vrijdag 17 juli 2015

Festina Lente

Tu dois rester dans ta chambre monsieur, il y a encore d’autres gens qui attendent..
Hij heeft zijn bovenlijf ontbloot, de jonge Maroxellois. Je vais mordre, je vais mordre, donne moi un miroir. Hij is zo stoned als een garnaal.

Het wordt middernacht op Spoed.
Een vrouw met een verward gezicht vraagt geld, je veux rentrer, j’ai pas d’argent pour un taxi. Ze ruikt vreselijk. Zuur van braaksel en urine. Ze draagt haar overbodige regenjas averechts. Ze klampt patiënten en verplegenden aan, iedereen heeft veel geduld. 
Het is bloedheet op de krappe kamer. Een Afrikaanse vrouw is geblesseerd, slaag. Bon courage, zegt de dikke verpleger. Witkielen met een hart. De radioloog duwt ons de lift in. Lange gangen, donker, avond in een lege afdeling. Stilte die knaagt. Ook hij heeft veel geduld. Druk ? vraag ik, om maar iets te zeggen. Altijd.
Een clochard slaapt zijn vieze roes uit, naast hem een copain, alhoewel. Als hij naar het toilet wankelt rukt de andere het laken van zijn bed. Naast ons ligt een man uit Uruguay, op bezoek in Brussel, maar hij is heel alleen. Een Pakistaanse jongeman, voet in de plaaster, onderhoudt zich met hem in het Engels, ze arriveerden gelijk, dat schept een band.
De dokter spreekt drie talen maar geen Roemeens. Hij legt één en ander uit aan de Roemeen met de lange staart, die vertaalt het naar zijn moeder, zij vraagt opnieuw iets, hij vertaalt het naar de dokter.
De gang loopt vol, de dokter wacht geduldig. 
Een zwarte vrouw komt langs met een valies, ze zoekt haar moeder. Een man komt paniekerig de gang in – t’inquiete pas Jules, c’est pas grave, zegt de vrouw op het bed. Zij troost hem. Hij streelt haar arm, ze lacht haar pijn weg. De twee agenten vragen tienmaal hetzelfde, ze zijn zwaar bewapend.
Je veux voir un médecin, je veux voir un médecin. De junkie blijft de gang teisteren. Mag men weed gebruiken de dag vóór het Suikerfeest ? Il n’y a pas de médecin disponible, il faut attendre comme tout le monde monsieur. Rentre dans ta chambre s’il vous plaît. Ze gaan heen en weer, de Florence Nightingales van de Nacht, beheerst, met verstandige haast. 
Een dokter met een groen mondlapje loopt voorbij, in en uit de care. Een oudere vrouw vergezeld van haar mec met grijze paardenstaart ligt aan een zuurstofmasker. Een man leest fotos aan de muur, hij staat in de weg, iemand vraagt hem vriendelijk opzij te gaan. De vrouw met de averechtse regenjas drentelt over en weer.

Lang en rusteloos is de nacht. Er is veel patience op het Spoed.

dinsdag 14 juli 2015

Onbevangen legt de oude priester zijn arm over de schouder van zijn vriendin.
Het moet al zowat veertig jaar geleden zijn dat de roep van het vlees het won van de stem van de Heer. Al is hij het Woord altijd trouw gebleven, het was voor hem nooit obstakel, zag daar nooit tegenspraak in. Integendeel, heb me nog dieper, rijker kunnen engageren, gevoed vanuit een nieuw levenselexir.

Het kwam vanzelf, niet gepland of voorzien, zoals liefde zich altijd aandient. Zij was betrokken in het catechese onderricht. Er moest altijd wat worden voorbereid. Er vielen al eens stiltes. Heeft niet lang getwijfeld, alsof het was voorbestemd, haast bijbels. Hij wilde niet, zoals veel confraters, het in den duik doen, evenmin aan de fles geraken of verschrompelen.

Celibaat, hij kon er zich iets bij voorstellen. Maar het moest een keuze zijn, niet bij wet opgelegd. Hij kende de geschiedenis van de kerk goed genoeg om te weten dat het een missteek was. Hij had gevoel voor humor, dat hielp om één en ander te relativeren.

Neemt haar hand, liefkozend, ze lacht, de oude catechiste. Genieten van de heldere stem van Martha Tilson aan de kleine tent van Brosella.
Avond in het park, hoog troont het Atomium over het podium.

Zij legt nu haar hoofd op zijn schouder. Het is niet zo rimpelloos verlopen als het lijkt. Een bevochten liefde. Net daarom is het zo puur, tegen alles en iedereen, het kiezen voor mekaar omdat ze wisten dat het waar was.

donderdag 2 juli 2015

Er is veel zomer in Brussel

Als een geurige bloem is Globe Aroma ontloken in onze wijk. Muziek uit verre landen, bongo’s, gitaren. Stem die lijkt op te rijzen uit de Caraïben. Zo staan ze zomaar te spelen midden tussen de grijze blokken van de Foyer. Just for fun. 
Zowaar begint mijn oude Filippijnse buur te dansen alsof iets in hem ontwaakt, vrouwen in kleurrijke abaya dansen in volle ramadam. Een zwarte vrouw met blauwe nagels danst puur in haar rode kaftan. Geur van oranjebloem en kurkuma. Ook wie niet danst danst. Hoog gaan de ramen wijd open.
Zo klinkt de muziek tot ver voorbij de blokken, over het kanaal hoor ik zijn stem en het roffelen van de djembés. Onwillekeurig moet ik denken aan Grondahl, not where we are coming from, but where we are going together is important.
Nog hoor ik flarden aan de Sainctelette, of is het verbeelding ?
Alsof muziek stopt als je het niet meer hoort.
De melancholie van de lange Hete Zomer.


gLobe Aroma is een sociaal-artistieke organisatie die ontmoetingen in de stad stimuleert. Globe Aroma wil mensen die uitgesloten worden (vluchtelingen, armen e.a.) actief betrekken bij artistieke projecten. Hun komst aan de rand van de Duivelshoek is een zegen voor de wijk. 

maandag 8 juni 2015

Hoe langer ge alleen zijt, hoe minder ge kunt verdragen van een ander

De badkamer is uit de hand gelopen.
Zo een ogenschijnlijke banale zin makes my day.
Doordeweekse poëzie, niet onsterfelijk, mooie beeldspraak, trouvaille surplace. En het mooie is, ze weet het zelf niet, zoniet klonk het geforceerd.
Op het zonnige voorplein aan de onvolprezen Recyclart is het goed zitten luisteren.
De badkamer is uit de hand gelopen, ze herhaalt het nogmaals, de alleenstaande vrouw, niet radeloos wel redelijk bezorgd.
Vantjaar een badkamer, moet ik niet op vakantie gaan.
Volgend jaar op vakantie, dat wil zeggen geene nieuwe computer. –
Onze Pierre zegt het ook, antwoordt de kleine vrouw tegenover haar. Ze zijn allebei vijftigers, mooie vrouwen nog, dankzij hun leeftijd.
Onze Pierre is al een tijd alleen en binnenkort gepensioneerd. Verliest ge ineens duizend euro in de maand. Hij heeft er schrik voor.
Is ’t em nog op zoek ? vraagt de andere, maar gewoon uit belangstelling.
Ach, hij is op zijn gemak, zegt em altijd, geen vrouw, geen zorgen.
Ze lachen, de lichtjes bezorgde vrouwen.

Een school kinderen strijkt neer, uitgelaten, luidkeels, zoals het hoort. Beide juffen laten wijselijk begaan. De vrouwen bekijken het meewarig maar zonder commentaar. 
Weet ge, herneemt de zus van Pierre, de vrijdag ben ik alleen thuis en ‘k ben daar content mee. Het huis alleen voor mij, uw goesting mogen doen. Ne mens is ne keer graag alleen hé.
Ik voel dat ook, zegt de alleenstaande ‘k ben niet meer op zoek, gelijk da ze zeggen, wat er komt komt. Maar hij zal moeten marcheren in mijn richting. Hoe langer ge alleen zijt, hoe minder ge kunt verdragen van een ander.

De kinderen verkassen, Hela, hela, van wie is dat hier ? De blonde Juf houdt een felrood rugzakje omhoog. Jules ! Ik had het wel gedacht ! Op uw spullen letten hé jongen.. Jules lacht zuinig, met scheve mondhoek, het raakt hem amper.
De twee vriendinnen kijken nog een tijdje zwijgzaam naar de klas die langzaam, gedwee de Juf volgen, een rij kuikentjes gelaten achter de fraaie kloek.
Is’t gedaan met dieje Gerard ?
Zwijgt ervan, ‘k heb er mijne buik van vol. Alweer heel raak.
Afspreken, afbellen, weer afspreken, ik antwoord nie meer, hij kan zijn plan trekken. ‘k Heb geene vent vandoen, ‘k trek mijn plan.

Ze rekenen af, wandelen gelijk weg onder een gretige zon. Twee rijpe vrouwen, arm in arm, fleurig, beetje bekommerd maar gezwind, kordaat en lachend.

Mannen blijven sukkels.

zaterdag 30 mei 2015

Altijd donker

Ze legt haar hoofd onder zijn kin. Hij sust haar, in een taal die mij vertrouwd is maar onverstaanbaar blijft.  
Net als we van Lemonnier naar het Zuid rijden de tunnel in, richting Van Haelen, raken beiden heel erg opgewonden. Zij verstopt haar hoofd in de holte tussen oksel en kin, hij omarmt haar en bedekt zijn ogen met de rechterhand.

Een zwart koppel met angst voor het donker ?

Opeengepakt in de kleine betonnen cel in Khartoum. Dagen, weken gegijzeld terwijl mensen rondom hen creperen. De urine, de drek, bedorven rijst, een handvol water waar om wordt gevochten. Maar vooral, vooral, de knagende onzekerheid, wordt het ooit nog licht en hoelang, hoelang nog ?


Zo blijft het altijd, altijd een beetje donker. Dan kan je alleen maar schuilen en beven, ook al is er het besef dat het na Albert weer klaar wordt. 
Je weet maar nooit.

maandag 27 april 2015

De Langste Dag

De man, vijfendertig, knap, kijkt voor zich uit. Zij zit naast hem, heel dichtbij, haast op zijn schoot, legt haar hand op zijn knie, hij antwoordt teder, sprakeloos.
Bekijken mekaar heel even, verkrampte lach, hij neemt zijn bril af, zet hem weer op. Een oudere man en vrouw en nog een vrouw van dezelfde leeftijd zitten rond de tafel. Onwennig, opzij kijkend bijwijlen, soms naar het jongere koppel, antwoorden met een geforceerde glimlach.
De oudere vrouw raakt met haar hand de schouder van de jonge man, vertwijfeld, hij lacht beleefd.
Wachten.

Overstuur, een man, een oom, een broer ? Hij komt te gehaast, te luid, te druk. Iets ouder dan de man. Hoe ? Wat ? Waarom ? Ze hebben geen antwoord. De oudste vraagt hem zacht om te zitten.
Een telefoon gaat. De man neemt op. Ja, vanochtend, neen ze had het niet gezien.. ja, mmm – net vóór de schoolpoort, - ja……ja….. mmmm – we moeten wachten…. Ja, ja – neen - …….Toch, ja…. Mmmm – ja, bedankt voor ’t bellen.
De ‘oom’ kalmeert maar blijft zenuwachtig. De dame tegenover hem praat stil op hem in. Hij staat op, neemt zijn mobieltje, hij kan zo niet blijven. Machteloos.

Een vrouw komt iets zeggen, een witkiel met een badge. Ze knikken. Ze lacht met scheve mondhoek, zegt iets dat lijkt op veel moed nog. Ze knikken.
Dan wordt er kort iets gezegd, dan weer niet.
Niets doet ertoe. Wachten. Iedere handeling lijkt nu onfatsoenlijk. Praten, zwijgen, drinken, eten, godbetert lezen. Het doelloze staren.
Elk in gedachten, angst, hoop en wanhoop.
Mateloos langzaam gaat de tijd. De zon in het cafetaria stoort. 
De vrouw, ze moet de grootmoeder zijn, drinkt van haar koude koffie. Ze kijken naar haar.
Traag verstrijkt iedere minuut, elke seconde telt.
Zo passeert de langste dag ooit. Oneindig.
Het ellendige wachten op iets of niets.

dinsdag 14 april 2015

Midlife opportunities

Wat onhandig schuifelde hij tussen de rekken die dinsdagmiddag.
Een hartelijke lentezon, strepen licht over de goedkope waren van de ZigZag.
Zocht, maar wist niet wat, de blozende midveertiger. Hij was niet knap, goedmoedig dat wel, hondstrouwe blik. Te platte neus, licht kalend, let nog maar kort op zijn kledij, blauwe blazer, gestreept hemd, de nieuwe broek iets te strak.

Zij was nog niet zo lang weduwe, verkeerde partner. Je moet een fatsoenlijke tijd rouwen, maar zo jong was ze niet meer. Leek haar een goede partij, altijd bij zijn moeder gewoond, hem ontvallen, ook sinds kort. Bovendien goed geboerd, enig kind, en vooral trouw, braaf, onschuldig. Hij was haar amper opgevallen, één van de vele grijze muizen op kantoor.
Toevallig naast mekaar in de kantine, hij bloosde, zoals vaak. Maar ze vond een zekere rust bij hem, een verademing na haar uitgedoofd en zielloos huwelijk, constant bedrogen.
Zij moest het zelf vragen, hij had geen ervaring, maar liet zich gewillig leiden, iemand die belangstelling had. Hij was al snel verliefd, dartel maar toch beheerst.
Iets in hem werd wakker wat hij nooit had gekend. Het charmeerde haar, het was al zo lang geleden.
Het was niet eens haar type, ach, die fase was ze voorbij. Misschien wat te zoet, onhandig, te volgzaam, maar net dat had ze altijd ontbeerd.


Het licht in de ZigZag werd alsmaar feller, alsof er een spot op hem werd gericht, het stoorde, hij bewoog zich liever in halfduister. Nog lang drentelde hij over en weer, besluiteloos, op goed geluk : een zilveren kaarsenhouder, felgekleurde diadeem en een ronde schminkdoos. Of ze het wilde inpakken, vroeg hij schuchter, c’est pour un cadeau. De verkoopster lachtte, ze kon hem zo lezen. Hield het kleinood nog een poos vast, te opzichtig. Dan borg hij het op, fatsoeneerde zijn blazer, een korte stop aan de vitrine van Sint Jan, zijn haar in de plooi. Een blik op zijn polshorloge, mm, vinnige tred naar kantoor. Verlichte stap onder de stralende zon.