zondag 16 december 2012

POEZIendestad



Op zondagochtend heeft Winterpret iets van een verweesd Coney Island.
Een peertje hangt plompverloren in de wind, het weifelt, af en toe een licht puntje als een kaars die langzaam dooft. Slechts één kraampje opent de luiken, ontsteekt een spot.
Dan sterft het peertje : alles is volbracht, de fakkel is doorgegeven.

vrijdag 14 december 2012

The very blind date




Ze liepen haast in mekaars armen. De jongen en het meisje. De jongen ijverde voor WWF, zij liep de zolen van haar sandalen voor Greenpeace. Ze hadden hun uithangbord op de rug en vermits het bitter koud was zaten de werfbladen diep verborgen in hun dikke jas. Zij wilde hem lijmen en hij haar, ze leken alletwee ontvankelijk voor de boodschap. Toen zij haar betoog startte lachte hij smakelijk, haalde zijn gerief uit zijn vestzak waarop zij het uitproestte.
Ze konden mekaar terwille zijn en toetreden tot elkanders clubs maar dat hou je niet vol in een stad waar het appel om liefdadigheid wenkt om iedere hoek van de straat. Ook in menslievendheid moet je de kerk in het midden houden,  als je niet op je tellen past riskeer je in de kortste keren te belanden aan de andere kant van het loket.
Maar al snel werden de intekenbladen opgeborgen en bleek er meer dan alleen maar gewone belangstelling voor de bloemetjes en de bijtjes. Ze bleven lachen toen ze vertelden over de hilarische excuses waarmee ze werden afgescheept. Oh, dat had hij nog niet meegemaakt. Amai zó grof, vond zij dan weer. Neen, dat is een goeie repliek, bracht hij in. Hij had meer ervaring, was meer aan het woord, zij luisterde aandachtig met almaar twinkelender pretoogjes.
Moesten ze niet weer aan het werk ? Ach, met zo'n hondenweer en de drukte van de Winterfoor, mensen liepen haastig door. Hij stelde iets voor, zij knikte meteen. Ze liepen lachend de Exki binnen.

Het komt wel goed tussen Greenpeace en WWF : huizen in hetzelfde bos, ze vinden mekaars nestje wel.

woensdag 12 december 2012

Gespot : De Warmte van Bpost



In Bpost ontmoet ik de vrouw met de hese stem, de rokershoest van Janis Joplin en een zweem van zure wijn. Ze gaat zitten, zij het niet ineengezakt, met een zekere fierheid, het is nog vroeg in de ruime wachtzaal aan de Brouckère.
Naast haar, haar slakkenhuis, een zwaarbeladen buggy met één wieltje dat tegenpruttelt en waar ze tegen vloekt. Ze zit rechttegenover W9, waarachter de loketbediende even knipoogt. Ze ontdoet zich van haar zware winterjas maar houdt haar pet op, een leesbril diept ze op en een armband die van ver lijkt op verbleekt goud, maar schijn bedriegt.
Gelukkig is er Bpost, in Apost zou ze allang zijn ontzet.
Dan gaat ze languit zitten om heel lang te genieten van de warmte en het geroezemoes rondom haar. Ze hoort erbij, naast de andere wachtenden, die wachten net als zij, zij ook wordt bediend, op haar manier. Ze heeft veel plek rondom haar, soms blijven mensen maar even zitten.
Ze schudt haar hoofd bij het doornemen van een verdwaalde Metro.
Overal in de wereld : zoveel miserie.

zondag 9 december 2012

POEZIendestad



Ze lacht, eerder onbedaarlijk.
Loopt over en weer in Brussel Centraal. Daarna is het wat wriemend giechelen.
En dan, blos op de wangen, je hoort ze verkleuren.
Hij wellicht ook, want hij gaat door, ze kan amper iets inbrengen, wat fluistert hij in haar rode oortjes ?
Schalkse woordjes ? Lieve koosnaampjes ? Prikkelende fantasietjes ? Snaakse verzoekjes ? Tintelende stoutigheden ?
Publieke intimiteit. Sweet sixteen : het onbeschaamd blozen aan de GSM.

vrijdag 7 december 2012

Savoir-vivre




"Ik speil met Jean de coiffeur. Em betoelt zes mont en ik dei ander zes mont. Ik weit niet hoe dathie goet met de Euro-millionaire, baa ons hoelen z'er d'er iest maain numeroos ôit en den trekken ze.." - "Das hie 'tzelfste Gerard," lacht éne Jef.  "'k speil a zestig joer met de koête, mo gisteren da emmek nog nuut gezien. 'k Zeg tegen ui, assek giene slag hoel spreik ek tegen aa nie mier. Twie oêsen bluut en gien iene slag. De leste kier dak me en vraa speil." Gerard lacht, de vrouwen aan de tafel wuiven het weg, "onnuuzeleir..".
"Wettewat Gerard, assa azuu blaave scheire, zette subiet aa hersenpan kwaait", - "Men watte ?" - "aa hersenpan, zukte mor op, 't stoet in de dikke Van Doele." - "Ik leis allien de Moegere.." - "Wette gaa wada ne fritchineus es, da stoet in de Moegere ?" - "Da's ne chineus dat achter fritte goet..".
Soms wordt er gefluisterd : "..gistere lag em nog in de klinik, em zalda maschien in blaaive.." - "Alleij, zwzwzw...". De dikke madam kent het ziektebeeld, de achterneef van haar schoonzoon, of iets in die geburen, is er ook ingebleven. "Em wunt rechtouver daaine met zen kette short. Zaain bille zen altaaid bluut, vantaaid ziette zen klokkenôis hange." Het lachen wordt gesmoord als er zich een nieuwe madam aandient : "Aa Netteke, da gaai nog têrt boîte komme.." - "Kreig maane paraplu nie opent" -  "Zet aa den een netteke oep hé Netteke..". Hilariteit.Ze komt net vanonder de droogkap, je ruikt het van ver, ze schikt even haar permanent. "Ge zet precies Madonna, Netteke..". "Zot."
Ballekes, sprotjes, sossiskes, jeneiver, e goe saasken, ajontjes, sjalotjes, lichtekes loete goên, betje witte waain in de saas, das de kers op de toet, pas op ei, de ballekes apoet zoïn, op taaid oîtpakke, betje geflambeirde cognac, man, ze sterven oep aa tong, à la tête du client. In de tommattesaas ien stikske sôiker, nie fruttele in de saas, vanaaiges vesse ballekes : alf verken, alf kalf. Chapeluur, da kuupe waaile nuut, beiter me oît bruut, de kessekes goet verfrummeld.
"Il faut vivre jour à jour," besluit Jef.
Wij maken het leven nodeloos gecompliceerd.
Met de koete speile, goed eiten, gesoigneirde coiffuurkes, zievere, kommeiren en een skuun compagnieken. De oude Brusselaars in Trefcentrum De Zeyp hebben een savoir-vivre om vingers en duimen van af te likken.
"Awel boêtjen, wa zedde gaai doe allemoe oên 't schraaive, toch nie over ons zeikers ?"            

woensdag 5 december 2012

Gespot : Het Bezoek



In het cafetaria van Sint-Jan hangen moeder en zoon allebei aan een infuus, wellicht hebben ze een familieprijsje bedongen. Onderwijl tanken ze bij met dampende koffie.
"Zou die moeder echt hare kleine hebben vergiftigd ?" vraagt de zoon, nadat hij zich had verdiept in Het Laatste Nieuws.
De moeder zwijgt even. "Een moeder die hare kleine afmaakt, dakaniet," antwoordt ze heel beslist.
Dan zwijgt ze nog heel even.
"'t Kan wel hare vent zijn geweest."

Ze kijkt even voor zich uit.  Veel bezoek verwacht ze vandaag blijkbaar niet meer.
"Venten hebben een ander hart."

maandag 3 december 2012

POEZIendestad



Sneeuw valt te vroeg bij het krijsen van de kraai.
Hout kreunt en het verlangen naar een kolenstoof, het ronken van de schouw.
De poes spint, oude jenever vloeit.
Hoort! Wie klopt daar op de deur ?
Slechts één vlok, een verdwaalde vriend.
Zou het de Goede Winter zijn ?