dankzij hun leeftijd.
Onze Pierre is al een
tijd alleen en binnenkort gepensioneerd. Verliest ge ineens duizend euro in de maand.
Hij heeft er schrik voor.
Is ’t em nog op zoek ?
vraagt de andere, maar gewoon uit belangstelling.
Ach, hij is op zijn
gemak, zegt em altijd, geen vrouw, geen zorgen.
Ze lachen, de lichtjes bezorgde vrouwen.
Een school kinderen
strijkt neer, uitgelaten, luidkeels, zoals het hoort. Beide juffen laten
wijselijk begaan. De vrouwen bekijken het meewarig maar zonder commentaar.
Weet ge, herneemt
de zus van Pierre, de vrijdag ben ik
alleen thuis en ‘k ben daar content mee. Het huis alleen voor mij, uw goesting
mogen doen. Ne mens is ne keer graag alleen hé.
Ik voel dat ook, zegt
de alleenstaande ‘k ben niet meer op
zoek, gelijk da ze zeggen, wat er komt komt. Maar hij zal moeten marcheren in
mijn richting. Hoe langer ge alleen zijt, hoe minder ge kunt verdragen van een
ander.
De kinderen verkassen, Hela,
hela, van wie is dat hier ? De blonde Juf houdt een felrood rugzakje
omhoog. Jules ! Ik had het wel gedacht !
Op uw spullen letten hé jongen.. Jules lacht zuinig, met scheve mondhoek,
het raakt hem amper.
De twee vriendinnen kijken nog een tijdje zwijgzaam naar de
klas die langzaam, gedwee de Juf volgen, een rij kuikentjes gelaten achter de
fraaie kloek.
Is’t gedaan met dieje
Gerard ?
Zwijgt ervan, ‘k heb
er mijne buik van vol. Alweer heel raak.
Afspreken, afbellen,
weer afspreken, ik antwoord nie meer, hij kan zijn plan trekken. ‘k Heb geene
vent vandoen, ‘k trek mijn plan.
Ze rekenen af, wandelen gelijk weg onder een gretige zon. Twee
rijpe vrouwen, arm in arm, fleurig, beetje bekommerd maar gezwind, kordaat en
lachend.
Mannen blijven sukkels.
zaterdag 30 mei 2015
Altijd donker
Ze legt haar hoofd onder zijn kin. Hij sust haar, in een
taal die mij vertrouwd is maar onverstaanbaar blijft.
Net als we van Lemonnier naar het Zuid rijden
de tunnel in, richting Van Haelen, raken beiden heel erg opgewonden. Zij
verstopt haar hoofd in de holte tussen oksel en kin, hij omarmt haar en bedekt
zijn ogen met de rechterhand.
Een zwart koppel met angst voor het donker ?
Opeengepakt in de kleine betonnen cel in
Khartoum. Dagen, weken gegijzeld terwijl mensen rondom hen creperen. De urine,
de drek, bedorven rijst, een handvol water waar om wordt gevochten. Maar
vooral, vooral, de knagende onzekerheid, wordt het ooit nog licht en hoelang,
hoelang nog ?
Zo blijft het altijd, altijd een beetje donker. Dan kan je
alleen maar schuilen en beven, ook al is er het besef dat het na Albert weer
klaar wordt.
Je weet maar nooit.
maandag 27 april 2015
De Langste Dag
De man, vijfendertig, knap, kijkt voor zich uit. Zij zit
naast hem, heel dichtbij, haast op zijn schoot, legt haar hand op zijn knie,
hij antwoordt teder, sprakeloos.
Bekijken mekaar heel even, verkrampte lach, hij neemt zijn
bril af, zet hem weer op. Een oudere man en vrouw en nog een vrouw van dezelfde
leeftijd zitten rond de tafel. Onwennig, opzij kijkend bijwijlen, soms naar het
jongere koppel, antwoorden met een geforceerde glimlach.
De oudere vrouw raakt met haar hand de schouder van de jonge
man, vertwijfeld, hij lacht beleefd.
Wachten.
Overstuur, een man, een oom, een broer ? Hij komt te
gehaast, te luid, te druk. Iets ouder dan de man. Hoe ? Wat ? Waarom ? Ze
hebben geen antwoord. De oudste vraagt hem zacht om te zitten.
Een telefoon gaat. De man neemt op. Ja, vanochtend, neen ze had het niet gezien.. ja, mmm – net vóór de
schoolpoort, - ja……ja….. mmmm – we moeten wachten…. Ja, ja – neen - …….Toch, ja….
Mmmm – ja, bedankt voor ’t bellen.
De ‘oom’ kalmeert maar blijft zenuwachtig. De dame tegenover
hem praat stil op hem in. Hij staat op, neemt zijn mobieltje, hij kan zo niet
blijven. Machteloos.
Een vrouw komt iets zeggen, een witkiel met een badge. Ze
knikken. Ze lacht met scheve mondhoek, zegt iets dat lijkt op veel moed nog. Ze knikken.
Dan wordt er
kort iets gezegd, dan weer niet.
Niets doet ertoe. Wachten. Iedere handeling lijkt nu
onfatsoenlijk. Praten, zwijgen, drinken, eten, godbetert lezen. Het doelloze
staren.
Elk in gedachten, angst, hoop en wanhoop.
Mateloos langzaam gaat de tijd. De zon in het cafetaria
stoort.
De vrouw, ze moet de grootmoeder zijn, drinkt van haar koude koffie. Ze
kijken naar haar.
Traag verstrijkt iedere minuut, elke seconde telt.
Zo passeert de langste dag ooit. Oneindig.
Het ellendige wachten op iets of niets.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)