vrijdag 12 maart 2010

Verliefde monniken

Zittend aan een tafeltje in Le Louvre zie ik de monniken en zusters buitenkomen aan de Parvis.
Ze hebben net samen, weliswaar strikt gescheiden, het middagoffice gebeden.
Ze druipen af in groep.
Eén monnik en één zuster treuzelen even, en beginnen met mekaar te praten.Het gaat er heel gemoedelijk aan toe.Is daar iets moois aan het opbloeien ?

Ik had ze graag wat meer intimiteit gegund maar waar anders kunnen kloosterlingen afspreken dan aan de uitgang van een kerk ?
Ze kunen geen tafeltje boeken bij Verschueren, godbetert het Volkshuis, er zou worden over geroddeld.
Onthechting ? Ik kan er mij wel wat bij voorstellen.Maar het genoegen van een terrasje of een tafeltje aan de venster op de Parvis, daar zou ik bij God een zaak van maken. Alleen weet ik niet of er veel onderhandelingsmarge is bij God.

En er zijn de regels, óók bij broeders.Een vriend van mij is monnik, toen hij zwaar ziek te bed lag mocht ik hem bezoeken, maar niet zijn moeder. Vrouwen worden immers niet toegelaten in de slaapvertrekken van de abdij, nog nooit had daar een vrouw een voet op de plancher gezet. Middelleeuwse en barbaarse gewoontes.

Waarover praten een non en een pater op een vrijdagmiddag aan de kerk van de Parvis ?Over een passage in het evangelie ? Onwaarschijnlijk : daar praten ze al ganser dagen over.Over de fratsen van Leonard ? Of gewoon over de dingen des levens ?
Een kale monnik komt onverwachts naar buiten. Heeft die in extremis nog de biecht afgenomen of zelf zijn zonden beleden ?Gelouterd is hij allerminst want hij loopt het roomse koppel stuurs voorbij, het zint hem duidelijk niet - een jaloerse of gefrustreerde kloosterling ?
Ik weet dat er binnen sommige kristelijke gemeenschappen bloedvetes bestaan : het evangelie belijden ze wel, maar niet binnenskamers.

Het koppeltje babbelt ontspannen verder, vantijd lacht de kloosternon onbedaarlijk.
Na vijf minuten verschijnt er nog een nieuwe broeder : het wordt spannend.Hij neemt de jonge monnik even apart, daarop groet deze de zuster, ze gaan ieder hun kant op.
Wellicht heeft de kale Judas vader abt gesmsd, die zal de jongen streng de levieten lezen, misschien wordt hij een tijdje in quarantaine geplaatst.
Een prille verliefdheid moet meteen in de kiem worden gesmoord.
Afvalligen kan de kerk zich niet veroorloven, ze zijn al met zo weinig.

Broeder Parvis buigt het hoofd en volgt gelaten zijn overste.

woensdag 10 maart 2010

Stadsbrief

Beste Bruksel,
Wandelend door de naambordloze Kogelstraat vallen mij de talrijke balkons op.Er zijn veel bevallige balkons, overal in de stad, alleen is het doodjammer dat de meeste kaal zijn.Sommige balkons zijn daar zo door gefrustreerd dat ze overcompenseren, zoals in de Zennestraat - anderen zetten soms een geel vogelkooitje of schijtbakje voor de kat buiten.
Edoch.

Dit is een pleidooi voor het bevolken van de Brusselse balkons.
Ik stel het mij even voor, sluit mijn ogen en zowaar : de ganse Kogelstraat bloeit, kleurt, licht op -in lange krullen hangt het groen over de balustrades.Kamperfoelie, Bergthee, de Hedera, de Vinca's en Skimmia's : alleen al door de geur raak ik bedwelmd.

Niet teveel flauwekul : hef meteen een balkontaks.
Iedereen die zijn balkon niet begroent wordt daar zwaar op getaxeerd.
Het is een edele daad : het nodigt de bewoners uit om hun leefomgeving aangenamer te maken en geeft hen tegelijk een plezierig en nuttig tijdverdrijf.En vooral : het maakt de grauwe straten zeer aantrekkelijk.

Ik herhaal mijn vorige stadsbrieven : verlichte nachtmarkten onder tunnels, levendige dakterrassen en hangbruggen, défilés aan de Stalingrad, Walking Comics en Groene Balkons.
Het zijn allemaal vriendelijke suggesties.Wacht evenwel niet te lang - zoniet zal ik het stoute anarchistische trekje in mijn karakter moeten aanspreken.

U, vooralsnog, genegen bewoner,Pacha Kroet.

maandag 8 maart 2010

Gespot

In de Rijkeklaren passeert mij een deftige zakenman.
Het is een heel atypisch tafereel : de man rijdt op een ordinaire gele huurfiets van Villo, absoluut beneden zijn stand.
Hij houdt de schijn op door een dikke sigaar die ietwat scheef uit zijn bek hangt.
Een deftig kostuum op een gehuurde fiets met een dikke sigaar : dat vloekt ten allen kanten.
Sigaren van dit kaliber rook je in je dooie gemak in de lederen fauteuils van het rooksalon Belga Queen aan de Wolvengracht, uiteraard met een cognac binnen handbereik.
Hij denkt daar anders over want hij geniet - er verschijnt een glimlach op zijn gelaat, ofwel denkt hij aan iets anders.
Als straks zijn lach verbreedt valt de sigaar wel uit zijn smoel en bevestigt daardoor tenvolle mijn stelling : dikke sigaren zijn geen vluggertjes en horen al helemaal niet thuis op een fiets.

Ofwel geniet hij na van het ander vluggertje.

zaterdag 6 maart 2010

GrassShoppers

Bij Grasshoppers hoor ik welgeteld één nederlandse dame.
De winkel is tot de nok gevuld maar zij domineert de hele handel.
Ze herhaalt luidop de prijzen voor haar twee koters die de snit hebben van twee wilde Apaches op het oorlogspad.
Zij vindt alles hardstikke leuk.

Een vrouw heeft zoveel ladders in haar nylons dat je moeiteloos tot in de hemel zou kunnen klimmen. Ze scharrelt tussen de pluchen beertjes en reikt daarbij zo hoog dat de sporten op haar ladders alweer toenemen.
Twee meisjesjongens zoeken een knuffeldier - waarom ? Ze hebben toch mekaar.
Ze zijn te zwaar geparfumeerd en spelen heel verwijfd.
De dikke mevrouw naast hen eet gulzig van een vol pak Choco-princes, een beetje later rest er alleen nog wat verfrommeld papier.
Een dame met pluimhoed beantwoordt haar GSM, ze blijkt een melomaan - ze wordt gebeld op de tonen van Eine Kleine Nachtmusik.

Een grootmoeder is gelukkiger dan haar kleindochter, ook al zal zij alles betalen.
Niets zo vertederend dan een oma en haar kleindochter in een speelgoedwinkel.
Ik heb veel oma's en grootomoe's gehad, maar er was geen speelgoedwinkel in ons dorp.
Wij gingen wandelen in het bos en speelden van Roodkapje : veel leuker.

De Brit draagt zijn groen geruit rokje Schots en scheef, hij is straalbezopen.
Wat zoekt hij bij Grasshoppers ? De vrouw achter de toonbank stuurt hem wandelen naar de Pub aan de beurs, ik betwijfel of hij zich daar in deze tenue zal thuisvoelen, laat staan dat hij binnen mag.

Een Duits koppel stelt bij Grasshoppers de meest onwaarschijnlijke vraag ooit :
"Waar zijn er nog speelgoedwinkels in de buurt ?" -
Het is niet alleen dom, maar ook onbeschoft.
Niemand vraagt de dichtsbijzijnde frituur nadat je gezeten in de Comme chez Soi de kaart hebt bestudeerd.
Drie Amerikaanse vrouwen van middelbare leeftijd gedragen zich als Amerikanen :
"Amazing ! Lovely ! Marvellous !".
Twee Westvlaamse koppels kopen heel gericht. De dame belt naar haar kleinzoon om te vragen of hij het Smurfje nummer 17 al heeft - zoniet brengt ze dit wel mee.
Helemààl uit de verre Westhoek om één Smurfje te kopen ? Ze zullen ook nog wel Manneke Pis aandoen.
Het andere koppel heeft geen kinderen, ze volgen gedwee, beleefd maar ongeïnteresseerd.

Ik heb bij Grasshoppers één dobbelsteen gekocht maar er toch een uur gesleten.
De lezer weet waarom.
Is het toeval dat Grasshoppers zich op de Grasmarkt bevindt ?
Het is meegenomen, de Pastorijhoppers of de ZwarteLieveVrouwhoppers : het zou absoluut niet bekken.

Aan de stadskanker naast de Kleine Beenhouwersstraat zit een andere stadskanker.
Een bedelaar heeft zijn boeltje uitgestald, de hond slaapt met één oog halfopen : dat heet een oogje in het zeil houden.
De man heeft een versleten washandje opgehangen aan de houten wand, om aalmoezen in te deponeren.
Een clochard met een washandje ?
Brussel blijft surrealistisch in al zijn vezels.
Niemand let op hem. Nochtans is hij heel atypisch op de Grasmarkt : hij is de enige die zich niet druk maakt.
Behalve ik dan.

donderdag 4 maart 2010

Stadsbrief

Beste Bruksel,

Ik zal het maar vlakaf zeggen, al heb ik het al vaak gezegd :
ge doet veel te weinig met uw verborgen schatten.

Neem nu de stripverhalen, trots onzer natie - akkoord :
de stripmuren mogen er zijn.
Maar wat ik wreed mis is een spontane verwelkoming in de Midi, als ik pakweg arriveer uit Parijs. Welke verwelkoming ?
Kuifje moet mij daar natuurlijk opwachten en mij gerieven met adressen van interessante plekken in de stad.
Vervolgens kom ik op het Hortaplein Nero tegen, die mij meteen naar de Zuidmarkt leidt.
Daar neemt Professor Gobelijn mij op sleeptouw, ge moet ze niet ver zoeken trouwens, neem nu Jos Colpin, gewaardeerde woordvoerder van de gerechterlijke politie, gewoon geknipt voor die rol. Ik zou hem een beetje optaloren met krultapijt, maar voor de rest moet ge niet teveel knippen of plakken.

Onderweg loop ik zijn confrater Professor Zonnebloem (perfect gecast door Dirk Frimout, ook niet teveel werk aan) tegen het lijf. Aan Fontainas staat Jommeke in korte broek, die zal daar zeker succes hebben.
Personages zat : Burgemeester Thielemans mag meteen aantreden als champetter in Quick & Flupke (die laatste twee plukt ge bij bosjes in de straten van Kuregem).

Maar niet alleen aan de Midi, op de Grote Markt of in de Nieuwstraat wil ik levende stripfiguren ontmoeten. Laat u gaan, mijn beste Bruksel, en verlaat de vertrouwde paden.

Begeef u bijvoorbeeld naar de rue d'Aerschot. Daar tref ik zowaar Annemieke en Rozemieke in een dubbele vitrine. Anatool is pooier van dienst.
Iets verder in de straat natuurlijk Madame Pheip, die werkt voor eigen zak.

Zo simpel kan u zichzelf upgraden, Bruksel.
Naast (zie vorige stadsbrieven) de stralende tunnels, de dakterrassen en hangbruggen, de defilés op de Stalingrad en nu The Walking Comics wordt u een steeds aantrekkelijker stad voor onbestemde toeristen en meerwaardezoekers.

Laat u gaan,
Je Pacha Kroet.

woensdag 3 maart 2010

dinsdag 2 maart 2010

Gespot

De man in zwarte outfit, naast mij op de Dansaert, is vooraan helemaal kaal.
Achteraan heeft hij een haardos waarmee je moeiteloos een tweepersoonsmatras zou kunnen vullen.
Ik heb het niet zo voor kale langharigen.
Kaalheid zou ik nooit maskeren, maar juist accentueren.
Maak er geen gebrek van maar een kenmerk.

Als er even voorbij de Beurs een fikse wind opsteekt is het hek helemaal van de dam, zijn halfweelderige haardoos wappert langs alle kanten.
Dit in combinatie met zijn kale knikker geeft hem het zicht van een verwaaide vogelschrik.
Het bevestigt mijn vaststelling : géén gezicht.
Soms wint de natuur het van de onredelijkheid, jammer dat hij zichzelf niet kan aanschouwen.