zondag 29 november 2009

Twee jongens

Op Tram Drie staan twee hogeschoolstudenten, twee blonde jongens amper de puisten ontgroeid. De éne heel druk en kleiner, de andere meer afwachtend.
De drukke staat veel te dicht bij de lange, ik hoop dat hij een frisse adem heeft.
Er is veel onnozele praat, over een CD die blijft hangen, over Twitterberichtjes en wat gebluf over kotfeestjes.
De kleinste, die alsmaar dichter komt, is smoor op de andere.
Hij nadert zijn halte en probeert met man en macht zijn kompaan te overhalen bij hem te blijven eten.
Die zegt dat hij andere plannen heeft en trek in een hamburger.
Daar kan de andere zó voor zorgen. Hij heeft ook nog cola en bier in huis. Ze zouden nadien samen hun werk kunnen maken.
De lange jongeman twijfelt, het voorstel is aanlokkelijk, maar hij weet wel dat het over ander huiswerk gaat.

De liefde is zeker niet wederzijds. Daarstraks was hij bezig over éne Liesbeth. Dat moet zijn vriendinnetje zijn geweest in betere dagen, hij ziet er nog van af.
De drukke maant hem aan korte mette te maken met dat pokkewijf, ze haalt alleen maar het bloed vanonder zijn nagels.
De kleinste staat nu vlakbij het gezicht van de andere, er is niet veel meer nodig.
De drift is hevig, dat gaat de andere afstoten.

Aan de Hallepoort stappen ze toch beide uit.
De lange is overstag gegaan, de hamburger, de cola, de DVD et en passant het huiswerk, meer moest hem niet overtuigen.
Hij weet dat de andere wild van hem loopt en profiteert daar schaamteloos van.
Hij zal zich uitgebreid laten dienen en dan, hopelijk beleefd, de plaat poetsen.
Maar de drukke is zo bronstig dat ik niet zeker ben dat het vlotjes zal verlopen.

Misschien heeft hij wel een afrodisiacum geprepareerd in de cola.
Liefde met voorbedachte rade, dat is niet eerbaar, maar is het strafbaar ?

vrijdag 27 november 2009

Gespot

Op het perron van de beurs holt een jongeman mij voorbij, net op tijd voor tram Drie.
Zijn vriendinnetje neemt haar tijd, zij weet dat hij voor haar zorgt.
Inderdaad, ondanks het fluitsignaal blokkeert hij de deuren zodat ze alsnog kan instappen,
de deuren blijven daardoor wat langer open.
Daar profiteer ik gretig van, ik loop trouwens nooit voor een tram, er is al genoeg stress op de wereld : ik weet, na iedere tram komt een volgende.
Ik stap rustig op het voertuig, net op het moment dat de bestuurder afroept :
"La personne qui a blocqué les portes est prié de descendre."

Een paar mensen kijken naar mij : niks mee te maken.
De jongen en zijn vriendinnetje verlaten het rijtuig.
Ik vlij mij rustig neer op de twee vrijgekomen plaatsen.

Ik maakte op een geoorloofde wijze gebruik - maar geen misbruik -
van een ongeoorloofde handeling.

woensdag 25 november 2009

stadsbrieven

Beste Bruksel,

Vandaag weer eens diep gezakt aan de Oude Graanmarkt.
De spades waren nog maar net opgeblonken, de bulldozers op zoek naar nieuwe puinhopen en ziedaar begroet mij opnieuw het wroetvolk in uw binnenkamer.

Akkoord, er was wat wateroverschot rond de Dansaert, maar hoelang is het geleden dat de straat, even daarvoor, breed en wijd openlag ?
Is het zo moeilijk om de riolen op mekaar af te stemmen.
Bestaat er geen onzichtbare hand die alles reguleert ?
Als we vandaag de straat openleggen voor Belgacom, waarom houdt niemand dan rekening met Electrabel die de week nadien komt en de waterleiding die en passant ook zou kunnen profiteren van dezelfde gleuf ?
Hier kan dit niet.

De maatschappij moet immers de stad, het Gewest, de Provinciegouverneur, de Dienst Monumentenzorg, het Archief, de Dierenbescherming, de Dienst Archeologie, de VGC en de gemeenschappelijke verwittigen.
Simpelweg beginnen graven is dan veel makkelijker : dig, and don't look back.
Soms denk ik dat het makkelijker is om te wroeten in uw ondergrondse dan u leefbaar te houden bovengronds.
Laat gewoon alles openliggen : veel makkelijker en efficiënter. Maak wat bruggetjes en passerellen, en we spelen van Venetië.
Zou nog wat volk kunnen trekken.

Je, Pacha Kroet.

zondag 22 november 2009

Dovemansgesprek

De twee meisjes rechttegenover mij in café Toots in Evere praten luid en geanimeerd, en vooral met veel en brede gebaren.
Ik kan evenwel niets opvangen van hun hoogst interessant gesprek want ze zijn allebei doofstom.
Zij kunnen echter wel lezen wat ik zeg tegen de gezel aan mijn tafel.
Dat hebben ze voor op ons, maar het is een klein voordeel.

Ze zijn over mij bezig, zoveel is duidelijk.
Ik weet niets over gebarentaal maar kan wel het één en ander raden. Het blonde meisje bolt haar wangen en maakt het gebaar van een waggelende olifant. Dat is erover. Akkoord : ik ben niet tenger, eerder volslank, maar zo vet als het slurfdier is iets heel anders.
Als ik dit verontwaardigd vertel tegen mijn compagnon moet de blonde lachen - wat ik als uitlachen interpreteer.
Haar vriendin tikt met haar wijsvinger tegen haar voorhoofd : nou breekt mijn klomp.

Omdat ze niet langer zouden luisteren houd ik mijn hand voor mijn mond, terwijl ik mijn beklag maak tegen mijn tafelgenoot.
Dat zint ze niet. De blonde steekt nu haar wijsvinger een paar keer kort na mekaar in de mond.
Ze moet overgeven van mij.
Daarna legt de andere haar beide handen achter haar oren en zwaait even met beide.
Wat nu ? Zij luisteren toch ook mee ?

Omdat alle bruggen nu toch opgeblazen zijn zeg ik met onbedekte mond dat ik ze hoogst onbeschoft vind. De reactie blijft niet lang uit.
De gezel van de blonde strijkt met haar hand over haar nek, bij de Napolitaanse comorra behoeft dit geen verdere uitleg.
Dan wordt er even gezwegen door het doofstom koppel.
Dat is wijs.

Ik begin over iets heel anders.
Ik zie in een flits hoe de blonde gebaart dat ze gisteren haar rechterarm heeft afgebonden, de andere maakt een beweging die verdacht veel lijkt op een injectienaald. De blonde beaamt.
Hier zou ik ze mee kunnen pakken, maar ik laat het rusten.

Bij al dit druk gebabbel over en weer constateer ik dat het lezen van de gesproken taal geen klein, maar een groot voordeel zou zijn voor een columnist.
Na de aanschaf van een donkere bril leer ik beslist liplezen.
Er ligt nog een onontgonnen wijdvertakte goudader op straat.

vrijdag 20 november 2009

Gespot

Aan metro Horta zit een bevallige jongedame met hoofddoek naast een meisje met een hanekam, een gescheurde broek en flink wat ijzerwerk.
Zij veert recht als de tram nadert, één en ander rammelt.
Het meisje vraagt aan haar perrongenote waarom ze niet mag opstappen op het Ecolage-rijtuig. Ze is niet van hier.
Daarop raken ze aan de praat.

Als je van beiden een foto zou nemen met daaronder : "zoek de verschillen", zou je moeiteloos een dun kladschriftje kunnen vullen.
Als je mij evenwel zou blinddoeken zou ik heel hard moeten zoeken wat beiden onderscheidt.

Jongelui : zij vinden mekaar wel.
Wij, soit-disant, ouderen - gaan het soms veel te ver zoeken.

donderdag 19 november 2009

De Stadsbrieven

Beste Bruksel,

Stilaan krijgt ge de allures van een grootstad, mijn dierbaar Bxl.
Niet zozeer in omvang, wel in manieren.
Wij hoeven niet meer naar Tokio of Shangai om ons in een metropool te wanen.
Het volstaat af te dalen aan de Brouckère of de Beurs en de tram te nemen, het weze Noord of Zuid : altijd prijs.

Helemaal méé ben je nog niet beste Bxl, er ontbreekt nog wat ruggesteun.
In de Metro van Tokio heb je de befaamde pushers, potige kerels die de weifelende en lethargische reizigers met zachte aandrang in het rijtuig porren.
Wij zijn hier nog wat op mekaar aangewezen.

Vandaag heb ik Tram Drie laten rijden en wacht zonder veel hoop op de volgende.
Achter de glazen deur zag ik de ongelukkigen, neuzen platgedrukt aan het raam, anderen zich overeind houdend door zwaar te leunen op hun medereiziger, die dan weer steunen op een andere gezel.
Waag het vooral niet te ademen of te kuchen.

Ik heb ook de volgende laten rijden en ben tevoet vertrokken.
De oudjes, de buggy's en zwangere vrouwen krijgen voorrang van mij.

Het openbaar vervoer is de toekomst maar ze moeten er vandaag aan beginnen, kwestie van morgen niet telaat te komen.

Je Pacha Kroet
.