zaterdag 4 mei 2019

Een kind op straat

Ze is amper tien en hangt aan de linkerarm van haar vader. Die is te vroeg kaal en zit eveneens behoorlijk in het vlees.
Het dikke meisje met de twee lange vlechten vertedert mij meteen.
Vrolijk, uitgelaten, zwiert ze af en toe haar vlechten opzij en vertelt honderduit.
Regarde un chat bleu, oh papa, une dame avec perruque.
Ondertussen kijkt en wijst ze naar de vitrines of gekke mensen onderweg.
Ongetwijfeld is ze voorwerp van spot op school maar ze merkt het amper.
Het glijdt van haar af als water van een eend.
Meer nog, ze lacht vrolijk mee, zonder het besef ontwapent ze de laffe lachers.
Die raken op de duur ontspoord, weten niet hoe of wat en verlaten ontdaan het mikpunt van spot.
Bij de gym halen ze nog wel eens uit maar zij is hun altijd voor.
Het is een kind in vroegere tijden, het zonnetje in huis, geheten.
Ze maakt het piétonnier ineens heel aards, gewoon, bevrijd van ontstuimige toeristen en haastige passanten.
En warempel, er ontwaakt opnieuw een kind in ons.
Oh kijk, eau de cologne in de lucht. 
En daar een ontspoorde botsauto !
Een vliegende kip ! Oh, een chocoladekever !
Dans les yeux d'un enfant il y a toujours une lumière.

maandag 1 april 2019

Molenbeek, 16:02

Ze passeert, keert dan onmiddellijk terug.
Aarzelend schuurt ze tegen de kring. Heel onopvallend staat ze plots in de derde rij rond het groepje meisjes op het trottoir.
Niemand let op haar, spreekt haar aan, ze wordt niet opgemerkt. Zo heeft ze het graag.
Het meisje met zwart halflang haar, in de categorie te groot voor een serviette, te klein voor een tafellaken.
Ze tuurt wat wezenloos in de bende waar het heel druk is zoals meisjes van die leeftijd altijd mekaar overbluffen.
Plots realiseert ze zich dat ze dit helemaal niet wilde, maar ook weer wel.
Ze voelt dat ze bloost, knippert zenuwachtig, kijkt een beetje verschrikt achterom.
Een vis op het droge.
Nu weg gaan is opvallen, blijven staan is wellicht geviseerd worden, iedereen schreeuwt.
Ze wil er zo graag bij horen en toch weer niet.
De pijn van de eenzame ziel, haar wereld nog te klein om hieraan te ontsnappen. Nog onwetend van wat nog komt.
Dan zet de groep zich loom en rommelig in beweging, ze volgt maar vertraagt behoedzaam haar pas tot ze helemaal oplost in de drukte van de va et vient aan de schoolpoort.
Niemand merkt dat ze er niet meer is.
Net lang en kort genoeg hoorde ze erbij, dan stapt ze beetje wankel naar huis.


zondag 5 augustus 2018

De Nieuwe Vriend

Ik zoek een meisje om mee te oefenen, zegt de PC verkoper zomaar in de Mediamarkt, nadat ik hem complimenteerde met zijn Nederlands.
Hij is net de schoolbanken van het CVO ontgroeid en zoals vaak bij een pas verworven taal ontbreekt de fijngevoeligheid. Zoals iedereen weet zijn nuances de subtiele kleurverschillen die meestal de kern van de waarheid uitmaken (dixit Chaim Potok).
Maar is hier sprake van nuance ?
Misschien bedoelt de verkoper wel wat ik hoor en is mijn invulling interpretatie.
Wellicht beheerst hij moeiteloos het Nederlands en bedient hij er zich reeds van met een zekere knipoog.

Op dezelfde étage treft een meisje een vriendin.
Keisaai. Pas op, hij is genereus, sympathiek, vrijgevig.. al wat ge wilt, maar tegelijk oersaai.
Het botst nooit, het is altijd goed, er is gewoon geen toesj.
Te braaf om te dumpen quoi.


Waarom zijt g'er dan iets mee begonnen ?

Ben niks begonnen, hij is op mij gevallen.
Ik was al een tijd single en veel goesting.
Hij was knap, kwam als geroepen, na het personeelsfeestje.
Aan de klap geraakt, hij was nieuw, beetje verlegen, brede kas, 't ging vanzelf.
Wist ik veel dat iemand zo kon vervelen.
't Werkt op mijn zenuwen, kunt ge 't u voorstellen ?

Levendig, antwoordt haar copinne.
En wat nu ? vraagt de andere zich luidop af.
Simpel..

Makkelijk gezegd, hij werkt bij ons op kantoor, 't zie hem elke dag.
Een korte stilte.
Moest ik nu écht op iemand vallen, mijn type, un coup de foudre, kon ik dat gebruiken. Ik wil hem niet bedriegen, zoiets..  zou eerlijk overkomen. Hij zou dat zeker begrijpen, mij wellicht zelfs troosten..
Ze lachen allebei.
Ze kijkt wat afwezig dromerig in de lange zaal.

Iets verder staat de verkoper.
Ook hij is op zoek.
Hij is niet saai, knap, exotisch, heeft humor, is zeker bereid.
Helemaal haar type. Haar Nederlands is voortreffelijk, zijn ijver buitensporig.
Dat moet een geweldige clash geven.


dinsdag 12 juni 2018

Bruxelles-sur-Mer

Ik vraag of hij een bakker kent in de buurt, hij is franstalig.
De man blijkt een Bruxellois pur sang.
Hij draagt een afgeleefde training en heft een 33cl Cara. Van brood heeft hij geen kaas gegeten maar de vrouw naast hem helpt me verder.
Ze is zijn vrouw, zus of moeder ? Of alle drie tegelijk.

Wat doen mensen 's ochtends aan zee ?
Ze laten hun hondje uit. Soms veel hondjes tegelijk, zoals de lange slungel uit Zeelelie, hij is kaal maar pocht met zijn staartje. Hij ment vier Pekineesjes die hopeloos verstrikt raken als een vrouwtje Peki hun pad kruist.
Hij vloekt in het Frans,ook hij is een stadsgenoot, ik hoorde hem bellen maar luisterde niet.

Meeuwen zeilen hoog in de wind, hun gekrijs overstemt de branding.
Ik passeer residenties met ronkende namen, de Concorde, Olivier, Jordaen, Montana, de Rede, Hawaï, Zeegalm. Bij Duinroos staat er veel te koop.
Een plastic zakje plakt even tegen de glazen voordeur van Miami Beach en waait dan losgeslagen het strand op.
De winkelier bestelt mij heel gejaagd, er is slechts één klant na mij. Het is een afwijking aan zee, ik merk het ook bij de visboer, aan de kassa's van de Carrefour of in café Westenwind.
Gif moar goaze wei, we hebben maar vier maand.
Een ouder koppel passeert traag op de lange dijk. Zijn rug staat helemaal krom, een bakker te laat op rust, zijn vrouw compenseerde de stress in zoet.
Een slager koopt vis, het ziet niemand.

Veel kustgangers zwemmen in het vet. Er is veel schuim.
Ze zijn al wat ouder en onveranderlijk wit.
Enkel het onkruid in de veel te afgezoomde perkjes wordt gewied door Noord-Afrikanen.
Ze zijn opvallend slank, jong en gespierd. Ze praten vloeiend Nederlands.
Er zijn geen bedelaars, ik vermoed dat ze weg gejaagd worden.

Aan het Casino komt het ijs van een ander continent.
In café Zeewind luistert een man niet naar zijn vrouw, ze ratelt oeverloos om zijn aandacht gaande te houden.
Hij tuurt in het oneindige, gelukkig is er zee aan zee.
Soms knikt hij, het is een uit de hand gelopen tic.

Allez Vodka, avance.. hij duwt een moddervette Labrador voor zich uit.
Met hun twee kunnen ze amper in de liftkooi. Hij zucht diep.
Hij vraagt of het vooruit gaat aan de Brouckère.
Je rentre demain.
Rien à faire ici.




dinsdag 15 mei 2018

De Herkenning

Een drachtige vrouw weent op gyneacologie.
Ze zit er alleen en dat was niet haar keuze.
Het is bewolkt maar op de radio lijkt de dag veelbelovend.
Op de tweede verdieping van de kliniek zie je enkel de kruin van de bomen.
Spreeuwen vliegen verschrikt op uit één van de beuken, wellicht zijn ze geschrokken door het nieuws van de vijfenvijftig Palestijnen die in koelen bloede werden vermoord in Gaza. Precies één dag nadat Israël het Songfestival won en op dezelfde dag waarop de VS hun ambassade inzegenden in Jeruzalem in strijd met alle internationale afspraken.
Sommige rare vogels schrikken daar nog van. Maar ze zijn zeldzaam.

In de wachtzaal heeft een man te lang naar Michael Jackson gekeken, het is een tic geworden.
Hij is Zweed of Deen. Zijn hoogzwangere vrouw Latina. Ze spreken Engels. Een gepaste voornaam bedenken bij gemengde koppels is een karwei, vooral om beide grootouders te behagen.
De wachtenden spelen op hun mobieltjes. Eén man leest een boek. Een grijze dame met te lang grijs haar voor haar leeftijd, zodat ze ouder lijkt alhoewel ze net jonger bedoelde, kiest haar TV avond met een markeerstift in Het Laatste Nieuws. Ze draagt haar smart in een heupzakje zoals een revolver.
Een andere man leest Les Sports, zijn eega kijkt geërgerd naar een Maroxellois koppel met twee kleine kinderen, de jonge vrouw is hoogzwanger.
Een vrouw kijkt stuurs, naast haar babbelt haar moeder in een rolstoel haar angst weg.

Een dokter die zijn shift begint kust een verpleegster vol op de mond.
Dat zorgt gegarandeerd voor heibel op de vloer en faveurs, ook al zijn ze onbestaande of onuitgesproken.
Een verstandig diensthoofd verplaatst dan één en ander.

De dokter die mij ophaalt is erg voorkomend, terwijl hij me naar zijn kabinet leidt zegt hij en passant dat het al een tijdje geleden is. Ik herinner mij de man helemaal niet. Ik ben pas gezeten of hij geeft me een uitgebreid medisch rapport van twee jaar terug.
U hebt een fabuleus geheugen, feliciteer ik hem.
Altijd goed om goed te staan bij je behandelende geneesheer.
Oh, zegt hij, ik check altijd even vóor de afspraak het rapport van de patient. Ik heb een geweldig extern geheugen.
Dat is de vloek van algoritmes, A.I. of sociale media.
Je denkt dat je een préféré bent, uitzonderlijk of geliefd, excellent.
Het is allemaal schone schijn.

Op gynaecologie wacht de vrouw nog altijd.
De verloskundige zal haar beslist herkennen.


woensdag 21 maart 2018

Afbeeldingsresultaat voor brussel

This is tuesday, this must be the Opera

Opvallend. Jongens bij jongens, meisjes lopen bij meisjes.
Er is vrijwel geen interactie.
Sommige eenzaten lopen naast de pratenden, valt minder op dan alleen achter een kliekje te strompelen.
Vooraan een vermoeide leraar, hoofd naar de grond, het is duidelijk : liever niet teveel heisa rond zijn hoofd.
Hij denkt aan thuis, de hypotheek, maar vooral de oudste die gebruikt, misschien dealt, er zijn geruchten. Zijn vrouw die helemaal op hem leunt, alles in zijn schoot legt.
En hij die het met niemand kan of wil delen. Kan de verhalen en het gejoel van de pubers achter hem missen als kiespijn.
En ook het kleingeestig commeren van de drie die achteraan lopen.
Die profiteren van een dagje weg, geen lesvoorbereidingen, niks nawerk.
Gewoon meelopen, de pupillen regelen het wel onder mekaar, zien dat ze in het gareel lopen, dat wel, zijn nogal uitgelaten, willen zich bewijzen. Verstraeten ! Op het voetpad man, ge zijt hier niet in Gijzegem hé !
Ze praten over hun kroost, de oudste zit in Gent, bijna afgestudeerd en denkt aan doctoreren.
De grijze met baard heeft al kleinkinderen, dat is een ander leven, kijkt al uit naar zijn retraite.
De derde is jonger, zit nog aan de kleintjes.
Ze vinden mekaar in het geneuzel over de nieuwe directeur, denkt dat hij het warm water heeft uitgevonden, wil alles naar zijn hand zetten alsof wij niet veel meer ondervinding hebben.
Bovendien is hij onhandig, haast stuntelig.

Aan de zij-ingang van de Munt worden ze verwelkomd, eerst een rondleiding.
Eén begeleider volstaat, de man vooraan neemt dit op zich, de anderen wisten dat.
Zijn z'er vanaf, hij wil toch niks met hen te maken hebben, altijd zo zwijgzaam, doet aan weinig mee, altijd in zichzelf.
Ze gaan lachend Café Muntpunt binnen. Héhé, morgen woensdag.

donderdag 22 februari 2018

En dan, op een dag was het zover

En dan, op een dag was het zover.
Deur wijdopen, even diep ademhalen, Ze was nu helemaal, helemaal op zichzelf.
De vrijheid van het zelfstandig beheer.

Begonnen in een huisartsengroep, draaide goed, geliefd bij de patiënten.
Zo ging ze stilaan dromen, nog onzeker, van een eigen praktijk.
Haar man steunde haar volop, het leek of ze beide in de praktijk stapten.
Maar hij werkte in openbare dienst, dat schikte, afgelijnde uren, handig voor de kinderen.

Nu kon ze zelf alles organiseren, plannen, uittekenen, inrichten.
Het patiëntenbestand groeide. Nieuwe wijk aan de rand van de stad.
Perfect tweetalige jonge arts.
Het liep gesmeerd, andere nieuwe patiënten, uitdagingen bij de vleet.
Ze glunderde, 's avonds nog gretig bijstuderen, tot laat nog. Het kon niet op.
Ongemerkt sijpelde het ongenoegen binnen, als vocht in de muur, een onbetekend vlekje, weldra een vuile vlek, dan de eerste druppel die valt.
Minder aandacht voor hem, wellicht ook voor de kinderen.
Hij was gesloten, altijd geweest, maar stilaan grimmig.

Een zekere afgunst, maar ook het gevoel.. zij groeit, ontplooit, krijgt alle aandacht, hij blijft terplaatse, en daarbovenop haast alleen voor de zorg.
Zij negeerde het niet, maar minimaliseerde.
Het zou veranderen als alles wat in de plooi viel, de kinderziektes van een beginnende arts.
Hij overdreef één en ander.
Maar het kantelde niet. Van kwaad naar erger. Stellingenoorlog, elk alsmaar dieper in de eigen loopgracht.
Dan verliet hij het slagveld.
Afgunst vergleed naar diepe jaloezie en haat.
Het was niemand en allemans fout. Van op afstand zag je het kristalhelder maar wie er middenin zat was verblind door ambitie of frustatie.

Zij begreep het niet, het ging al zo goed.
Plots waren er de kinderen, de verdeling, de verhuis, het lege nest.
Zij kon het plots niet meer, wat ze vaak zag bij patiënten herkende ze niet bij zichzelf.
Alles verdampte, relatie stuk, soms bleef de deur dicht of ze beantwoordde slordig de telefoons, mensen bleven weg, het ging snel rond. De vervreemding van de kinderen, het verdriet.

En dan, op een dag was het zo ver.
Ze was nu helemaal, helemaal op zichzelf.

dinsdag 30 januari 2018

One of the Girls

Zo loopt ze in de lange Archimedes. Af en toe gluurt ze naar binnen, bekijkt aan de gevel de menu's op een grijs krijtbord, dan gaat ze weer voort.
Ze is keurig en klassiek gekleed, zedige rok, lange laarzen, helemaal in het zwart.
Van ver en van dichtbij lijkt ze in de rouw.
Net gearriveerd, gisteren in de late namiddag, beetje daas nog.
Ze wilde zo graag daarvandaan en hiernaartoe.
Haar vader, hij vooral had gepusht, vol verwachting, zijn enig kind. Dààr gebeurt, daar is jouw toekomst. Ze waren al apetrots dat ze de unief had doorlopen. Nu de volgende grote stap.

First day in Brussels bij valavond, in de schaduw van het Kruis van Berlaymont dwaalt ze, de schuchtere stagiaire, haar Engels schools, onzeker.
Soms gaat ze ergens binnen, doet alsof ze belt, haar smart uitgezet praat en antwoordt ze, net of ze op iemand wacht, verlegen om alleen binnen te gaan. Onderwijl kijkt ze rond, ze mompelt iets onverstaanbaars in haar mobieltje en gaat terug naar buiten.

De eenzaamheid giert door de straten en door haar lijf.
Zo verloren voelt ze zich in deze triestige stad waar de verlatenheid in dikke druppels traag van de ruiten rolt. Overal lachende mensen op deze maandagavond, ze vieren de eerste dag van de werkweek.
Niemand had haar verwelkomd vanochtend, amper haar plek getoond, iemand zou langs komen.
Ze kijken nog altijd neer op de Oostblokkers, liever hebben de volbloed expats flamboyante Françaises of doortastende Zweedse blondines die meteen thuis zijn, feest op het Luxemburgplein.
Niemand had gevraagd vanwaar, waarvoor, hoelang.
Zo koud ervaart ze nu de lange straat, waar ook niemand op haar wacht, haar wenkt.
Dezelfde groezelige sfeer die ze ervoer in haar eng provinciaals stadje waar ze was gaan lopen, diep in de Karpaten.
Alles zou nu anders worden, hier in het centrum van de macht, hier zou haar nieuw leven beginnen.
Het fragiele meisje, tenslotte gaat ze de bescheiden pizzeria binnen, veel volk en rumoer en tafeltjes alleen.
Vooral niets laten merken, One of the Girls.
Zo onopvallend opvallend.



zaterdag 23 december 2017

Gerelateerde afbeelding

This must be Christmas

Op metrostel Weststation zit ik naast drie Bruxellois pur sang.
Het is laat namiddag, haast kerstavond.
Het Vloms en Frans huppelt vlot over en weer, zoals ketjes hinkelend op straat.
De grijze madam met de dikke wollen muts, zegt tegen haar geblondeerde vriendin : “Get ne skuune sjarp oên,” – “Tu trouves ?” antwoordt de blonde,
Je l’ai acheté chez Zeeman,” – “Oê maa moete nie vroege van woê da maain moesj komt, ik zaan et vergeite,” zegt de muts.

Die vanzelfsprekende mix – dat sappige Brussels, dat eigenlijk onvervalst Belgisch is, niemand vraagt of stoort zich aan het frans of nederlands, het vloeit moeiteloos in mekaar als mayonaise die pakt.
Ze beheersen beide talen maar kennen geen van beide.
Een heerlijke surrealistische taal die ik heel hard ga missen als ze binnenkort uitsterft.
In de week zie je ze ’s namiddags soms zitten in La Lunette of de Cirio, waar ze zich tegoed doen aan franchipane of Crème au beurre en zwarte koffie.
Soms zijn ze enkel maar één zegel gaan kopen of Le Soir Illustré aan de Brouckère.
Ze zijn keurig geschminkt, vantijd een beetje erover.

“Wat gotte muergen oêved dôen ?” vraagt de grijze.
“Moi, je fais fêter avec mon petit chien, Coco n’aime pas de visiteurs.”’
Dat is handig gepareerd door de blonde, ze zou uiteraard veel volk kunnen vragen maar Coco houdt er niet van.
De Wollen Muts heeft haar kleinzoon geïnviteerd om te komen eten, haar zoon – vader van de kleinzoon – komt niet.
Het botert niet tussen de kleinzoon en de nieuwe vriendin van papa. Mémé vangt één en ander op.
De derde, een zware vrouw met te zwart haar, gaat TV kijken.
“Il parait que c’est beau sur RTL demain soir.”

Als ze uitstappen aan Weststation geven ze mekaar liefderijk een arm : Sisters of Mercy.
Ze passeren nog een jonge stadswacht, waar ze even mee babbelen – dan gaan ze schuifelend voort.
Ik hoor de geblondeerde nog zeggen tegen de gardien :
“En goe flossen hé Chou ce soir, avec ta copinne.”
Op de achtergrond zingt Lennon :

“And so this is Christmas, I hope you have fun. The near and the dear one, the old and the young”.

dinsdag 19 december 2017

Kerstavond met een echte Zwarte

Ach Tildeken, vaneiges mag uw vriend mee komen, maar ziet dat ge hem goed brieft hé..

Twee dames, kokette vijftigers, schuiven aan in de lange rij van Maisons du Monde, handenvol nieuwjaarscadeautjes, slingers en kerstballen.

Ge moet toch zien als ge met uw volk bijeen komt dat de stukken wat bijeen passen hé -
vind het niet erg dat ze vantijd ne keer verandert maar bij haar is 't alle jaren nen andere.

-Ach mens, da's de jonkheid vandaag hé, ze moeten van alles eens proeven.. antwoordt haar collega.

Ge zegt het goed, z'is al toegekomen met ne Marokkaan en verleden jaar nen echte zwarte, ge kunt gaan peinzen wat dat voor mijn moeder is, 't mens spreekt dan nog geen woord Frans, zitten ze daar te giechelen, denkt ze vaneiges dat ze haar uitlachen.

Haar compagnon wil snel tussen komen, ze weet dat het nu of nooit is, maar de andere is haar veel te snel af. Ze is het type die het woord neemt en nooit meer afgeeft. Dat lees je op het gezicht van haar collega.

En pas op, die blijven dan ook direct slapen, zit ge daar 's anderendaags ook nog mee.
'k Heb het haar gezegd, vantjaar Tildeken, op uw kot doet ge wat ge wilt maar hier is het geen duivenkot. 
Uwe vriend mag komen maar 'ik heb liever dat ge 's avonds terug naar Gent gaat.
De 'mijne' die zwijgt in alle talen vaneiges. Pas op, later, ja dan zegt hij zijn gedacht, tegen míj welteverstaan. Groot bakkes als hij uit de regen staat, maar geen woord als d'er op aankomt.

Dan moet ze toch even op adem komen.

'Is't dit keer ne witte ?' vraagt de andere.

De vrouw kijkt wat verveeld opzij.. 'k weet nie, ze wist het zelf nog niet goed, peins ik.


maandag 11 december 2017

Het Dispuut

Verdomme neen, als ge aan éne geeft staan ze hier straks met zevenentwintig..
- Ge ziet toch wel dat die jongen honger heeft...
Ach mens, ge kent ze niet, het zijn allemaal bendes.
Hij schudt van neen. Zij wil het zijvenster openen.
No way, ge maakt de kwaal alleen maar erger. G'houdt het verdomme in stand.
-Ik heb tenminste een hart.
Ik zeg neen, hij geeft dat geld aan zijne maffia, zij kopen er ginder een dikke villa mee; Ge gelooft toch niet dat die echt kreupel is..
-Als gij honger had zoudt ge ook faken..
Ach mens, hij houdt er géne frank aan over.

Zo discussiëren ze nog korte tijd.
Heftig geknik, forse handgebaren, felle tegenspraak.
De jongen met het bordje J'AI FAIM wacht gelaten.
Dan springt het licht op groen.
Snel schuift ze nog een muntstuk door het spleetje van het raam.
De chauffeur wuift hevig met zijn arm. Zij glimlacht.
De man met het bordje leunt nog even voorover en salueert dankbaar de man.
Die rukt heftig aan zijn stuur, claxonneert ziedend.
De bedelaar begrijpt dit als een ultieme groet en wuift gul terug
Bijkans springt het licht op oranje, dan geeft hij laaiend gas.
Hij verdwijnt in een spoor van witte rook.


woensdag 29 november 2017

One Flew Over Koekjes Nest

Hij wil nog een koekje.
De tram zit berstensvol en de vraag op ieders lippen : wie wint er ?
De moeder, jong en moedig, maar tegelijk schroomvol, ze tuurt wat gegeneerd en schichtig rond.
Kijk, zegt ze en wijst naar de windvaantjes aan het kanaal, rood, wit, zie hoe de wind speelt met de sterretjes (of zoiets, in het Berbers).
Het kwelduiveltje weet wat hij wil. Poëzie aan het kanaal hoort daar voorlopig niet bij.
Hij zet zijn keel wijdopen, weet dat hij uiteindelijk wint.
De moeder sust maar roept niet, maakt zich niet kwaad, verliest nooit haar geduld.
Ze opent haar handtas, kijk, nog één koekje, straks als we thuis komen. 
Even is er begrip.
Thuis is wanneer ze afstappen.
Zij wint even tijd.
Dan zet hij opnieuw alle registers open. Amper drie jaar, de tram davert.
Een kind met een wil. Vakbondsmilitant, werfleider, zit er dik in, nooit kleuterleider, therapeut of vroedman.

Dan stapt de moeder af, hij bedaart.
Nog drie haltes te voet, dat overleeft ze wel.

Afbeeldingsresultaat voor brussel

vrijdag 3 november 2017

De Pauze

Misschien moet je even pauzeren.. zegt de vrouw behoedzaam.
Felle oktoberzon op het noenuur. Verblindend haast.
Heb je nog veel werk ? (Aarzelend) ...maar je bent zinnens toch voort te doen.... ?
Laat het rusten schat, kom even tot jezelf...
Probeer rustig te ademen.

De moeder verbergt haar frustatie en verdriet.
Zij heeft te hoog gegrepen, ze weet het, ze wilde niet afgaan voor haar omgeving, de schoolvriendinnen, de kliek.
Bemoediging, tegen beter weten in. Ze moet het voelen aan de andere kant van de lijn.

Even een stilte.
Ze wacht op antwoord.
Dora, Dora... schat...
Ze heeft ingelegd.
Ze wacht even, dat is verstandig.
Het is haar ding niet, ze heeft andere talenten, niet dit.
Van alles gaat er door haar hoofd. Zal ze haar passie vinden ? Goesting om te leven ?
Wat later ? Niet denken, niet denken.... nu telt.

Dan gaat haar mobieltje weer.
Je hoort haar snikken...
Rustig schat, ik kom naar je toe.
Grabbelt jas en handtas.
De krant laat ze achter.

maandag 19 juni 2017

De Kruimels

Kraaien en druiven hadden al hun gram gehaald.
De bewoners van de zogenaamde Blokken aan de Papenvest waren gul geweest die dag.
Een tapijt witte boterhammen, gekromd en opgerold in het gras. De plek waar ook honden hun gevoeg doen en kinderen achteloos overheen renden.

En de man bij valavond.
Zwoel, de lucht zwaar nog van een hitsige dag.
Stil tussen de hoge appartementen, vrijwel niemand op straat, er wordt laat gegeten deze maand in de huiskamers aan de Papenvest en Groot Serment.
Hij had al wat gescharreld in het vuilnis maar ze waren hem voor geweest.
Dan buigt hij voorover, graait het brood van het gras, een halve Okay zak vol. Hij aarzelt nog wat, onzeker over het proviand.
Gaat schuifelend voort, vijftig, zestig, zeventig ? Ook bij klaarlichte dag zou ik weifelen.

___ Het tafereel voerde me terug naar het Warschau gettho in de verschrikkelijke maar noodzakelijke film The Pianist van Polanski.
Twee oudere mensen vechten voor een afschuwelijke brij op een vuil bord. Door hun getwist valt het eten op de grond, de vrouw krijst, de man laat zich vallen en slokt, verdwaasd door honger en angst, het eten van de grond _____

Het was de dag na het schaamteloze vertoon van Samusocial.
Dag één in deze stad zonder burgervader.
Beter geen dan een vader die het brood rooft van zijn kinderen.

zondag 28 mei 2017

Het Boekvrijen

Hij keert de pagina zonder iets te zeggen.
Weet wanneer en waar. Kent haar van haver tot gort.
Er valt geen onvertogen woord. Geen letter blijft ongelezen.
Soms toch wacht hij even, niet langer dan de duur van een zin, vantijd iets langer, één woord, hier moeten beide wat grondiger op kauwen.


Zij houdt de omslag vast, hij de rugzijde.
Dan lacht ze, ingetogen, hij een fractie later.
Vreemd, een poos nadien gaat hij plots een bladzijde terug. Ze zwijgt en knikt. Ze knikken nu beide, dan gaan ze weer als vanzelfsprekend naar de oorspronkelijke pagina.
Enkel het boek telt, ze kijken mekaar nooit aan.
Eén keer gaat hij te snel, dan legt zij haar wijsvinger heel teder onderaan de bladzijde, hij glimlacht. Ze laat de vinger los, hij keert het blad.
Even later slaat zij de bladzijden om alsof het was afgesproken, maar niets wijst daarop, zijn volle hand rust ontspannen op de rechterkant, hij haalt hem net op tijd van het blad zodat ze beide verder kunnen.

Ze zijn verrukt over het boek, je leest het in hun serene, haast vrome gebaren. Op de ziedende tram 3 lijken ze te vertoeven in een tijdloze ondoorgrondelijke cocon. Onopvallend opvallend. Het lezen als Kunst.

Het samen lezen ein Gesamtkunstwerk.

donderdag 21 juli 2016

Het Stille Conflict

Ingehouden stilte.
Net nadat hij zijn armen zwaaide, languit en gekruist, alsof er iets dient door geknipt.
Opnieuw een moment van stilstand. Ze bekijken mekaar indringend, zij uitdagend, zo van durf je nog meer ? Nog een melding ? Een restantje ? Kommaatje vergeten ?
Hij keert zich, gaat langzaam over en weer lopen op een rechte lijn, hij moet zijn woede en afkeer van zich afstappen. Zij blijft staan, ijzig kalm, armen gekruist, rechtervoet rechtop voor de linker. Ze lijkt gewonnen, maar de kamp is net begonnen.

Ze zijn jong, het meisje en de jongen. Zij heeft lang bruin haar, een grijze lange sportieve rok, witte sneakers. Hij is eerder donker, zwart haar, lichte baard.
Ze bespeelt hem meesterlijk. Het tergend lang wachten, zijn kwaadheid onverstoord observeren, koel en tegelijk spottend, vooral het zwijgen is slopend. Ze kent hem door en door, het enerveert, zij weet dat. Hij ook, maar kan het niet laten.
Richt zich opnieuw tot haar, zijn armen voor zich, handen wijd open, het lijkt een uitnodiging maar schijn bedriegt. Zij draait haar handen snel en opgewonden, laat maar komen, ventileer maar, maar tegelijk monkelend, ik kan het allemaal hebben.
Ondanks de woede blijft het ingehouden, maar wel fel, enkel verbaal geweld. Dat snijdt vaak dieper dan een onverhoedse kaakslag, dan komen er tranen, loop je hard weg of val je in mekaars armen. Hier wordt het gif langzaam maar diep geïnjecteerd.
Nu gaat zij koffie zetten, een gewaagde maar ferme zet, een moord gelijk, dat zet hem helemaal voor schut, mag ik überhaupt bestaan ? Zij blijft de teugels heel strak houden, ze zegt vrijwel niets. Hij trapt erin, opgepookte colère. Terwijl de koffie loopt zet ze slechts één kopje op tafel, een vuistslag. Nu gaat hij helemaal overstag, zenuwachtig, radeloos, handen in de lucht. Hij kookt, zij de Ijskoningin.

Niets zo sprekend als het stille conflict. Drie meter op anderhalf glas, een tableau vivant.
Voyeurisme ? Zíj, de acteurs voor één dag,  hebben de gordijnen gelicht, het podium van hun huiselijke twist open en bloot tentoongespreid voor de straat. Bovendien : ik heb geen onvertogen woord gehoord.

En vooral : ik vertel het niet verder.