vrijdag 17 februari 2012

Gespot : Matonge



In Matonge valt mij een Afrikaanse travestiet op, ter grootte van een giraf en het torso van een gorilla.
Hij wordt geflankeerd door een schriele dwerg met de looks van Woody Allen.
Les extrèmes se touchent - dit is wat heet een verpletterende relatie.
Eén ademstoot van dit Manwijf en het ventje mag je gaan bijeenvegen in de geburen van Kinshasa.

woensdag 15 februari 2012

Du Jamais Content

"Hebt ge iets mee om te lezen ?"
"Een gewoon boek uit onze boekenkast."
Een gewoon boek, wat moet ik me daar bij voorstellen ?
Dat zou een boek kunnen zijn om de verveling te verdrijven, onderweg of tijdens, want het meisje met de blonde haren en azuurblauwe ogen vertrekt op vakantie.
Voorlopig wacht ze op een trein die vertraging heeft in Brussel Zuid.
Ze is niet alleen, haar chaperon is een brave jongeman met bruine krullen en zwarte rolkraag.
Hij zwijgt teveel of wijselijk.
"Ik heb aan mama gevraagd mijn GSM op te pakken als ze bellen. Anders zit mijn voice-mail keivol als ik weerkom."
Ze zucht.
"Ik kan me vantijd zo raar voelen en een ander moment zo blij." -
"Ik weet niet, misschien was ik beter thuisgebleven, maar als ik thuisblijf beklaag ik mij dat ik niet weg ben gegaan en als ik wegga wil ik liever zo rap mogelijk naar huis.  -  Zoudt ge uw geld nog terugkrijgen moest ik het nu vragen ?"
De jongen is één en ander gewoon, heeft al veel laten passeren maar hier moet hij zich tussen wringen, zij het ietwat onelegant : "Ge moet wel weten wat ge wilt hé, 'Bieke'."
Ze is dus zijn Bieken. Ik weet dat Biekes onvoorspelbaar zijn maar ik laat ze altijd ongemoeid, behalve als ze op mijn lip zitten. En daar was dit Bieke inderdaad heel dichtbij.
"Da's just mijn probleem, ik weet dat zelf niet..".

Er wordt even gezwegen. Ze roert in haar warme choco en staart dan  naar de lichtroze muur, terwijl ze met haar wijsvinger even over haar voorhoofd wrijft.
"Ik voel vantijd al een rimpel opkomen, juist boven mijn wenkbrauw."
De jongen fronst zijn voorhoofd.
"Gij moet daar ook voor oppassen," zegt het meisje.
De jongen lacht.
Zij het niet uitgelaten.

zondag 12 februari 2012

Gespot : van Oud naar Jong



"Il devient trop jeune pour moi."
Jef Caricolle schreeuwt het tegen mij na een schijngevecht tegen een lachende vuilnisophaler, rechttegenover de in aanbouw zijnde Biertempel.
Il devient trop jeune, dat klinkt even vanzelfsprekend als hij is nog te oud om het al te begrijpen of
ik lig bijna niet goed.
Zoals een koppel op jaren uiteen groeit omdat de man plots merkt dat zijn vrouw jong wordt.
Lijkt me wel wat : jong van lijf en leden met de wijsheid der jaren.
Dat zou boenken geven, de reden waarom het niet kan, we zouden ons verbranden aan de zon.
Maar toch : ééntje om aan de muur te plakken in het Goudblommeke van Papier, il devient trop jeune.

donderdag 9 februari 2012

De Filosoof & de Dood



"Weet ge wat ? De dood dat is het einde van een droom."
Sta mij toe daar heel even over na te denken.
Stel dat het leven een droom is, een sprookje, is de dood dan back to reality ?
Of moet ik het anders interpreteren : het leven is een nachtmerrie, de dood de bevrijding ?
Of nog : de dood is de werkelijke staat van het bestaan, het leven zo nietig, is slechts een passage, het stof van de sterren ?
"Wie praat er nog over mij, één week nadat ik gestorven ben ?"
Mensen komen en gaan, het leven van alledag herneemt zijn kadans, inderdaad na één week loopt alles weer als vanouds, heel soms is er nog een herinnering, een anekdote wordt opnieuw verteld, wellicht wat bijgekleurd. Amper een moment nadien is iedereen weer back on the road.

Rond openingstijd is er dagelijks een samenscholing van ongeduldigen aan de ingang van de Hoofdstedelijke,
waarna er wat gedrum volgt alsof er soep wordt bedeeld in oorlogstijd, om na het nodige trekken en duwen als eerste bediend te kunnen worden. Kinderen ondereen, alhoewel het meestal bruggepensioneerden betreft die het voorzeker hels druk hebben de rest van de namiddag.
De man, een frisse grijsaard was net op rust en vertelde zijn compagnon dat er na zijn vertrek geen mens nog naar hem omkeek, geen telefoontje, mail, noppes.
In één ruk schoof hij door naar het einde van het bestaan, tot nader order de dood.
Ook geen seintje meer, maar evenmin een mens die nog over je spreekt, een week na het verscheiden.
De andere, ook al een grijsaard, zij het iets ouder, bevestigde dit helemaal, voorzeker uit ervaring.
"Het moet er goed zijn hierboven," zegt dan weer de jongste grijsaard en hij wijst met zijn wijsvinger naar het eerste verdiep waar zich de hoofdzetel van Bpost bevindt.
"Er is nog nooit iemand van teruggekomen."
Dat moest de andere dan weer beamen, een waarheid als een koe overigens.
"De hemel dat is voor dromers," weeral een kanjer van een oneliner, op tafel gelegd door de oudste.
Hoezo ? Ik dacht dat het leven een droom was ?
"Eigenlijk weten we er niets over," antwoordt de andere. Weeral iets waar je geen speld kunt tussen krijgen.
Dan volgt een zeker zwijgen.

"Koud hé ?" - "'t Kan alleen maar beteren" zegt de andere.
Filosofen ?
Eén pot nat : veel gekwek en blabla maar op het eind blijft ge toch maar mooi in de kou staan.

dinsdag 7 februari 2012

Gespot : Slampoëzie op de tram



"Agent negentienduizendvijfhonderd driëenvijftig, zevenhonderd driëendertig, nul negen zeventig, wordt verzocht contact op te nemen met agent éentwintigduizend tweehonderd zevenennegentig, driehonderdvijfennegentig, zevenhonderd zevenennegentig, op het nummer nul twee zevenhonderdzevenentachtig tweeduizend driehonderdveertien. Dringend."
Er moet onnoemelijk veel volk werken bij de MIVB, bovendien begiftigd met een olifantengeheugen, maar in een internationale stad als Brussel mag je minstens verwachten dat naast het Frans, Nederlands en Arabisch, de agenten ook in het Engels en Duits (tenslotte de derde taal) worden omgeroepen. En dan voluit samplen.
Dat zou pas prachtige slampoetry opleveren op het perron van de metro.

zondag 5 februari 2012

De Naamloze



"Quoi, tu vas me mettre dans la rue ?" - een groezelige mulat in een te grote jas met een Glückpilsje in de hand lacht naar een Security. "Me mettre à la porte ? Mais, j'habite dans la rue mon vieux," en hij lacht een rij bruine tanden bloot.
Altijd wat zatlapperij op zondagochtend in het Centraal.
De twee Securities, gewoon om met dit soort volk om te gaan, kunnen er mee lachen.
"Alors, tu connais le chemin," antwoordt de grijzende Securail. De straatbewoner bougeert niet maar blijft in goede mood : "Je ne comprends pas Français."

De twee agenten blijven doodkalm tot er zich een grotere groep aandient. Dan wordt het grimmig.
Ze bezetten meteen met veel kabaal de wachtzaal, ééntje heft iets aan wat naar de 'Internationale' neigt.
De anderen brallen luid mee, de kleinste morst bier op de bank terwijl hij met zijn armen zwaait.
Een ouder koppel fronst de wenkbrauwen, een expat kijkt even over zijn krant maar duikt meteen weer
in de beursberichten. Ze zijn gekend, zelfs bij naam en ze worden getutoyeerd.
"Je t'ai déjà dit mille fois que c'est pas votre salon ici Richard."
Richard lacht, ook al met onverzorgd gebit.
Daarop neemt de Security de walkie talkie ter hand : "Evacuatie gevraagd, evacuatie gevraagd.."
Evacuatie ? Dat lijkt op een tsunami of een aardverschuiving.
De Securities zetten zich in een hoekje in afwachting van het evacuatieteam.

Richard heft nog één keer zijn stem :
"Je t'ai toujours respecté," - "Moi aussi," roept de grijze terug.
En dan zegt Richard iets wat even het geroezemoes in het station doet vervagen, zelfs de expat kijkt op :
"Tu sais quoi, oublie mon nom."
En de echo weerklonk in de immense hall.

vrijdag 3 februari 2012

De Eerste Sneeuw

Bekijk de afbeelding op ware grootte






Het meisje en de jongen houden mekaars hand vast. Linker in rechter, zij aan zij. Haar hoofd op zijn schouder in Le Roy d'Espagne, één hoog.
Ze zwijgen, slechts een lichte glimlach om de lippen. Zo zitten ze daar alleen maar en kijken naar de vlokken.
Het witte manna dat de kasseien van de Grote Markt bedekt als een zacht tapijt dat traag wordt uitgerold, soms wit stof dat opwaait, alsof het te vroeg is om al te gaan liggen.
Zwijgen en luisteren naar de sneeuw.
Zo gewoon moet geluk zijn.