In de Dansaert loop ik voorbij een jonge moeder die haar dochter vanvoor op de fiets heeft geposteerd.
Het kind protesteert luidkeels omdat ze een mega-fietshelm ter grootte van een vliegende schotel, moet opzetten.
Met zo'n helm overleeft ze zonder enige twijfel de meest verwoestende natuurrampen.
De moeder evenwel, en dat verbaast mij zeer, rijdt blootshoofds.
Het kind mag dan overleven, maar zal het gelukkig zijn als wees ?
Ik begrijp de woede van het kind.
Het doet mij denken aan de jonge ouders die thuis Schoon Vlaams spreken met hun kinderen, maar in het boertigste dialect met mekaar communiceren.
Of zoals de Beulemansen vroeger in de beenhouwerij aan de Gentsesteenweg plat brussels spraken tegen de slager maar Vlaamsfrans tegen het dochtertje ernaast.
Met andere woorden : wees rechtlijnig tegen uw koters : het wreekt zich vroeg of laat.
maandag 31 mei 2010
zondag 30 mei 2010
Neu Sprotsjes
Nieuwe begrippen ter verrijking van de brusselse taal
Ne Wijfelaar : een travestiet
Ne Klapspirateur : deur aan deur stofzuigerverkoper
zie ook :___________________
e Crabuulleke : weerbarstige krab, die zich moeilijk prijsgeeft in de Rugbyman op de Vismarkt.
Ne Caracolleur : iemand die blijft plakken aan een caracollenkraam of bij de Noordzee op St-Kathelijne.
E Blaftuurke : verkoopster in de Inno met hele lange valse wimpers -Caraoke : clochard zwaar aan de drank die veel lawijt verkoopt onder invloed van zijn Cara-pilsjes - Billentoeker : bx laptop - Blasfonneur : militante vrijzinnige - Surplaske : bx slow - Deux Yeuxken : zwaar gesluierde moslima - Trottoirdoemper : roker op straat - Piszinneke : bx pissijn - Bagabelleke : bx sms-ke - Greun Boerken : bioboer - Saloefrêtter : vegetariër
Ne Wijfelaar : een travestiet
Ne Klapspirateur : deur aan deur stofzuigerverkoper
zie ook :___________________
e Crabuulleke : weerbarstige krab, die zich moeilijk prijsgeeft in de Rugbyman op de Vismarkt.
Ne Caracolleur : iemand die blijft plakken aan een caracollenkraam of bij de Noordzee op St-Kathelijne.
E Blaftuurke : verkoopster in de Inno met hele lange valse wimpers -Caraoke : clochard zwaar aan de drank die veel lawijt verkoopt onder invloed van zijn Cara-pilsjes - Billentoeker : bx laptop - Blasfonneur : militante vrijzinnige - Surplaske : bx slow - Deux Yeuxken : zwaar gesluierde moslima - Trottoirdoemper : roker op straat - Piszinneke : bx pissijn - Bagabelleke : bx sms-ke - Greun Boerken : bioboer - Saloefrêtter : vegetariër
zaterdag 29 mei 2010
Het verkrampte meisje
In de Dansaert passeer ik een meisje dat helemaal verkrampt als een gekwetst vogeltje geborgen ligt in de holte van haar rolstoel.
Vrijwel onmiddellijk wordt ik twintig jaar teruggezogen in de tijd naar een stil Kempens dorp, aan de rand van de bossen van Westmalle. Zij had dezelfde gestalte en het fragiele van het meisje op straat.
Alleen woonde zij veel te ver van Brussel.
Ze was een echte Brusselles met zoete herinneringen aan de oude Bon Marché, la Grande Place, de kerstlichtjes aan de Brouckère, de Foire of de Parvis van Sint-Gillis.
Westmalle was een vredige plek, daarnietvan. Een ware verademing voor drukke stadsmensen. Groene bossen, een stille abdij, lange dreven. Alleen verveelde zij zich daar stierlijk.
Hoe moet een meisje, gepokt en gemazeld in de stad, zich vermaken in wat zijzelf haar Gouden Kooi noemde ?
Haar familie, de enige broer die ze nog had, had haar "geplaceerd", zo ver mogelijk om van haar af te zijn, al had hij dit uiteraard niet met zoveel woorden gezegd.
Wat omzwachteld, een aangepast huis, voortreffelijke verzorging - allemaal waar.
Maar ook allemaal met dezelfde soort mensen, waarvan er vele verbitterd waren, het is wellicht nooit gezond alleen maar samen te klitten met enkel soortgenoten. Zij had het, net als ik, nogal voor de melting pot en waar kun je dan beter af zijn dan in deze stad ?
Gans haar kamer hing vol met Brusselse posters en foto's : de Grote Markt, de Avenue Anspach, l'Allée Verte, de Garde du Nord - hoezeer brandde haar hart.
Zij glunderde als ze sprak over de ambiance in de stad, hoe zij met haar maman wafels ging eten bij VanderVaeren aan de Midi en zich verloor in het Spiegelpaleis. Hoe ze inkopen gingen doen in de Innovation en genoot van de films in de Métropole.
Ze had één vriendinnetje in het huis aan de bossen, een koolmeesje welke ze 's morgens voerde met kruimels op haar terras. Huisdieren waren immers niet toegelaten in het huis, ik las op haar gezicht de regels van het gesticht - zo zong Herman Van Veen lang geleden.
Maar op een dag kwam het vogeltje niet meer en had ze alleen nog de zwartwitte posters die haar nostalgie nog meer voedden, alleen kon ze niet zonder.
Ze was zo graag nog eens teruggeweest en ik wilde daar wel voor zorgen, alleen is ze me voorgeweest.
Want ineens is ze - net als het koolmeesje - schielijk heengegaan, geruisloos weggekwijnd in het bronsgroene eikenhout van de Stille Kempen.
Men weet het aan haar gebrekkige gezondheid, dat zal wel.
Maar alleen God weet dat ze nog had geleefd had ze de ongezonde lucht van Brussel mogen opsnuiven en zich vermeien in de nieuwe ambiance van de stad.
Het krampachtige meisje in de Dansaert wordt voortgeduwd door haar begeleidster.
Af en toe wijst ze naar de vitrines, de verpleegster wacht geduldig, dan gaan ze binnen bij Stijl.
Ze zijn nog maar net in de winkel of er landt een vogeltje.
Het diertje kijkt even naar binnen en pikt dan snel wat kruimels.
De cirkel is rond.
Vrijwel onmiddellijk wordt ik twintig jaar teruggezogen in de tijd naar een stil Kempens dorp, aan de rand van de bossen van Westmalle. Zij had dezelfde gestalte en het fragiele van het meisje op straat.
Alleen woonde zij veel te ver van Brussel.
Ze was een echte Brusselles met zoete herinneringen aan de oude Bon Marché, la Grande Place, de kerstlichtjes aan de Brouckère, de Foire of de Parvis van Sint-Gillis.
Westmalle was een vredige plek, daarnietvan. Een ware verademing voor drukke stadsmensen. Groene bossen, een stille abdij, lange dreven. Alleen verveelde zij zich daar stierlijk.
Hoe moet een meisje, gepokt en gemazeld in de stad, zich vermaken in wat zijzelf haar Gouden Kooi noemde ?
Haar familie, de enige broer die ze nog had, had haar "geplaceerd", zo ver mogelijk om van haar af te zijn, al had hij dit uiteraard niet met zoveel woorden gezegd.
Wat omzwachteld, een aangepast huis, voortreffelijke verzorging - allemaal waar.
Maar ook allemaal met dezelfde soort mensen, waarvan er vele verbitterd waren, het is wellicht nooit gezond alleen maar samen te klitten met enkel soortgenoten. Zij had het, net als ik, nogal voor de melting pot en waar kun je dan beter af zijn dan in deze stad ?
Gans haar kamer hing vol met Brusselse posters en foto's : de Grote Markt, de Avenue Anspach, l'Allée Verte, de Garde du Nord - hoezeer brandde haar hart.
Zij glunderde als ze sprak over de ambiance in de stad, hoe zij met haar maman wafels ging eten bij VanderVaeren aan de Midi en zich verloor in het Spiegelpaleis. Hoe ze inkopen gingen doen in de Innovation en genoot van de films in de Métropole.
Ze had één vriendinnetje in het huis aan de bossen, een koolmeesje welke ze 's morgens voerde met kruimels op haar terras. Huisdieren waren immers niet toegelaten in het huis, ik las op haar gezicht de regels van het gesticht - zo zong Herman Van Veen lang geleden.
Maar op een dag kwam het vogeltje niet meer en had ze alleen nog de zwartwitte posters die haar nostalgie nog meer voedden, alleen kon ze niet zonder.
Ze was zo graag nog eens teruggeweest en ik wilde daar wel voor zorgen, alleen is ze me voorgeweest.
Want ineens is ze - net als het koolmeesje - schielijk heengegaan, geruisloos weggekwijnd in het bronsgroene eikenhout van de Stille Kempen.
Men weet het aan haar gebrekkige gezondheid, dat zal wel.
Maar alleen God weet dat ze nog had geleefd had ze de ongezonde lucht van Brussel mogen opsnuiven en zich vermeien in de nieuwe ambiance van de stad.
Het krampachtige meisje in de Dansaert wordt voortgeduwd door haar begeleidster.
Af en toe wijst ze naar de vitrines, de verpleegster wacht geduldig, dan gaan ze binnen bij Stijl.
Ze zijn nog maar net in de winkel of er landt een vogeltje.
Het diertje kijkt even naar binnen en pikt dan snel wat kruimels.
De cirkel is rond.
donderdag 27 mei 2010
Stadsbrief
Beste Bruksel,
Zaterdag weer volop genoten van de Zinnekesparade.
Een heerlijke melting pot, kleurrijke stoet, vrolijke mensen, schitterend weer.
Een paar dingen zijn mij opgevallen die ik als stadskronikeur toch dien te vermelden.
Ik heb (te) weinig deelnemers van Noordafrikaanse origine gezien in de stoet - dat is vreemd want in Brussel is die groep toch zeer sterk aanwezig.
Ik weet dat iedereen welkom is in de Zinnodes en hiervoor zware inspanningen worden gedaan, waarom slagen we er zo moeilijk in deze te bereiken ?
Voor de rest wel veel ander gekleurd volk, daarnietvan, vooral Afrikanen.
Het zal zeker niet aan de goodwill van de Zinnekes liggen, waaraan dan wel ?
Het is mij ook opgevallen dat het publiek vrijwel uitsluitend blank was - voor dit soort manifestaties zou toch iedereen moeten buitenkomen. Weten ze niet van het bestaan ervan ?
Om al dit wat te vergemakkelijken stel ik voor om binnen twee jaar niet langer de platgereden paden van het centrum aan te doen maar de stoet en het publiek carrément te verplaatsen naar de straten van Kuregem, Molenbeek of Schaarbeek.
Misschien komen de mensen dan wel buiten.
Voor de rest : absoluut no complaints.
Je, Pacha Kroet.
Zaterdag weer volop genoten van de Zinnekesparade.
Een heerlijke melting pot, kleurrijke stoet, vrolijke mensen, schitterend weer.
Een paar dingen zijn mij opgevallen die ik als stadskronikeur toch dien te vermelden.
Ik heb (te) weinig deelnemers van Noordafrikaanse origine gezien in de stoet - dat is vreemd want in Brussel is die groep toch zeer sterk aanwezig.
Ik weet dat iedereen welkom is in de Zinnodes en hiervoor zware inspanningen worden gedaan, waarom slagen we er zo moeilijk in deze te bereiken ?
Voor de rest wel veel ander gekleurd volk, daarnietvan, vooral Afrikanen.
Het zal zeker niet aan de goodwill van de Zinnekes liggen, waaraan dan wel ?
Het is mij ook opgevallen dat het publiek vrijwel uitsluitend blank was - voor dit soort manifestaties zou toch iedereen moeten buitenkomen. Weten ze niet van het bestaan ervan ?
Om al dit wat te vergemakkelijken stel ik voor om binnen twee jaar niet langer de platgereden paden van het centrum aan te doen maar de stoet en het publiek carrément te verplaatsen naar de straten van Kuregem, Molenbeek of Schaarbeek.
Misschien komen de mensen dan wel buiten.
Voor de rest : absoluut no complaints.
Je, Pacha Kroet.
woensdag 26 mei 2010
Brusselse Blackoutpoetry (uit BDW, mei)
dinsdag 25 mei 2010
Gespot
Straatmuzikanten, ze worden hoe langer hoe inventiever.
Zonet nog een interessant exemplaar tegengekomen op het trottoir van de Anspach.
Hij speelde gitaar, niet uitmuntend, hij zou nooit de finale van de Koningin Elisabeth halen, maar ik zou hem toch een muntstukje gunnen.
Alleen : hij was te rap.
Hij reed namelijk tijdens het gitaarspelen, zonder handen, op een volwassen mannenfiets.
Misschien speelt hij wel voortreffelijk als hij zijn velo opzijzet, ik geef hem het voordeel van de twijfel.
Merkwaardig toch wat een boeiende mensen men tegenkomt in deze stad.
Gisteren liep ik nog een clochard tegen het lijf met een haardroger op zijn hoofd.
Vergeten af te zetten bij de kapper ? Maar waarschijnlijk heeft hij deze gewoon scheefgeslagen bij het groot vuil aan de voordeur van de coiffeur. Wat het voordeel is van een wandelende haardroger, zonder aansluiting, op een warme zondagnamiddag is mij onduidelijk, maar dat doet niet terzake.
Zo is er alle dagen wel iets of iemand die uw dag kleurt.
Watch de fietsende gitarist - daar kon zelfs Bobbejaan Schoepen niet tegenop - want hij kan zijn fietsbel niet bedienen, al is het niet onmogelijk dat hij hiervoor zijn linkerteen gebruikt.
Zonet nog een interessant exemplaar tegengekomen op het trottoir van de Anspach.
Hij speelde gitaar, niet uitmuntend, hij zou nooit de finale van de Koningin Elisabeth halen, maar ik zou hem toch een muntstukje gunnen.
Alleen : hij was te rap.
Hij reed namelijk tijdens het gitaarspelen, zonder handen, op een volwassen mannenfiets.
Misschien speelt hij wel voortreffelijk als hij zijn velo opzijzet, ik geef hem het voordeel van de twijfel.
Merkwaardig toch wat een boeiende mensen men tegenkomt in deze stad.
Gisteren liep ik nog een clochard tegen het lijf met een haardroger op zijn hoofd.
Vergeten af te zetten bij de kapper ? Maar waarschijnlijk heeft hij deze gewoon scheefgeslagen bij het groot vuil aan de voordeur van de coiffeur. Wat het voordeel is van een wandelende haardroger, zonder aansluiting, op een warme zondagnamiddag is mij onduidelijk, maar dat doet niet terzake.
Zo is er alle dagen wel iets of iemand die uw dag kleurt.
Watch de fietsende gitarist - daar kon zelfs Bobbejaan Schoepen niet tegenop - want hij kan zijn fietsbel niet bedienen, al is het niet onmogelijk dat hij hiervoor zijn linkerteen gebruikt.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)