dinsdag 31 mei 2011

Sens Unique

Het meisje reikt de boeken aan door het open venster in de rue du Boulet.
Ze hebben twee jaar samengewoond en de koek is op.
Er wordt weinig of niets gezegd, er hangt geen electriciteit maar eerder gelatenheid over het tafereel.
Zij geeft, hij neemt. Net wat ze niet konden toen ze samen waren. Dan ging het gepaard met botwet negeren of met lawijt, heftige discussies en toch, ondanks de stemverheffingen, doof voor mekaar.


Toen ze uiteindelijk besloten uit mekaar te gaan was er niet meteen een onderkomen voor hem, haar ouders betaalden het appartement. Het was niet zo dat ze mekaar de kop insloegen, dus deelden ze, en attendant, het huis, netjes gescheiden van tafel en bed.
Tot hun beider verbazing liep dit vlotjes, weg de discussies en de malentendus.
Er viel geen gebenedijd woord meer, er was ineens vrede in huis. De plooien waren geruisloos gladgestreken.
Tafel en bed werden terug bijeengeschoven. Maar in de kortste keren staken de vete's weer de kop op, alles werd weer als vanouds. Banaliteiten waar ze voordien mee lachten werden opgeblazen, vermoeide discussies over de boodschappen, de kook, de afwas. De sleur was terug in hun nieuwe relatie geslopen.
Het duurde niet lang of ze waren terug bij af.




Alles is geladen, er rest alleen nog een kort afscheid.
"Arrange toi bien," - "Oui, toi aussi."
Daarop rijdt hij de straat uit, verdwaasd negeert hij straal de sens unique.
Ze kijkt nog even, verbaasd, maar roept hem niet na.
Dan sluit ze het venster.

zondag 29 mei 2011

Gespot : Het Zwarte Klasje

Op de Parvis van Molenbeek steken twee klasjes het zebrapad over om 9u 's ochtends.
Twee klassen met uitsluitend Maroc-Bruxelloise jongens en meisjes, hier en daar een zwartafrikaanse bengel.
De klassen worden begeleid door vijf helblanke leraressen.
Het lijkt wel een Kongelees klasje, midden jaren vijftig in een volkswijk in Kinshasa.

vrijdag 27 mei 2011

Het Simpele Terras

Wat een mens het meest vreugde verschaft zijn vaak de meest banale simpele dingen.
Zo is éen van de meest gelukzalige bezigheden in de stad het doodgewoon nuttigen van een koffie op een simpel terras.
Het wordt door sommige mensen overroepen of onderschat, maar wat mij betreft, ik kan het iedereen tenzeerste aanbevelen. Zowel in barre tijden of in gelukkige momenten : een bron van troost, een joie de vivre.
Op de hoek van de Vlaamsesteenweg en de Papenvest in het welbekende café 'De Landbouwer' - welke even absurd klinkt als het 'Zeezicht' aan de Dageraadplaats - passeren zowel schoon vrouwvolk, BB's als doodgewone vriendelijke mensen de revue.
Terzijde merk ik ook dat een bewoner van een appartement op de hoogste verdieping zijn kerstballen nog niet heeft verwijderd en noteer dat veel bouwvakkers opvallend ontspannen over en weer wandelen.
Ik constateer dat veel fietsers, net zoals ik, de rode lichten straal negeren, weliswaar na eerst links en rechts te hebben gekeken en zonder andere weggebruikers in gevaar te brengen.
De gebrevetteerde hofleverancier Lobet haalt dan weer halsbrekende toeren uit bij het oversteken op het zebrapad als het licht op groen slaat, hij torst een onwezenlijke hoge berg eieren welke hij bezorgt aan de "Royal". Hij levert waren die zuivels lekker zijn, weliswaar alleen aan koninklijke huizen.
Ik twijfel of de agent met open hemd flaneert of zijn ronde doet : ik vermoed een zekere tolerantie bij fietsers die het rood negeren.
De man in de witte camionette, die gezien zijn maagdelijke wagen geen hofleverancier is, bekijkt mij met een zeker chagrijn. Waarom, vraag ik mij af ? Er is nog veel plaats op het terras.

Een jongeman kauwt op het ritme van zijn I-pod, twee kleuterleidsters torsen elk 9 kinderen in hun respectievelijke fietsbakken, iedereen lacht.
Ik ontdek een nieuw vak : de Kartonverzamelaar. Een wat oudere man zoekt her en der kartonnen dozen welke hij vervolgens dichtplooit. Het zijn er teveel voor een slaapplaats, tenzij hij in onderaanneming werkt : is hier een markt voor ?
Een heer van stand met een bruinlederen tas en een rood vlindertje staat al meer dan een kwartier op de stoep vóór het zebrapad. Hij steekt nooit over want hij doet krak hetzelfde dan ik. Alleen noteert hij alles in zijn hoofd. Zijn stilstand bij het voortdurende va et vient op het zebrapad is van een haast poëtische schoonheid.
Eindelijk steekt hij over, dwars door het rode licht terwijl de anderen blijven staan. Het gedicht is voltooid.

De twee lachende zwaantjes laten de dubbelgeparkeerde camion van Oxfam Solidarity ongemoeid, net als de bestelwagen van de hofleverancier : beide dienen een hoger doel.
Het rokje van het meisje met het groene haar is helemaal assorti aan de Laboureur, want het is van dezelfde kleur van de hoofddoekjes welke boerinnetjes eertijds droegen bij het melken van de koeien met de hand.
Een uitstervend ras.
En de roodharige beweegt zich even gracieus als de genaamde Joan, the red one, uit Mad Men.
Ik ben er welhaast zeker van dat zij de hofleverancier is van Chanel.
In tegenstelling tot de melkboerinnetjes zijn de Joans bezig aan een fikse revival.

Het is amper halftien, de dag moet nog volop beginnen maar voor mij is hij al helemaal gewonnen.

woensdag 25 mei 2011

Gespot : Hoeren, zien en zwijgen

"Hoeren, zien en zwijgen," zegt de oude Brusselaar tegen mij.
Hij is thuis beroofd van zijn schamele bezittingen en is ervan overtuigd dat het de Bosniërs zijn.
"Die komen ons hier alles afpakken.".
Hij lijkt me evenwel geen oudstrijder van Sarajevo en ik weet dus niet waarop zijn vooroordelen zijn gebaseerd.
Maar ik vind zijn lapsus te mooi om te laten liggen.

Misschien is het een gezegde welke leeft ter hoogte van de Aarschotstraat, waar hij vandaan komt.
Een buurt die ik zelden frequenteer tenzij om inkopen te doen, in de rue Brabant.
Daar is de uitdrukking van de straatventers veeleer : 'Horen, zien en zwijgen.'
De straat daarachter wordt dat dus : 'Hoeren, zien en zwijgen.'

Het blijft een wonder dat men door het toevoegen van één schamele letter uit het alfabet een hele andere wereld kan oproepen.

maandag 23 mei 2011

De Ziel ontbloot

"Psychosen zonder psychiatrie," lees ik op de sitekiosk van MuntPunt in de Hoofstedelijke Bib.
Het meisje vóór mij heeft haar zoekopdracht open en bloot laten staan zodat ik ongevraagd kan meekijken naar wat haar boeit of kwelt.
"Psychosen : de essentie."
Dat moet een kwelling zijn, ik twijfel of psychosen "boeiend" zijn, tenzij voor de zieleknijper, de dichter of de singer-songwriter.
Ik zie haar verdwijnen in rayon 607, op zoek naar de essentie.

Heel soms vergeten bibliotheekgebruikers hun uitleenbriefje in een boek.
"Asterix en Cleopatra," - "Het proces" van Franz Kafka - "De Sociale Structuur van de Diensten," en ook nog "Een frisse kijk op het maken van prachtige bloemstukken," - tenslotte : "Het Ei van Oom Trotter," van Marc DeBel.
Zoveel tegelijk boeide één meisje op 18 februari 2O11.
Hoe lees je dit alles op drie weken tijd ?
Het bloemschikken compenseert wellicht Kafka, tijdens het schikken kan ze het Proces herkauwen.
"De Sociale Structuur van de Diensten," verorbert ze tijdens de lunchpauze op kantoor, dat staat goed.
"Het Ei van Oom Trotter," is het voorleesverhaal voor haar zoontje.
In bed leest ze tenslotte "Asterix en Cleopatra," dat lijkt mij tenminste verstandiger dan in te slapen met Kafka.
Zo kunnen we onbeschaamd meelezen in het leven van mensen, allen op zoek naar de essentie.
Behalve de naam en de titels weet ik niets van dit meisje. Of vrouw, of grootmoeder of tante ?
Heel even maar krijg ik een inkijk in haar leven, een flash, een flard.
De poëzie van één seconde.
Le regard tendre d'un instant.

zaterdag 21 mei 2011

Gespot : De Stoute Juf

Aan Metro Horta beland ik tussen een tros kinderen die zich op tijd inschreven en het geluk hebben te mogen schoollopen in de hoofdstad van Europa. Dat is lang niet zeker voor alle kinderen in deze stad.
De klas wordt begeleid door een heel trutterige Juffrouw, ze draagt een heel fijn brilletje, blijkbaar met slechte glazen, ze knijpt haar ogen helemaal dicht aan het zebrapad waardoor ze niet merkt dat het licht op groen springt.
De kinderen moeten haar daar attent op maken - niet zonder risico.
Ook haar kapsel is van gisteren, een halflange paardenstraat, dichtgeknoopt met een zilveren voorhistorische speld. De haren keurig gekamd, middenstreep tot op de millimeter berekend.
Ik zou ze zo in de grot van Bernadette Soubirous hijsen. Perfecte casting.
Om het helemaal af te maken heeft ze een flinterdun hees stemmetje. Ze klapt fijntjes in de handen om de orde te bewaren. Een porseleinen juffie.
Tot daar de bovenkant.
Onder dat kwezelachtige hoofdje draagt ze een zwartlederen pak, de rits half open zodat haar volumpteuze boezem alle ruimte krijgt. Geen fijne schoentjes, maar zware boots.

Straks scheurt ze op haar antracieten 500cc door alle rode lichten aan een weerzinwekkende snelheid.
Thuisgekomen ontdoet ze zich met zwier van haar aftandse haarspeld en legt haar trutterige brilletje opzij.
"Hoe was het op school Chou ?", vraagt haar geblokte compagnon.
"Altijd dezelfde ettertjes," antwoordt ze.
Hij lacht en neemt haar op de schoot. Ze lacht terug maar niet met een flinterdun stemmetje.
Niets is wat het lijkt.