donderdag 15 november 2012

Gespot : Een Regenvlaag



Aan de Hallepoort staan twee Afrikallexois broederlijk naast mekaar in het urinoir.
Twee mannen aan één pisbak, dat is al verdacht, temeer omdat geen van beide zich keert naar het closet. Er zijn gezelliger plekken maar er zijn verzachtende omstandigheden : het regent oude wijven. Dat is buiten de waard gerekend : ik moet hoognodig.
"Excusez-moi, je dois absolument..". "Il pleut," zegt de éne doodleuk zonder een vin te verroeren.
Iemand die dringend zijn plasje kwijt wil verblijden met zulk 'n waterachtig antwoord, dat is koren op de molen. Ze willen van geen wijken weten. Bestaan daar reglementen voor, loont het om hiervoor een petitie in gang te zetten ? In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staat dit soort trivialiteiten vermoedelijk niet beschreven maar het blijft hoedanook hóógst vervelend.
Geen tijd voor oeverloze discussies, ik hol als bezeten naar het dichtsbijzijnde urinoir. Daar staan dan weer twee mannen aan weerszijden die zowáár aan het plassen zijn, en ze nemen hun tijd.
Mag ik vragen dat ze opschuiven zodat ik kan schuilen voor de regen ? Onderwijl is de vlaag evenwel gaan liggen, wat nu ? Terplaatse blijven trappelen of terughollen naar de Hallepoort met een blaas die op springen staat ? Voel mij een beetje de pispaal van het ganse gebeuren.
Ik loop dan maar gewoon de Houtsiplou binnen.
Er is veel begrip nodig in deze stad.

maandag 12 november 2012

POËZIendestad



Onder de sierlijke vogel van Jean-Michel Follon voor les enfants disparues in de Warande, staat een man, stil als een standbeeld.
Rode T-shirt, zwarte short, boven hem de vogel, kop in de lucht.
En dan strecht de man, knie gebogen, rechterbeen gestrekt in volstrekte harmonie met de beweging van de vogel. Vleugels open, bek hoog, been languit, armen in de heupen.
De schoonheid van het toeval, gevat in een enkel moment.

zaterdag 10 november 2012

Bandelaarswerk



Zou bedelen gewoon bandwerk kunnen zijn ?
De twee Romavrouwen die met hun pousette geld ronselen bij Haägen-Dasz in het Zuid laten me zoiets vermoeden. Ze gaan van tafel naar tafel, handpalm halfopen, vangen overal bot. Het schijnt ze niet te raken, ze doen gewoon hun job. Het donkere meisje in de buggy slaapt, ook voor haar is het routine.
Het dochtertje van de poetsvrouw bij HD is ook van de partij, ze speelt tussen de marmeren tafels, huppelt van bank naar bank terwijl mammy schoon maakt. Ze wordt begroet door een paar madammen, habituées. Ze moet ongeveer even oud zijn als het Romaatje en ze zal vanavond goed slapen. In tegenstelling tot het meisje in de pousette, want haar moeder werkt laat. Bedelaars hebben immers een uitglijdend uurrooster.
Er zijn wellicht geen sociale verkiezingen ? Functioneringsgesprekken ? Bestaan er bedelscholen ? Kan men promotie maken ? Is bedelen een ambacht ?
Heel zeker bestaan er evaluaties, streng maar onrechtvaardig.
Kan je van straat worden gehaald als je de quota niet haalt ?

Slechts één blond meisje antwoordt de Roma : "Bonjour, non je m'excuse."
Dat brengt geen geld in het laatje maar er is, wat heet, ontmoeting.
Het blondje meisje is alleen, hooguit zeventien. En ze heeft een klompvoet.

donderdag 8 november 2012

Herfst in Brussel

En dan regent het. De slome sax van Lester Young. Inktzwarte koffie, een oude roker hoest droog in het café met de kastanjebruine muren. Melancholie druipt traag van een vuile ruit, een ekster had kunnen weifelen op de grijze vensterbank. De roes van  herfst in een  hoofdstad.

dinsdag 6 november 2012



"Attends Ninette.. .... mais attends je te dis.."
Maar Ninette wacht niet. Lang niet.
Ze loopt door op het trottoir terwijl de vrouw haar halflopend achterna zit.
Soms wacht ze, sluiks kijkend, als de vrouw vlakbij is gaat ze er weer vandoor, met een olijke blik in de donkere ogen.
Zo gaat het door over de hele lange hoge Lombard, komen en gaan, gaan en komen.
Tot zij het uiteindelijk opgeeft, het heeft lang genoeg geduurd, en kwispelstaartend naar het vrouwtje gaat.
Een wonderlijk ballet van aantrekken en afstoten, op en af, geven en nemen, op het brede voetpad tussen Plattesteen en Gerechtsplein.

zondag 4 november 2012

Gespot : Een bezienswaardigheid



Aan het Congresplein ligt zowaar een reusachtig paleis. Is me nooit opgevallen.
Bij nader toezien blijkt dit de Ambassade en Missie van het Vorstendom Liechtenstein te zijn.
Welgeteld drieëndertigduizend inwoners en sinds 1984 is er zelfs vrouwenstemrecht, ze worden dus mee opgestuwd in de vaart der volkeren.
Welke godverdomse missie heeft dit miniscule bergstaatje in het Belgische Koninkrijk ? In een straal van honderd meter liggen alle grote financiële instellingen, inclusief de Nationale Bank, veel verder moeten we de missie niet zoeken.
Pretentie genoeg, geld op overschot. Een speldeprik groot, een ambassade ter grootte van Versailles, tuin incluis. Als ze een beetje opschuiven kan het godganse Vorstendom er schuilen voor de regen.

donderdag 1 november 2012

Allerheiligen

Geen levende ziel te bespeuren op één november in het Fontainasparkje. Zelfs geen hond die zijn baasje uit laat. Om de hoek staat een Japanse man in kimono, hij zwaait met een geveinsd zwaard en slaakt rauwe kreten, alsof hij hier in de vroege regen zijn voorouders aanroept. Er is één grijze duif in de Maagdenstraat, vruchteloos op zoek naar een kruimel, maar in deze buurt zijn mensen zuinig met hun brood. Het regent onrechtvaardig hard op Allerheiligen, het zou altijd moeten sneeuwen op zo'n dag.
Het witte manna als troost.